Bijdrage Thieme Begroting Econo­mische Zaken 2017


22 november 2016

Voorzitter,

Vandaag, 10 jaar geleden, werd er voor het eerst in de geschiedenis een politieke partij in een Nationaal parlement gekozen die niet de kortetermijn mensenbelangen centraal stelt, maar de belangen van alle levende wezens. De Partij voor de Dieren. Een partij die vindt dat we af moeten stappen van het menscentraal denken.

En daar is alle aanleiding toe. De manier waarop mensen met dieren omgaan heeft grote invloed op alles wat van belang is voor ons, voor onze kinderen en onze kleinkinderen. De manier waarop we met dieren omgaan is bepalend voor ons klimaat, de volksgezondheid, de biodiversiteit, de kwaliteit van bodem, lucht en water, en het voorbeeld dat we onze kinderen geven en de toekomstmogelijkheden die we komende generaties bieden. Wij zijn de eerste generatie die de problemen van de grootschalige intensieve veehouderij aan den lijve ondervindt. Wij zijn de laatste generatie die er iets tegen kunnen doen.

Er wordt wel gezegd dat de mens van nature niet tot verandering geneigd is. Het vasthouden aan de intensieve, grootschalige melkveehouderij, varkenshouderij, de kippenfokkerij en al die andere manieren waarop mensen dieren exploiteren, bevestigen dat. Het probleem is dat de traditionele politiek zich onmachtig lijkt te voelen verandering te brengen in situaties die schandvlekken op onze beschaving zijn. Al meer dan dertig jaar wijzen ministers en staatssecretarissen naar de vee-industrie die zelf het initiatief moet nemen om diervriendelijker en milieuvriendelijker te worden om op die manier geen gevaar meer te vormen voor de volksgezondheid. Al meer dan dertig jaar komt er vanuit de industrie nauwelijks iets van de grond aan vernieuwing en verbetering en strompelt van voedselschandaal naar voedselschandaal, van dierziektecrisis naar dierziektecrisis en van wetsovertreding naar wetsovertreding. Veel veehouders zitten volkomen knel tussen de bank en de markt: elk jaar moeten de kosten gedrukt worden om mee te kunnen doen in de ratrace tot he bottom. Veel boeren zijn anonieme grondstofproducenten geworden. Schuldhorigen van banken.

Voorzitter het is totaal onlogisch om in een dergelijk systeem van alle boeren te vragen om vrijwillig hun bedrijfsvoering te wijzigingen. Om vier redenen:
Boeren die produceren voor een nichemarkt zitten niet te wachten op meer aanbieders. Wie nu een uniek product levert, heeft geen behoefte aan concurrentie.
En veel boeren hebben een morele blinde vlek ontwikkeld ten aanzien van dierenwelzijn. ter illustratie: in de discussie over kalveren bij de koe, stellen veel gangbare melkveehouders dat het geven van moedermelk aan hun eigen kalfjes, de kalveren ziek zou maken en de moederdieren vals.
In de derde plaats: Boeren zijn met handen en voeten gebonden aan een systeem dat ze zelf niet kunnen veranderen. De schuld aan de bank hangt als een molensteen om hun nek, bij dalende prijzen kunnen ze nauwelijks of niet het hoofd boven water houden. Als ze al zouden willen, ze kunnen vaak niet anders.
En tot slot. Het is ronduit pervers om een sector die er zo voor staat, afhankelijk te maken van zelfregulering. Botweg te zeggen: zoek het zelf maar uit, regel het zelf maar. De onzichtbare hand van de vrije markt waar de VVD zo graag in gelooft, maar die ervoor zorgt dat 7 agrarische gezinsbedrijven per dag het hek van hun boerenbedrijf moeten sluiten.

De Sociaal Economische Raad stelde vorige maand met kracht dat de overheid leiderschap moet tonen en op moet treden als marktmeester. Dat de tijd van vrijblijvendheid en mooie intenties voorbij is. De staatssecretaris, voorzitter, kan na deze zoveelste noodklok van een gerenommeerd advieslichaam niet op z’n handen blijven zitten, zelfs niet als de VVD dat van ‘m verlangt!

Voorzitter, tijdens het eerste Begrotingsdebat Landbouw & Natuur van dit kabinet heb ik gezegd dat er heel veel kansen voor open doel lagen om de landbouw te hervormen. Het regeerakkoord legde daarvoor geen strobreed in de weg. Maar de belangen van dieren en milieu werden politiek wisselgeld, uitgeruild tegen de belangen van de vee-industrie en zijn korte termijn economische belangen van slechts een paar agrarische megabedrijven.
Ook draaide de propagandamachine op volle toeren. Organisaties als LTO, NZO, NFLI, NVV, NVP, you name it. Ook Wageningen Universiteit.

Voorzitter, over de laatste nog even een vraag: wanneer wordt de motie uitgevoerd om Wageningen Universiteit weg te halen bij Economische Zaken en te laten resorteren onder het ministerie van Onderwijs? Dit, om de onafhankelijkheid beter te waarborgen.

Kortheidshalve wijs ik op het verloren kort geding gisteren tegen Trouw. Trouw zou Wageningen Universiteit ten onrechte hebben verweten dat de uitkomst van door het bedrijfsleven gefinancierd onderzoek naar het statiegeldsysteem al van te voren vaststond. De rechter oordeelde dat de analyse van Trouw volledig correct was.

Voorzitter, de landbouwlobby deed er alles aan om staatssecretaris Dijksma en later staatssecretaris Van Dam in te wijden in de meest romantische kant van hun nering. Donzige kuikentjes, snoezige varkentjes in een showstal vol stro. Een rondleiding door een heuse Rondeelstal, waarvan er slechts een handjevol zijn en waar de pluimveehouder als ‘vanzelf’ naartoe zou bewegen. Het komt goed, gaat vanzelf, let maar op, dat horen overigens al 12 jaar! De weg naar de hel is geplaveid met zichtstallen en optimistische bedrijfsbezoeken aan keurig aangeharkte voorbeeldbedrijven. Voor de alledaagse realiteit wordt de staatssecretaris niet uitgenodigd: het levend versnipperen van tientallen miljoenen eendagshaantjes. Of bij het onverdoofd knippen van de staarten en tanden van varkens, bij het vangen van plofkippen die niet meer op hun eigen poten kunnen staan, bij het onverdoofd slachten van dieren. Van alle werkelijkheden die de bio-industrie kan tonen, worden vooral de meest geromantiseerde varianten getoond.

