Bijdrage Ouwehand AO Mest­beleid


14 september 2011

[…]

De heer Koopmans (CDA): Ik ben ontevreden over de prestaties van het kabinet op dit punt, en dat heeft alles te maken met de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), die wij bij de Crisis- en herstelwet hebben geïntroduceerd. Samen met de heer Samsom heb ik toen met het kabinet afgesproken dat wij de PAS binnen enkele maanden zouden krijgen. Inmiddels zijn we een jaar verder en ligt er een brief dat de PAS er een keer aankomt. Daar ben ik niet tevreden mee. De PAS is noodzakelijk voor bedrijfsontwikkelingen rondom Natura 2000-gebieden en om het
natuurbehoud in die gebieden op een goede manier te regelen. Er zijn dus twee redenen om er met grotere spoed dan tot nu toe is betracht, voor te zorgen dat de PAS er komt.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Vorige week heb ik de staatssecretaris aangeraden om een abonnement te nemen op Nature. Kennelijk vindt hij natuur ingewikkeld en van dat blad leer je veel. Maar dat terzijde. Ik heb een vraag aan de heer Koopmans. Hij heeft een abonnement op vernietigende uitspraken van de Raad van State. We kunnen ervan uitgaan dat natuur en milieu de CDA-fractie inderdaad niets kunnen schelen, dat is handig voor de redenering, maar dat zal toch zeker niet gelden voor de behartiging van de boerenbelangen.

Als we de puinhopen van het CDA van de afgelopen jaren bekijken, zien we dat de boeren van de regen in de drup zijn gekomen. Hun zekerheid en rechtspositie zijn door al die ideetjes van de heer Koopmans alleen maar achterop geraakt; ze weten niet meer waar ze aan toe zijn. Wordt er binnen de CDA-fractie niet geprotesteerd tegen het optreden van de heer Koopmans? Wordt er niet gezegd "we hebben het een jaar of tien met u geprobeerd, maar telkens worden we door de rechter teruggefloten, dus misschien is het goed om een andere koers te kiezen"?

De heer Koopmans (CDA): Ik zal mevrouw Ouwehand geen volledig inzicht geven in wat er in onze fractie gebeurt, maar gemiddeld genomen word ik toegejuicht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat zou een en ander wel verklaren, gelet op de peilingen.

De heer Koopmans (CDA): Natuurlijk zijn er weleens kanttekeningen, maar gemiddeld genomen word ik toegejuicht. Mensen zijn tevreden dat er volop wordt gebouwd en dat er wordt gewerkt aan bedrijfsontwikkeling. Dat zijn geen puinhopen; dat zijn bouwplaatsen waar betere bedrijven komen. Mensen investeren daarin. Mensen zijn ook heel tevreden met de AMvB waarmee melkveehouders 200 koeien kunnen houden zonder dat daarvoor een vergunning nodig is. Zo kan ik nog wel twintig successen opsommen die ertoe leiden dat in dit land volop kan worden gewerkt aan bedrijfsontwikkeling. Boeren zijn daar tevreden over. Wel is het jammer dat onze redenering bij de Crisis- en herstelwet dat er geen vergunning nodig is als het bestaand gebruik ordentelijk geregeld is, geen standhoudt bij de rechter.

Het lijkt mij van belang om te bekijken of hier een nieuwe systematiek mogelijk is; dat is tegelijk een vraag aan het kabinet. Ik geef het kabinet in overweging dat er automatisch vergunning verleend kan worden indien activiteiten passen binnen het vastgestelde beheerplan dat is ontwikkeld aan de hand van de motie-Koopmans. De systematiek is dan dus niet vergunningvrij, maar er wordt automatisch vergunning verleend. Voor de boer is die systematiek vergelijkbaar, maar juridisch zal deze houdbaarder zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is niet alleen jammer dat het geen standhoudt bij de rechter; het is gewoon dom. We waren van tevoren gewaarschuwd! Dit is bovendien niet de eerste keer. Van tevoren was al duidelijk dat het toetsingskader ammoniak zou stranden, maar toch stemde een ruime Kamermeerderheid er onder aanvoering van de heer Koopmans mee in. Dat punt wil ik hier maken. Je kunt niet steeds plannen waarvan je weet dat ze slecht zijn, doordrukken en dan na afloop zeggen dat het zo vervelend is voor de boeren. Ik verwacht meer ruggengraat en meer verantwoordelijkheid van politici die op deze manier te werk gaan. Ik raad het kabinet aan om niet meer naar de plannetjes van de heer Koopmans te luisteren. Die houden namelijk op zodra een zaak voor de rechter komt.

