Bijdrage Ouwehand debat over de gaswinning in Groningen


5 februari 2014

Bekijk deze bijdrage via debatgemist.nl

Eerste termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Groningen lijkt het laatste wingewest van Nederland te zijn, met Haagse bestuurders die vanuit de Randstad Groningen leegzogen en vervolgens niet thuis gaven toen er ernstige schade en onrust onder de Groningers ontstond. Terechte onrust en terechte schadeclaims, die ten onrechte onvoldoende serieus werden genomen. In 1986, 28 jaar geleden alweer, werden de eerste voorzichtige connecties tussen gaswinning en aardbevingen gelegd. Zo voorzichtig als de connecties waren, zo krachtig werden ze ontkend door overheid en de NAM. De NAM zei toen: "Wij willen geen precedent scheppen. Als miljardenbedrijf gaat het ons natuurlijk niet om het geld om geld maar om zuiverheid in de omgang met burgers." Vervolgens veranderde er niets. De boringen gingen door, de schade en de bevingen namen toe en het verband werd hardnekkig ontkend of gebadineerd. Pas heel recent hebben overheid en de NAM de ontkenningsfase verlaten, zij het ten dele. De gevolgen zijn erger dan we konden vermoeden. Deze situatie vraagt om langdurige, structurele maatregelen en bovendien om het drastisch dichtdraaien van de gaskraan; bij Loppersum helemaal dicht.

Het besluit van het kabinet om nu de gaskraan een beetje dicht te draaien, is te laat en te weinig. Andere woordvoerders hebben daaraan ook al gememoreerd. In plaats van veiligheid en voorzorgsbeginsel koos het kabinet voor de welbekende vlucht naar voren: eerst nog wat meer onderzoeken. Dat kan -- onderzoek is heel vaak een goed idee -- maar in de tussentijd zijn ook maatregelen te treffen. Het kabinet zou afscheid moeten nemen van de reflex om altijd maar tijd te kopen met onderzoek, want de Groningers moeten daarvoor met grote ellende betalen. Het is ook te weinig. Het voorstel lijkt te worden ingegeven door de wens om de kool en de geit te sparen. De Partij voor de Dieren vindt dat het hele advies van Staatstoezicht op de Mijnen moet worden opgevolgd.

Mijn partij vindt ook dat er snelle oplossingen moeten komen voor de schrijnende gevallen in Groningen. Daarbij gaat het niet alleen om de fysieke schade aan woningen en boerderijen. Veel mensen hebben ook psychische problemen door deze hele geschiedenis. Wat doet het kabinet voor hen? Herstel en versteviging van de huizen moet prioriteit krijgen, naast het vergoeden van waardevermindering. Bovendien is het belangrijk dat er goede richtlijnen zijn. Hoe bouw je aardbevingbestendig? Dat weten we nu niet en dat is in de huidige situatie niet verantwoord. De Partij voor de Dieren wil graag een nationaal schadefonds. Natuurlijk moet de NAM de kosten op zich nemen, maar de snelste weg is wel dat het Rijk de rekening voorschiet en die vervolgens neerlegt bij de NAM. Dan hoeven bewoners niet meer te wachten op de eindeloze procedures en, in sommige gevallen, de vertragingstactieken.

Wij willen dat de NAM erkent dat ze verantwoordelijk is voor de waardedaling van het wonen in het getroffen gebied. Veel mensen zijn echt boos, en terecht, door het feit dat de NAM de verantwoordelijkheid voor de echte schade en de waardedaling van de huizen hierdoor steeds verder van zich afschuift. Uit ingezonden brieven, zoals deze in het Nederlands Dagblad, wordt duidelijk hoe schrijnend de situatie voor Groningse burgers is en hoe ver hun vertrouwen in de overheid en in de politiek geschaad is. Een gepensioneerde man uit Loppersum schijft: De NAM en ook de overheden gebruikte de adviezen van de funderingstechneuten maar al te graag om vanaf begin jaren tachtig vele jaren glashard te ontkennen dat er scheuren in huizen waren ontstaan door gaswinning. Men moest als argeloze burger maar bewijzen dat het van de gaswinning kwam. Bewijs het maar. Zo werden wij hier jaren aan het lijntje gehouden. Het zou wel van klink van de slappe bodem komen of door achterstallig onderhoud.

