Bijdrage Thieme Debat uitspraken minister van Defensie missie Kunduz


15 september 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Vandaag debatteren wij over de Ruttegarantie en de geldigheidsduur daarvan. Het is een op maat gesneden garantie die speciaal werd afgegeven op verzoek van collega Sap van GroenLinks. Die garantie werd door de premier afgegeven omdat wij steeds vaker te maken zullen krijgen met het gedogen van de gedoogconstructie. Als de PVV stelling neemt tegen een militaire missie naar Kunduz, is het kabinet aangewezen op de steun van D66, GroenLinks en ChristenUnie als stand-in voor de afhakende gedoogpartner. Maar: voor wat, hoort wat. De stand-in gedoogpartijen vroegen en kregen keiharde garanties over de uitgangspunten van de missie.

Nederland zou analfabete Afghanen in achttien weken opleiden tot politieagenten die tevens kunnen lezen en schrijven. Je zou je bijna afvragen waarom wij zulk onderwijs ook niet in eigen land invoeren, mogelijk omdat het te mooi is om waar te zijn en daarom een sprookje is. Ondanks alle twijfels over de doelmatigheid van deze missie zouden van de regering in Kabul keiharde garanties gevraagd worden, dat deze politiemensen straks niet als paramilitairen worden ingezet.

Er zou sprake zijn van een civiele missie en nadrukkelijk niet van een militaire missie. Ik heb de garantievoorwaarden die ik onlangs naar aanleiding van mijn Kamervragen zwart op wit op bevestigd kreeg van de premier, nog even erbij gepakt. Die garantievoorwaarden zijn glashelder, ik citeer: "In antwoord op uw vragen deel ik u mee dat ik met de betreffende uitspraak mijn (politieke) intentie heb bevestigd ervoor zorg te dragen en erop toe te zien dat aan de voorwaarden, die door de Nederlandse regering aan de Afghaanse autoriteiten zijn gesteld, wordt voldaan, en uiting heb gegeven aan mijn nauwe betrokkenheid bij de politietrainingsmissie en de wens om in mijn hoedanigheid van minister-president bij de uitvoering van de in dit verband gedane toezeggingen aan de Tweede Kamer betrokken te blijven. Zoals te doen gebruikelijk kunnen de leden van de Staten-Generaal mij op de naleving van deze intenties en toezeggingen aanspreken".

Toen was daar minister Hillen, de man die gepokt en gemazeld is in het communicatievak. Hij was zes jaar parlementair verslaggever voor het NOS Journaal en hij heeft alle fijne kneepjes op het gebied van voorlichting bij British American Tobacco geleerd. Zo'n man maakt geen fouten, althans, niet op het gebied van communicatie, zou je denken. Als minister Hillen zegt dat het gewoon om een militaire missie gaat, is daarover nagedacht en gaat het ook om een militaire missie, in weerwil van wat de stand-in gedoogpartners daar ook van mogen vinden.

De boodschap van minister Hillen is klip-en-klaar: het speelkwartier is over en de Ruttegarantie ook. Er wordt gewoon op leven en dood gevochten in Kunduz en iedereen die anders gelooft, is naïef of dom, of allebei. De minister bijt hard en trefzeker in de uitgestoken hand van GroenLinks, D66 en de ChristenUnie. Het is aan die fracties of zij zich opnieuw laten lijmen. De stekker zou eruit gaan als bij nader inzien toch geen sprake zou blijken te zijn van een civiele missie, met als doel Afghanen op te leiden tot burgerpolitieagenten en met een verbod op oorlogshandelingen.
Dit debat gaat echter niet over de geloofwaardigheid van minister Hillen of over de mogelijkheid dat de minister-president recht kan praten wat zo krom als een hoepel is.

Dit debat gaat over het feit dat de geloofwaardigheid van alle fracties die een Ruttegarantie gevraagd hebben, ondergraven wordt als deze fracties nu niet vaststellen dat die garantie niet alleen verlopen is maar ook nooit iets heeft voorgesteld.

Als het kabinet "willens en wetens beloften aan de Kamer breekt" over de duur en aard van de training, zal de steun van GroenLinks voor de missie wegvallen, zei collega Sap op 3 april in Buitenhof. In januari zei zij al dat als het kabinet geen woord zou houden, de stekker eruit zou gaan. Ik roep collega Sap op om die woorden gestand te doen; hou vast aan je idealen. Er moet een einde komen aan de militaire Kunduzmissie en er moet een einde komen aan het politieke opportunisme, evenzeer als er een einde moet komen aan de bio-industrie.

