Bijdrage Ouwehand AO Extra Landbouw- en Visse­rijraad


2 september 2014

Bijdrage Ouwehand AO Extra Landbouw- en Visserijraad

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dit debat gaat over de Russische boycot van Nederlandse producten uit de land- en tuinbouw en de maatregelen die het kabinet en Europa nemen om de getroffen ondernemers te steunen. Daar hebben we een aantal vragen over. Het is echter belangrijk om te concluderen dat dit één van de tekenen is waardoor een aantal andere partijen misschien wel een beetje is wakker geschud maar, als ik de analyses om mij heen beluister, met het verkeerde been uit bed is gestapt. De Partij voor de Dieren hoopt dat het besef doordringt dat het niet verstandig is om onze boeren op te jagen om voor de wereldmarkt te produceren. Dat is een vechtmarkt zonder winnaars. Iedereen is verliezer, op een paar grote jongens na, die met de winst strijken. Echte mensen, boeren, dieren en het milieu verliezen in dit spel. Ik vind het schokkend om vandaag en in de stukken in de Volkskrant de verbaasde, nieuwe inzichten te vernemen over hoe onbetrouwbaar Rusland wel niet is en hoe onafhankelijk we zouden moeten worden van het Russische gas. Weten we nog dat we allemaal, behalve de Partij voor de Dieren, hebben ingestemd met de gasrotonde in Bergen, en dat datzelfde Russische gas nodig is om onze paprika's te telen? Het is echt tijd voor een andere koers en ik hoop van harte dat we de komende maanden -- er volgen nog verschillende andere debatten over voedselzekerheid en voedselveiligheid en wat ons betreft over de wereldvoedselvoorziening in duurzaam perspectief -- door kunnen gaan op de gedachte dat de wereldmarkt niet per se iets is waar we onze boeren op zouden willen jagen.

Dat gezegd hebbende, snapt de Partij voor de Dieren dat het een moeilijke tijd is voor telers, transportbedrijven en andere bedrijven die worden getroffen door de boycot. We steunen sommige maatregelen om bedrijven tegemoet te komen, zoals de werktijdverkorting, maar we vinden niet alles terecht. De boycot laat goed zien dat je jezelf kwetsbaar maakt als je je in die mate op de export concentreert als Nederland dat doet. Als een afzetmarkt wegvalt, ontstaat er meteen een groot probleem.

Onze vragen liggen op het terrein van bijvoorbeeld de douanetellingen. Op Foodlog zijn stukken verschenen waaruit blijkt dat het een heel gedoe is om er precies achter te komen wat de handelsbelangen zijn. Kan de staatssecretaris daar duidelijkheid over geven? Wordt er inderdaad gesjoemeld met die cijfers? Klopt het dat de positie van Litouwen opvallend is en dat dit land opeens veel minder exporteert naar Rusland en dat Nederland opeens een verdubbeld belang blijkt te hebben? Kunnen we uitgaan van de cijfers die nu bij ons bekend zijn?

De vraag is ook of de staatssecretaris zicht heeft op wat er met het voedsel gebeurt dat nu niet kan worden afgezet. Hoeveel wordt er vernietigd? Hoeveel gaat er naar de voedselbank? Hoeveel voedsel dat prima dienst zou kunnen doen als voedsel voor mensen, wordt er afgeschoven naar de veevoerindustrie? Hoeveel voedsel wordt er zelfs verstookt of vergist als zogenaamd groene energie? Zoals de staatssecretaris weet, vinden wij het opstoken van voedsel voor een spaarlampje niet duurzaam.

Het is misschien een pijnlijke vraag, maar kan de staatssecretaris reageren op de geluiden dat het prijseffect van een handelsboycot even groot is als een paar koudere weken, aangezien de prijzen door het tegenvallende weer alweer zijn aangetrokken? Wat betekent dat voor de hulp die gegeven wordt?