De voorzitter: Ik stel voor dat u uw eigen verhaal straks houdt en nu een vraag aan de heer Koopmans formuleert. Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik geleid mijn advies door aan het kabinet. Het is nu wel klaar.

De voorzitter: U krijgt daar dadelijk alle tijd voor. De heer Koopmans krijgt de gelegenheid om te antwoorden.

De heer Koopmans (CDA): Mevrouw Ouwehand duidt op de Crisis- en herstelwet op grond waarvan voor miljarden wordt geïnvesteerd. Mevrouw Ouwehand vond de wet vanaf de aanhef tot en met gelasten en bevelen helemaal prut, maar op tal van momenten zijn op grond van die wet afgegeven vergunningen en genomen besluiten bij de Raad van State in stand gebleven. Het is een prima wet. Ik heb het arrest over het bestaand gebruik gelezen en vind dat je daar ook nog kritiek op kunt hebben, maar het is een feit. Daarom wil ik, liefst samen met het kabinet, bekijken hoe we dit kunnen oplossen. Mevrouw Ouwehand kan wel zitten glunderen, als zij ziet dat bedrijven in de omgeving van Natura 2000-gebieden zich niet ontwikkelen, maar daarmee houdt zij zelf een slechte situatie voor boeren, dieren en het milieu in stand. Dat mag zij doen, met haar charmante glimlach, maar het is geen goed idee.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Waar te beginnen? De beloofde mestvisie is er niet. Dat betekent dat het niet makkelijk is om een oplossing te vinden voor dit probleem. Maar laat ik beginnen met een mailtje dat ik van een vleesvarkenshouder kreeg over het voornemen van staatssecretaris Bleker om de varkensrechten in 2015 af te schaffen. Hij dacht dat dit een erg onverstandige beslissing was. Hij had dat ook al naar het CDA gemaild, maar hij kreeg sterk de indruk dat de staatssecretaris aan zijn plannen wilde vasthouden. Daarom was hij benieuwd wat de Partij voor de Dieren ervan vond. We hebben een aardige mailwisseling gehad en hij was verbaasd dat de PvdD wel eerlijk durfde te zeggen dat de problemen alleen maar de pan uit rijzen als je niet vasthoudt aan productiebegrenzing. Ik roep het kabinet dan ook op om eerlijk te zijn over de mogelijkheden in de landbouw. Boeren hebben er niets aan als wordt gezocht naar oplossingen op de vierkante millimeter, helemaal aan het eind van het systeem.

Deze zullen uiteindelijk ook voor verplichtingen in de sector zorgen, zoals ik de heer Koopmans blijmoedig heb horen zeggen. Ik ben afgelopen maandag op een masterclass over mest geweest, want ik ben graag tot op de komma op de hoogte van een dossier. Ik heb daar met mensen van LTO Nederland gesproken en geïnformeerd of we erop mogen rekenen dat iedereen achter hun verzoek om verplichte mestverwerking staat, zodat we niet weer de klaagzangen van de heer Koopmans achter de interruptiemicrofoon mogen aanhoren dat het zo zielig is dat we de boeren tot
allerlei zaken verplichten. Zo werkt het namelijk wel. Ik denk niet dat de boeren er gelukkig mee zijn als LTO Nederland of de heer Koopmans onder gejuich van de VVD en naar ik aanneem ook van de PVV-fractie, waarvan nu geen vertegenwoordiger aanwezig is, maar de heer Koopmans spreekt regelmatig mede namens de PVV, weer klaagt. In de geschiedenis is de boeren regelmatig een worst voorgehouden, maar iedere keer blijkt dat het niet kan. Ik ben zelf vegetariër, dus ik vind het prima als er geen worsten worden opgegeten, maar de coalitiepartijen, met het CDA voorop en de VVD en de PVV in het kielzog, spiegelen de boeren een toekomst voor die er niet is. Overigens heeft ook de PvdA in dit dossier geen schone handen, maar dat zal ik nog weleens met de heer Samsom bespreken. Ik heb staatssecretaris Bleker bij zijn aantreden horen zeggen: je kunt prima met boeren samenwerken, als ze maar weten wat ze aan je hebben. Ik doe een prangende oproep aan hem om dat waar te maken, om afscheid te nemen van de druk vanuit de CDAfractie en zijn eigen koers te varen.

