Bijdrage Thieme debat over de uitkomsten van de Europese Raad


2 september 2014

Voorzitter,

De Europese Unie verkeert in een periode waarin er belangrijke uitdagingen liggen. Zowel op het gebied van de economie alsook op het terrein van buitenlandse politiek en veiligheid. Het kabinet heeft er vertrouwen in dat de heer Tusk en mevrouw Mogherini op adequate wijze een bijdrage zullen leveren om aan deze uitdagingen het hoofd te bieden. Aldus het verslag van de Europese raad dat blijft steken in wollige vaststellingen zonder een begin van een heldere positiebepaling.

In een wereld die in brand staat is het noodzakelijk keuzes te maken op het gebied van lotsverbondenheid.

Wie zijn onze bondgenoten, voorzitter? En wie sturen we naar Brussel om onze belangen te behartigen? Bert Wagendorp had vanochtend in de Volkskrant een heldere typering van de benoemingsprocedure (ik citeer) “Aan de personele eisen van Oost-Europeanen, Zuid-Europeanen, Duitsland, Spanje, Polen, liberalen, christen-democraten, anti-Russen, oud-communisten en diverse andere machtsblokken en lobbygroepen is voldaan en Juncker heeft alleen nog een sociaal-democraat uit het Noorden nodig om de volmaakte balans en afspiegeling van het al te bereiken. Voilà F. Timmermans, Limburger, Europeaan, koempel in het diepst van zijn ziel, Roda JC-aanhanger en talenwonder. Je moet er niet aan denken dat het bestuur van je voetbalclub op dezelfde manier wordt samengesteld als de Europese Commissie, want dan is de mars naar de afgrond ingezet. Een bedrijf dat de Brusselse methode zou hanteren, is ten dode opgeschreven”. Aldus Wagendorp.

Samen met andere EU-lidstaten bepalen we vervolgens onze positie in een wereld die in brand staat. Volgens het kennelijke principe: de vijand van onze vijand is onze vriend.

Zowel Qatar als Saoedi Arabië zijn bondgenoten van de VS en de EU, maar we weten inmiddels ook dat Qatar en Saoedi Arabië kapitaalkrachtige bondgenoten huisvesten van de Islamitische Staat (I.S). Vraag is hoe we met zulke gecompliceerde verhoudingen om wensen te gaan?

Wat heeft het ingrijpen in Irak en Afghanistan, verkocht onder het mom van stabiliteit, bijgedragen aan de vrede in de wereld?

De wapens die naar Irak, Afghanistan en Libië zijn gegaan zijn inmiddels in handen van strijdende partijen die onmogelijk als bondgenoten geduid kunnen worden. De Koerdische PKK staat nog steeds op de lijst van terroristische organisaties, maar wij lopen ons tegelijk warm de Koerden te gaan bewapenen. Hoe is dat te rijmen?

Ten aanzien van Oekraïne blijft de Europese raad eveneens ver achter de feiten aan lopen. NRC kopt vandaag dat Oekraïne en Rusland in oorlog zijn en de NAVO bereidt een snelle interventie voor. Voorzitter, als de twee landen in oorlog zijn wat gaan we dan doen om objectief beeld te krijgen van wat onze positie zou moeten zijn ten opzichte van beide strijdende partijen? Het kabinet zou een duidelijker beeld moeten geven over hoe onze handel met beide strijdende landen eruit komt te zien en op welke wijze onze handelspolitiek zou kunnen bijdragen aan het beëindigen van het conflict.

Wordt ons buitenlandbeleid niet te zeer gekenmerkt door dat van de koopman, die vooral z’n koopwaar en z’n handelsmissies wil beschermen, en de lotsverbondenheid vooral daarvan laat afhangen?

Voorzitter, vrede en veiligheid zijn niet gebaat bij opportunisme, maar kunnen alleen bewerkstelligd worden wanneer het streven naar vrede en veiligheid het uitgangspunt vormen in onze buitenlandpolitiek en onze handelspolitiek.

Daaraan ontbreekt het in hoge mate.

Het spel gaat vooral om de macht en om de knikkers, waarbij de slachtoffers vooral de legitimatie lijken te vormen voor ingrepen die passen bij onze geopolitieke en financiële belangen. Mijn fractie mist een visie van het kabinet over op welke wijze Nederland een rol denkt te kunnen spelen in het beheersen van brandhaarden die onbeheersbaar lijken te worden bij gebrek aan overeenstemming in de internationale gemeenschap.

Nederland dat gretig investeert in de bouw van megastallen met honderden miljoenen dieren in Wit Rusland en Oekraïne, als exponent van onze kortzichtige handelspolitiek.

Ook daarom ben ik voorts van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie. Dank u wel.