Bijdrage Ouwehand debat Begroting landbouw en natuur


23 januari 2013

Bekijk het debat terug op debatgemist.nl

Voorzitter. Ik sluit mij volledig aan bij de vorige spreekster, die, zo weet ik, van mening is dat er een einde moet komen aan de bio-industrie. Dat heeft zij volgens mij uitgebreid betoogd. Sluit u allen aan bij dit standpunt, zou ik willen zeggen.

Natuur, de diversiteit aan planten, dieren en ecosystemen, is waardevol in zichzelf en om zichzelf. Het is het meest waardevolle wat wij hebben, want de basis van al het leven. Wij vergeten het gemakkelijk, maar wij zijn met zijn allen volledig afhankelijk van schone lucht, schone aarde en schoon water. Het is kritisch natuurlijk kapitaal, omdat het cruciaal is voor het leven van mensen en niet zomaar kan worden vervangen als wij het hebben verbrast. Volksgezondheid, waterberging, voedselproductie; wij kunnen miljarden aan uitgaven besparen, dankzij de diensten die de natuur ons nu nog gratis levert. Mij dunkt dat je daar zuinig op wilt zijn.

Wij kennen deze staatssecretaris als een vrouw die weinig opheeft met kapitaalvernietiging, integendeel zelfs. Zij staat voor een regeerakkoord waarin warme woorden worden gesproken over de natuur. Het lijkt mij goed dat de staatssecretaris weet wat de grote bedreigers zijn van die prachtige natuur van Nederland. Ik noem er drie: mest, gif en sleepnetten, oftewel intensieve veehouderij, intensieve tuin- en akkerbouw en intensieve visserij. Voordat de staatssecretaris schrikt en denkt "oh, maar die hadden wij toch nodig om de wereldbevolking te voeden?", zeg ik: dat klopt niet. Sterker nog, het wordt tijd om te kiezen. Wij hebben gezien dat de Verenigde Naties een speciale rapporteur hebben aangewezen omdat zij zich zorgen maken over de voedselzekerheid, de groeiende wereldbevolking en de honger in de wereld. Die rapporteur heeft alle literatuur bekeken die gaat over de toekomst van ons voedsel. De rapporteur heeft geconcludeerd dat wij moeten inzetten op agro-ecologische landbouw, in ontwikkelingslanden maar ook hier, en dat de politieke pleidooien van de bestuursvoorzitter van de Wageningen Universiteit, om maar iemand te noemen, niet op reële gegevens en verwachtingen zijn gestoeld. Wij zullen daarover nog uitgebreid spreken. Vanmiddag hebben wij nog een overleg en dan zullen wij onze aanwezigheid op de Grüne Woche wat mij betreft eens even onder de loep nemen. Ik kom daar dus nog op terug.

Het goede nieuws is dat de drie terreinen die ik zojuist noemde als grote bedreigers voor de natuur in Nederland, terreinen zijn waarover deze staatssecretaris zelf de scepter zwaait.

Zij kan dit zelf sturen en is dus niet afhankelijk van collega-bewindslieden, die bijvoorbeeld kolencentrales willen bouwen in de natuur die zij moet zien te beschermen. Zo'n kolencentrale levert haar een hoop ellende op, omdat zij verantwoordelijk is voor het behoud van het kwetsbare estuarium van de Eems. Dat wordt nog een hele klus, want dat estuarium is er slecht aan toe, net als dat andere estuarium in Zeeland trouwens.

Het vervelende is dat dit eigenlijk voor de meeste natuur in Nederland geldt. De staatssecretaris heeft na jaren van CDA-beleid een droef staatje op haar bureau gelegd gekregen. Nederland is op het gebied van de natuurbescherming het slechtste jongetje van de klas. Nergens in Europa is de druk op de biodiversiteit groter dan in Nederland. Nergens in Europa wordt de natuur meer bedreigd door ammoniak, veelal afkomstig uit de bio-industrie, dan in Nederland en ergens in Europa heeft een land meer biodiversiteit kapotgemaakt dan Nederland heeft gedaan. We hebben nog maar 15% van de oorspronkelijke soortenrijkdom over. Gelukkig houden sommige mensen van een uitdaging. Het is mooi dat deze staatssecretaris de uitdaging om de Nederlandse natuur weer gezond te maken, gaat oppakken. Zoals gezegd: het goede nieuws is dat ze zelf de teugels in handen heeft als het gaat om de grote bedreigers van haar missie.

