Bijdrage Thieme debat Begroting landbouw en natuur


23 januari 2013

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Voorzitter,

Een nieuwe staatssecretaris, een nieuw geluid! En na lange tijd weer een staatssecretaris van PvdA Huize. Welkom!

Voorzitter, de verwachtingen zijn hooggespannen. Niet alleen omdat er eindelijk een bewindspersoon is zonder banden met de traditionele landbouwlobby, maar ook omdat de staatssecretaris zich van jongsaf aan heeft ontpopt als een pionier. In 1993 zei ze over de onderwijsbezuinigingen: “ik denk dat de tijd van vragen en antwoorden voorbij is, dit zijn de tijden van de eisen” en ook over ontwikkelingssamenwerking sprak ze klare taal na haar aantreden in de Kamer (ik citeer): "not aid, fair trade! Hoewel het bitter nodig is dat het ontwikkelingsbudget op peil blijft, is fair trade even bitter nodig. De te verhandelen schone en zuivere produkten uit Derde-Wereldlanden dienen een eerlijke concurrentiepositie te krijgen.” Einde citaat.

Voorzitter, de nieuwe staatssecretaris heeft veel pionierservaring op verschillende terreinen en meer dan eens heeft ze laten zien zich niet neer te leggen bij de belangen van de gevestigde orde. Onze hoop is gevestigd op het feit dat de nieuwe staatssecretaris uit een traditie komt waarin duurzaamheid, oog voor de zwaksten in binnen- en buitenland en strijd tegen onrecht een serieus uitgangspunt vormen.

De Partij voor de Dieren is opgericht vanuit datzelfde besef. Het belang van de zwaksten verdedigen tegen het recht van de sterkste.

Geen vanzelfsprekend uitgangspunt, voorzitter. Al helemaal niet op het moment dat de eerste Partij voor de Dieren ter wereld werd opgericht. De eerste partij die niet de kortetermijn mensenbelangen centraal stelde, maar het belang van de allerzwaksten, ook als die tot een andere soort behoren dan de onze.

Voorzitter, de Partij voor de Dieren maakt veel emoties los in de samenleving én in dit Huis met haar doelstelling om dieren rechten te geven en de planeet centraal te stellen in plaats van de kortetermijnbelangen van de mens.

Toen het beschavingsoffensief van opkomen voor het leven en welzijn van andere soorten dan de mens nog met argusogen werd bekeken in dit Huis, was het de gewoonte dat leden van andere fracties ons verwachtingsvol aankeken en begonnen te sissen wanneer er onderwerpen aan de orde kwamen als de Walrusonderzeeers. Walrussen zijn immers dieren?

Afgelopen weekend nog deelde collega Pechtold met mij via twitter een gesprek over plofkippen dat hij in de supermarkt had opgevangen en ook rapporteert hij met grote nauwgezetheid wanneer hij het kattenluikje in z’n huis hoort rammelen en weet dat de kat is teruggekeerd van de Nationale tuinvogeltelling.

Voorzitter, in de discussie over dierenwelzijn en dierenrechten zie je dat er nogal wat vooroordelen bestaan. Soms wordt met grote stelligheid beweert dat de Partij voor de Dieren iedereen verplicht vegetariër zou willen maken en dat het gedaan is met de persoonlijke vrijheid omdat we alleen nog sla zouden mogen eten. Dat de Partij voor de Dieren dús niet van mensen zou houden, of zelfs dieren boven de mens zou stellen. Dat we dieren vermenselijken en het liefst voor elke duif een truitje zouden willen breien.

Maar voorzitter, vermenselijking van het dier is wel het laatste wat we willen. Dieren moeten naar hun eigen aard kunnen leven. Dus, geen waterbedden voor koeien in de stal - echt waar voorzitter, daar wordt in geïnvesteerd - maar koeien in de wei. Geen voetballen of geplastificeerde fietskettingen als speeltje in varkensstallen, maar modderpoelen die noodzakelijk zijn voor het welzijn en in de strijd tegen parasieten bij varkens. Geen rolschaatsende wilde dieren in circussen, maar inzetten op grotere natuurgebieden voor dieren. We willen minder dierexperimenten - want dieren zijn inderdaad heel anders dan mensen -, en inzetten op alternatieve, meer betrouwbare onderzoeksmodellen zonder dieren. Voorzitter, vermenselijking van dieren is een slechte zaak, in elk geval voor dieren.

En, voorzitter, onze partij, wil in het kielzog van het Planbureau voor de Leefomgeving en Al Gore, serieus debatteren over de noodzaak om te komen tot een vermindering van de vleesconsumptie. Omdat – en ook dat is een kabinetsstandpunt – vlees het meest milieubelastende onderdeel van het voedselpakket. Dat betekent dus niet dat we iedereen verplicht vegetariër zouden willen maken.

Het past geheel in het nieuwe denken dat burgers simpelweg de echte prijs moeten betalen van milieuvervuilende producten. Redelijker en billijker dan het subsidiëren van milieuvervuilend gedrag. Het zou vreemd zijn om wel stevig overheidsbeleid te accepteren bij beïnvloeding van het auto- en energiegebruik, maar dat niet te doen bij het meest vervuilende onderdeel van ons voedselpakket. Ik zie uit naar een open debat met de staatssecretaris en haar collega van I&M over dit onderwerp, nu spaarlampen en zuinige auto’s dikke onvoldoendes scoren in hun bijdrage aan het halen van de ambitieuze beleidsdoelstellingen die nodig zijn.

Voorzitter, ik heb veel respect voor de strijd die de staatssecretaris al sinds haar 23ste voert tegen onrecht bij kwetsbare groepen mensen in de samenleving. Mededogen beperkt zich niet tot de eigen soort, maar heeft ook invloed op de omgang met andere soorten. In mei 2009 merkte de staatssecretaris in de Elsevier op, dat opvalt dat in deze tijd, met name jongeren, zorgen leven over het lot en welzijn van dieren en het milieu. En, voorzitter, vanuit de Partij voor de Dieren herkennen we die ontwikkeling en de observaties van de staatssecretaris, die nu in de gelegenheid is die observaties om te zetten in beleid. Nu er met betrekking tot landbouw, dierenwelzijn, voedsel en natuur geen in ijzer en beton gegoten afspraken in het regeerakkoord staan en er een dieronvriendelijke Kamermeerderheid meer is, staan alle lichten op groen. Mark Rutte schreef in 2008 het 'Pamflet van een optimist', waarin hij aangaf dat zijn grootste ambitie was om een 'Groen Rechtse koers' te varen. Hij noemde de westerse afhankelijkheid van fossiele brandstoffen als één van de grote bedreigingen van deze tijd. Niet alleen vanwege de schaarste, ook vanuit geopolitieke overwegingen en het 'wassende water'. Groen Rechts is een manier van denken, zei de heer Rutte. Eén die uitgaat van kansen en de vaststelling dat economie en milieu niet tegengesteld zijn. De staat moest 'groot denken en visie' uitstralen.

In 2009 zei fractievoorzitter Rutte in de Kamer: "Ik heb altijd grote moeite gehad met de bio-industrie, met dat stapelen van varkens op een mensonwaardige manier. Dierenwelzijn staat voor ons zeer hoog op de verlanglijst. Het is zeer belangrijk. U kunt daar altijd bij ons voor terecht".