De mest komt namelijk niet zomaar uit de lucht vallen. De mest komt hier doordat we in Latijns-Amerika oerwoud hebben omgekapt, mensen van hun land hebben gedreven en met genetische manipulatie een complete biodiversiteitscrisis hebben veroorzaakt. Er groeit daar niets anders meer dan soja. Die soja komt hierheen. We hebben hier grote problemen met dierenwelzijn, de volksgezondheid, milieu en natuur. Een van de onderdelen van dat systeem is mest. Dit los je niet op door een mestvergistingsinstallatie verplicht te stellen; zo werkt het niet. Een integrale visie zou pas getuigen van politiek lef. Ik vraag de staatssecretaris om op te staan en zich te gedragen zoals een bewindspersoon betaamt. Ik kan herhalen wat de belangrijkste oplossing is: minder dieren, minder mest, minder problemen. De PvdD staat daarin niet alleen. Het rapport van het doorgaans conservatieve planbureau, dat meedenkt in de lijnen, is er duidelijk over en we wisten het al. Vorig jaar lag er ook een rapport van Capgemini. De heer Veerman heeft tegen het einde van zijn termijn ook gezegd dat dit systeem onhoudbaar is. Hoeveel mag het kosten om door te gaan op deze onhaalbare weg? Hoeveel gaan we ervoor opofferen? Er zijn op het ministerie fulltime tien mensen bezig met het mestdossier; die kunnen we toch beter aanwenden?

Het mestoverschot groeit en zelfs al zou je er met een economische blik naar kijken, het LEI heeft ook gezegd dat mestbewerking niet per se economisch rendabel is. De weinige, kwetsbare natuur in Nederland bezwijkt onder de vermesting en de kosten lopen in de miljarden, zoals andere woordvoerders ook hebben gezegd. Laten we daar eerlijk over zijn! Ik hoor veel briesen en verontwaardigde geluiden van de VVD en het CDA, maar ik daag deze partijen uit om het tegendeel te bewijzen. De heer Koopmans hoeft niet opnieuw aan te komen met de stelling dat hij minder verzuring en vervuiling ziet. Ik vraag hem het volgende. Stel dat u een buurman hebt die de onhebbelijke gewoonte heeft om zijn vuilnis in uw tuin te storten, mijnheer Koopmans. Dan
bent u daar boos over, want uw tuin wordt vies en u kunt niet meer lekker tussen uw planten zitten. U zegt tegen uw buurman dat hij er wat aan moet doen en de buurman zegt: voortaan gooi ik mijn blikjes niet meer in uw tuin, maar de rest wel. Zou u dan tevreden zijn? Ik denk het niet. Je moet niet kijken naar de inspanning, maar naar wat er nodig is. Alleen dat is eerlijk en alleen dat geeft de garantie voor een toekomstbestendig beleid. Dat hebben we nodig, niet alleen voor natuur, milieu, dierenwelzijn en volksgezondheid, maar ook in het belang van de boeren. Niemand is gebaat bij een pastelkleurige toekomstvisie die op drijfzand gebaseerd is.

De heer Koopmans (CDA): Betekent uw visie niet dat u tegen uw buurman zegt: opkrassen, want ik wil u hier niet meer?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat iemand het beroep kan uitoefenen dat hij het liefst wil uitoefenen, is voor de PvdD niet het allerheiligst. Op zich zouden we het aantal boeren gelijk kunnen houden, als we maar afscheid nemen van de wens om altijd maar meer te produceren, waarbij we schaalvergroting en cowboys het voordeel geven. Als het echter niet kan met deze hoeveelheid dieren, zijn we ervoor om te zeggen: beste mensen, het lukt niet op deze plek met zoveel dieren. De heer Koopmans weet heel goed dat de PvdD er altijd op heeft gewezen dat we dat hadden moeten zeggen. We hadden een saneringsplan moeten opstellen om boeren te ondersteunen bij toekomstbestendige productie. De heer Koopmans lijkt te blijven hangen op het sentiment dat een boer moet kunnen boeren, terwijl het eigenlijk om industriële productie gaat, en dat weet hij heel goed. Ik vind dat een heel magere maatschappijvisie van een partij die in ons land al zo lang aan de macht is.