En we zien een tendens naar nog meer onnatuurlijke houderijsystemen. De ontwikkeling van laboratoriumstallen om zo het antibioticagebruik terug te dringen, de megastallen…Het is een heilloze weg die alleen gevoed wordt door het ultra korte termijndenken. De ontwikkeling van de landbouweconomie van meer voor minder, in alle opzichten. Meer dieren, maar minder opbrengst, Meer stallen, maar minder boeren. Meer megastallen, minder familiebedrijven. Meer dierziekten, minder veilige woonomgeving voor burgers. Meer export, een minder stabiel klimaat. Voorzitter, wanneer maakt de staatssecretaris daar een einde aan?

Voorzitter, de staatssecretaris heeft nog een paar maanden om missionair en mogelijk langer demissionair orde op zaken te stellen in de landbouw. Om een einde te maken aan de valse beloftes van meer dierenwelzijn en meer duurzaamheid. Jaarlijks worden meer dan 500 miljoen plofkippen geslacht die gefokt zijn op extreme groei. Hun lichaam raakt uitgeput, er ontstaat vocht in de buikholte, de botten te zwak zijn om het gewicht te kunnen dragen. De dieren hebben ernstige blaren aan hun voetzolen doordat ze hun hele leven slijten in hun eigen uitwerpselen. Uiteindelijk kunnen ze niet meer lopen en zakken ze door hun poten. Dan komt de volautomatische kuikenveegmachine. Die veegt de dieren letterlijk op van de vloer met een rol van rubberen vingers, in een tempo van 8.000 kippen per uur. Diervriendelijk, juichte de fabrikant, maar moest die claim van de Reclame Code Commissie van z’n website halen toen bleek dat een kwart van de kuikens de stal met ernstige verwondingen verliet.

De enige reden voor deze wijze van productie is geld. Om economische redenen mishandelen we dieren levenslang en gunnen we ze niet meer dan een marginaal bestaan. Zelfs hun sterven is om economische reden een lijdensweg die je je ergste vijand niet zou toewensen, laat staan een weerloos en onschuldig dier. De dieren hebben letterlijk geen leven, althans geen leven naar hun eigen aard. Voorzitter, kan de staatssecretaris aangeven wanneer naar zijn mening kippen moeten kunnen leven naar hun aard?

Voorzitter, dat brengt me op de zeer penibele situatie van dikbilrunderen. Koeien worden voor de productie van vlees zodanig doorgefokt dat zij niet meer op een natuurlijke wijze kunnen bevallen. Een keizersnede, een vergaande ingreep is zo goed als een standaardpraktijk geworden. Door de doorfok is er een fors risico op misvormde kalveren. Net als bij plofkippen kan het lichaam het gewicht in veel gevallen niet aan. De koeien zien eruit alsof de karbonades aan de buitenkant tegen hun lichaam geplakt zitten. Voorzitter, het past niet bij de wijze waarop dierenwelzijn in de meeste verkiezingsprogramma’s geformuleerd is. Maar papier is geduldig en de werkelijk is zeer weerbarstig. En voor geld is alles te koop, zeker in een land van kooplieden. Waar zelfs de dominees (of hun politieke vertegenwoordigers) hebben aangekondigd zich in te zullen gaan zetten voor minder regels in de veehouderij en nog lagere kosten voor de bedrijfsvoering. [3] Rentmeesterschap anno 2016, zoals ook het kabinet het graag ziet. De vleesrundersector krijgt de mogelijkheid om met een plan van aanpak te komen om keizersneden bij dikbilrunderen op termijn uit te faseren. Mañana, manana, voorzitter.

Voorzitter, dan de melkveeindustrie. Jarenlang is het ons voorgehouden via spotjes over Melk de Witte Motor en via de claim Melk is goed voor elk. Koemelk is inderdaad erg goed, maar dan wel alleen voor pasgeboren kalfjes. Kalfjes die nu meteen na hun geboorte van hun moeder gescheiden worden. Een volkomen uit te hand gelopen systeem. Waarvan inmiddels niet alleen de kalfjes, maar ook hun moeders, de boeren, de volksgezondheid, de biodiversiteit en het klimaat slachtoffer van worden. Ik heb daar in 2007 een film over gemaakt, Meat the Truth. En de bewijzen voor de negatieve effecten van de melkveehouderij stapelen zich op.

Voorzitter, melkveehouders luiden de noodklok over de lage melkprijs, letterlijk crying over spilled milk. Het is de megamorfose van de melkveehouderij die de lage prijs heeft veroorzaakt. De melkquota moesten en zouden verdwijnen. De Tweede Kamer werd platgelopen door LTO …. LTO beloofde gouden ….. En de quota gingen eraf. Massaal gingen de boeren meer koeien houden. En wat gebeurde er? De prijs daalde? Was dat te voorzien? Ja natuurlijk. Schaalvergroting leidt niet tot meer inkomenszekerheid voor boeren. Integendeel. Het leidt tot kwetsbare bedrijven. En nu moet de belastingbetaler opdraaien voor de overproductie. Er worden tientallen miljoenen euro’s vrijgemaakt om een industrie die zichzelf in de problemen heeft gebracht uitstel van executie te bieden. Dat uitstel van executie geldt overigens niet voor de melkkoe zelf. Daarvan zullen er volgens de laatste berichten 200.000, gezonde dieren, geofferd worden op het altaar van de economie. Over het leed dat koeien aangedaan wordt, wordt nauwelijks gesproken. Het gaat over rekenmodellen, voersporen, derogatie en vooral tientallen miljoenen aan subsidies als pleister op een stinkende wond. Hoe kan een systeem als dit ooit gerechtvaardigd worden, voorzitter? De staatssecretaris had leiderschap moeten tonen. En bijzonder genoeg vinden de melkveehouders dat ook.
Waarom heeft niemand ons tegengehouden, bijvoorbeeld met regels, verwijten de boeren Den Haag nu. Dat lazen we in de Volkskrant vorige maand. Ik wil die vraag hier luid en duidelijk herhalen en aan de staatssecretaris stellen. Waarom heeft niemand ze tegengehouden? En is het stellen van die vraag en de beantwoording ervan niet de definitieve faillietverklaring van zelfregulering?