De Partij voor de Dieren vindt dat je zo niet met burgers omgaat die niet om die situatie hebben gevraagd. Wij willen een omkering van de bewijslast. Ik hoor graag een reactie.

Het kabinetsvoorstel zoals het er nu ligt, is nog geen schaduw van de voorstellen van de commissie-Meijer. Sterker nog, volgens SodM is het bij lange na niet genoeg. Het adviseerde vorig jaar om niet in te stemmen met het winningsplan van de NAM, maar om de winning uit het Groningenveld met 40% te verminderen. Het tegenovergestelde gebeurde. Het lijkt erop dat de NAM alle mogelijke middelen inzet om de laatste restjes gas uit de bodem te peuteren. De NAM gebruikt veel water met veel chemicaliën om de putten te stimuleren, te inactiveren en te verbeteren. Als het gas bijna op is, bewerken ze de steenlagen net zo lang tot het gas ook uit de kleinste kiertjes en gaatjes naar boven wordt gehaald. Daarbij gaat veel verontreinigd water de grond in. Vervolgens pompen ze de helft er ook weer uit. Wij waren verbaasd dat in alle rapporten en onderzoeken nergens de ondergrondse wateropslag van de NAM in Borgsweer werd genoemd. Graag een reactie van de minister.

De Partij voor de Dieren vindt het volstrekt onvoldoende dat het kabinet de provincie Groningen voor slechts vijf jaar financieel wil versterken vanwege de aardbevingen. Er moet langer vooruit worden gekeken en aan duurzame oplossingen worden gedacht. Wij willen dat het kabinet en de NAM excuses maken voor de fouten die in het verleden, en ook nog recent, zijn gemaakt. Wij willen dat ze ervan leren en geloofwaardig maken dat er echt iets gaat veranderen. Nederland en Groningen in het bijzonder bieden zo veel mogelijkheden voor groene economische ontwikkelingen op het gebied van duurzame landbouw, energie, zorg en toerisme, weg van de verslaving aan fossiele brandstoffen. Er moet echt werk worden gemaakt van energiebesparing en er moet worden ingezet op duurzame, hernieuwbare energie. Het is tijd om te investeren in Groningen. De Partij voor de Dieren vindt dat Groningen daar nu recht op heeft.

Interrupties op de Minister

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Kan de minister bevestigen of erkennen, afhankelijk van hoe hij dat wil doen, dat dit eigenlijk al de langjarige afspraken waren? Mensen in Groningen denken nu natuurlijk: hoezo terugdringen, dit zou toch al zo zijn? Begrijpt de minister dat niet alleen de Groningers denken maar ook ik als Kamerlid denk: dit was het plan al, wat doet de minister dan nog extra om de gaswinning terug te draaien? Als ik de cijfers zo bekijk, denk ik dat wij eigenlijk blijven doorgaan op de oude voet. De minister zegt hooguit dat hij hoopt dat er geen uitschieters meer zullen zijn, maar dat is echt iets anders.

Minister Kamp: Het is niet zo dat we op de oude voet door blijven gaan. Ik heb de afgelopen vier jaar vergeleken met het lopende jaar. Ik heb het vorige jaar vergeleken met het lopende jaar. Wij zitten al onder wat er in de begroting stond of in het winningsplan. De kern van het advies voor de korte termijn van Staatstoezicht op de Mijnen is het zo veel mogelijk terugdraaien, het liefst helemaal, van de winning bij Loppersum. Daar komen wij ook aan tegemoet.

