Bijdrage Thieme dertigle­den­debat over het stropen in bossen en wateren


31 januari 2014

Bekijk deze bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Daar hebt u het over gehad met mevrouw Jacobi. Er is nog een vraag aan u van mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik wil heel graag aanhaken bij wat mevrouw Jacobi zei, want natuurlijk moet je kijken naar betere samenwerking tussen de verschillende handhavingsambtenaren, maar feit is natuurlijk wel dat er zo ontzettend veel is bezuinigd op Staatsbosbeheer dat we nauwelijks meer boswachters hebben. Daar is de partij van mevrouw Jacobi ook verantwoordelijk voor. Laten we hier wel duidelijk zijn over hoe het probleem is ontstaan. Is de heer Graus met mij van mening dat we er echt voor moeten zorgen dat het aantal boswachters op peil blijft en wordt uitgebreid?

De heer Graus (PVV):

Zeker. En ik wil tegen mevrouw Thieme zeggen dat ik in het verleden moties heb ingediend om het aantal groene boa's te verhogen. Zelfs mevrouw Jacobi heeft die trouwens in het verleden gesteund, maar daar is nooit iets mee gedaan. Het aantal boa's is zelfs gehalveerd tot 500 tussen 2000 en 2013, terwijl ik al sinds 2006 moties indien voor meer boa's. Ik deel dus met mevrouw Thieme dat het aantal boa's ook omhoog moet. Zij kunnen in ieder geval toezien en zo vlug mogelijk via het gelijke politiesysteem de arrestatieteams of de politiemensen aansturen die ze nodig hebben. Zo moet het gaan.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Het toezicht in de natuur is volstrekt onder de maat. Dat blijkt ook uit de vele berichten over het dumpen van afval en jagersmunitie in de natuur en over stroperij. Stropers opereren veelal in groepsverband en gebruiken verboden middelen, en er is nauwelijks overheidstoezicht of sociale controle in de velden. Wie verboden praktijken meldt, loopt ook het risico bedreigd te worden.

Met het vaststellen dat stroperij hard moet worden aangepakt, zijn wij er nog niet. In veel gevallen blijkt de scheidslijn tussen stroperij en jacht onduidelijk. Zoals bij de twee jagers die twee maanden geleden bij Nunspeet op heterdaad werden betrapt bij het 's nachts schieten van een hert met gebruikmaking van kunstlicht, tegen alle regels in. Of de jagers uit De Lutte, die zwijnen schoten zonder dat zij daar een vergunning voor hadden. Het hebben van een jachtakte vormt geen enkele garantie dat de Flora- en faunawet wordt gerespecteerd. Het toezicht op jagers gebeurt door jachtopzichters. Dat zijn vaak mensen die bij hen in dienst zijn en volgens de oude jachtwet als taak hadden de belangen van hun jachtheer te beschermen. En dat doen zij nog steeds.

In veel gevallen zijn stropers jagers zonder vergunning en jagers stropers met vergunning. Vindt de minister dat er voldoende aandacht is bij politie en justitie voor overtredingen door stropers en jagers? De overheid geeft het slechte voorbeeld. Jagen is het donker is bij de Benelux-overeenkomst Jacht en Vogelbescherming verboden. Dat verbod is ingesteld om stroperij tegen te gaan. De Raad van State stelde onlangs dat dat verbod absoluut is en niet voor uitzonderingen vatbaar. Toch stelt de staatssecretaris in een brief dat de provincies het mogen blijven toestaan. Alleen Zuid-Holland en Drenthe respecteren de uitspraak van de Raad van State.

De overheid stelt onvoldoende kaders. Bijvoeren mag wettelijk niet, maar lokvoer strooien mag wel. Hoe controleer je dat? Het schieten op ecoducten mag niet, maar bij ecoducten weer wel. Het doodschieten van vossen in de zoogtijd mag wel, maar het laten creperen van de verweesde jonge vosjes die dan achterblijven, mag weer niet. En toch is dat natuurlijk de logische consequentie. Met zulk zwalkend overheidsbeleid hebben dieren misschien wel wettelijke bescherming, maar geen werkelijke bescherming.

Waarom worden wetsovertreders in het veld niet gewoon strafrechtelijk vervolgd? Er zitten vele mazen in de jachtwetgeving en de handhaving is gebrekkig. Het is onmogelijk om een verschil te zien tussen jagers en vissers en stropers. Als er al eens een grootschalige handhavingsactie plaatsvindt, is de vangst groot. Ook onder jagers en vissers met vergunning. Welke consequenties verbindt de minister daaraan?

Het strakker handhaven wordt veel eenvoudiger als we het zonder noodzaak jagen afschaffen. Nu heeft een jager altijd een alibi om in het veld te zijn. Hij zegt daar voor de jacht op hazen te zijn, vrij bejaagbaar in het seizoen, terwijl hij een zwijn, waarvoor ontheffing nodig is, op de korrel kan nemen. De wet geeft aan dat de korpschef de vrijheid heeft om een jachtakte al dan niet in te trekken. Wat is het beleid? Bestaat er een richtlijn? Zo ja, hoe luidt die? Zo nee, is de minister bereid een dergelijke richtlijn te maken?