Voorzitter, levert al dit leed onder mens en dier iets op? Ik moet iedereen die daar nog in gelooft teleurstellen: Voor het geld hoeven we het niet te doen! De melkveehouderij draagt slechts 0,3%, nulkommadrie procent! bij aan het Bruto Binnenlands Product. Terwijl diezelfde melkveehouderij verantwoordelijk is voor tenminste 50% nationale ammoniakuitstoot en daarmee de natuur ernstig bedreigt. Die schade bedraagt alleen al bedraagt tenminste 1 miljard euro per jaar. De totale externaliteiten van de melkveehouderij, dat zijn de kosten die niemand voor z’n rekening neemt en dus door de belastingbetaler moeten worden opgehoest, vroeger of later, bedragen tussen de 2,5 en de 7,5 miljard euro per jaar. De toegevoegde waarde van de melkveehouderij was in 2015 3,2 miljard. Hiermee kost de melkveehouderij dus aanzienlijk meer dan ze oplevert, blijkt uit onderzoek van Quintree.

Voorzitter, de melk wordt duur betaald. De melkveehouderij is de nieuwe bio-industrie. De staatssecretaris beloofde eerder tijdens de landbouwbegroting (ik citeer) “kwaliteit in plaats van meer voor minder.” Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze hij deze goede voornemens in daden heeft omgezet of wil gaan omzetten in de komende maanden? Graag een reactie!

Voorzitter, graag wil ik afzonderlijk aandacht vragen voor de kalfjes die slachtoffer zijn van de melkveehouderij. We weten dat in Nederland 30 melkveeboeren de kalfjes bij hun moeders laten. Slechts 30 van de 18.000 melkveebedrijven. Hoe staat het met de aangenomen motie die vraagt om een plan van aanpak pasgeboren kalveren niet langer van hun moeder te scheiden. Het pasgeboren kalf wordt meteen na de geboorte in een eenlingbox gestopt en vertoont daarna in de zogeheten “groepshuisvesting” gestoord gedrag. Het gaat wanhopig zuigen aan andere kalfjes. In Gelderland zagen we onlangs kalfjes die, om dit tegen te gaan, een neusring hadden gekregen met scherpe uitsteeksels, om dit natuurlijk gedrag met een martelwerktuig te onderdrukken. Hoe beoordeelt de staatssecretaris deze handelwijze? Graag een reactie.

Voorzitter, dan is er nog een varkentje dat nodig gewassen moet worden. Veel varkens maken de spoeling dun, luidt het spreekwoord en in de varkenshouderij is dat zeer voelbaar, voor de dieren en voor de boeren. Nog steeds ontbreekt het in veel varkensstallen aan het verplichte afleidingsmateriaal en worden biggenstaartjes massaal in strijd met de wettelijke voorschriften afgeknipt. Tanden worden afgevijld. Brandveiligheidssystemen ontbreken in veel gevallen. Voorzitter, de varkensindustrie fokt al jaren zeugen die zoveel mogelijk biggen per worp geven. Naar verwachting loopt dit binnen drie jaar op naar 40 biggen per zeug per jaar. En omdat de zeug daar niet genoeg spenen voor heeft, worden er speciale superzeugen gefokt met extra spenen. In de strijd tegen overmatig antibioticabeleid bouwen boeren bijna steriele stallen, zogenaamde "specific pathogen free"-stallen. Laboratoriumstallen, waar biggen en varkens in plastic bakken letterlijk gestapeld worden en over rails door de stal gereden worden. Leven, lijden en sterven aan de lopende band, letterlijk. Dit wordt een “high care” stal genoemd. Voorzitter, marketing is een mooi maar cynisch vak.

Tijdens een werkbezoek kreeg de Kamer een filmpje te zien van een varkenshouder die trots liet zien dat zijn stal tjokvol varkens antibioticavrij was. Deze varkenshouder moet zich daarvoor wel meerdere malen per dag douchen en zich van top tot teen hullen in steriel plastic. Hij komt daarom alleen gepland en zo min mogelijk in zijn computergestuurde en hermetisch afgesloten stal. Fotografen mogen er niet in. Scharrelen, een zandbad nemen, wroeten, sociaal gedrag: het is allemaal niet mogelijk in een laboratoriumstal. Kan de staatssecretaris aangeven wat hij vindt van laboratoriumstallen in het kader van zijn streven om dieren het recht te geven op natuurlijk gedrag?

Na zo’n kort en ellendig leven in de vee-industrie volgt vergassing, voorzitter. Als een varken op slachtgewicht is, wordt het dier na transport in een lift gedreven om daar af te dalen naar een met Co2 gevulde ruimte. Geen cameratoezicht, maar de geluiden spreken voor zich. Een proefopstelling van de Universiteit Zurich onthulde dat de varkens in de gaskamer een afschuwelijke dood sterven. Maar de Nederlands varkensindustrie houdt vol dat vergassing zeer humaan zou zijn. Een verbijsterende constatering, voorzitter. Ik zal de beelden na mijn bijdrage online plaatsen, zodat het publiek zelf kan oordelen. Varkens happen naar lucht, gillen in paniek, proberen te ontsnappen, om na een lange doodsstrijd stuiptrekkend te stikken. De NVWA constateerde dat het bedwelmen met CO2, voorafgaand aan de slacht, bij varkens voor ernstige dierenwelzijnsproblemen zorgt.