De heer Koopmans (CDA): Als we de veehouderij zouden halveren, zoals indertijd is voorgesteld in het burgerinitiatief Stop fout vlees, dan wordt de milieu-uitstoot groter en neemt de soja-import toe. Dat waren twee conclusies van het door mevrouw Ouwehand zo geroemde PBL. Kan zij zich dat nog herinneren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik roem het PBL niet; ik heb zojuist al gezegd dat het PBL sterk de neiging heeft om mee te denken met de vigerende beleidskaders. Een van de bezwaren tegen het bewuste rapport was toen al dat er aannames waren gedaan waarvan je niet hoeft te accepteren dat het gegevens zijn. Ook in dat rapport zitten politieke keuzes. Ik ben het dus helemaal niet eens met de heer Koopmans. Minder dieren, minder mest, minder problemen, dat is de oplossing. Het is ook in het belang van de boeren noodzakelijk om daar eerlijk over te zijn.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Heeft mevrouw Ouwehand niet het verkeerde voorbeeld gekozen? Het gaat niet om een vervuiler die eerst hele vuilniszakken over de schutting gooide en nu alleen de blikjes eruit haalt. Is mevrouw Ouwehand in staat om een realistischer beeld neer te zetten?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit voorbeeld is een reactie op de enige verdediging die de heer Koopmans heeft. Hij zegt altijd dat de agrarische sector er zo hard aan heeft gewerkt. Dat kan zo zijn, hoewel het CDA in al die jaren dat de partij aan de macht was, de agrarische sector nog veel beter had moeten ondersteunen om hard te werken. Dat is echter niet het vertrekpunt. Het vertrekpunt is wat de aarde aankan, daar is de ChristenUnie het hopelijk mee eens. Dat zijn de harde grenzen waar we tegenaan lopen, niet de gerealiseerde inspanningen. Die inspanningen hadden harder moeten worden aangestuurd. Daarom geef ik dit voorbeeld. De geleverde inspanningen lijken de enige verdediging van de heer Koopmans te zijn waarom we tevreden zouden moeten zijn met de huidige stand van zaken. Ik wijs hem erop dat hij hier heel anders over zou denken als hij dit vertaalde naar zijn eigen achtertuin.

[…]

Staatssecretaris Bleker: […] Mijn opvatting is de volgende: integraal is mooi, maar te integraal leidt tot niets. Je kunt de hele wereld er wel bijhalen, zoals mevrouw Wiegman een beetje suggereerde. Het gaat om mestbeleid en duurzame dierhouderij, die maatschappelijk acceptabel en ecologisch en milieuhygiënisch verantwoord is. Daarbij laat ik andere grote ontwikkelingen rond de stromen van goederen en grondstoffen over de wereld even buiten beschouwing. Ik vind deze net even te belangrijk om ze in een mestnotitie finaal te bespreken, maar voor de rest is het een brede aanpak, zoals door mevrouw Jacobi gewenst.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Laat ik maar weer de pessimist zijn; ik heb helemaal geen hoop, want ik hoor de staatssecretaris duidelijk een onderscheid maken tussen het mestprobleem, als eind van een veel grotere systematiek, en ontwikkelingen in de rest van de wereld, alsof we daar niets mee vandoen hebben. Het lijkt welhaast een religie dat mest uit de lucht komt vallen en dat het zo vervelend is dat we er iets mee moeten doen. Juist als hij integraal kijkt, hoeft hij niet met een mestvisie te komen. Dat is de kern. Mijn vraag is of de staatssecretaris met de Partij voor de Dieren de stelling van landbouwkundigen onderschrijft dat landbouwafval niet bestaat. Als je energie benoemt als onderdeel van de kringloopgedachte, doorbreek je de gedachte dat je binnen de landbouw alles wat je produceert en gebruikt in een kringloopsysteem kunt gebruiken.