De fractievoorzitter van de andere coalitiepartij begon zijn carrière groen als bemanningslid bij Greenpeace. Het besef dat hij wilde kiezen voor groen en duurzaam ontstond op zijn vijftiende toen Tsjernobyl ontplofte, en hij het boek 'Kinderen van moeder aarde' las. Hij wist al op jonge leeftijd dat natuur en milieu het terrein was waarop hij zich ook later zou willen gaan richten. Wanneer hij tijdens zijn studententijd op de publieke tribune zat van de Tweede Kamer had hij regelmatig het idee: en ik citeer: "ik spring naar beneden, ik moet ingrijpen – van pure ergernis: nou doen ze er verdomme weer niets mee!" einde citaat.

Het is duidelijk dat de staatssecretaris kan rekenen op alle steun binnen en buiten het kabinet om te komen tot groene meerderheden. De enige vraag is, wil ze en kan ze deze kans voor open doel benutten? Is ze bereid in het belang van toekomstige generaties, in het belang van ook háár kinderen, te werken aan een beleid waarin mededogen, duurzaamheid en de draagkracht van de aarde het uitgangspunt vormen. De minister president zou niets liever willen en fractievoorzitter Samsom zou ook de indruk wekken zijn idealen verloren te hebben als hij zou gaan dwars liggen als het aankomt op de groene en diervriendelijke ambities die nu gemakkelijk een meerderheid in dit huis zouden moeten kunnen behalen.

Maar voorzitter, natuurlijk zitten er ook wel degelijk adders onder het gras. De varkensboeren, de kippenfokkers, de melkveehouders, de jagers, de vissers , allemaal staan ze klaar om de staatssecretaris in te wijden in de meest romantische kant van hun nering. Donzige kuikentjes, snoezige varkentjes in een showstal vol stro, duurzame visserijmethoden, het omgekeerde bambidenken van de jager die een traantje wegpinkt als hij een dier ‘uit het systeem neemt’ om het voor ernstig lijden te behoeden. Het zal vooral die hemel op aarde zijn die de staatssecretaris voorgespiegeld krijgt.

Ze zal niet zo snel uitgenodigd worden bij het levend versnipperen van duizenden eendagshaantjes, bij het onverdoofd knippen van de staarten en tanden van varkens, bij het vangen van plofkippen die niet meer op hun eigen poten kunnen staan, bij het vergassen van honderdduizenden ganzen met Co2, bij het onverdoofd doorsnijden van de keel van dieren zodat ze stikken in hun eigen bloed. Van alle werkelijkheden die de bio-industrie kan tonen, zal ze in eerste aanleg vooral de meest rooskleurige varianten te zien krijgen.

Voorzitter, juist nu er kansen voor open doel liggen en de tijd mogelijk kort is om dat momentum te benutten, willen we de staatssecretaris heel graag helpen de voetangels en klemmen van het landbouwdossier en het dierenwelzijnsdossier te ontdekken, maar vooral ook om de wegen te vinden naar een aangenamere samenleving voor mens en dier. Ik vind het fijn dat we de tijd en de gelegenheid hebben tijdens dit debat een aantal feiten op een rij te zetten.

Ik begin met een blok over de veehouderij, daarna over voedsel. Dan zal ik stil staan bij het nieuwe dossier van de staatssecretaris, proefdieren, huisdieren, de dieren in het wild en tot slot een aantal praktische voorstellen die goedkoop zijn en die op basis van verkiezingsbeloften en eerder stemgedrag kunnen rekenen op een Kamermeerderheid. Mijn collega Esther Ouwehand zal de onderwerpen natuur, bestrijdingsmiddelen en biodiversiteit behandelen.

Voorzitter, het kabinet heeft laten weten dat het een eigen visie heeft op dierenwelzijn, afwijkend van die van het vorige kabinet. Mijn fractie is blij met het aangekondigde verbod op het gebruik van wilde dieren in circussen en de nieuwe, uitgebreide visie ziet mijn partij die visie vol verwachting tegemoet, liefst in de vorm van een brief aan de Kamer. Alle lichten staan op groen voor een echt nieuwe en eigen visie van dit kabinet dat niet anders hoeft te doen dan die visie te formuleren en te implementeren, er is een meerderheid in dit huis voor een diervriendelijker beleid. Mogen we ervan uitgaan dat de eerdere Nota Dierenwelzijn van het vorige kabinet wordt gelaten voor wat hij is? Graag hoor ik of dit inderdaad het geval is!

Voorzitter, om tot optimale mogelijkheden voor benutting van deze kans voor open doel te komen wil ik de staatssecretaris graag helpen met een voorzet in de vorm van een analyse over de problematiek en oplossingen ten aanzien van dieren in de veehouderij, huisdieren, proefdieren en dieren in het wild.

Voorzitter, in ons land worden in totaal op elk willekeurig moment meer dan 115 miljoen dieren gehouden in de veehouderij voor de productie van voedsel onder vaak erbarmelijke omstandigheden. Dieren zijn zodanig doorgefokt op productiekenmerken dat zij allerlei aangeboren gebreken en gezondheidsproblemen hebben, waarvan ik er een aantal zal noemen.

Jaarlijks worden meer dan 500 miljoen plofkippen geslacht die gefokt zijn op extreme groei waardoor hun lichaam uitgeput raakt, er vocht in buikholte ontstaat, botten te zwak zijn om het gewicht te dragen, de dieren ernstige blaren hebben aan hun voetzolen doordat ze hun hele leven slijten in hun eigen uitwerpselen en dieren uiteindelijk niet meer kunnen lopen en door hun poten zakken. De enige reden voor deze wijze van productie is geld, om economische redenen mishandelen we dieren levenslang en gunnen we ze niet meer dan een marginaal bestaan. Daar moet en kan nu een einde aan komen. Alle lichten staan op groen, mede dankzij de briljante campagne van Wakker Dier die geroemd wordt door communicatieprofessionals en die veel losmaakt bij consumenten en daarmee ook in de retail. Maar zelfregulering in een land dat 70% van haar vlees exporteert, ontslaat de overheid niet van haar verplichting tot zorgvuldige regulering van houderijsystemen.

Dikbilrunderen worden voor de productie van vlees zodanig doorgefokt dat zij niet meer op een natuurlijke wijze kunnen bevallen en een keizersnede, een vergaande ingreep, de enige oplossing vormt. Bovendien is er door de doorfok een verhoogd risico op misvormde kalveren. Net als bij plofkippen kan het lichaam het gewicht in veel gevallen niet aan.

Melkkoeien zijn gefokt op een extreme melkproductie, die gemiddeld op 8000 liter per jaar ligt, met uitschieters naar 12000 liter. Om aan deze productie te voldoen moet een koe elk jaar een kalf krijgen, dat vervolgens zonder moeder opgroeit en wordt vetgemest.
Een melkkoe produceert zoveel melk, dat zij alleen met een uitgebalanceerd dieet en veel krachtvoer een korte tijd gezond kan blijven terwijl ze letterlijk opbrandt. In de praktijk betekent dit dat een koe ziek wordt als zij alleen gras eet. De koe is verworden tot een levende melkmachine, zonder dat er enig respect is voor de natuurlijke behoeften van een koe. De wereld op zijn kop, voorzitter, puur om een liter melk te produceren voor een prijs die lager ligt dan die van een liter mineraalwater.