Onze aangenomen motie om CO2-bedwelming uit te faseren, is tot op heden nog steeds niet uitgevoerd. Meer dan zestigduizend varkens per week sterven in Nederland op deze manier. Ondertussen stappen slachthuizen nog steeds massaal over op deze goedkope slachtmethode. Ik roep de staatssecretaris vandaag ter verantwoording. Op welke manier is het vergassen van varkens te verenigen met de idealen die hem tot een politieke carrière brachten? Hij was op zoek naar “echte problemen en werkbare oplossingen”. Hoe is het te verenigen met het verkiezingsprogramma van zijn partij, met zijn idealen van toen? Hoe is het te rijmen met het regeerakkoord dat sprak van het keihard aanpakken van dierenmishandeling? Graag een reactie!

Voorzitter, de vee-industrie is een door en door verziekt systeem. Dat is niet alleen desastreus voor die dieren zelf. De helft van het kippenvlees, 40% van het kalfsvlees en 13% van het rundvlees is besmet met antibioticaresistente bacteriën. ESBL heeft al tot dodelijke slachtoffers onder mensen geleid. Mensen die in de buurt wonen van veehouderijen hebben last van fijn stof, endotoxinen, uitbraken van zoönosen en stank. We hebben ten tijde van de Q-koortsepidemie kunnen zien hoe ziekten van dieren op mensen kunnen overslaan. Tienduizenden mensen raakten besmet, vierduizend mensen raakten chronisch ziek en ten minste 74 mensen overleden.Naast de Q-koorts hebben uitbraken van vogelgriep en varkenspest voor miljoenen slachtoffers onder dieren gezorgd en bedreigen ze de volksgezondheid op niet eerder vertoonde schaal.
Voorzitter, moet de staatssecretaris niet met mij concluderen dat de gangbare veehouderij ook op het gebied van gezondheidsrisico’s onhoudbaar is?

Voorzitter, de staatssecretaris noemt het land met de grootste intensieve veehouderij “Dierenwelzijnskampioen” . Nederland is koploper op het gebied van dierenwelzijn, zei de staatssecretaris op …., bij …...Maar, voorzitter, Nederland behoort in de EU tot de landen met het kleinste aandeel biologische landbouwgrond. Het aandeel van de biologische veehouderij, is slechts 1,73%. Het kabinet heeft sinds 2007 de afspraak met de biologische sector om jaarlijks 5% te groeien. Daar is tot nu toe helemaal niets van terechtgekomen. Alleen landen als Bulgarije, Hongarije en Roemenië scoren slechter op dit punt. Je kunt jezelf dus al dierenwelzijnskampioen noemen als je honderden miljoenen dieren in donkere betonnen stallen opsluit die nooit het daglicht zien. Waarom gedraagt de staatssecretaris zich als propagandachef van de bio-industrie? Kan de staatssecretaris daar in dit laatste missionaire begrotingsdebat van het kabinet Rutte 2 eindelijk duidelijkheid over geven zodat ook de kiezer zich een gedegen oordeel kan vormen over dit kabinetsbeleid?

Voorzitter, natuurlijk hebben de conservatieve krachten binnen de industrie geprobeerd duidelijk te maken dat verandering alleen vanuit de markt kan komen. Dat de overheid op afstand moet blijven. Ze wijzen op het level playing field van Europa waardoor alles op de lange baan geschoven wordt en dat elke verbetering vooral op basis van vrijwilligheid tot stand moet komen. Dat wordt al gezegd sinds de discussie over de aanvaardbaarheid van de intensieve landbouw begon, zo’n veertig jaar geleden. De tactiek van aanschuiven en bewust vertragen zien we overal optreden als er verandering nodig is en de gevestigde belangen, vervuilende belangen, daar geen zin in hebben. “Transitiepijn” noemt het Planbureau voor de Leefomgeving dat en waarschuwt de overheid om daar niet in mee te gaan. De tijd van convenanten, blauwdrukken en zelfregulering is echt voorbij zegt het Planbureau. Mijn fractie sluit zich daarbij aan. Ook de Sociaal economische Raad concludeert dat de vrijblijvendheid en de zelfregulering in de veesector nu echt ten eind moet komen. Kan de staatssecretaris beloven die aanbevelingen over te nemen? Graag een reactie.

Voorzitter, wat had de staatssecretaris moeten doen? Herman Wijffels, in 2001 voorzitter van de commissie over de toekomst van de veehouderij, zei in de uitzending van Zembla, en ik citeer: “De Nederlandse ambitie om de wereld te voeden, is geweldig overtrokken. Het Kabinet heeft sinds mijn rapport geen harde grenzen gesteld aan de melkveehouderij. Nu al zitten een aantal grote melkveehouderijbedrijven in bijzonder beheer. Het is een illustratie dat de kwetsbaarheid in economisch-financiële zin toeneemt. De politiek heeft te lang te weinig gedaan en dit probleem zelf gecreëerd, klaar.” Einde citaat.

Voorzitter, de staatssecretaris heeft de belangrijke taak laten liggen om burgers weer vertrouwen te laten krijgen in de overheid. De veehouderij verkeert in een diepe crisis. Veehouders die het water aan de lippen hebben staan smeken om leiderschap vanuit de overheid. Die leiderschap zal moeten uitmonden in een voedselbeleid, zoals ook de wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid stelt. Dat betekent dat we goed moeten kijken hoe we ons voedsel produceren en voor wie.

Voorzitter, mes en vork zijn onze machtigste wapens tegen de klimaatverandering, tegen welvaartsziekten, tegen milieuvervuiling en tegen dierenleed. En dat niet alleen. De honger in de wereld wordt niet veroorzaakt door te weinig voedsel. Integendeel. Amper twee derde van het voedsel wordt daadwerkelijk opgegeten. En als we kijken naar de hoeveelheid voedsel die op de akkers geoogst wordt, belandt er nog veel en veel minder in een mensenmond. Zo’n 40 procent van de wereldwijde graanoogst wordt opgeslokt door de intensieve veehouderij. Kostbare voedingsstoffen waarvan een groot deel van de beschikbare calorieën verloren gaat.

Het voedselvraagstuk is een verdelingsvraagstuk. De belangrijkste vraag is: kunnen alle mensen voldoende en voldoende voedselrijk eten krijgen, nu en in de toekomst? Jazeker, dat kan! Maar dan moeten we wel eindelijk echte keuzes maken. Keuzes voor de lange termijn.