Voorzitter. Er moet een einde komen aan de jacht zonder noodzaak, evenals er een einde moet komen aan de bio-industrie.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Alle criminaliteit moet bestraft worden. Misdaad mag niet lonen. Ik wil graag van de minister weten of hij, net als de VVD, een voorstander is van het strenger straffen van stropers door het verzwaren van de strafmaat, hogere boetes, het verbeuren van gebruikte voertuigen en accessoires en het ontnemen van gemaakte winsten. Ik overweeg een motie op dit punt.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het is een nogal bizarre veronderstelling dat wij jagers kunnen gaan inzetten om de handhavingstaak op zich te nemen in de velden en de bossen. De jagers schieten zelf ook dieren dood. Ik heb een aantal voorbeelden genoemd van jagers die met de jachtakte in de zak gewoon de wet overtreden, jagers die 's nacht een hert bejagen met lichtbakken. Dat kun je toch niet serieus nemen? Een law-and-orderpartij als de VVD zegt: weet je wat, belanghebbenden in het jachtgebeuren gaan wij gewoon inzetten om zichzelf en misschien ook de jagers zonder vergunning, de zogenaamde stropers, te controleren.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Het is ook een bizarre constatering dat jagers geen toegevoegde waarde hebben in het constateren van zaken die in de natuur gebeuren die niet kunnen. Mevrouw Thieme maakt geen verschil tussen jagers en stropers. De VVD doet dat wel en vindt dat daar een wezenlijk verschil tussen zit. Het mag wel of het mag niet -- er bestaat immers een vergunning voor -- en er zijn strenge opleidingseisen. Wij verschillen daarover enorm van mening.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Als de heer Heerema het zo belangrijk vindt dat er sociale controle is in de velden en de bossen, waarom is het dan zo dat als jagers aan het jagen zijn, niemand erbij kan komen om te kijken of het allemaal wel goed gaat? Als we dan inderdaad willen zorgen dat er veel meer sociale controle is in de bossen en in de velden, moeten we de jagers niet het privilege geven om alleen in de bossen te mogen rondstruinen, maar moeten de toeristen daar ook gewoon rond kunnen lopen in plaats van dat zij weg moeten blijven omdat jagers hun hobby willen uitoefenen.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Nee hoor, daar heb ik echt helemaal niets mee. Ik vind dat jagers een heel goede aanvulling zijn om te zien wat er in de natuur gebeurt. Wij steunen dat van harte.

….

Staatssecretaris Dijksma:

Ik zeg dus graag toe dat wij op dat punt een extra inspanning zullen leveren. Sommigen hebben daarom ook gevraagd. Gezamenlijk, maar ieder vanuit onze eigen verantwoordelijkheid, zullen wij deze mensen uitnodigen. Uiteraard zullen wij de Kamer via een brief op de hoogte stellen van het resultaat van die gesprekken.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik hoor de staatssecretaris haar zorg uitspreken over de stroperij. Nu is er een Benelux-overeenkomst, waarin de partijen hebben afgesproken dat er 's nachts niet mag worden gejaagd, juist om stroperij tegen te gaan. Dan worden namelijk middelen gebruikt die stroperij in de hand werken, zoals lichtbakken. De staatssecretaris zegt dat zij de stroperij zo graag wil indammen, maar hoe kan het dan dat zij nu bezig is om er bij België en Luxemburg toestemming voor te krijgen dat er toch 's nachts wordt gejaagd? Daardoor wordt het nóg moeilijker om stroperij tegen te gaan, want dan moet je ook 's nachts boa's gaan inzetten, met alle kosten van dien.

Staatssecretaris Dijksma:

Misschien is het goed om nu een onderscheid tussen dingen te maken. In Benelux-verband ben ik niet zozeer bezorgd over de vraag of er mag worden gejaagd, maar over de vraag of schade mag worden bestreden. Met dat laatste zullen we door moeten gaan, ook 's nachts. Om die reden heb ik op dat punt actie ondernomen. De uitspraak van de Raad van State heeft geen invloed op de aanpak van stroperij; die blijft onverminderd van kracht. De bepalingen van de Benelux-overeenkomst zijn van toepassing op de uitoefening van de jacht. Het punt is dat de schadebestrijding daarmee gelijk is getrokken, terwijl wij ervoor pleiten dat we dat onderscheid blijven maken. Dit is een technisch punt, maar ik hecht er wel aan om dat nu te maken.

Mevrouw Thieme (PvdD):

En ik hecht eraan dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft gezegd dat de Benelux-overeenkomst absoluut geen uitzonderingen toestaat, juist omdat die overeenkomst is gesloten om stroperij tegen te gaan. Ik hoor deze staatssecretaris zeggen dat zij wil opkomen voor alles wat in de natuur leeft. Maar ik zie haar juist meer ruimte bieden voor jacht in de nacht, die zorgt voor meer aangeschoten dieren en nog minder sociale, controle waardoor stroperij nog meer kans krijgt. Het spijt me zeer, maar ik kan dat niet met elkaar rijmen.