Voorzitter, hoe heeft het zover kunnen komen? De Commissie Wijffels stelde al in haar rapport uit 2001 over de toekomst van de veehouderij dat "het oprekken van de productieve capaciteit van dieren tot een niveau waar het welzijn en de weerstand tegen ziekten wordt aangetast niet aanvaardbaar is". In 2010 zou de veehouderij er totaal anders uit moeten zien. Allesbehalve dat hebben we zien gebeuren, voorzitter.

Opeenvolgende kabinetten gaven juist alle ruimte voor verdere intensivering, weg van het rentmeesterschap. Voorzitter, nu staan alle lichten op groen. Nu kan het anders, nu moet het anders. Mogen we op de staatssecretaris rekenen? Kan de staatssecretaris de koerswending klip en klaar aangeven? Gaat ze de kans voor open doel benutten? Geld is niet het probleem bij de vergroening van de productiewijze. We kunnen juist ontsnappen aan de marginale productiewijze en overgaan tot kwaliteitsproductie die een goede prijs waard is. Denk de staatssecretaris er ook zo over? Graag een reactie!

Voorzitter, dieren worden nog steeds aangepast aan het huisvestingssysteem waarin ze het meest productief kunnen zijn ten behoeve van economische processen. De dieren ondergaan ingrepen zodat zij elkaar of zichzelf geen schade kunnen toebrengen. Daarnaast krijgen dieren nog pijnlijke ingrepen ten behoeve van identificatie of wensen van de verwerkende industrie. Ik wil de staatssecretaris een top vijf meegeven van de ingrepen die per jaar het meest worden uitgevoerd in de industrie waarvoor zij sinds een maand en vijf dagen verantwoordelijk voor is. Op één staat snavelkappen bij leghennen.

Per jaar wordt bij bijna vijftien miljoen hennen de snavel voor een deel weggekapt, een zeer pijnlijke ingreep met als gevolg dat dieren niet eens meer op de normale manier graan kunnen pikken. Op twee volgen de bijna vijftien miljoen varkens waarbij op zeer jonge leeftijd staartjes worden gecoupeerd zonder verdoving. Op plek drie staan opnieuw varkens. Elk jaar worden bijna vier en een half miljoen mannelijke biggen gecastreerd. Op vier staat onthoornen van runderen. Per jaar worden ruim twee miljoen kalveren op uiterst pijnlijke wijze onthoornd. Tot slot, op plek vijf, staat koudmerken of vriesbranden van dieren als identificatiemiddel.

Voorzitter, in 2001 had er al een verbod op het toepassen van pijnlijke ingrepen voor pluimvee moeten zijn. Dit verbod is telkens maar uitgesteld, waardoor het verbod nu pas in 2021, twintig jaar later dan gepland (!), in zal gaan. Op 5 juli 2012 is er een motie van mijn partij aangenomen met het verzoek het verbod op het toepassen van ingrepen bij pluimvee onherroepelijk per 1 januari 2015 van kracht te laten worden. Ook PvdA steunde deze motie. Gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat deze motie wordt uitgevoerd en zullen pijnlijke ingrepen bij pluimvee inderdaad verboden zijn per 2015? Graag een reactie!

Voorzitter, ook een verbod op koudmerken is al in 1996 aangekondigd en zou per 1 september 2001 ingaan. Ik wil graag van de staatssecretaris weten of zij van plan is het verbod te gaan instellen en dit ook vast te leggen in de Wet Dieren.

Voorzitter, van het totale aantal dieren in de veehouderij, wordt maar 1.73% biologisch gehouden. De dieren ondergaan geen pijnlijke ingrepen en zijn niet extreem doorgefokt op een hoge productie.

Voorgaande kabinetten hebben doelstellingen gesteld voor het totale biologische areaal of voor het marktaandeel aan biologische producten. Er zijn echter geen doelstellingen gesteld voor het aandeel biologische veehouderijen of het aandeel biologisch gehouden dieren.

Is de staatssecretaris bereid om deze doelstellingen te formuleren en ook stimulansen in te voeren om de doelstellingen te behalen? Graag een reactie!

Voorzitter, Nederland is de slager en melkboer van Europa, en is binnen Europa ook de grootste exporteur van miljoenen levende dieren (ong. 8 miljoen varkens, een kwart miljoen schapen en geiten, 100.000 runderen en kalveren). Met name kippen worden massaal levend getransporteerd. De transporten duren vaak extreem lang en dieren staan zonder voedsel en water in overvolle veewagens waar ze niet normaal in kunnen gaan liggen of staan. De weersomstandigheden zorgen er vaak ook nog voor dat de condities voor de dieren ernstig verslechteren.

Voorzitter, we moeten onszelf de vraag stellen waarom wij nog steeds internationale diertransporten hebben. Is een goedkoop slachthuis duizenden kilometers verderop een gerechtvaardigd door het gesleep met toch al afgebrande dieren?

Elk jaar komen tientallen miljoenen plofkippen aan op het slachthuis met gebroken poten en vleugels, doordat de kippen onder hoge tijdsdruk worden gevangen in stallen, in krappe kratten worden geduwd en vervolgens via een kantelmachine op de lopende band worden gegooid. Het is wettelijk verboden om kreupele kippen op transport te zetten, maar het wordt niet door de Voedsel- en Warenautoriteit gecontroleerd en het is de praktijk van alledag. Er is geen dierenarts aanwezig bij het inladen, noch bij het uitladen van de kippen. Het gaat naar schatting om 250 miljoen kippen per jaar. Er zijn in 2011 slechts 70 controles geweest door de NVWA op vele duizenden transporten. Ik wil graag weten of de staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat er meer controles komen en dat ook de aanwezigheid van een dierenarts verplicht wordt.

Voorzitter, met dit nieuwe kabinet hoopt mijn fractie dat er een einde komt aan een tijdperk waar burgers machteloos toekijken hoe er in hun directe omgeving megastal na megastal wordt gebouwd. Er moet een verbod op megastallen komen en voor nu in ieder geval een moratorium.

Dat burgers die bezwaar willen maken niet langer geconfronteerd worden met ambtenaren die niet alleen beslissen over een vergunning maar in hun vrije tijd ook een adviesbureau hebben voor veehouders die willen uitbreiden.

Dat burgers niet langer in het ongewisse worden gehouden wanneer er ergens een uitbraak is van Q-koorts.

Voorzitter, de staatssecretaris heeft de belangrijke taak om burgers weer vertrouwen te laten krijgen in de overheid. Een overheid die staat voor volksgezondheid, voor een leefbaar platteland, die staat voor het algemeen belang en de bescherming van kwetsbare waarden zoals het milieu en dierenwelzijn. Het is tijd voor een nieuw tijdperk waarbij het ongehoord zou zijn als een staatssecretaris op een boerenbijeenkomst in Limburg de boeren daar zou oproepen om de wet te overtreden als dat in het belang van hun bedrijf is waarbij hij zou opmerken dat hij niet hoeft te weten hoe ze dat doen, maar vertrouwt op hun creativiteit. Dat tijdperk voorzitter, kunnen we nu achter ons kunnen laten. Daar vertrouw ik op.

Het zou een enorme verdienste van deze staatssecretaris zijn, als zij een einde maakt aan de massale wetsovertredingen in de veehouderij ten aanzien van dierenwelzijn en illegale uitbreidingen. Onbestrafte overtredingen gaan ten koste van de marktpositie van de boeren die maatschappelijk verantwoord willen ondernemen.