Mest bijvoorbeeld. In 2009 sprak voormalig minister Verburg de ijdele hoop uit dat zij de laatste minister zou zijn voor wie mest een hoofdpijndossier zou vormen. Ze zei te hopen dat we met zijn allen van mest een succesdossier konden maken, dat we toepassingen konden vinden waar ook heel veel burgers nooit van hadden kunnen dromen. Ze noemde mest "het nieuwe goud". Het enige waar minister Verburg gelijk in kreeg, was dat er inderdaad geen minister zich meer hoeft te bemoeien met dit dossier, want haar opvolger werd een staatssecretaris. Maar een hoofdpijndossier is mest nog steeds.

Als de staatssecretaris het slagveld overziet, dan ziet zij dat gebrek aan leiderschap en moed ertoe heeft geleid dat het mestbeleid volledig is vastgelopen. Het jarenlange pappen en nathouden heeft de boeren niets dan onzekerheid gebracht, terwijl de natuur onverminderd zwaar belast wordt door stikstof uit de bioindustrie. We produceren namelijk nogal wat mest in dit land. In 2012 was het 71,2 miljard kilo. Dat is meer dan 4.000 kilo per Nederlander, ook als je alle baby's meetelt. Dat zijn, als ik me niet vergis, 20 tot 25 badkuipen per persoon. Zie dat maar eens kwijt te raken zonder schade. De natuur heeft hier ernstig onder te lijden en het beheer van de natuurgebieden wordt onnodig duur. Dat is vervelend als de natuurbudgetten onder druk staan. Terwijl het toch echt zo moeilijk niet is, en dat is het goede nieuws. Minder dieren, minder mest, minder problemen. Ik zou de staatssecretaris erop willen wijzen dat zij, als ze naar haar erfenis kijkt en het slagveld overziet, ook heel makkelijk kan zeggen: we hebben het beleid van het CDA en de reserve-CDA'ers op het gebied van de landbouw, de VVD en de PVV, jarenlang uitgeprobeerd, en we hebben gezien dat daar niemand echt iets mee opschiet. De natuur schiet er niets mee op, de kleine gezinsbedrijven zijn verdwenen en de boeren klagen nog steeds dat er geen duidelijkheid is over hun toekomstperspectief.

Ik heb laatst -- de staatssecretaris kan dat nalezen -- bij een ander debat in kaart gebracht hoe het de afgelopen twintig jaar is gegaan en hoe de bescherming van milieu en natuur is uitgehold ten gunste van de veehouderij. Ik weet nog goed dat de CDA-woordvoerder Ger Koopmans -- de staatssecretaris kent hem vast wel -- toen opgetogen zei: hé, wat leuk, er wordt hier voorgedragen uit het verzamelde werk van de heer Koopmans. Dat verzamelde werk heeft dus alleen maar ellende gebracht. Deze staatssecretaris kan leiderschap tonen. Zij kan de vicieuze cirkel van falend mestbeleid, waar boeren, burger, dier en natuur de dupe van worden, doorbreken door leiderschap te tonen en te zeggen: dit heeft dus niet gewerkt, we gaan het anders aanpakken. Dan weet iedereen waar hij aan toe is en wordt de vicieuze cirkel doorbroken. Ik hoop dat de staatssecretaris zich gesteund voelt door de feiten en door het falende beleid van de afgelopen jaren waar zij een einde aan kan maken.