Er liggen twee wegen voor ons. We kunnen doorgaan op de huidige weg. De weg van de overconsumptie van vlees, zuivel, eieren. Dit is de weg van megastallen. Van ontbossing van tropisch regenwoud om plek te maken voor nog meer plantages voor veevoer. Dit is ook de weg van Bayer en Monsanto, die bodems en water vergiftigen en bijen en vlinders dreigen te vernietigen. De weg van de kunstmest, die de voedselproductie op korte termijn kan verhogen, maar op lange termijn de bodem uitgeput achterlaat. Het is de weg van de monoculturen, waarin ziekten en plagen makkelijk de overhand krijgen,
en massale misoogsten op de loer liggen. Het is de weg waar elke dag 5 tot 7 boeren in Nederland moeten stoppen met hun bedrijf omdat ze het niet meer volhouden om onder de kostprijs hun producten te verkopen. En de weg van TTTIP en CETA die het veel boeren nog moeilijker zal maken te kunnen blijven concurreren.

Maar gelukkig is er ook een andere weg. Die weg wordt gekenmerkt door een landbouwsysteem dat in harmonie is met de omgeving, met milieu, mens en dier. Waarin slim wordt samengewerkt met de natuur, in plaats van die te bestrijden met landbouwgif. De biologische landbouw kent bijv. al vele manieren om zonder gif te kunnen boeren. Het is een agro-ecologisch landbouwsysteem waarin de nutriëntenkringlopen gesloten zijn op een regionale schaal, zodat bodems vruchtbaar blijven, zonder het gebruik van kunstmest. Waarin voedsel niet meer wordt verspild, maar mensen voedt. Dat betekent niet alleen minder voedsel weggooien. Het betekent vooral dat we moeten ophouden om voedsel dat we zelf kunnen eten, te verspillen via dieren als overbodige tussenschakel. Waarom zouden we 2 tot 7 kilo soja aan een dier voeren om daar slechts 1 kilo vlees van over te houden, als we die kilo’s soja ook zelf kunnen opeten? Vlees is een zeer inefficiënte wijze van eiwitproductie en kan onmogelijk het groeiend aantal monden in de wereld voeden. Volgens onderzoek van de University of Minnesota kunnen we 4 miljard mensen extra voeden met het huidige akkerbouwareaal… …als we ervoor kiezen landbouwgewassen niet langer te verwerken tot veevoer en biobrandstof. Wanneer ons voedsel meer plantaardig wordt, kunnen we meer mensen voeden, biodiversiteit behouden en klimaatverandering afremmen. We bouwen bovendien aan soevereiniteit van voedsel. Iets wat we al lang geleden lijken te hebben opgegeven, maar wat wel de sleutel is van een duurzaam en rechtvaardig voedselsysteem.

Europa produceert nu nog maar 20% van haar plantaardige eiwitbehoefte, we zijn voor 80% afhankelijk van import. Dit is in een instabiele wereld een risico.
Aan de andere kant biedt een kans voor boeren. De teelt van eiwitrijke gewassen in Nederland en Europa, ook voor directe consumptie voor de mens neemt geleidelijk toe, hoewel nog erg traag. Dat is hoopvol, omdat het ons een stap dichterbij een duurzame en onafhankelijke voedselvoorziening brengt.

Het goede nieuws is ook dat steeds meer Nederlanders biologisch kopen.
De besteding aan biologisch voedsel in Nederland is vanaf 2009 verviervoudigd.
Biologisch realiseert ruim 1 miljard aan consumentenbestedingen en zit ondanks de crisis nog steeds in een groeifase.
En nog maar 13 procent van de Nederlanders eet elke dag vlees.

De overheid heeft een belangrijke rol om te komen tot een toekomstbestendige landbouw. De consument laat zien dat ze meer regionale en diervriendelijke productie wil En daar moet de politiek zich ook wat van aantrekken, daar waar de markt faalt. Mensen willen dat er geen onduurzame en onethische producten in de schappen liggen en verwachten dat dat geregeld is. Er is geen consument die klaagt dat er geen goedkope legbatterij-eieren te koop zijn, net zo min dat er ook maar een consument zou klagen dat er geen kleding meer te koop zou zijn dat met kinderhanden gemaakt is.
Een mooi voorbeeld van luisteren naar maatschappelijke wensen is Tesla, de kleinste autofabrikant van wereld. Het bedrijf Tesla is per verkochte auto 100 keer zoveel meer waard dan General Motors het grootste automerk ter wereld. Kijkend naar de beurswaarde.

Willen we een toekomst voor onze boeren en opvolgers voor bestaande boerenbedrijven dan zal het kabinet leiderschap moeten tonen. De inzet op anonieme bulkproductie gaat tegen de maatschappelijke wens in en biedt geen toekomst voor onze boeren. We dienen een kader te scheppen waarbinnen stabiele, duurzame ontwikkeling in de ecologische landbouw kan plaatsvinden. Is de staatssecretaris dat met mij eens?

Jacht

Voorzitter, niet alleen de dieren in de veehouderij worden in hun welzijn bedreigd. Elk jaar worden ruim een miljoen dieren in de natuur doodgeschoten voor de lol van een handjevol jagers. De plezierjacht zou verboden worden volgens de meeste verkiezingsprogramma’s van de in dit huis vertegenwoordigde politieke partijen, maar de wil van de VVD werd wet: de PvdA moest in de achterkamertjes beloven dat de plezierjacht ongemoeid zou blijven, anders zou de VVD niet akkoord gaan met de nieuwe wet natuurbescherming.

Maar voorzitter, ook jagers steken veel energie in het inwijden van politici in de meest romantische kant van wat ze in bos en hei doen. Volgens de jager pinkt hij een traantje weg als hij een dier ‘uit het systeem neemt’ om het voor ernstig lijden te behoeden. Een jager vertelt graag dat de plezierjacht een wezenlijke bijdrage levert aan de verduurzaming en het regionaliseren van ons voedsel. Ab-so-lute flauwekul, waar geen weldenkend volksvertegenwoordiger voor zou moeten zwichten. Het zeer intensieve afschot en de jacht in Nederland leveren per Nederlander per jaar slechts 35 gram Nederlands wild op. 85% van het in Nederland geconsumeerde wild is niet afkomstig uit de Nederlandse natuur, maar is vooral gefokt in de bio-industrie in het buitenland, zoals Argentinië, Polen en Nieuw-Zeeland.