Het is tijd dat deze staatssecretaris laat zien dat gedogen zoo 2012 is, zeker nu de coalitiepartner adverteert met de slogan dat er meer begrip voor slachtoffers moet komen en daders harder aangepakt moeten worden. Alle lichten staan op groen. Pak de daders aan, toon medeleven met de slachtoffers. Wat let u, zo vraag ik de staatssecretaris. Graag een reactie met concreet zicht op concrete controle en handhaving, waarbij het toezicht op adequaat niveau wordt gebracht.

Voorzitter, intensivering en marginalisering, dat is de trend in de Nederlandse veehouderij. Er zijn minder bedrijven gekomen, het totaal aantal gehouden dieren in Nederland bleef steeds ongeveer gelijk en dit betekent dat het aantal dieren per bedrijf is toegenomen. Ten opzichte van 2000 heeft vooral in de geiten –en varkenshouderij een dramatische intensivering plaatsgevonden, met wel een verdubbeling van het aantal dieren per bedrijf.

Daarmee is ook het aantal megastallen fors gestegen. In 2000 telde Nederland 411 megastallen en in 2009 waren dat er 813.

Voorzitter, vooral in Noord-Brabant en Limburg werd het ene na het andere record gevestigd om zoveel mogelijk dieren in één stal te proppen met alle risico’s en gevaren van dien. Er zijn gemeenten met tussen de twee en vier miljoen dieren en er zijn gemeenten in de Peel met meer dan honderd dieren per inwoner! Het platteland wordt onleefbaar voor mensen door toenemende risico’s voor de volksgezondheid en stank.

Voorzitter, de overheid zal deze ontwikkeling moeten stoppen in plaats van in te zetten op symptoombestrijding in de vorm van kleine maatregelen om de vervuiling van grote stallen tegen te gaan. Via luchtwassers werkt de overheid schaalvergroting in de hand. Immers, om dit soort maatregelen te kunnen treffen moeten boeren investeren. Banken zijn slechts bereid een lening te verstrekken, op voorwaarde dat de boer minimaal een bepaald aantal dieren heeft. Boeren worden zo gedwongen tot uitbreiding.

Voorzitter, niet alleen door de combinatie van regelgeving en de eisen die banken stellen neemt de schaalvergroting toe. Het is naar aanleiding van Kamervragen van de Partij voor de Dieren duidelijk geworden hoeveel subsidies er door de overheid worden verstrekt aan megastallen. In de vorige kabinetsperiode was dit maar liefst 11.2 miljoen euro, (groter dan 300 nge). Is de staatssecretaris bereid om megastallen uit te sluiten van subsidies? Hoe kijkt deze staatssecretaris tegen de schaalvergroting aan en gaat zij megastallen verbieden? Alle lichten staan op groen, wat gaat de staatssecretaris doen om de menselijke maat de norm te laten worden in een duurzame veehouderij?

Naast dierenleed brengt de veehouderij ook aanzienlijke problemen met zich mee voor de volksgezondheid. Mensen die in de buurt wonen van veehouderijen hebben last van fijn stof, endotoxinen, uitbraken van zoönosen en stank.

We hebben ten tijde van de Q-koortsepidemie kunnen zien hoe ziekten van dieren op mensen kunnen overslaan. Tienduizenden mensen raakten besmet, vierduizend mensen raakten chronisch ziek en ten minste 25 mensen overleden. Naast de Q-koorts hebben uitbraken van vogelgriep en varkenspest voor miljoenen slachtoffers gezorgd.

Voorzitter, er zou sprake zijn van een flinke reductie van het antibioticagebruik in 2012 ten opzichte van 2009, maar desondanks is het gebruik van antibiotica nog steeds veel te hoog. Nog steeds krijgen varkens, kalveren en plofkippen een groot deel van hun korte leven antibiotica toegediend. Bij één op de vijf varkensbedrijven is het gebruik nog steeds te hoog. Ook is de noodklok geluid over de helft van de vleeskalveren-industrie. Boeren die naar het ziekenhuis moeten, worden in quarantaine opgenomen wegens het gevreesde besmettingsgevaar met MRSA of ESBL’s maar het vlees van de met overmatige hoeveelheden antibiotica behandelde kippen, de koeien en de varkens komt nog steeds zonder voorbehoud in de keukens van de ziekenhuizen terecht! Voorzitter, daarbij blijkt dat er ook nog veel antibiotica in omloop is in het illegale circuit. Zo bleek uit de drie en een half ton illegale antibiotica die in 2011 in beslag zijn genomen en waarvan de verdachten nu voor de rechter verschijnen. Het verboden middelengebruik in de Tour de France is kinderspel bij het verboden middelengebruik in de veehouderij. In de wielersport gaat het over de gezondheid van enkelingen die het risico bewust nemen, hier gaat het over de gezondheid van alle mensen, het onbruikbaar worden van antibiotica in de humane geneeskunde.

Voorzitter, op welke termijn moet er sprake zijn van een antibioticavrije productie, zoals wordt aangegeven in innovatieprogramma antibioticumvrije ketens? Kan de staatssecretaris aangeven of het systeem van registratie van antibiotica zodanig in elkaar zit dat geen sprake meer kan zijn van illegale handel en toediening? In hoeverre heeft de NVWA te allen tijde inzicht in het systeem voor registratie en kan zij op basis hiervan handhaven? Welke reductiedoelstellingen worden er gesteld voor de komende kabinetsperiode?

Voorzitter, Ik rond af met betrekking tot de veehouderij. De Nederlandse veehouderij veroorzaakt talloze maatschappelijke problemen. De kosten voor dierziektenbestrijding, milieuvervuiling, volksgezondheid en dierenwelzijn zijn enorm. En de mate van wetsovertreding is vrijwel nergens zo hoog als in de veehouderij, kunnen we zelfs met veel te weinig toezichthouders en een overmaat aan zelfregulering vaststellen. Zolang we in blijven zetten op de massaproductie, met overvolle stallen dieren zullen de risico’s voor de volksgezondheid, de aantasting van het milieu en het dierenwelzijn niet drastisch in te perken zijn. Inzetten op luchtwassers in potdichte stallen en intensivering zijn een vorm van pleisters plakken. Daar zou deze staatssecretaris die verklaard tegenstander is van pleistersocialisme, niet in mee moeten willen. Voor een veehouderij die relatief gezien een klein economisch belang vertegenwoordigd in Nederland, slechts 0,6% van het BNP, staan de maatschappelijke kosten in geen verhouding. Alleen al de varkenssector kost de maatschappij volgens het Instituut voor Milieuvraagstukken al minstens 1,3 miljard euro per jaar.

Voedsel
Voorzitter, de discussie over de verduurzaming van voedsel wordt door de voorstanders van intensivering steeds verengd tot een discussie over het verduurzamen van de huidige voedselproductie. Daarmee laten zij de lange termijn, ethisch besef, en een kritische blik op onze eigen consumptie buiten beschouwing. Het is in het belang van onze planeet en al haar bewoners, dat we conservatieve krachten niet de regie geven over ons voedsel.
Alle lichten staan op groen, er ligt nu een kans voor een ander beleid, met duurzaamheid als uitgangspunt.