Het beheerscomité heeft besloten dat er ook een interventie komt in de zuivelmarkt. Dat wordt de Partij voor de Dieren echt te gortig. Ik hoop dat de staatssecretaris het met ons eens is dat we zuivel, waarvan we willens en wetens te veel produceren, niet met belastinggeld uit de markt hoeven te halen. Wat kost die interventie? Wij steunen haar niet. Welke goede redenen zijn daarvoor te geven? Ik hoop dat de staatssecretaris deze interventie afwijst.

Ik hoop dat de staatssecretaris kan uitsluiten dat dierlijke sectoren onder deze steunmaatregelen vallen. Ik hoop vurig dat wij op latere tijdstippen uitgebreid het debat gaan voeren over de noodzaak om onze voedselvoorziening te regionaliseren in het belang van boeren, mensen, dieren, natuur en milieu en dat wij dit jaar kunnen afsluiten met de wijsheid dat die enorme exportgerichtheid ons meer kwaad dan goed heeft gedaan.

Interrupties bij andere partijen

De heer Geurts (CDA): Mevrouw Dik doelt op ons opiniestuk in de Volkskrant. Daarin stelden we letterlijk: "Ook voedselveiligheid en voedselzekerheid worden deze eeuw door internationale onzekerheid een grote uitdaging. Daarom moeten we strategisch kiezen voor een Nederlandse landbouwsector die voorziet in productie van ons dagelijkse voedsel. We mogen niet afhankelijk worden van instabiele landen."

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het proza van de heer Buma als leider van het CDA vonden we buitengewoon interessant. Ik zie al een beetje voor me dat we de heer Geurts hiermee nog heel lang zullen lastigvallen. Misschien is dat een beetje gemeen. Misschien is de eerlijkste vraag wel deze: is dit van tevoren met de landbouwwoordvoerder van het CDA, zijnde de heer Geurts, afgestemd?

De heer Geurts (CDA): Ik vind dit heel bijzonder. Ik ben blij dat mevrouw Ouwehand nu al aankondigt dat ze me op dit punt zal blijven bevragen. Dat geeft mij op veel plekken de gelegenheid om de visie van het CDA te uiten. Dus graag, zou ik zeggen. Blijf het volhouden. Verder: als de fractievoorzitter van mevrouw Ouwehand een opiniestuk niet goed leest en daarop een reactie stuurt, dan is dat aan haar fractievoorzitter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dacht dat ik de heer Geurts een uitweg bood door hem de mogelijkheid te bieden om te zeggen: nee, dat is inderdaad even langs mij heen gegaan. Als hij die uitweg niet benut, dan doet hij dat niet. Dan vraag ik het aan hem: wat moeten we precies verstaan onder een Nederlandse landbouwsector die voorziet in de productie van ons dagelijkse voedsel en die niet afhankelijk is van instabiele landen? Als we niet afhankelijk mogen zijn van Russisch gas, moeten we dan echt paprika's exporteren die we met hulp van dat Russische gas hier in overvloed hebben gekweekt? Moeten we dan zeggen: we zijn niet meer afhankelijk van exportlanden om te voorkomen dat we in onze eigen melkplas moeten zwemmen? Stoppen we met de import van soja? Wat wordt er precies bedoeld als wordt gesteld dat we niet afhankelijk mogen zijn van instabiele landen?

De voorzitter: Mijnheer Geurts, zo beknopt mogelijk.

De heer Geurts (CDA): Dat valt niet mee, voorzitter, omdat dit wel heel ver gaat. Voedselzekerheid en voedselveiligheid, dat is wel een thema. Ik merk ook in de samenleving dat daarbij steeds meer wordt gedacht: hé, daar moeten we nog eens beter over nadenken. We zagen bij de Europese verkiezingen al dat bepaalde liberale partijen de landbouwpolitiek als "oude politiek" zagen. Trouwens, ook de Partij van de Arbeid zei: landbouwpolitiek is oude politiek. We zien nu echter, door het gebeuren in de zomer en wat daaraan voorafging, dat de landbouw helemaal geen oude politiek is. Het staat heel dicht bij mensen. Dat we daar in debatten over moeten praten, lijkt me heel helder.