Ik ga niet ontkennen dat die gaswinning door blijft gaan. Ik ga ook niet ontkennen dat er een relatie is tussen de voortgaande gaswinning en de aardbevingsproblematiek. Dat is allemaal waar. Laten wij echter ook niet ontkennen wat er wel wordt gedaan. Waar het in het verleden mogelijk was om over de laatste vier jaar op 50 miljard m3 te zitten en het laatste jaar op 54, zet ik nu een grens van 42,5. Die gaat over twee jaar naar 40 en daarna ligt het voor de hand dat die verder zal dalen. Bovendien gaan wij in kerngebied, waar de problematiek zich concentreert, de winning met 80% reduceren. Wat mevrouw Ouwehand zegt is waar en wat ik zeg is waar. Laten wij proberen om gezamenlijk een voor iedereen helder beeld te creëren. Ik kan het niet mooier voorstellen dan het is, maar wij hebben er ook niets aan om het slechter voor te stellen dan het is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar heeft de minister gelijk in. In het gebied rondom Loppersum daalt de winning inderdaad met 80%. Het zal de minister echter ook niet verbazen dat wij vinden dat die daling 100% zou moeten zijn en dat de ambitie om de gaswinning echt substantieel terug te schroeven, omhoog moet. De minister zegt dat mensen er warm bij willen zitten in Nederland. Dat klopt, maar wij kunnen als overheid ook meer doen om ervoor te zorgen dat woningen, een fors aantal woningen, beter worden geïsoleerd zodat wij minder gas nodig hebben om ons warm te houden. De Partij voor de Dieren zegt hier dus tegen de minister: wij vinden het te mager, kan er nog een stapje bij. Volgens mij moet dat kunnen.

Minister Kamp: De Partij voor de Dieren wil ook niet dat op een moment dat ergens in die hele aardgasketen in Nederland een onderdeel uitvalt, de elektriciteitscentrales stil komen te staan, de verwarming het niet meer doet en de mensen niet meer kunnen koken. Dat wil de Partij voor de Dieren ook niet. Wat de Partij voor de Dieren ook niet wil, is dat als er koude dagen zijn, een koude winter, waarop wij echt meer aardgas nodig hebben, wij dat niet kunnen leveren waardoor mensen echt letterlijk in de kou zitten. Dat wil zij ook niet. Wij hebben gekeken hoe wij de productie rond Loppersum maximaal kunnen terugdraaien zonder dat de leveringszekerheid in gevaar komt op momenten dat er ergens in de keten iets misgaat of op momenten dat het bijzonder koud is. Daarvan uitgaande, van die twee randvoorwaarden, hebben wij de winning maximaal teruggedraaid. Dat is die 80%. Mevrouw Ouwehand zegt dat je dat ook met isolatie kan oplossen. Zij weet waarschijnlijk dat wij in het energieakkoord een zeer forse taakstelling hebben opgenomen om energie te besparen en woningen te isoleren. Daar doen wij al het maximale wat redelijkerwijs mogelijk is.

Nog even voor een goed overzicht. Ik heb gezegd dat we de mensen in Nederland niet graag in de kou laten staan, maar we laten ook de mensen in Duitsland, Frankrijk en België niet in de kou staan. Dat zijn ook gewone mensen van wie we niet willen dat ze in de winter ineens zonder elektriciteit of zonder gas zitten. Ik denk dat wij het geheel van verplichtingen die wij in de loop der jaren rond de aardgaswinning zijn aangegaan, onder ogen moeten zien, evenals de afhankelijkheid van mensen die daar het gevolg van is.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoorde de minister uitleggen welke fondsen en regelingen er zoal zijn. Ik wil de minister twee vragen stellen over de manier waarop dat in de praktijk werkt. Mensen krijgen te maken met een aardbeving, waar ze niet om hebben gevraagd. Hun privéleven wordt daar ook ernstig door beïnvloed, even los van het feit dat het echt vervelend is dat je je niet meer veilig voelt in je eigen huis. Je moet daarmee aan de slag, je moet een taxateur inschakelen et cetera. Ons wordt terecht gevraagd om de mensen die dat overkomt te ontzorgen. Wij hebben als Kamerleden verschillende mensen gesproken, bij wie de situatie, voorzichtig gezegd, niet goed loopt. Ze hebben een compleet scheef huis en de taxateur die door de NAM is ingeschakeld, zegt: wij kunnen niet aantonen dat het door de gaswinning komt, dus u krijgt €1.600. Ik stel voor om de bewijslast om te draaien. Voelt de minister daarvoor en wat is daarvoor nodig? Is hij bereid om daarnaar te kijken? Een andere oplossing zou kunnen zijn dat het Rijk die verantwoordelijkheid overneemt en tegen een gedupeerde zegt: wij betalen de schade en verhalen die vervolgens op de NAM. De NAM is inderdaad aansprakelijk, maar het is een te zware belasting voor burgers om zelf het hele gevecht te leveren en erachter aan te moeten gaan, terwijl ze al in een rotsituatie zitten. Is de minister dat met ons eens?