Dan ga ik in op een andere grote bedreiger van de natuur, namelijk gif. Nederland kent het hoogste gifgebruik in de landbouw ter wereld. Ik twijfel er niet aan dat verschillende mensen de staatssecretaris zullen proberen wijs te maken dat dit nodig zou zijn om genoeg voedsel te produceren. Dat klopt niet, kan ik haar vast zeggen. Ten eerste eten we de meeste gewassen waar gif op wordt gebruikt, nauwelijks op. Lelies, gerbera's, irissen; dan komen appels inderdaad en dan tulpen.

Maar belangrijker is dat het gifgebruik in onze landbouw juist onze toekomstige voedselvoorziening in gevaar brengt. Een onderzoeksproject van negen Europese universiteiten liet al zien dat waar de intensieve landbouw verschijnt, met haar gif, de biodiversiteit achteruit holt. Het aantal wilde plantensoorten halveert, boerenlandvogels kunnen bijna niet meer overleven op onze akkers en ook de agrobiodiversiteit raakt dus aangetast. Wij helpen alle slimme helpers van de boeren om zeep als wij blijven kiezen voor de belangen van de chemische industrie in plaats van voor een gezonde landbouw die ook in de toekomst in ons voedsel kan voorzien.

Het meest acute probleem dat ons gifgebruik met zich meebrengt, waarvan ik weet -- ik kijk mevrouw Jacobi aan -- dat het ook de PvdA aan het hart gaat en dat een desastreus effect heeft op de groep in de landbouw waar wij echt niet zonder kunnen, zijn de bestuivers. Het gaat wereldwijd slecht met insecten en vooral in gebieden met intensieve landbouw is de insectensterfte hoog. Vooral het landbouwgif van de groep neonicotinoïden, zoals imidacloprid, draagt bij aan de enorme sterfte van onder andere de onmisbare bijen.

Alle lichten staan op groen om in te grijpen en niet dezelfde fouten te maken als wij bijvoorbeeld hebben gedaan bij DDT, waarbij wij pas na jaren hebben gezegd dat het wel erg veel schade aanrichtte. Want een verbod op neonicotinoïden -- ik vraag de staatssecretaris om een moratorium -- kan op brede steun rekenen van internationale wetenschappers, de Universiteit Utrecht, het Internationaal Bijencongres en de Nederlandse Vereniging voor Toxicologie. Wij hebben gezien dat na een jarenlange discussie over de oorzaken van bijensterfte ook de Europese voedsel- en warenautoriteit EFSA concludeert dat neonicotinoïden een acuut en ernstig gevaar zijn voor de gezondheid van bijen. De staatssecretaris kan zich dus gesteund weten als zij noodmaatregelen afkondigt en een moratorium instelt. Misschien niet door LTO, maar wel door onafhankelijke deskundigen die waarschuwen voor de grote risico's van dit nieuwe type gif. Wij kunnen het ons niet veroorloven om een bestuiver als de bij te verliezen. Het voorzorgsbeginsel moet van kracht zijn en de middelen moeten van de markt totdat wij zouden kunnen aantonen dat zij wel veilig zijn.

De staatssecretaris die verantwoordelijk is voor natuur weet ongetwijfeld dat ons grootste ecosysteem zich onder water bevindt, namelijk in de Noordzee. Het is ons grootste natuurgebied. Maar ook hier wordt de staatssecretaris aan de slag gezet op een erfenis van onvoorstelbare roofbouw. De biodiversiteit van de Noordzee holt nog steeds achteruit. Om ook een keer jargon te gebruiken, nog maar 15% van de mariene habitatsoorten en habitat verkeert in een gunstige staat van instandhouding. Anders gezegd, 85% van de mariene soorten wordt bedreigd in zijn voortbestaan. Dat klinkt al een stukje ernstiger. Voor sommige soorten is het al lang te laat.

Het roer moet om voordat het te laat is, maar daar is brede wetenschappelijke steun voor. Ook de Europese Commissie erkent in een evaluatie van het gemeenschappelijk visserijbeleid dat het echt anders moet. Een netwerk van aaneengesloten zeereservaten is belangrijk. Die zeereservaten moeten worden gesloten voor schadelijke visserij en de overcapaciteit moet worden afgebouwd. Graag een reactie van de staatssecretaris.

