Bijdrage Thieme AO Notitie Priva­cy­beleid


15 september 2011

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Privacy is een recht dat steeds meer en steeds vaker geschonden wordt. De geesten worden daar rijp voor gemaakt. In een wereld waar staatsvijanden en cybercriminelen een bedreiging vormen voor al onze verworvenheden, inclusief de privacy, zullen veel mensen openstaan voor overheidsmaatregelen die de privacy inperken. Dat is ten onrechte. We moeten ons realiseren dat we in een tijd leven waarin Google ons surfgedrag te gelde maakt, TomTom informatie over ons gaan en staan te koop aanbiedt en camera's op straat vastleggen op welke momenten we waar zijn, ondersteund door OV-chipkaarten die dat kunnen bevestigen. In een land waar de huidige vicepremier in een vorige functie meende te kunnen zeggen dat hij liever tien onschuldigen in de gevangenis ziet dan één schuldige op straat, moeten we waakzaam zijn bij het bewaken van grondrechten die al te gemakkelijk met een beroep op bijzondere omstandigheden buiten werking worden gesteld. Juist nu veel burgers in paniek zijn over het financiële noodweer dat is veroorzaakt door politiek opportunisme is het zaak om geen misbruik te maken van die omstandigheden. We moeten de privacy blijven zien als een grote verworvenheid in de westerse beschaving en los daarvan als een onvervreemdbaar grondrecht.

In de Eerste Kamer is de motie-Franken aangenomen met criteria waaraan het kabinet zou moeten voldoen bij het toepassen van privacybeperkende maatregelen. Te weinig komt daarvan terug in de Notitie privacybeleid van het kabinet en wij betreuren dat. Het is niet alleen de ruime meerderheid waarmee de motie-Franken werd aangenomen, maar ook de denktrant van waaruit geschreven werd, die vraagt om navolging. Kan het kabinet toezeggen dat de motie-Franken met nadruk en integraal zal worden uitgevoerd wanneer sprake is van privacybeperkende maatregelen? Om te beginnen zou er een meldplicht dienen te worden ingevoerd ingeval van datalekken. Wanneer lekken worden vastgesteld, dienen betrokkenen daarvan onverwijld op de hoogte gebracht te worden. Vanuit een centraal meldpunt met een serieus mandaat kunnen de noodzakelijke maatregelen getroffen worden ingeval van datalekken. Het fiasco met DigiNotar is een goed voorbeeld, waarmee we leergeld betaald zouden moeten hebben. Als er maar enige dreiging is dat persoonsgegevens in verkeerde handen kunnen vallen, dienen betrokkenen en de overheid via genoemd meldpunt op de hoogte te worden gebracht. Is de regering bereid om een dergelijk meldpunt op korte termijn in te stellen?

Verder dient er een serieus sanctiebeleid te worden gevoerd, dat overtredingen van de privacywetgeving zwaar bestraft, zozeer dat potentiële overtreders niet snel doorgaan met hun plannen op basis van gecalculeerd risico. Het recht op inzage en verwijdering van privacygevoelige gegevens behoort daar onderdeel van uit te maken. Het meldingsregister van het CBP moet gehandhaafd worden en vormt een onmisbaar instrument in de opsporing van misstanden. Het is te prijzen dat het kabinet de wetgeving rond de privacy wil aanpassen aan de laatste stand van de techniek en de laatste opvattingen op het gebied van privacy. Maar gewaakt dient te worden tegen inperking van vrijheden van grondrechten, die in afgelopen decennia zwaar bevochten zijn. Het CBP en de burgerrechtenbeweging Bits of Freedom moeten met nadruk betrokken worden bij de totstandkoming van nieuwe wetgeving, omdat zij bij uitstek expertise op dit terrein hebben opgebouwd. Ook is het werk van het college dermate belangrijk dat haar gezag niet moet worden uitgehold, zoals Jacob Kohnstamm, voorzitter van het CBP, constant aangeeft. Het gezag van het CBP dient gewaarborgd te worden met serieuze sancties die zelfstandig opgelegd kunnen worden, zoals nu reeds het geval is bij andere toezichthouders. Graag hoor ik van het kabinet of en in hoeverre het bereid is om het CBP en Bits of Freedom met meer nadruk te betrekken bij nieuwe wetgeving op het terrein van privacybeleid. In hoeverre is dat al gebeurd? Is het kabinet met onze fractie van mening dat privacy nooit mag worden ingeruild om gevoelens van onveiligheid te compenseren c.q. te vervangen door een andere onveiligheid?

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil kunnen bepalen in hoeverre de minister privacybescherming serieus neemt. Ik heb in mijn eerste termijn gezegd dat we onze grondrechten, zoals die van de privacy, moeten bewaken. Omdat ik een tendens bij de overheden zie van "liever tien onschuldigen in de gevangenis dan één schuldige op straat" vraag ik de minister of hij het eens is met die uitspraak. Ik wil kunnen beoordelen of privacybescherming bij hem in goede handen is.

Minister Donner: Ik verwijs mevrouw Thieme naar het antwoord van de toenmalige minister van Justitie in reactie op deze opmerking van de heer Verhagen. De toen verantwoordelijke minister van Justitie was ik. Mijn antwoord was dat dat niet de uitgangspunten zijn waarop ons systeem van bescherming berust. Maar deze opmerking werd gemaakt in verband met de discussie over terrorisme. Bij privacy en andere grondrechten zoeken we weer andere balansen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dus de minister vindt de privacybescherming bij de terrorismebestrijding minder belangrijk dan bij andere zaken?

Minister Donner: Nee, ik geef alleen aan dat in onze rechtsorde met betrekking tot verschillende grondrechten verschillende balansen zijn. Er is geen afweging die absoluut is, zelfs de bescherming van het leven niet. Het is al vele jaren zo dat die belangen van verschillend gewicht zijn en verschillend gewogen worden in het maatschappelijk verkeer. Met betrekking tot het onschuldigen in de gevangenis zetten, is ons strafrecht zeer rigide op het punt van het voorkomen daarvan.