Voorzitter, de weg van voortdurende productieverhoging door intensivering, loopt dood. Verdergaande intensivering leunt zwaar op fossiele brandstoffen en eindige delfstoffen als fosfaat. Die zijn nodig voor de productie van landbouwgif en kunstmest, voor de machines op het land en het vervoer van de producten van de ene kant naar de andere kant van de wereld. Een landbouw die afhankelijk is van deze eindige grondstoffen, is zelf natuurlijk ook eindig. Intensiveren leidt tot vervuiling van onze bodem en ons water, en zorgt voor een continue achteruitgang van onze biodiversiteit. Intensiveren leidt tot zodanige schaalvergroting, dat gezinsbedrijven hier het hoofd niet meer boven water kunnen houden (elke week stoppen er 50), en boeren in ontwikkelingslanden noodgedwongen naar overvolle steden trekken.

Voorzitter, we leven met miljarden mensen en een kwetsbaar ecosysteem op een kleine planeet en we zagen aan de tak waarop we gezamenlijk zitten. Die ene aarde, daar hangt onze gezamenlijke toekomst en die van onze kinderen van af, we zullen onze hulpbronnen eerlijk moeten delen. De voetafdruk die de gemiddelde Nederlander achterlaat, is enorm, en verdrukt daarmee de behoeften van anderen. We gebruiken meer dan twee keer zo veel landoppervlak als de gemiddelde aardbewoner. Nederland komt helaas ook voor in de top tien van de meest vervuilende landen ter wereld.

Voorzitter, een vijfde tot éénderde van de milieudruk van elke Nederlandse consument wordt veroorzaakt door onze voedselkeuzes. Het voedingscentrum heeft overzicht gemaakt van levensmiddelen gerangschikt van veel milieudruk naar weinig milieudruk. Vlees en vis staan met stip op 1 als grootste milieubelasting en zuivel en eieren staan op 2. Dan komen alle producten als groenten, granen en fruit en helemaal onderaan, met veruit de minste milieudruk staan vleesvervangers.

Voorzitter, de feiten spreken voor zich: er is een grote winst te boeken wanneer er minder vlees gegeten zou worden. Maar er rust een taboe op het beïnvloeden van consumenten tot duurzaam koop- en consumptiegedrag. Dat is vreemd. Wij vinden het heel normaal om consumenten met afschrikwekkende teksten, foto's en forse accijns te waarschuwen voor de gevolgen van roken. Wij vinden het ook heel normaal om de aankoop van gloeilampen te ontmoedigen en zelfs te verbieden. Wij hebben de aanschaf van loodhoudende benzine eerst ontmoedigd en daarna verboden.

Het taboe op overtuigende vermindering van vleesconsumptie en andere dierlijke eiwitten moet met de hoogste urgentie doorbroken worden. De uitstoot van CO2 door de veehouderij is wereldwijd maar liefst 40% groter dan die van alle auto's, treinen, schepen, vliegtuigen en trucks bij elkaar. 80% van het landbouwareaal in de wereld wordt ingenomen door of ten behoeve van de veehouderij. Bijna de helft van de wereldgraanoogst wordt opgeslokt door de veehouderij en voor een groot deel omgezet in mest die tot onoverkomelijke problemen leidt.

Terwijl de wereld honger lijdt, worden de wereldgraanoogsten opgeslokt voor de vleesconsumptie. Zijn wereldburgers niet van groter belang dan hamburgers?

Het is helaas niet zo dat de Nederlandse consument een wezenlijke verandering op dat punt tot stand kan brengen, want 70% van de dierlijke eiwitten die wij in Nederland produceren, wordt geëxporteerd naar de rest van Europa en zelfs naar China en Afrika.
Voorzitter, het is van groot belang om in het Westen onze vleesconsumptie drastisch te minderen, willen we het goede voorbeeld geven aan opkomende economieën om niet in dezelfde enorme ecologische voetafdruk te vervallen als waar wij in gestapt zijn. De commissie Van Doorn, waarvan dit kabinet de aanbevelingen wil overnemen, waarschuwt dat als iedereen in de wereld net zoveel vlees gaat eten als wij hier in het Westen, we vier aardbollen nodig hebben.

Voorzitter, wat gaat de staatssecretaris doen om de Nederlandse vleesconsumptie te verminderen en die binnen de grenzen van de draagkracht van de aarde te brengen? Maakt zij de transitie van dierlijke eiwitten naar een meer plantaardig eetpatroon tot kabinetsprioriteit? Graag een reactie.

Zoals bekend vindt mijn fractie dat we afmoeten van het lage BTW-tarief voor dierlijke producten en dat groenten en fruit naar het BTW-nul-tarief kunnen. Prijsprikkels werken wanneer het gaat om het verleiden van consumenten tot meer verantwoord gedrag, dat weten we. Het consumentenplatform dat door het ministerie is opgericht, pleit voor het doorberekenen in de prijs van de milieuschade die de productie van verschillende voedingsmiddelen oplevert, zoals het kappen van tropisch regenwoud. Er is dus draagvlak voor bij de consument, de overheid zal dat moeten stimuleren en uitdragen, in plaats van toe te staan dat de consument bij voortduring in de verleiding komt om onethisch geproduceerde producten te kopen tegen onethisch lage prijzen.

Onderzoeksbureau CE Delft heeft in opdracht van Greenpeace afgelopen september een rapport uitgebracht over de milieueffecten van eiwitconsumptie en – productie in Nederland. Daarin hebben ze ook het effect van verschillende vormen van een vleestaks onderzocht.
Als vlees en vis onder het hoge BTW-tarief zouden vallen, zou dat 823 miljoen euro opleveren aan de schatkist, zo berekende CE Delft. Als ook zuivel hieronder zou vallen, zou dat nog eens 538 miljoen euro opleveren. Dat is in totaal bijna anderhalf miljard euro extra inkomsten voor de schatkist, dat kan ettelijke pijnlijke bezuinigingen ongedaan maken, voorzitter, waarom zou je die kans laten lopen om het mes van twee kanten in het vlees te laten snijden?

Voorzitter. Duurzaamheid vereist geen lichte bijsturing en is niet gebaat bij lippendienst of symboolpolitiek, maar vraagt om een radicaal andere koers, voordat de wal het schip keert.

Onder het laatste kabinet waar de PvdA zitting in had, werd het Platform Verduurzaming Voedselproductie opgericht, dat zich richtte op verduurzaming van de gehele voedselketen. De subsidie voor dit platform is dit jaar afgelopen.
Kan de staatssecretaris aangeven welke gevolgen dit zal hebben voor de verduurzaming van ketens? Is de staatssecretaris bereid daarom de subsidie aan dit platform nieuw leven in te blazen? Graag een reactie.

Dierproeven
Voorzitter, nieuw is dat de staatssecretaris die verantwoordelijk is voor het diergebruik in Nederland, ook verantwoordelijk is voor de experimenten die in ons land op levende dieren worden verricht. We rekenen erop dat deze staatssecretaris een nieuw tijdperk wil inluiden. In de vorige kabinetsperiode is het aantal dierproeven immers gestegen, tegen de meerjarentrend in. Deze staatssecretaris legt zich vast niet neer bij zo’n negatieve trendbreuk! We kijken uit naar de ambitie die zij zichzelf wil stellen om het aantal dierproeven terug te dringen.

Ambitie is hard nodig, want niet alleen het aantal dierproeven nam onder het vorige kabinet toe, maar ook het aantal overtollige proefdieren dat, zoals ze dat noemen “in voorraad” gedood. Bijna 600.000 dierproeven, en daar bovenop nog eens meer dan een half miljoen dieren dat als overtollige voorraad is gefokt, of als niet bruikbare nakomeling van een genetisch experiment ter wereld kwam. Onacceptabel wegwerpgedrag, vonden ook PvdA, SP, ChristenUnie, SGP, D66 en GroenLinks. We rekenen erop dat de staatssecretaris zich aansluit bij deze nieuwe Kamermeerderheid.