(…)

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Ik vroeg me net af of we het nou over de politieke crisis in Oekraïne en Rusland hebben of dat we allerlei onderlinge discussies voeren. Ze zijn wel met elkaar verbonden; het lijkt mij dan ook goed om juist naar aanleiding van een bijdrage van het CDA, die ik ook nog een keer ga lezen -- die blijkt namelijk tot allerlei beeldvorming te leiden -- te discussiëren over de vraag hoe we moeten omgaan met de middellange termijn. Zouden we vanwege de huidige verschrikkelijke crisis, waarvan wij hopen dat ze niet escaleert, geen beleid moeten ontwikkelen dat ervoor zorgt dat onze sectoren Poetinresistent zijn? We hebben het vaak over resistentie in de landbouw, maar als we onze gewassen Poetinresistent kunnen maken, dan hebben we echt wat. We hebben dat jarenlang onderschat. We hebben de export gestimuleerd, maar er geen rekening mee gehouden dat dit soort dingen ook echt kon gebeuren. We hebben er geen regelingen voor klaar staan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een vraag over het pleidooi om onze landbouw Poetinresistent te maken en over de opmerking dat we het misschien een beetje hebben onderschat. Ik kan mij bijna niet voorstellen dat de SGP werkelijk zo naïef is om te denken dat het wel goed zou blijven gaan met onze handelsmissies naar Rusland en met onze enorme inzet om de boeren op te jagen naar Rusland te exporteren. Dit was niet het eerste teken dat Rusland zich een beetje instabiel gedraagt als afnemer, toch?

De heer Dijkgraaf (SGP): Het zou leuk zijn geweest als mevrouw Ouwehand de staatssecretaris een jaar geleden had gevraagd om een pakket maatregelen klaar te zetten voor het geval dat het mis zou gaan met Poetin. Waar was haar voorstel toen? Geweldig, die wijsheid achteraf.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): O, ik begrijp dat de SGP vindt dat wij onze boeren vooral moeten blijven opjagen om te exporteren naar instabiele landen, maar dat de belastingbetaler daarvoor een pakket aan maatregelen moet klaarzetten. Sorry, ik had even begrepen dat de SGP het misschien verstandiger vond om wat terughoudender te zijn met het ons afhankelijk maken van de afnamebereidheid van instabiele regimes zoals dat van Poetin. Dat heb ik dus volkomen verkeerd begrepen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Dat heeft mevrouw Ouwehand goed gehoord; daarover zij wij het ook met elkaar eens. Ik reageerde op de opmerking dat de SGP zo onnozel zou zijn. Het is helemaal niet relevant welke partij wat gezegd heeft. Het gaat erom dat wij nu in deze situatie zitten en daar toekomstgericht mee moeten omgaan. Ik roep het kabinet op om aan te geven welke mogelijkheden er zijn, zodat wij inderdaad minder afhankelijk worden van instabiele landen. Ik nodig mevrouw Ouwehand uit om mijn oratie uit 2009 te lezen, waarin dat ook precies wordt uitgewerkt.

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken

(…)