De plezierjacht is daarom geen antwoord op enige vraag naar regionaal geproduceerd voedsel. Sterke nog, de negatieve impact op de natuur is enorm. De natuurlijke populatiedynamiek van dieren wordt letterlijk aan flarden geschoten. Door dieren als jachtbuit mee te nemen, gaan waardevolle mineralen uit de kringloop verloren en dat zorgt voor ernstige verschraling van de natuur. Jagers spiegelen de jacht graag voor als diervriendelijk alternatief voor de bio-industrie. Maar jonge dieren blijven moederloos achter, partnerverbanden worden wreed verstoord en de groepshiërarchie wordt letterlijk naar de eeuwige jachtvelden geholpen. Met zwervende dieren als gevolg die een gevaar voor zichzelf of anderen kunnen worden.

Een hagelpatroon, die op dieren in volle beweging wordt afgevuurd, bevat enkele honderden metaaldelen. Er worden niet alleen dieren gedood, maar grote aantallen dieren worden niet dodelijk geraakt en vluchten in paniek. Zij sterven een pijnlijke dood door geperforeerde darmen, een gebroken kaak of afgerukte poten. Jagers zeggen te jagen met respect voor het dier; dat we kunnen vertrouwen op hun weidelijkheidsprincipes. Wie die principes bestudeert, moet concluderen dat deze regels en tradities er vooral zijn om de sport rondom de jacht zo mooi mogelijk te houden. Als er gesproken wordt over "respect voor het wild", wordt vooral minutieus beschreven hoe het wild respectvol moet worden behandeld als het al dood is. De regels zijn niet primair gericht op het dierenwelzijn.

De hazenjacht mag bijvoorbeeld volgens de weidelijkheidsregels slechts in de vorm van drijfjacht plaatsvinden. Het dier moet rennen, opdat er tegemoet wordt gekomen aan het romantische idee dat het haas zou kunnen ontsnappen. Dat betekent dat de kans om het dier ziek te schieten, te verwonden, groter is, maar dat hoort bij het spel.

Voorzitter, het wordt niet-jagende natuurliefhebbers onmogelijk gemaakt ten volle van de natuur te genieten, omdat de dieren als gevolg van de jacht onnatuurlijk schuw worden. Naast de plezierjacht worden er jaarlijks nog vele honderdduizenden dieren worden gedood, zoals vossen, zwanen, herten, reeën, zwijnen en ganzen. Er wordt zonder enig onafhankelijk onderzoek beweerd dat ze overlast veroorzaken. De dieren worden bestreden met de zwaarste middelen, waarmee hun wettelijke bescherming ernstig geweld wordt aangedaan. Officieel zijn deze dieren niet bejaagbaar, maar ondanks die wettelijke bescherming wordt jaarlijks de helft van alle edelherten, 70% van alle zwijnen en 30 % van alle knobbelzwanen geschoten door jagers. Officieel heet dat geen jacht, maar populatiebeheer of schadebestrijding-met-het-jachtgeweer. Een semantische truc die jagers in de praktijk vrij spel geeft.

Voorzitter, jagers zijn dierenpolitie-agent, aanklager, rechter, beul en leverancier van de poelier tegelijk. Dat zijn teveel belangen die door de staatssecretaris in de nieuwe wet natuurbescherming in de handen van louter belanghebbenden zijn gelegd. De provincies, varen in de praktijk blind op het advies van de jagers. Voorzitter, dit is de verklaring waarom er keer op keer plannen worden gemaakt voor het schieten van enorme hoeveelheden dieren, zonder dat nut en noodzaak ook maar enigszins helder zijn. Voorzitter, dit moet afgelopen zijn! Hoe gaat de staatssecretaris dit garanderen? We wachten op zijn antwoord sinds april, toen wij hier een motie over indienden.

Zwanen zijn wettelijk beschermd en veroorzaken nauwelijks schade. Toch worden duizenden zwanen jaarlijks doodgeschoten met hagel. Voorzitter, zwanen zijn te groot om via hagel direct gedood te worden. EenVandaag toonde dit jaar beelden van aangeschoten zwanen die uit de lucht vielen en op de grond crepeerden met door hagelkorrels verbrijzelde vleugels. Niemand grijpt in, ook de staatssecretaris niet. Hij schuift zijn verantwoordelijkheid voor de zwanenjacht af op de provincie. De moedige dierenarts die beelden maken van de misstanden tijdens de zwanenjacht wordt nu zelf vervolgd. Ondanks overtuigend beeldmateriaal dat niet haar, maar de jagers van alles te verwijten valt. Graag een reactie!

Voorzitter, ik kan u zeggen dat ik nog slechts het topje van de ijsberg op het gebied van het grote leed dat dieren wordt aangedaan heb kunnen benoemen. Maar ik ben een gelukkig mens, wanneer de staatssecretaris alleen deze problemen die heel wel oplosbaar zijn, eindelijk ook gaat aanpakken vanuit een overheid die zegt dat de grens van het toelaatbare niet alleen is bereikt, maar ook ver is overschreden.
Alleen dat al, onderschrijft mijn mening, dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Dank u wel!


Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Thieme (PvdD):
Nou, voorzitter!

Ik wilde even iets zeggen over de openstelling van natuurgebieden. Op dit moment is het Kroondomein bij Apeldoorn gesloten. Waarom? Omdat de koninklijke familie daar mag jagen. Als natuurgebieden van iedereen zijn, zoals mevrouw Lodders zegt, is het Kroondomein dat ook. Vindt zij dan niet met mij dat het Kroondomein onmiddellijk geopend moet worden?

Mevrouw Lodders (VVD):
Dat is een heel specifieke vraag over een heel specifiek natuurgebied. De basis van mijn betoog is dat natuurgebieden die wij aanleggen met belastinggeld, voor iedereen toegankelijk zouden moeten zijn.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Zeker. Er gaat per jaar alleen al naar het koninklijk jachtdepartement een half miljoen aan belastinggeld. Het lijkt mij dus heel goed dat wij ook toegang hebben tot het Kroondomein. Daarom vraag ik mevrouw Lodders nogmaals of zij dan niet zo consequent is dat zij ervoor zorgt dat het Kroondomein geopend wordt.