Huisdieren
Voorzitter, veel Nederlanders beschouwen hun huisdieren als een gezinslid. Toch zijn er talloze problemen met de opvang van gedumpte dieren en de handel in huisdieren. Bij veel hondenrassen is het uiterlijk zo extreem, dat de dieren er ernstig onder lijden. Veertig procent van de rashonden heeft een of meerdere erfelijke aandoeningen. Drie voorbeelden van de meest gehandicapte honden met rond de 15 verschillende erfelijke aandoeningen zijn: de Engelse Bulldog, de King Charles Spaniel (Het Pim Fortuijn hondje) en de Shar-pei.

Voorzitter, King Charles spaniëls hebben zo'n kleine schedel, dat de hersenen er niet meer in passen. Daardoor hebben ze hevige pijn en epileptische aanvallen. Door de vele rimpels heeft de shar-pei huidproblemen zoals eczeem en ontstekingen en Bulldogs en mopshonden kunnen vaak nauwelijks eten, drinken en ademen met hun veel te platte snuit. Daarnaast kennen veel rashonden genetische afwijkingen door inteelt. Zo lijden labradors en golden retrievers vaak aan kanker, zijn veel husky’s doof en lijden talloze dieren aan ernstige stofwisselingsziekten.

Voorzitter, aan dit hondenleed kan alleen een einde komen als de overheid maatregelen neemt en het fokken met aangeboren afwijkingen verbiedt.

Jacht en schadebestrijding
Voorzitter elk jaar worden naar schatting twee miljoen dieren doodgeschoten en naar schatting nog eens twee miljoen dieren aangeschoten voor de lol van enkele tienduizenden jagers.
Het lijstje van dieren waar onbeperkt op gejaagd mag worden bestaat uit vijf soorten. Voormalig staatssecretaris bleker wilde daar met zijn nieuwe Natuurwet 11 soorten van maken. Wij willen een lijstje van nul soorten die louter voor de lol bejaagd mogen worden, en volgens de verkiezingsbeloftes van een meerderheid van de partijen in dit huis zullen ze steun geven aan een voorstel de plezierjacht uit te bannen. Beloofd in de Groene Kieswijzer door onder meer de twee regeringspartijen. Voorzitter, de staatssecretaris heeft aangekondigd de nieuwe wet natuurbescherming van haar ambtsvoorganger te willen aanpassen. Dit biedt haar ook alle ruimte om in de nieuwe wet voor eens en voor altijd een einde te maken aan de plezierjacht. Alle lichten staan op Groen, geturfd door de Groene Kieswijzer. Graag een reactie.

Voorzitter, de Partij voor de Dieren zou erg blij zijn met een einde aan de plezierjacht in de nieuwe wet natuurbescherming. Maar helaas zijn we er dan nog niet. Want ook als de plezierjacht wordt afgeschaft, zullen er jaarlijks nog vele honderdduizenden dieren de dood vinden door de kogel onder het mom van beheer en schadebestrijding. Bij de overheid lijkt niemand zich af te vragen of dit enig effect heeft in termen van het duurzaam terugdringen van schade of overlast.

Zo schoten de jagers in 2010 bijna de helft van alle edelherten op de Veluwe dood, dat is nu zelfs opgelopen naar tweederde van de populatie. Bij de wilde zwijnen lag dit percentage zelfs nog hoger: ruim 70% van de zwijnenpopulatie moet het loodje leggen. Dit alles onder het mom van de bestrijding van vermeende overpopulatie. Maar hoe kan het jaarlijkse afschot oplopen als schieten een effectieve vorm van schadebestrijding of populatiebeheersing zou zijn? Jagers stellen elk jaar het kanonnenvlees voor het komend jaar veilig, bijvoorbeeld door wel mannetjesdieren te schieten maar zo min mogelijk vrouwtjes die voor reproductie kunnen zorgen.

Voorzitter, we zullen nog een apart debat hebben over de op stapel staande vergassing van ganzen. Maar hier wil ik daar al het volgende over zeggen. Vorige week hebben we in Trouw kunnen lezen dat niet “slechts” 100.000 ganzen gedood zouden moeten worden, maar liefst 500.000 ganzen!. Omdat er ‘te veel’ zouden zijn. Waar de natuurorganisaties er aanvankelijk vanuit gingen dat de ganzenreductie door afschot gerealiseerd zou worden, is dat met deze aantallen niet langer haalbaar. Ik citeer: "het gebruik van CO2 als bedwelmingsmiddel wordt als onmisbaar instrument gezien".

Terwijl vogelbeschermers druk waren met het tellen van 1,3 miljoen tuinvogels, zullen er 550.000 ganzen vergast worden. Voorzitter, dit gaat geen enkele bijdrage leveren aan populatiebeheersing of duurzame schadebestrijding. Dweilen met de kraan open, het aan flarden schieten van levenslange verbintenissen die ganzen aan gaan, dat is het. Alleen omdat wij voedselgewassen willen telen nabij een luchthaven, omdat wij diervriendelijke methoden van schadepreventie geen serieuze kans geven zelfs niet wanneer boeren daar ronduit enthousiast over zijn. De grote toename in het aantal ganzen wordt voornamelijk veroorzaakt door het steeds groter wordende aanbod van zeer eiwitrijk grasland dat ontstaat door het grootschalig mestgebruik in de landbouw. Maar voorzitter, het ganzen 7 akkoord bevat louter plannen grootschalig ganzenaantallen te reduceren (“uit het systeem te nemen”), terwijl het systeem van een landbouw op dood spoor ongemoeid blijft. Vandaag melden de organisaties van de Ganzen7 dat ze geschrokken zijn van het massale verzet en willen praten met de Dierenbescherming.

Voorzitter, de ganzenproblematiek staat niet op zichzelf. We zijn in een absurde situatie beland waarin de beheerjacht juist leidt tot steeds grotere populaties. Zwijnen reageren op het massale afschot met een sterk verhoogde voortplantingsprikkel. Hierdoor moeten er weer meer afgeschoten worden. Een heilloze weg. Door de grootschalige jacht is er nooit een situatie waarin de omvang van de populatie gereguleerd wordt door onderlinge concurrentie, voedsel en ziektes. De natuurlijke populatiedynamiek wordt naar de eeuwige jachtvelden geholpen. Wilde zwijnen worden continu opgejaagd, sociale structuren binnen de populaties worden letterlijk aan flarden geschoten en de dieren vluchten, ook richting verkeerswegen. Er is geen duurzaam beheer met een gunstig langetermijneffect. De overheid heeft de wettelijke taak om dieren in het wild te beschermen. Als na jaren van grootschalig afschot het gewenste effect uitblijft -- er moet immers telkens opnieuw ruim 70% van de zwijnen worden doodgeschoten -- dan wordt het tijd voor een ander beleid. Wat gaat de staatssecretaris doen om een nieuwe kijk op het faunabeleid te ontwikkelen? Graag een reactie.