De staatssecretaris weet ook dat Nederland de afgelopen decennia aan talloze verdragen heeft meegewerkt die haar kunnen steunen in haar koers voor een groener en gezonder Nederland. Ik noem de verdragen even omdat zij ze goed kan gebruiken als zij wordt aangevallen op haar goede plannen. Het Biodiversiteitsverdrag. Wij hebben afgesproken dat wij 17% van de natuur op het land beschermen en 10% op zee. Het Verdrag van Bern, dat gaat over de bescherming van in het wild voorkomende diersoorten. Het Verdrag van Bonn, voor het behoud van met name bedreigde trekkende diersoorten. Het OSPAR-verdrag, belangrijk voor het beschermen van onze mariene natuur, en natuurlijk de Vogel- en Habitatrichtlijn.

Wij hebben al gezien dat de staatssecretaris aan de slag gaat met het ontpolderen van de Hedwigepolder. Het is belangrijk. Dat hadden wij ook afgesproken. Maar dan is het estuarium nog niet gereed. Dus ik ben heel benieuwd naar de vervolgplannen.

Wij hebben ook gezien dat de ecologische hoofdstructuur als het aan het kabinet ligt wordt gerealiseerd, maar het geld is nog niet geregeld.

Daarover maken wij ons zorgen. Ik ben benieuwd wat de staatssecretaris daarover zegt. Gaat zij in het kabinet de discussie aan? Zegt zij tegen haar collega's: als we dit doortrekken naar 2015 komt dit neer op een halvering van het budget dat er voorheen voor natuur was? Zegt zij tegen haar collega's: met deze middelen gaan we het niet redden? Gaat zij zeggen: als dit in het regeerakkoord staat, dan moet u mij meer geld geven? Weet, staatssecretaris, dat als u dat gaat zeggen, u op dit punt wordt gesteund door de Partij voor de Dieren.

Na Bleker is het uiteraard makkelijk om je te profileren als een groene politicus. Ik heb het hierover tijdens een interruptiedebatje al gehad. Je kunt je profileren als een groene politicus, maar je moet daar ook wel wat voor doen. Laat ik de staatssecretaris complimenteren voor de plannen die zij ongetwijfeld gaat doorzetten. Ik noem de realisering van het Oostvaarderswold: het komt er vast van. De commissie-Gabor is tot twee keer toe gevraagd om te bekijken wat het beste is voor de dieren in de Oostvaardersplassen. De Partij voor de Dieren vindt dat de aanbevelingen van de commissie-Gabor volledig moeten worden uitgevoerd. Dat betekent bijvoorbeeld dat de Hollandse Hout moet worden opengesteld. Kan de staatssecretaris toezeggen dat ze daarmee aan de slag gaat? Zij zou ook vissers uit beschermde zeegebieden kunnen gaan weren. Verder noem ik de wet Natuurbescherming, waaraan door het vorige kabinet is gewerkt. De plannen daarvoor zijn toen fel bekritiseerd door onder andere de Partij van de Arbeid, die nu in de regering zit. Alle lichten staan op groen voor een drastische aanpassing van die wet. De Partij voor de Dieren heeft daarbij een paar wensen. De beschermde natuurmonumenten moeten weer een apart beschermingsregime krijgen. Het vorige kabinet wilde daarvan af. De intrinsieke waarde van dieren was gesneuveld in de wet die staatssecretaris Bleker heeft voorgesteld. Wij willen graag dat die intrinsieke waarde weer in de wet wordt opgenomen. Ik denk dat de Kamer dat steunt. Wij vinden het verder belangrijk dat het recht op natuur en een gezonde leefomgeving in de wet wordt opgenomen.