Staatssecretaris Bleker: Nee, in die absolute zin onderschrijf ik de stelling niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar was ik al bang voor.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […] Er zijn verschillende vragen gesteld over het PBL-advies dat op ons verzoek is opgesteld en recent is verschenen. Het is te kort door de bocht om te zeggen dat er volgens het PBL niets mogelijk is. Het planbureau schetst een aantal risico's en die zien wij ook. Ik heb begrepen dat de Kamer die ook ziet, maar dat wil niet zeggen dat er geen kansen liggen. Collega Bleker heeft al een aantal opties genoemd. Als het gaat om kansen, heb je het niet alleen over uitbreiding van de veestapel. Ik noem als willekeurig voorbeeld dat de melkproductie van een gemiddelde koe in tien jaar is toegenomen met 25 tot 30%. Dat heeft dus niets te maken met de omvang van de veestapel, maar wel met wat wij willen bereiken via het voerspoor of via fokkerijprogramma's. Dat wordt door de sector zelf opgepakt.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De reactie van de staatssecretaris van Milieu op het PBLrapport is dat de productie per koe zo fijn is gestegen. Moet ik dit opvatten als een signaal dat het kabinet vooral aanstuurt op een nog grotere productie per dier, zodat het dier nog verder wordt gedegradeerd tot een machine? Ik maak mij daarover ernstige zorgen. Staatssecretaris Atsma: Dat is een opvatting en geen vraag. De verhoogde productie per dier heeft alles te maken met dierenwelzijn, de wijze waarop dieren worden gehouden, de invulling van het voerspoor en de fokkerijlijn, maar dat is meer het terrein van collega Bleker. Ik heb in reactie op die vraag van u en van de heer Van Gerven gezegd dat het niet alleen een kwestie is van meer koeien. Het is overigens goed om te beseffen dat we nog ver onder het aantal koeien zitten dat wij in Nederland rond de Tweede Wereldoorlog hadden. In die zin moet het wel even gerelativeerd worden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wat de staatssecretaris zegt, is ons allang bekend. Ik vroeg hem waarom hij de behoefte voelt om dit aan de Kamer mee te delen. Moet ik dit opvatten als de visie van dit kabinet op de veehouderij? Ik voel er helemaal niets voor om via voersporen de productie op peil te houden en het aantal dieren op die manier te
verminderen. Dierenwelzijn is ook een harde voorwaarde die wij hebben na te leven in deze maatschappij.

Staatssecretaris Atsma: Er werd gevraagd om een reactie op het PBL-rapport, waarin de risico's worden geschetst van een ongebreidelde uitbreiding van de veestapel. Alle fracties zijn het daarover eens. Ik heb niemand gehoord die daarvoor pleit. Vervolgens zeg ik dat er ook een nuancering in zit. Met precisielandbouw kun je nog veel bereiken, zoals collega Bleker ook zei. Het overleg met de landbouworganisaties gaat ook die kant op. Kortom, er zijn veel mogelijkheden en veel wegen die naar Rome leiden. Het is voor mij geen verrassing dat die wegen mevrouw Ouwehand niet altijd bevallen, maar ik vind wel dat je de ogen daarvoor niet mag sluiten. Dat kun je ook de sectoren niet aandoen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We zijn terug in de tijd van de Romeinen: verdeel en heers. Dat wordt al jaren succesvol toegepast. Verdeel een duidelijk probleem in heel kleine porties en ga over iedere portie zitten millimeteren, dan kun je jaren door en het mooiste, en treurigste, is dat je ook nog kunt zeuren als blijkt dat het niet werkt. Ik ben buitengewoon teleurgesteld dat staatssecretaris Bleker niet de man blijkt te zijn die we sinds zijn aantreden op televisie hebben gezien, met een rechte rug en stoere woorden dat boeren op hem kunnen rekenen en weten wat ze eraan hebben. Ik hoor en zie vandaag een staatssecretaris die wegkijkt van de echte oorzaken en verdeel-en-heers toepast voor eigen politiek gewin. Ik ben daar heel erg ontevreden over.