Voorzitter, het is wel te verklaren waarom er keer op keer plannen gemaakt voor enorme hoeveelheden afschot, zonder dat nut en noodzaak ook maar enigszins helder zijn. Verenigd in de “faunabeheereenheden”, beslissen boeren en jagers namelijk over het lot van wilde dieren terwijl zij geen ander middel kennen dan het geweer. De afschotplannen worden bedacht, opgesteld, en uitgevoerd door deze faunabeheereenheden, terwijl de provincies blind varen op hun advies. Jagers zijn dierenpolitie-agent, aanklager, rechter, beul en leverancier van de poelier tegelijk. Dat zijn teveel belangen bijeengebracht in de handen van louter belanghebbenden. Daar zal iets tegen moeten worden ondernomen. Alle lichten staan op groen, wat gaat de staatssecretaris ook hieraan doen? Kan de staatssecretaris aangeven met het oog op de nieuwe wet natuurbescherming hoe zij alternatieven voor afschot een belangrijkere rol gaat geven in het voorkomen en tegengaan van schade? Hoe gaat zij er voor zorgen dat alternatieven eindelijk een serieuze kans krijgen? Graag een reactie.

Goedkope maatregelen
Tot slot, voorzitter, wil ik graag een aantal suggesties doen richting de staatssecretaris van goedkope maatregelen met winst voor mens, dier, natuur en milieu. Maatregelen die de maatschappij, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, niet veel, of zelfs helemaal geen geld te kosten. Sterker nog, geld opleveren in termen van verminderde maatschappelijke kosten op het gebied van onder meer dierziektenbestrijding, volksgezondheiduitgaven, milieuvervuiling of dierenwelzijnsaantasting.

1. Verbod megastallen,
2. btw verhogen op vlees / ontmoedigen van de vleesconsumptie,
3. verbod op circusdieren,
4. Importverbod op producten waarvan productie bij ons verboden is
(Bont, kooieieren etc), genetisch gemanipuleerde en gekloonde dieren
5. De Warenwet aanpassen zodat houdbaarheidsdata op producten
niet langer verspilling in de hand werken.
6. Handhaven van dierproductierechten ihkv mest
7. Kilometerheffing op diertransporten invoeren
8. Het patentrecht inperken: geen octrooien op genen en soorten van
dieren en planten

Niet uitgevoerde moties
Voorzitter, met dit nieuwe kabinet hoopt mijn fractie ook dat er een einde komt aan een tijdperk waarin moties stelselmatig niet uitgevoerd worden. De staatssecretaris kan aan de slag met een aantal moties die het dierenwelzijn substantieel bevorderen, waar de Kamer zich de laatste jaren al achter geschaard heeft.

1. Overheidstoezicht op veetransporten
2. Preventieve toets huisvestingssystemen
3. Europees nertsenfokverbod
4. Verplicht cameratoezicht op veemarkten
5. Onderzoek naar alternatief voor zwijnenjacht
6. Grauwe gans en kolgans niet op de jachtlijst

Voorzitter, alle lichten staan op Groen. De idealen die deze staatssecretaris op jonge leeftijd tot een politieke carrière deden besluiten, zijn rijp om geoogst te worden. Mededogen en duurzaamheid kunnen het uitgangspunt gaan vormen van een verantwoord agrarisch beleid. Er ligt een kans voor open doel. Het is aan de staatssecretaris om het beleid waarin alles van waarde werd geofferd op het altaar van de economie te doorbreken. Nu we er in rap tempo achter komen dat we geld niet kunnen eten, dat het niet gelukkig maakt en dat het geen enkele garantie biedt voor het welzijn van toekomstige generaties, is het tijd voor revolutionaire veranderingen. Wij hopen dat de staatssecretaris daarin in leidende rol zal willen vervullen. Dank u wel.

Interrupties andere partijen:

De heer Van Gerven (SP):
Op 22 juni 2011 werd het wetsvoorstel inzake verplichte bedwelming rituele slacht behandeld, zoals mevrouw Thieme ongetwijfeld weet. Dat wetsvoorstel heeft het toen helaas niet gehaald maar wel een motie over het zo snel mogelijk verbieden van kantelboxen. Die motie is wel aangenomen door de Tweede Kamer. Dat is alweer ruim anderhalf jaar geleden. Weet mevrouw Thieme hoe het staat met de uitvoering van die motie?

Mevrouw Thieme (PvdD):
Terecht memoreert de heer Van Gerven aan mijn in de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel om te komen tot een verbod op onverdoofd ritueel slachten. Helaas is dat vervolgens gesneuveld in de Eerste Kamer, maar dat is slechts een tijdelijke situatie, kan ik verzekeren; ik kom gewoon met een nieuw wetsvoorstel. Wat me wel zorgen baart en waarop ik ook graag een reactie van de staatssecretaris krijg, is dat in de overeenkomst die is gesloten met de religieuze organisaties om te komen tot een wat diervriendelijker manier van onverdoofd slachten, niet de kantelbox wordt uitgefaseerd. Door middel van die kantelbox wordt een dier 180 graden op zijn rug gedraaid, wat al ontzettend veel stress met zich brengt, teneinde de halssnede te kunnen toepassen. Dat is nu juist iets waar we van af willen. Ook de Kamer heeft daarvan gezegd dit dit niet zo langer kan. De reactie van het kabinet is dat er naartoe gewerkt wordt en dat er onderzoeken zullen worden gedaan. Dat duurt mij echter allemaal veel te lang. Ik zou dan ook graag van de staatssecretaris willen horen hoe deze door de Kamer aangenomen motie wordt uitgevoerd.

De heer Van Gerven (SP):
Dank voor het antwoord. De kantelbox kan zo snel mogelijk verboden worden. Dat is ook een wens van de Kamer. Vindt de Partij voor de Dieren dan ook niet dat die motie zo snel mogelijk zal moeten worden uitgevoerd, los van welk convenant dan ook? Het is namelijk praktisch gezien mogelijk en uit het oogpunt van dierenwelzijn buitengewoon wenselijk.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Zeker, zo snel mogelijk. Uit onderzoeken blijkt en ook de wetenschap geeft aan dat kantelboxen niet meer van deze tijd zijn en zorgen voor onnodig ernstig dierenleed. Dus daar ben ik het helemaal mee eens.

(...)

Mevrouw Lodders (VVD): Voorzitter. Ik gaf aan dat we zuinig moeten zijn op de Nederlandse boer en tuinder. Die zuinigheid is in Nederland ver te zoeken. De sector wordt door de overheid, lokaal, landelijk en Europees, steeds meer beperkt in ambities om te ondernemen. Ik noem enkele voorbeelden daarvan: de overheid bepaalt hoe groot de stal mag zijn, ondernemers moeten een deel van hun akker braak laten liggen, en boeren en tuinders moeten voldoen aan regelgeving op het gebied van dierenwelzijn of gewasbeschermingsmiddelen die strenger is dan Europa voorschrijft. Het wordt tijd dat de agrarische sector in Nederland weer op waarde wordt geschat. De overheid moet ten dienste staan van de agrarische ondernemers in plaats van terughoudend en beperkend zijn.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik wil graag van mevrouw Lodders weten van welke strengere wettelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn de boer zoveel last heeft. Ik wil twee concrete voorbeelden daarvan.