Ik kom tot een afronding. Juist voor kinderen is het recht op natuur en een groene omgeving om in te kunnen ravotten, van levensbelang. Die natuur speelt een niet te onderschatten rol bij de gezondheid van mensen, en vooral van kinderen. Gebleken is dat, bij de beschikbaarheid van een groene leefomgeving en speelnatuur in de buurt, kinderen vaker en langer buitenspelen, minder last hebben van overgewicht, minder vaak klachten hebben op het gebied van ADHD en gezonder zijn. Natuur biedt veel meer ruimte voor vrij spel en creativiteit, wat positieve effecten heeft op het zelfvertrouwen en op de ontwikkeling van vaardigheden als abstract denkvermogen. Ik noem de staatssecretaris drie van de mooiste natuurspeelplekken van Nederland. Ik hoop dat ze er een kijkje kan gaan nemen, want het is er erg leuk. Ik noem het Woeste Westen in Amsterdam, Tiengemeten van Natuurmonumenten en de Speeldernis. Weet, staatssecretaris, dat ook hier de lichten op groen staan. De Kamer wil in meerderheid dat de regering de ontwikkeling van zulke plekken stimuleert. De Kamer wil heel graag voldoende middelen voor natuur- en milieueducatie. Ik nodig de staatssecretaris uit om zich, gesteund wetend door die Kamermeerderheid, in te zetten voor speelnatuur.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Jacobi (PvdA):
De oorspronkelijke ecologische hoofdstructuur is dus ons einddoel. We zullen wel een heel ingewikkeld traject moeten lopen om het voor elkaar te krijgen. Daar moeten we de tijd voor nemen. Daar moeten we reëel in zijn. Steun ons daarin. Daar help je de natuur mee.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik waardeer de groene ambities van de Partij van de Arbeid met betrekking tot natuur, maar ik maak mij wel een beetje zorgen. Het is haar ambitie om de oorspronkelijke ehs te realiseren. Maar het geld dat daarvoor wordt uitgetrokken is, over meer jaren uitgesmeerd, een halvering van het oorspronkelijke natuurbudget, terwijl we de eerdere doelen al niet hadden gehaald. Het lijkt het er dus wel een beetje op dat in 2016, als de voortgang wordt gemonitord, de conclusie kan worden getrokken dat we het niet redden. Als we dat nu al weten, dan zou de Partij van de Arbeid toch om een groter budget moeten vragen?

Mevrouw Jacobi (PvdA):
Ik deel die zorgen. Dit is een heel grote taak van ons land. Die moet financierbaar zijn, maar die moeten we ook willen halen, voor de natuur en voor onze leefomgeving. Niet voor niets hebben we het leenartikel uit de kast getrokken, omdat dit kan helpen. Elke slag die je maakt om meer geld beschikbaar te krijgen, waardoor je sneller slagen kunt maken, kan helpen. In mijn eigen omgeving heb je de beekdalen bij bijvoorbeeld Beetsterzwaag. Een en ander ligt daar al heel lang te wachten, alleen al vanwege het financiële aspect. Het is een heel interessant gebied. Er moet een en ander worden hersteld, zodat er ook een meerwaarde wordt gegeven voor het toerisme in dat gebied.
Dat leenartikel kan dus helpen. Mogelijk zijn er ook andere constructies. We hebben het nu over de begroting voor 2013. Ik ben heel blij met die 200 miljoen. Ik moet eerlijk zeggen dat we dat bedrag te danken hebben aan de Kunduzpartijen. GroenLinks en D66 hebben daar zeker hun best voor gedaan. Hulde, ook aan hen! Maar daarmee zijn we er niet. Dat realiseren we ons ook. We zitten in een periode waarin heel veel bezuinigd moet worden. Voor natuur is er in feite weer meer geld gekomen. In die zin moeten we stappen maken die passen. Daar waar we het kunnen, zullen we bij volgende begrotingen strijden voor passende begrotingsposten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik had gehoopt dat mevrouw Jacobi dat nu niet zou doen. We hebben zij aan zij gestaan in ons verzet tegen het afbraakbeleid van staatssecretaris Bleker. Nu is het natuurlijk heel erg gemakkelijk voor de PvdA en de staatssecretaris om groener te zijn dan het vorige kabinet. Dus meer geld erbij, dat klopt niet. Er wordt een forse hap genomen uit het natuurbudget en als we het doortrekken naar andere jaren is het een halvering. Meer geld voor natuur, is dus niet waar. Waarom zet de PvdA niet in op een van de punten in haar partijprogramma die zij zelf heeft laten doorrekenen, namelijk de heffing op stikstof? Stikstof is namelijk een van de grote bedreigers van de natuur. Die heffing kan rechtstreeks naar het natuurbudget. Zo sla je twee vliegen in een klap. Waarom doet de PvdA dat niet?