Staatssecretaris Dijksma: We hebben nu inderdaad de voedselbankroute. We moeten echter wel iets doen om die route -- ik denk dat mevrouw Dik-Faber dat zal ondersteunen en ik hoop veel van de woordvoerders -- het aantrekkelijkst te maken. Mevrouw Ouwehand zegt terecht dat het toch jammer zou zijn -- ze zegt dat nog wat harder dan ik -- als goed voedsel door de shredder zou gaan. Je moet dan bereid zijn om daar in je routering guidance in te geven, om daarin één route het aantrekkelijkst te maken. Ik ben heel blij dat het gelukt is om de Europese Commissie daarin te laten ondersteunen. Ik zal zo uitgebreid ingaan op alle meer praktische vragen die zijn gesteld, zoals de vraag van mevrouw Dikkers of het allemaal volgens de regels gaat. Dat is immers van belang. Daar zit natuurlijk wel een keuze. Ik hoop dat de boeren en de telers die keuze maken. Met alles wat we doen, moet het nu toch zo zijn dat die route wordt gekozen zodat goed voedsel dat helaas door die boycot overblijft goed terechtkomt. Daar ga ik voor. Vandaar dat die voorkeursroute er zo in zit. Ik hoop dat die in stand blijft.

(…)

Ik kom nu bij het nationale deel van de maatregelen. (…)Mevrouw Lodders vroeg terecht -- eigenlijk zei mevrouw Ouwehand vanuit een andere hoek hetzelfde -- of de maatregelen structureel zijn. Dat is volgens mij de kernvraag. Zoals net gezegd, zijn de maatregelen waar we nu voor een deel over spreken, behoudens het zoeken naar nieuwe afzetmarkten, allemaal maatregelen voor de korte termijn. Die kun je ook niet langdurig toepassen. We hebben ons natuurlijk, zo zeg ik tegen de heer Geurts, al voorbereid op de vraag wat er gebeurt als bijvoorbeeld een markt in Rusland wegvalt. Daar waren we immers ook niet voor het eerst mee geconfronteerd, zoals hij zelf al memoreerde. De mensen in de varkenshouderijen weten daar alles van. Dat heeft overigens een andere aanleiding. Dat is hier wel van belang.

Het zoeken naar nieuwe afzetmarkten voor Nederland -- als je een land wilt blijven dat exporteert -- was niet alleen gisteren en vandaag van belang, maar ook morgen. Dat is precies hetgeen ik vanaf mijn aantreden heb gedaan. We zijn naar Azië geweest, bijvoorbeeld naar Indonesië om de Nederlandse ui daar weer in de nasi te krijgen. We zijn bezig om in Latijns-Amerika een plek, letterlijk, onder de zon te verwerven. Er is een interessante discussie aangezwengeld door de vraag of Nederland wel of niet zelfvoorzienend is. Daar is veel over gezegd. Ik heb inmiddels begrepen dat we dat allemaal verkeerd begrepen hebben. Dat is oké. Ik wou niet die discussie nog een jaar lang blijven voeren met de heer Geurts. Ik wil heel graag een jaar lang met hem discussiëren, maar niet als ik alles wat er in het opinieartikel stond toch gewoon verkeerd heb begrepen.

Er stond één ding in, een quote, waar ik hier wel een punt van wil maken. Het komt er nu op aan, meer dan ooit, welke keuze je maakt. Waar Nederland in mijn ogen echt sterk in is, is innovatie en kennis. Als er één onderwerp is waarvan ik in de afgelopen anderhalf jaar dat ik deze post nu mag bekleden heb gezien dat we er werkelijk deuren in andere landen, waar ook ter wereld, mee geopend krijgen, is dat juist onze innovatie en kennis. Als de heer Buma dan stelt dat dat thema eigenlijk minder aandacht verdient, wil ik het daar heel graag met de heer Geurts over hebben. Ik denk echt dat zij op dat onderwerp de verkeerde afslag nemen. Als je niet langer wilt inzetten op de gouden driehoek -- ik heb hem niet verzonnen, maar hij is briljant -- maak je echt een fout. Dan trek je gewoon een verkeerde conclusie.

Dat staat voor mij helemaal los van de vraag of je meer zelfvoorzienend wilt zijn. Dat is gewoon een keuze en die heeft betekenis. Dat kun je leuk of niet leuk vinden, maar het LEI heeft gezegd wat betekent. Dat betekent inderdaad minder veeteelt en bijvoorbeeld meer productie van soja op eigen grond. Ook daar moet je dan immers minder afhankelijk in willen zijn. Laten we dat terzijde laten, want dat hebben we niet goed begrepen. Dan blijft dus de vraag over of we voor de bulk gaan of voor de kennis.