Mevrouw Lodders (VVD):
Nogmaals, mevrouw Thieme noemt nu een heel specifiek terrein als voorbeeld. Ik zal daarnaar kijken en kom daar in tweede termijn of tijdens de inbreng van mevrouw Thieme op terug.

Mevrouw Thieme (PvdD):
In de vorige kabinetsperiode zei de Partij van de Arbeid: weg met de megastallen. Geen megastallen meer, mensen worden er doodziek van, letterlijk. Die belofte is niet nagekomen. Toen kregen wij deze kabinetsperiode. Toen zei de Partij van de Arbeid: wacht maar, mevrouw Thieme, wij komen met een Wet dieraantallen. Dan kunnen de gemeenten en de provincies zelf bepalen of er een uitbreiding plaats kan vinden. Met die wet is eindeloos getraineerd. Die wet zou eind dit jaar komen, maar komt waarschijnlijk pas volgend jaar ergens in het voorjaar. Wij weten allemaal wat er dan is: dan zijn er verkiezingen. Einde oefening. Bent u daar trots op?

De heer Leenders (PvdA):
Ik wilde eigenlijk net gaan zeggen dat wij blij zijn dat de staatssecretaris bezig is met het wetsvoorstel Wet dieraantallen en volksgezondheid. Wij zijn benieuwd wanneer dat wetsvoorstel nu eindelijk naar de Kamer komt. Wat ons betreft komt het veel te laat, maar het gaat er komen. Het heeft te maken met de juridische haalbaarheid van dit soort wetten. Wij lopen af en toe tegen de juridische grenzen aan. Dat zien wij ook in de provincies, die best willen, maar vaak niet kunnen. Wij moeten dus het juiste moment afwachten. Op dit moment heeft de staatssecretaris in het onderzoek dat ik zojuist noemde, kennelijk de juiste motivatie gevonden om nu versneld met het wetsvoorstel te komen. Ik ga hem vragen wanneer die wet komt en of die wet werkelijk doet wat wij willen, namelijk dat wij kunnen sturen op dieraantallen in de overbelaste gebieden.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Toen dit kabinet begon was er gewoon een diervriendelijke meerderheid om een einde te maken aan de megastallen. In alle verkiezingsprogramma's van de zich diervriendelijk noemende politieke partijen stond namelijk dat er een einde moest komen aan megastallen. Daar heeft de Partij van de Arbeid vanwege de coalitie met de VVD gewoon geen boodschap aan gehad en gevraagd om met een soort compromis te komen dat kraak, smaak noch heerlijkheid heeft, namelijk een Wet dieraantallen waarvan wij geen van allen weten wat die gaat opleveren. Vindt de Partij van de Arbeid, terugkijkend op de afgelopen vier jaren, niet dat het een ongelooflijke gemiste kans is geweest om niet samen met de diervriendelijke politieke partijen hier in de Kamer echte stappen te zetten, in plaats van hier voor de bühne te vertellen wat er straks misschien in een nieuwe regeringsperiode allemaal gaat gebeuren voor de dieren en voor het milieu?

De heer Leenders (PvdA):
Volgens mij moet mevrouw Thieme van de Partij van de Dieren toch af en toe beseffen dat je voor bepaalde dingen in deze Kamer een meerderheid nodig hebt. Ook met de Partij van de Arbeid zou er op een aantal aspecten geen meerderheid in deze Kamer zijn geweest. Wij hebben dus gekozen voor de wat kleinere stapjes en zijn eigenlijk op een aantal punten net zo gefrustreerd als u. Wij zouden het dus sneller hebben gewild.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter, ik heb nog nauwelijks geïnterrumpeerd. Ik zou graag nog een kleine derde vraag stellen; dan ga ik daarna weer rustig zitten. Zou dat kunnen?

De voorzitter:
Dan blijft u daarna een hele tijd zitten!

Mevrouw Thieme (PvdD):
De Partij van de Arbeid heeft er zelf voor gekozen om met een coalitiepartij in zee te gaan die diametraal tegenover de Partij van de Arbeid staat op het gebied van landbouw. Tegelijkertijd was er in het regeerakkoord niets vastgelegd over landbouw. U kon dus alle kanten op, maar hebt er toch voor gekozen om hierin de VVD te volgen. Dat is niet uit te leggen. Dat begrijpt u toch ook wel?

De heer Leenders (PvdA):
Nou, ik kan dat wel uitleggen: er moet gewoon geregeerd worden, en er zijn meer belangen dan de landbouw.

Interrupties van andere partijen

De heer Geurts (CDA):
Ik heb een poos naar het betoog van mevrouw Thieme zitten luisteren. Weet mevrouw Thieme dat er sinds 1980 1 miljoen minder koeien in Nederland zijn?

Mevrouw Thieme (PvdD):
Er zijn er nu te veel. Er worden nu door de melkveehouders 200.000 koeien voortijdig naar de slachthuizen gebracht omdat ze economisch niets meer waard zijn. Het zou de heer Geurts sieren als hij daar ook schande van zou spreken.

De heer Geurts (CDA):
Laat mevrouw Thieme nu eerlijk zijn, tegenover de Kamer en tegenover het publiek dat zit te luisteren. U wilt geen boer overhouden in Nederland. U wilt nog een paar worteltelers overhouden en daar moeten wij het mee doen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De wijze waarop wij nu onze landbouw hebben ingericht, maakt van boeren die met hart en ziel hun bedrijf willen voeren, anonieme bulkproducenten en grondstoffenproducenten. Elke boer die ik spreek, zou graag voor zijn kwaliteit willen worden beloond en zou een eerlijke prijs willen verdienen. Maar het kabinetsbeleid en het beleid van het CDA van de afgelopen 20 à 30 jaar heeft ervoor gezorgd dat er per dag vijf boeren moeten stoppen. Dat zou de heer Geurts zich moeten aanrekenen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik wil op dat punt even doorgaan. Mevrouw Thieme heeft het nu over hardwerkende boeren die het wel goed willen doen, maar aan het begin van haar betoog zei zij dat boeren in Nederland een morele blinde vlek hebben voor dierenwelzijn. Een morele blinde vlek voor dierenwelzijn, zegt de Partij voor de Dieren. Daar is dan toch alles mee gezegd? Dan is het doel van de Partij voor de Dieren toch duidelijk?