Mevrouw Jacobi (PvdA):
Het is altijd zo een beetje met de Partij voor de Dieren: we zijn het altijd heel erg eens en staan zij aan zij. Echter, mijn betoog heeft betrekking op deze begroting. Het punt waarop u doelt, zullen we binnenkort uitgebreid bespreken bij de behandeling van het Programma Aanpak Stikstof. Heffingen zijn voor ons zeker niet uit den boze.

(...)

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Over dierenwelzijn zullen wij elkaar nog vaak spreken, maar vandaag wil ik ingaan op een speciaal punt uit het regeerakkoord, namelijk het circusdierenverbod. Over het zorgvuldig opstellen van de wet heb ik de volgende vraag. Is het kabinet bereid om eerst wetenschappelijk advies in te winnen bij de Raad voor Dierenaangelegenheden, voordat de conceptwet naar de Raad van State gaat? Dan kunnen wij op basis van de expertise van die raad goed afbakenen voor welke circusdieren het welzijn al dan niet in het geding is. Graag een reactie en het liefst een toezegging.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Over het aangekondigde verbod op het gebruik van wilde dieren in circussen ben ik een beetje verbaasd over de draai die D66 heeft gemaakt. In 2006 was die partij er nog voor. Ik ken D66 als een partij die graag wil dat Nederland vooroploopt in dierenwelzijn. Nederland is als het gaat om het gebruik van wilde dieren in circussen eigenlijk een slecht jongetje in niet alleen de Europese, maar zelfs de internationale klas. Dat is beschamend. Ik ben dus verbaasd dat D66 zich terug lijkt te trekken van dat eerdere standpunt en liever in de hoek blijft zitten van CDA en PVV, terwijl die fractie daar qua dierenwelzijn normaal gesproken niet bij wil horen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Dank voor deze vraag, want ik wil die indruk graag wegnemen. Wij willen juist dat de wet goed wordt voorbereid, zodat wij de dierenwelzijnproblemen in het circus goed kunnen aanpakken. Daarom vraag ik de staatssecretaris om een advies, maar dat moet mevrouw Ouwehand niet zien als een terugtrekkende beweging. We willen graag dat het wetsvoorstel wordt gebouwd op wetenschappelijke feiten. De Raad voor Dierenaangelegenheden leek ons bij uitstek de club die kan helpen om het wetsvoorstel een goede vorm te geven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Als D66 graag wil dat het wetsvoorstel zo doortimmerd is dat er geen enkele op- of aanmerking over te maken is, dan volg ik die lijn, maar ik krijg nog wel graag bevestigd dat D66, naast het uitgangspunt dat de wet die dieren moet beschermen, ook van mening is dat het gebruik van dieren en het risico dat ze lopen op aantasting van hun welzijn moeten worden afgezet tegen het nut.
Dan is het vermaak van mensen een relatief laag ingeschaald nut. Ik ga er dus van uit dat D66 die intrinsieke en morele afweging een belangrijke plaats geeft bij de beoordeling van het uiteindelijke wetsvoorstel.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Op dat punt kan ik de PvdD geheel geruststellen. Natuurlijk zullen wij dit een belangrijke plaats geven. Wij verzoeken het kabinet om ervoor te zorgen dat wij straks met elkaar een discussie voeren over een goede wet die op wetenschappelijke gronden is gebaseerd. Dat laatste zal de discussie alleen maar vergemakkelijken en verbeteren.