(…)

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd wat de interventiemaatregel voor de zuivel kost. Dat is lastig te zeggen. In principe komen deze maatregelen voor rekening van de Europese Unie. De uitvoerings- en controlekosten zijn voor de lidstaten. Ten tijde van de EHEC-crisis was dit bedrag ongeveer 1 miljoen. Dat was bedoeld voor de tuinbouwproducten die erbij betrokken waren. Het hangt ook af van het aantal aanmeldingen. Ik kan het dus niet precies voorspellen.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ook de Partij voor de Dieren begrijpt niet waarom het logisch is om van de ene wegvallende afzetmarkt je heil te zoeken bij een andere afzetmarkt die heel ver weg is, met alle kwetsbaarheden die daar weer in de ketens zitten.

Dan kom ik bij mijn ene prangende vraag. Misschien heb ik het niet goed begrepen. De staatssecretaris heeft wel geantwoord op mijn vraag over de interventie in de zuivelmarkt, maar het is mij niet duidelijk of zij het voorstel steunt. Ik zou daarvan af willen zien, maar ik zie haar knikken, dus ik ben bang dat zij het wel steunt. Dat zou ik erg jammer vinden. Kan zij wel toezeggen dat we eerst met elkaar over andere opties zullen spreken, als die concreet worden, voordat ze hiermee instemt? De staatssecretaris heeft het bijvoorbeeld over varkensvlees en over vis gehad.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik zal de woordvoerders een voor een langsgaan. (…)

Ik kom op de zuivelmarkt. Ik heb al verteld dat Nederland die maatregelen gesteund heeft. Nederland heeft vandaag tijdens het Beheerscomité voorgestemd. Ik zie dat mevrouw Ouwehand het daar niet mee eens is, maar we hebben al voorgestemd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, jammer is dat!

Staatssecretaris Dijksma: Er zit een dilemma in uw invloed op de koers en de snelheid die door sommigen van u bepleit wordt. Dan moet u met elkaar een afweging maken. Ik pleit ervoor dat ik een mandaat van u allen krijg om te kunnen handelen als er een snelle reactie van ons wordt gevraagd. Een sector kan bijvoorbeeld toch nog heel snel in de problemen komen. Als mevrouw Ouwehand op voorhand bepaalde sectoren wil uitsluiten, zeg ik tegen de Kamer: doe dat niet. Dat lijkt mij niet de juiste route. Dat is mijn standpunt en dat is anders dan dat van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Over varkensvlees was de staatssecretaris wel duidelijk, maar ik maak mij echt een beetje zorgen over vis. We hebben niet voor niets de meerjarenafspraken over de mate van bevissing. Als dit onderwerp aan de orde komt, lijkt het me niet dat de staatssecretaris kan instemmen met een voorstel om quota over te hevelen naar volgende jaren.

Staatssecretaris Dijksma: Dat kan ook niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat moeten we namelijk eerst hier bespreken.

Staatssecretaris Dijksma: Ik heb geprobeerd om dit uit te leggen, maar daar was ik dan niet heel effectief in. Het kan namelijk ook niet zomaar. Daar gaat het dus niet over. Voor het overhevelen van quota zijn wij gebonden aan afspraken met derden. Ik leg hier dus neer dat die suggestie is gedaan, maar dat dit geen begaanbare route is. Dat neemt niet weg dat de visserij uiteindelijk misschien problemen kan ondervinden. Dan moeten we wel met elkaar bekijken wat dit voor de sector betekent. Ik denk dan echter aan andere maatregelen dan aan het overhevelen van quota. Daar gaat het volgens mij over. Ik heb geprobeerd om helder te maken welke kant we sowieso niet op gaan en naar welke zaken we eventueel nog kunnen kijken.