Staatssecretaris Dijksma:

Het mag zo zijn dat mevrouw Thieme dat niet met elkaar kan rijmen, maar ik kan dat wel, omdat dit echt onderscheidend is. Jacht toestaan is iets anders dan aan schadebestrijding moeten doen. Dat laatste is helaas noodzakelijk. Daarbij wordt ook gejaagd; dat is een onderdeel van de schadebestrijding. Als dat niet 's nachts zou kunnen, zou de schadebestrijding als zodanig in grote problemen worden gebracht. Ik heb daarop willen ingrijpen.

Minister Opstelten:

Ik ken de situatie, maar "geen prioriteit" is iets anders dan er niets aan doen. Daar zit verschil tussen en dat probeerde ik over te brengen.

Mevrouw Thieme heeft een vraag gesteld over de jachtvergunning die eigenlijk heel makkelijk te beantwoorden is. De jachtvergunning wordt verleend door de korpschefs van de Nationale Politie. Zij vroeg of er een landelijke eenheid van opvatting is over hoe dat gebeurt. Hiermee zij aangegeven dat dit het geval is. Dat was vroeger natuurlijk anders. Het zal in de transformatiefase nog ingewikkeld zijn. Met 65.000 politiemensen is het zo ingewikkeld dat je niet in een jaar tijd overal hetzelfde hebt. Maar het is natuurlijk duidelijk dat je een eenheid van opvatting moet hebben. Daarom hebben we een Nationale Politie.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De minister en ik zijn het eens dat er een eenheid van opvatting moet zijn op het gebied van het al dan niet intrekken van een jachtakte. Dat werd vroeger door de korpschefs gedaan. Ik wil heel graag weten wat het beleid is met betrekking tot de intrekking van de jachtakte. Er staat wel in de wet wanneer dat echt moet gebeuren -- als de jager een gevaar is voor zichzelf of voor de omgeving -- maar in de wet staat ook dat intrekking kan plaatsvinden wanneer de jacht niet goed wordt uitgeoefend. Het is aan de korpschefs, zo staat in de wet. Ik wil heel graag weten wat het beleid is. Kan de minister dat naar de Kamer toe sturen?

Minister Opstelten:

Laten we afspreken dat we dit punt meenemen in de rapportage van ons overleg, dat er komt voor de zomer. Tegen die tijd hebben we ook wat meer geoefend in de nieuwe organisatie hoe we dat moeten doen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Uitstekend.

Minister Opstelten:

Graag.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het toezicht in de natuur is volstrekt onder de maat, maar vanavond hebben wij toch van dit kabinet gehoord dat de overtredingen door jagers, vissers en stropers geen hoge prioriteit hebben. Zo hebben dieren misschien dan wel wettelijke bescherming, maar geen werkelijke bescherming. Dat vind ik buitengewoon kwalijk.

Ik heb één motie. De Raad van State heeft twee provinciale ontheffingen vernietigd die toestaan dat er onder het mom van schadebestrijding wordt gejaagd in de nacht met lichtbakken. Daarom hebben Drenthe en Zuid-Holland die ontheffingen ingetrokken. De staatssecretaris wil hier kennelijk niets van weten. Daarom dien ik een motie in.

...

Staatssecretaris Dijksma:

De motie op stuk nr. 719 van mevrouw Thieme wil ik ontraden. Zij gaf zelf al aan dat wij het oneens waren. Het is niet zo dat ik door de indiening van deze motie van standpunt ben veranderd. Ik begrijp dat mevrouw Thieme een oordeel van de Kamer wenst over mijn standpunt. Dat is uiteraard het goed recht van mevrouw Thieme. Ik heb al inhoudelijk in het debat aangegeven waarom in het kader van de schadebestrijding het echt noodzakelijk is dat er ook 's nachts gejaagd kan worden, dus moet ik deze motie ontraden.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Wat vindt de staatssecretaris er dan van dat de Raad van State de provincies in feite terugfluit door te zeggen: u mag geen ontheffing verlenen voor het 's nachts jagen in het kader van schadebestrijding?

Staatssecretaris Dijksma:

Daar ben ik het niet mee eens. Dat is precies de reden waarom ik in Benelux-verband ben gekomen tot dit voorstel. Als ik het met de Raad van State eens was, was ik stil blijven zitten en had ik niets gedaan, maar ik ben het er dus niet mee eens.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Een korte correctie. Het is niet zo dat de staatssecretaris het niet met de Raad van State eens kan zijn. De Benelux-overeenkomst staat het op dit moment niet toe en de staatssecretaris gaat proberen om deze te laten versoepelen. Is dat waar of niet?

Staatssecretaris Dijksma:

Dat is een heel correcte weergave van de werkelijkheid.