[…]

Mevrouw Sap (GroenLinks): Laat er geen misverstand over bestaan, het gaat ons erom wat onze mensen daar gaan doen. Daarover hebben wij heel heldere en strikte afspraken gemaakt met dit kabinet. Onze mensen gaan daar politie trainen. Dat is het doel. Zij gaan dat doen in heel moeilijke omstandigheden, waarbij zij te maken zullen krijgen met complexe situaties en met geweld. Dat heb ik net ook omschreven. Dat realiseren wij ons terdege. Mochten onze mensen daar iets anders gaan doen dan wat zij volgens de afspraken moeten doen, dan zal ik natuurlijk de eerste zijn om de missie te heroverwegen, en niet alleen dat, maar het kabinet heeft dat in januari al toegezegd, en daar was de heer Van Bommel ook bij.

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Ik ben het bijna nooit eens met minister Hillen, maar hier heeft hij toch echt heel duidelijk de waarheid gesproken. Er is sprake van een militaire missie, want het is namelijk oorlog en dat weet iedereen. Er kan geen Afghaanse burger naar buiten. Er is geen enkele veiligheid. We hebben te maken met high-profile-aanslagen, maar mevrouw Sap van de GroenLinksfractie noemt dat moeilijke omstandigheden waaronder politieagenten bonnen kunnen uitschrijven. In welke situatie moeten we ons bevinden in Kunduz voordat GroenLinks de stekker eruit trekt? Dat is wel wat GroenLinks zei.

Mevrouw Sap (GroenLinks): De minister heeft zelf aangegeven dat het een misverstand is, maar ik gun het mevrouw Thieme van harte dat zij even heel blij was met die uitspraak. Het antwoord op deze vraag is eigenlijk heel simpel. Voor ons is er maar één toetssteen en dat is het doel dat wij met deze missie voor ogen hebben, namelijk om politie te trainen in een land waar de bevolking daar ontzettend veel behoefte aan heeft.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik krijg geen antwoord op mijn vraag. Ik wil gewoon weten in welke situatie GroenLinks bereid is om de stekker eruit te trekken. Wat is het GroenLinks waard? Hoe lang wil GroenLinks nog de steunpilaar zijn van dit kabinet? De stand-in voor de PVV? Wanneer is het dat niet meer waard? Ik wil een concreet antwoord op de vraag over welke situatie wij het dan hebben.

Mevrouw Sap (GroenLinks): Ik heb al een antwoord gegeven. Laat ik nogmaals benadrukken dat deze missie een initiatief was van mijn fractie, samen met D66. Dit kabinet was bereid om dat initiatief uit te voeren. Het was voor ons even slikken dat het dit kabinet was dat bereid was om dat initiatief uit te voeren. Daar hebben we ook goed over nagedacht, maar we zijn toch achter onze eigen initiatieven blijven staan. Het antwoord op de vraag van mevrouw Thieme is en blijft dat voor ons het doel van de missie, om politie te trainen, voorop staat. Niets wijst er nu nog op dat het niet zou kunnen. Ik wil dat echt benadrukken. Maar als dat door verandering van omstandigheden daar niet blijkt te kunnen, dan is dat het moment dat het kabinet zelf gaat heroverwegen en dat wij, als het kabinet dat niet zelf doet, ook hier zullen staan.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het initiatief van GroenLinks is alweer meer dan een jaar oud. Inmiddels zijn we verder en zien we ook dat de UNAMA al heeft aangegeven dat de situatie daar echt uit de hand aan het lopen is. We hebben te maken met enorme aanslagen, zelfs op high profile. De militairen daar zeggen zelf ook dat het eigenlijk gewoon oorlog is. Ik krijg echter nog steeds van GroenLinks niet de criteria aangereikt. In welke situatie moeten we ons bevinden om echt te kunnen zeggen: we kunnen nu geen bonnen meer gaan uitschrijven, we kunnen de openbare orde nu niet meer handhaven, want het is oorlog? Wanneer is het oorlog voor GroenLinks?

Mevrouw Sap (GroenLinks): GroenLinks realiseert zich terdege dat Afghanistan een oorlogs- en conflictgebied is. Dat heb ik in mijn bijdrage ook heel stevig benadrukt. Maar de fractie van GroenLinks vindt ook dat je ook in dat soort gebieden met een strikt mandaat en met een goed toegeruste missie een zinvolle bijdrage kunt leveren aan het langzaamaan voorzichtig opbouwen van een rechtsstaat. Dat is wat we daar doen. En dat is ook wat het kabinet daar met deze missie uitvoert. Als omstandigheden zouden veranderen -- dat toetst de Kamer elke drie maanden -- dan hebben we natuurlijk een debat. Maar vooralsnog is er helemaal niets wat erop wijst dat het daar onder die omstandigheden niet zou kunnen.