Minister Kamp: Mevrouw Van Veldhoven en anderen hebben dat punt ook indringend naar voren gebracht. Waar mevrouw Ouwehand en ik dit misschien heel gemakkelijk denken te kunnen regelen met zo'n taxateur, zijn er ook mensen die dat niet uitkomt, die daar geen ervaring mee hebben of die het niet prettig vinden om dat te doen. Wij realiseren ons heel goed dat deze mensen net zo veel recht hebben op een correcte behandeling als u en ik. Het is dus van belang dat die schadevergoeding niet alleen een formeel juiste schadevergoeding is, maar dat het proces na schadevergoeding op een verantwoorde manier verloopt.

Wat we in ieder geval gaan doen, is het volgende. We houden de NAM er weliswaar bij betrokken, want het is een grote professionele organisatie die schade heeft veroorzaakt en zich dus zeer zal moeten inspannen om de vergoeding daarvan niet alleen financieel maar ook op andere manieren in goede banen te leiden. De besluitvorming daarover willen we echter op afstand houden. Dat betekent dat er een onafhankelijke instantie moet komen die dat gaat doen. Dan weten de mensen ook dat ze niet direct contact hoeven te hebben met de veroorzaker, maar dat ze bij een andere instantie terechtkunnen. Dat gaat dus in ieder geval gebeuren. Daarnaast zetten we daar een onafhankelijke toezichthouder op die dat proces in de gaten gaat houden. Ook zullen we daar de onafhankelijke raadsman, door de heer Vos consequent als "ombudsman" aangeduid, bij betrekken. Op die manier wil ik dat voor elkaar krijgen.

Mevrouw Van Veldhoven stelde ook voor om met één loket te gaan werken en er een soort casemanager op te zetten. Ik denk dat het heel nuttig is, om eens heel goed aan de dialoogtafel uit te spreken hoe we het zo zouden kunnen organiseren dat we aansluiten bij de reële behoeftes van de mensen in het gebied en het proces van schadevergoeding optimaal vorm kunnen geven. Die gedachte van mevrouw Ouwehand, mevrouw Van Veldhoven en anderen zal ik zeker laten bespreken aan de dialoogtafel. In dat kader zal ik ook zeker een eigen inbreng hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik erken dat dit stappen in de goede richting zijn. Echter, stel nou dat dit onvoldoende oplevert om de getroffen burgers te kunnen ontlasten. Bij mijn weten is het nodig om de Mijnbouwwet aan te passen als we de bewijslast op zeker moment daadwerkelijk zouden willen omkeren. Als we besluiten dat dit nodig is, lijkt het mij vervelend om nog maanden te moeten wachten op een aanpassing van de wet. Kan de minister toezeggen dat hij ook dat in elk geval serieus wil bekijken, parallel aan de stappen die hij zojuist omschreef? Als we namelijk met zijn allen vinden dat het echt nodig is om de bewijslast om te draaien, moeten we daar geen tijd mee verliezen.