Mevrouw Lodders (VVD):
Het eerste concrete voorbeeld heb ik recentelijk aangegeven. Dat zal ik vanmiddag ook tijdens het AO over de Landbouw- en Visserijraad noemen. Dat betreft de groepshuisvesting voor drachtige zeugen. Europa stelt 28 dagen als eis, maar Nederland stelt 4 dagen als eis.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dat is slechts één voorbeeld, waarbij ook nog opgemerkt moet worden dat de Nederlandse regering heeft aangegeven dat boeren alle ruimte krijgen om zich daarop aan te kunnen passen. Bovendien stelt de groepshuisvesting in Europa helemaal niets voor. Het gaat nog steeds om een beperkte ruimte voor de dieren. Daarnaast wil ik nu graag een concrete Nederlandse eis op het gebied van dierenwelzijn horen waardoor boeren in de problemen gaan komen. Tot nu toe komen ze niet in de problemen, want de Nederlandse regering verleent zelfs dispensatie aan boeren die eigenlijk aan Europese regelgeving zouden moeten voldoen.

Mevrouw Lodders (VVD):
Er zijn meer voorbeelden te noemen op het gebied van dierenwelzijn als het gaat om groepsgrootte, stalgrootte, loopruimte en dergelijke. Wat betreft het voorbeeld van de drachtige zeugen en de groepshuisvesting: dit is nu typisch een voorbeeld waar de VVD aandacht voor wil vragen. Enerzijds is er de gedoogsituatie die u schetst. Welnu, laten we dan die regel terugbrengen naar het Europese niveau. Anderzijds is dit iets waarbij we als Nederland extra eisen stellen wat het dierenwelzijn niet ten goede komt. Ik heb een aantal gesprekken gehad met ondernemers maar ook met dierenartsen die in de praktijk zien dat groepshuisvesting na vier dagen verwondingen bij de zeugen oplevert. Dit is nu echt iets wat niet bijdraagt aan dierenwelzijn en waarbij bovendien ondernemers op extra kosten worden gejaagd.

(...)

De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter. Ik heet de staatssecretaris welkom. Betekent een nieuwe staatssecretaris ook een nieuwe lente na de barre Blekertijden? The proof of the pudding is in the eating; daarom heb ik een aantal vragen. Steeds weer worden we geconfronteerd met nieuwe gevallen waarin megastallen in Nederland en in het buitenland subsidies krijgen. Is de staatssecretaris van plan een onmiddellijke stop af te kondigen op het geven van subsidies aan megastallen in Nederland? Wil zij zich ervoor inzetten dat Europese subsidies niet naar megastallen en multinationals gaan?

Mevrouw Thieme (PvdD):
De heer Van Gerven wijst terecht op de onwenselijke subsidies die aan megastallen worden gegeven in binnen- en buitenland. Gelukkig krijgen we daar meer inzicht in vanwege de vragen die mede namens mijn fractie zijn gesteld. Ik weet dat de heer Van Gerven tegen megastallen is, maar we zien dat het aantal megastallen is verdubbeld in de afgelopen jaren. Vindt hij niet met mij dat we moeten komen tot een moratorium op alle bouwprojecten die op dit moment op stapel staan en dat we aan de staatssecretaris moeten vragen om dat moratorium te handhaven net zolang tot zij komt met een grens aan het aantal dieren dat gehuisvest mag worden in de veehouderij?

De heer Van Gerven (SP):
De SP is zeker een voorstander van een moratorium. Daarbij is het belangrijk dat er aangepaste wetgeving komt. Met name de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening bieden te weinig instrumenten om ook op basis van bijvoorbeeld gezondheidsaspecten handelend en corrigerend te kunnen optreden. Dat verzoek heeft de VNG zo'n twee à drie jaar geleden al aan ons gedaan, maar er is nog steeds geen wetgeving voor gecreëerd. De VNG heeft gezegd daar wel behoefte aan te hebben. Het antwoord is dus "ja".

Mevrouw Thieme (PvdD):
Vindt de SP dan ook dat er landelijke normen moeten komen voor de grootte van een stal en dat dit niet kan worden overgelaten aan de provincies of gemeenten, die dan naar bevind van zaken zelf normen kunnen gaan stellen?

De heer Van Gerven (SP):
De SP is zeker voorstander van landelijke normering.

(...)

Mevrouw Dikkers (PvdA): Er zit spanning tussen duurzaamheid, zoals uitgelegd door Dijkhuizen en consorten, en dierenwelzijn. De Partij van de Arbeid denkt dat die twee niet in tegenspraak met elkaar hoeven te zijn. Een koe in de wei levert inderdaad meer uitstoot op dan een koe op stal, maar toch gaat de Partij van de Arbeid uit van een koe in de wei. Dat heeft nu eenmaal onze voorkeur. Wat de Partij van de Arbeid betreft moet in duurzaam ook het ethische begrip zitten dat wij daarbij de hoogste dierenwelzijnscriteria van Europa hebben. Dat is de ethische kant van duurzaamheid: geen duurzaamheid zonder bewegingsvrijheid voor vleesvarkens. Deelt de staatssecretaris deze visie?

Mevrouw Thieme (PvdD):
De Partij van de Arbeid laat echt een nieuw geluid horen in de Kamer. Daar ben ik echt heel erg blij mee. Ik hoop ook dat de staatssecretaris gaat voor duurzaamheid met de ethische component die mevrouw Dikkers noemde. Als je kiest voor duurzaamheid en voor productiemethoden die niet ten koste gaan van het dierenwelzijn, dan heeft dat wel consequenties. Als je vindt dat een koe in de wei hoort, dan moet je met andere woorden ook durven discussiëren over de grenzen van de groei en het aantal dieren in de landbouw. Je moet dan zeker ook durven discussiëren over de grenzen van de consumptie. Is mevrouw Dikkers het met mij eens dat wij hierover in de Kamer uitgebreid dienen te discussiëren?

Mevrouw Dikkers (PvdA):
Uiteraard moeten we daarover discussiëren. De Zweedse regering heeft onlangs een rapport naar buiten gebracht -- zie het stuk hierover in de Boerderij -- met als boodschap dat de vleesconsumptie in dat land naar beneden moet. De draagkracht van de aarde is beperkt en we zien ook dat we daar een flinke aanslag op plegen. We moeten wel bekijken hoe we het een aan het ander kunnen koppelen. We moeten namelijk erg veel monden voeden en dat vereist nu eenmaal enige intensivering. Ik zou ook heel graag zien dat er alleen maar een paar koeien in de wei lopen. Dat ziet er veel gezelliger uit, maar op die manier kunnen we nu eenmaal niet iedereen voeden. Aan enige intensivering valt dus niet te ontkomen, maar dat snapt mevrouw Thieme ook.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Wij moeten zeker niet terug naar de tijd van Ot en Sien. Het aantal monden in de wereld is groeiende. Wij moeten dan bezien wat het meest efficiënt is. Vleesproductie is zeer inefficiënt, daarvan is mevrouw Dikkers zich volgens mij ook zeer bewust. Het kost zeven kilo graan om één kilo vlees te produceren. Wij zullen daarin echt keuzes moeten gaan maken.
Ik wil mevrouw Dikkers ook spreken over het moratorium op megastallen. Daarover gaat mijn tweede vraag. Er is een motie aangenomen waarin staat dat de staatssecretaris daarnaar moet gaan kijken, maar het is allemaal zeer vrijblijvend en het wordt overgelaten aan de provincies en de gemeenten om er iets mee te doen. Betekent de aanscherping waar mevrouw Dikkers om vraagt een duidelijke en echte regierol voor de staatssecretaris?

Mevrouw Dikkers (PvdA):
Die zouden wij op dit punt graag willen zien.