(...)

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik kom op Natura 2000 en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De ChristenUnie vindt de huidige filosofie voor Natura 2000 te rigide. De nadruk ligt te sterk op instandhouding van natuurwaarden in plaats van op behoud van ontwikkeling. De praktijk laat dan ook zien dat het Natura 2000-concept in de huidige vorm slecht werkt. Door uitblijvende duidelijkheid over de beheerplannen en de Programmatische Aanpak Stikstof duurt de impasse al jaren voort. Agrariërs kunnen geen kant op. Ook de noodzakelijke investeringen in de natuur blijven achterwege. Hier wordt niemand beter van. Is de staatssecretaris bereid om in Brussel te pleiten voor herijking van Natura 2000, waarbij meer aandacht komt voor natuurontwikkeling?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik schrik er een beetje van dat de ChristenUnie, die toch hart heeft voor natuur, wat ik erg waardeer, en die onze leefomgeving voor toekomstige generaties wil veiligstellen, vraagt om een aanpassing van Natura 2000.
Is de ChristenUnie niet op de hoogte van de analyses van ecologen en hoogleraren natuurbeschermingsrecht dat we in een vicieuze cirkel zijn geraakt? Zij zeggen dat onze natuur er zó slecht aan toe is dat de grens bereikt is en dat er daarom op dit moment niks kan met Natura 2000. De uitweg is dus ervoor te zorgen dat de natuur weer gezond wordt, maar niet het verder uithollen van het beschermingsregime.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik wil heel duidelijk maken dat de ChristenUnie niet de intentie heeft om de bescherming via Natura 2000 op te heffen of te verminderen, laat staan uit te hollen. Dat is zeker niet mijn pleidooi. Ik zie dat allerlei ontwikkelingen worden tegengehouden doordat het Natura 2000-regime te rigide is. Als voorbeeld daarvan noem ik het compensatiebeginsel, wat mevrouw Ouwehand bekend zal zijn. Als een bepaalde soort in een Natura 2000-gebied voorkomt, kan dit betekenen dat ontwikkelingen helemaal op slot worden gezet omdat die soort anders wellicht verdwijnt. Als je het echter op een grotere schaal bekijkt, gaat het dan om die specifieke soort? Als je weet dat door die ontwikkelingen ook mogelijkheden voor andere soorten ontstaan -- het kan zijn dat één soort verdwijnt, maar dat er twee of drie andere soorten voor terugkomen -- dan moet je het totaal bekijken en niet specifiek op die ene soort focussen. Dat bedoel ik met mijn opmerking dat het Natura 2000-regime te rigide is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wat de Partij voor de Dieren betreft hoeven wij ook niet op individuele soorten te sturen, maar de ellende is dat wij inmiddels zó ver van de oorspronkelijke biodiversiteit verwijderd zijn, van een gezonde natuur, dat we onszelf in die positie hebben gemanoeuvreerd. Het doet mij pijn, maar de ChristenUnie heeft daar steun aan verleend. Zij heeft steeds weer de ruimte voor ammoniakuitstoot groter gemaakt dan ons door deskundigen werd aanbevolen. Ik vind het vervelend dat de ChristenUnie, met haar groene hart, meehuilt met de wolven in het bos door te zeggen dat het regime dat wij hebben afgesproken voor het beschermen van de natuur, nu we onszelf tegen de grenzen hebben gedrukt, te strikt zou zijn. Mevrouw Dik moet de andere kant op. Zij moet zeggen: we moeten investeren in natuur. Dan komen we er namelijk pas uit.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik word namelijk aangesproken als zou de ChristenUnie economie voor laten gaan op ecologie, maar dat is zeker niet aan de orde. Ik vind dat economie en ecologie hand in hand moeten gaan. Wat betreft Natura 2000 en de positie van agrariërs wijs ik heel graag op de achtergronddepositie, want die werkt ook verstorend voor Natura 2000. Ik vind dat wij ook daarnaar moeten kijken.