Minister Kamp: Ik geloof niet dat we met omkering van de bewijslast moeten werken. Het volgende moet gebeuren. Een goede taxateur moet bezien wat er is gebeurd en een reële inschatting maken van wat er moet worden gedaan. Als de betrokken eigenaar het daarmee niet eens is, dan zal er een contra-expertise moeten plaatsvinden. Op grond van die onafhankelijke contra-expertise moet dat worden beoordeeld. Op die manier, met die eerste taxateur en eventueel een contra-expertise, zal er een zakelijke beoordeling plaatsvinden van wat zich daar heeft voorgedaan. Dan hoef je niet zozeer te praten in de sfeer van bewijslast hier of bewijslast daar. Het gaat erom dat je ter zake kundige mensen, eventueel gecheckt door andere ter zake kundige mensen, de zaak laat beoordelen en vastleggen. Ik denk dat dit de goede werkwijze is. Omkering van de bewijslast lijkt me in dit verband geen oplossing.

(...)

Minister Kamp: Mevrouw Ouwehand zei dat de NAM de verantwoordelijkheid voor de waardedaling van zich afschuift. Dat is gelukkig absoluut niet het geval. Was dit wel het geval, dan zou ik dat absoluut niet geaccepteerd hebben.

Mevrouw Ouwehand vroeg naar de ondergrondse wateropslag van de NAM in Borgsweer. Ik heb daar zo geen reactie op. Ik ken de problematiek die zij schetst niet. Als zij mijn aandacht daarvoor vraagt, zal ik die daaraan schenken. Ik zal bekijken of daar iets is waarover ik mij met de Kamer moet verstaan.

Verder gaf mevrouw Ouwehand mij nog de mogelijkheid om excuses aan te bieden. Ik geloof dat wij daar weinig voor kopen. Ik denk dat wij allemaal, kabinet en Kamer, op ieder moment -- of het nu gaat om de mate van gaswinning of wat wij daarmee doen -- op gewetensvolle wijze een besluit nemen. Wij nemen besluiten naar beste kunnen in het belang van de mensen in Nederland. Als op een gegeven moment blijkt dat wij bepaalde dingen nu anders zouden inschatten dan destijds, omdat wij nu andere informatie hebben, vind ik dat geen reden om excuses aan te bieden. Daar voel ik eigenlijk niet veel voor. Bovendien koopt niemand er iets voor als ik dat doe.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is gek. Ik ben opgevoed met de gedachte dat je best eens iets veroorzaakt kunt hebben dat je niet zo had bedoeld en dat je daarvoor dan ook sorry kunt zeggen. Ik kom hier in mijn tweede termijn nog op terug.

Ik kan mij voorstellen dat de minister niet à la minute antwoord heeft op mijn vragen over de ondergrondse opslag van vervuild water in Borgsweer. Wij zouden graag zien dat de minister kijkt naar de risico's daarvan. Als hij de Kamer op een later moment daarover schriftelijk kan informeren, zien wij dat graag.

Tweede termijn

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn uitvoerige beantwoording. Je kunt veel van hem zeggen, maar niet dat hij het dossier niet uitgebreid heeft bestudeerd of serieus neemt.

De Partij voor de Dieren is erg benieuwd naar de mogelijkheden die de minister verder ziet om onze behoefte aan gas -- daar begint het probleem toch mee -- verder in te perken. Wat ons betreft mag er nog wel een schepje bovenop de ambities in het energieakkoord ten aanzien van het isoleren van Nederlandse woningen.

Ook ben ik erg benieuwd naar de gesprekken die de minister gaat voeren met buitenlandse afnemers om te onderzoeken welke besparingen daar gerealiseerd zouden kunnen worden. De minister weet dat ik geen fan ben van smeerkaas, maar er was een smeerkaasmerk met de goede slogan "wat er niet aankomt, hoeft er ook niet af". En wat we niet opstoken hoeven we ook niet uit de grond te halen. Ik hoop dus dat we erop kunnen vertrouwen dat de minister daar ook echt werk van maakt. Dat gaan we nauwgezet volgen.

Ook het resultaat van de regelingen die de minister vanavond met ons heeft besproken, zullen wij nauwgezet volgen. Er moet voor gezorgd worden dat mensen goed gecompenseerd worden en niet in ellenlange procedures terechtkomen. De Partij voor de Dieren vindt wel dat, als dat niet goed werkt, we de mogelijkheid achter de hand moeten hebben om de bewijslast om te draaien. We kunnen de slachtoffers van de bevingen niet blijvend opzadelen met procedures waar ze zelf veel negatieve energie in moeten steken.

Vandaar de volgende motie.

(...)

Interrupties op de Minister

Minister Kamp: Voorzitter. Mevrouw Ouwehand heeft bij herhaling gesproken over de locatie Borgsweer, waar water wordt geïnjecteerd. Als je aardgas wint, dan komt daarbij ook water mee naar boven. Dat water gaat daarna weer terug. Dat gebeurt geconcentreerd op één locatie: Borgsweer. Er worden geen rare dingen gedaan. Er wordt geen water dat niet uit de grond afkomstig is, daar ingebracht. Ook is het geen water dat met chemicaliën de grond ingaat en dan weer wordt opgepompt. Het is natuurlijk water, dat bij de winning van aardgas omhoogkomt. Dat wordt geconcentreerd bij Borgsweer weer in de grond gebracht. Er is geen enkel verband tussen deze zeer lokale waterinjectie die daar plaatsvindt en de aardbevingsproblematiek.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou het erg op prijs te stellen als de minister de Kamer kan laten weten -- het hoeft niet nu hier -- op basis van welke analyse hij tot de conclusie komt dat er geen risico's aan verbonden zijn. Ik heb begrepen dat er ook in de provincie kritische vragen over zijn gesteld. Het hoeft niet à la minute -- het kan op een later moment -- maar het moet wel uitsluiten dat daar risico's zijn. Ik zou dan ook graag de onderbouwing zien als de minister denkt dat het geen kwaad kan.

Minister Kamp: Ik weet niet of dat nuttig is. Uit mezelf zeg ik dat niet toe, omdat het mijn verantwoordelijkheid is om ervoor te zorgen dat wat ik hier zeg, klopt. Als ik zeg dat er geen risico's aan zijn verbonden, dan zijn er geen risico's aan verbonden. Ik kan het dan nog wel een keer op papier zetten, maar dat heeft allemaal weinig zin. De Kamer moet ook op mijn woorden af kunnen gaan. Ik heb hier geen misverstand over laten bestaan. Ik zou het daarbij willen laten. Anders kan ik iedere keer dat ik hier wat zeg, weer de onderbouwing en de onderliggende stukken erbij geven. Dat lijkt me niet effectief in het normale verkeer met het parlement.

(...)

Ik dank de minister ook voor de toezegging om te bekijken of hij risico's ziet bij de ondergrondse opslag van vervuild water in Borgsweer. De Partij voor de Dieren denkt dat we daar goed naar moeten kijken. Verder hebben we een flink aantal moties ondersteund. Ik snap heel goed wat mevrouw Mulder van het CDA zegt: we staan hier en we hebben de veiligheid nog niet helemaal afgedicht. Het is een breed gedeeld gevoel in de Kamer dat we hier niet tevreden over zijn.

Het gaat voortdurend over het herwinnen van vertrouwen. Daar moet je niet zo veel over praten, daar moet je vooral dingen voor doen. Ik denk dat het belangrijk is dat de overheid erkent dat er dingen zijn misgegaan. Excuses maken betekent veel en kost niks, zegt de Nationale ombudsman ook. Veel mensen vinden het moeilijk. De Ombudsman heeft daarom een excuuskaart gemaakt; de minister kent hem wel. Met name de overheid vindt het moeilijk om sorry te zeggen.

Bij dezen geef ik de kaart aan de minister. Hij is heel klein en kan zo in zijn borstzakje. Als hij hem nog eens meeneemt, kan hij hem misschien aan de NAM overhandigen met de mededeling: zeg eens, er zijn dingen misgegaan en dat vinden we vervelend. Vijf stappen naar een goed excuus; ik hoop dat het kabinet ernaar kijkt.