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is heel duidelijk zo — dat zeiden eerdere ministers al, zoals minister Brinkhorst in de tijd van de varkenspestcrisis — dat je, als je een tijdje lang in een zo door kostprijs gedreven systeem werkt, op een gegeven moment beroepsdeformatie krijgt. Dan zie je niet meer wat nog wel echt door de maatschappij wordt geaccepteerd. Ik zou een wedervraag aan mevrouw Dik-Faber willen stellen. Het feit dat melkveehouders in de discussie over kalveren bij de koe zeggen dat een kalf ziek wordt van de melk van zijn eigen moeder en dat het moederdier daar vals van wordt, geeft toch wel aan dat zij heel erg zijn losgezongen van de natuurlijke orde der dingen?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Het is leuk geprobeerd om een tegenvraag te stellen, maar mijn vraag is nog niet beantwoord. De Partij voor de Dieren heeft aan het begin van haar betoog gezegd dat boeren een morele blinde vlek hebben voor dierenwelzijn. Zij noemt het nu zelfs beroepsdeformatie. Ik vind dat een zeer kwalijke zaak tegenover boeren in ons land, die met hart en ziel werken, iedere dag weer, voor onze voedselvoorziening. Dan sluit ik mij aan bij de woorden die de heer Geurts heeft uitgesproken: dan is het doel van de Partij voor de Dieren gewoon heel duidelijk: niet een diervriendelijke landbouw, maar gewoon een einde aan de landbouw zoals die op dit moment in ons land wordt beoefend.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De bio-industrie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Een eind aan het houden van dieren in ons land. Dat moet stoppen; dat is het doel van de Partij voor de Dieren. Dan houden wij inderdaad de plantaardige productie over. Dat is niet waar de ChristenUnie voor staat.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Wij willen inderdaad een einde aan de bio-industrie. Dat willen wij al tien jaar. Dat weet mevrouw Dik-Faber ook. Als je een kip vanaf het moment dat deze wordt geboren binnen zes weken vanaf een paar gram opfokt tot een vleesklomp van 2,5 kilo die door zijn eigen poten zakt en blaren onder zijn poten heeft, is dat pure dierenmishandeling. Als je daarmee doorgaat, hebben wij dus een probleem dat wij met zijn allen hebben gecreëerd. Daar zou onmiddellijk een einde aan moeten komen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik kom toch weer even naar voren. Hoe vaak komt mevrouw Thieme in een dierenstal? Hoe vaak heeft zij gezien hoe kippen worden gehouden in ons land? Hoe vaak heeft zij gezien hoe dat in het buitenland gebeurt? Wil zij dan erkennen dat het hier in ons land duurzamer en diervriendelijker is dan in andere landen? Wil zij alsjeblieft haar woorden over dierenmishandeling terugnemen? Ik trek het mij bijna persoonlijk aan. Ik sta hier voor de boeren en ik pik het gewoon echt niet als zij hier als dierenmishandelaars worden weggezet.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Boeren zijn samen met de consumenten die de plofkippen kopen met zijn allen verantwoordelijk voor dit verziekte systeem. Dat klopt. Wie zich spiegelt aan een ander, spiegelt zich zacht, dus ga het nou niet hebben over andere landen waar het misschien nog erger is. Wij hebben hier te maken met 500 miljoen plofkippen die dagelijks in ellendige omstandigheden in een donkere schuur een ellendig leven lijden. Dat zou mevrouw Dik-Faber zich aan moeten trekken. Dat zou niet moeten kunnen mogen in een beschaving als de onze.

Mevrouw Lodders (VVD):
Het is nogal aanmatigend hoe mevrouw Thieme hier een hele sector te kakken zet; ik kan het bijna niet anders noemen. Ik vind het ook niet zo heel erg netjes dat een sector die zich niet kan verdedigen, op deze manier naar dit betoog zou moeten luisteren. Volgens mij hebben mevrouw Thieme en de Partij voor de Dieren maar één doel: dat de Nederlandse consument geen vlees meer eet.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De sector heeft hier dagelijks de mogelijkheid om met zware lobbymiddelen mevrouw Lodders en anderen te belobbyen. Wat dat betreft krijgen boeren dus alle ruimte om hun business as usual te blijven propageren. Het feit dat de melkquota onder druk van LTO zijn afgeschaft, heeft nu het gevolg dat zowel de melkveehouders als de dieren het loodje leggen. Ik denk echt dat we ook in deze Kamer nog vaak te maken hebben met een morele blinde vlek voor de wijze waarop we niet alleen met de dieren, maar ook met de boeren in Nederland omgaan. Als we zo doorgaan, met business as usual, en denken dat de vrije markt alles kan oplossen, houden we straks geen boer meer over hier in Nederland. Ik wil dus, zoals ik later in mijn betoog ook zal aangeven, dat wij voor een ander landbouwsysteem kiezen, dat werkelijk perspectief biedt voor boeren, voor dieren, voor natuur en voor milieu.

Mevrouw Lodders (VVD):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Laat mevrouw Thieme gewoon eerlijk zijn en laat ze hier betogen dat de Nederlandse consument moet stoppen met de vleesconsumptie, want dat is wat zij beoogt. Dat is prima, maar dan hoeven we hier niet een halfuur een hele sector over één kam te scheren en neer te zetten als een stel criminelen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Wij zijn allemaal verantwoordelijk voor dit georganiseerde systeem, dat zorgt voor groot dierenleed. In een heel groot manifest hebben meer dan 300 hoogleraren en wetenschappers uit dit land een paar jaar geleden betoogd dat er een einde moet komen aan de bio-industrie. Het wordt breed gedragen in de maatschappij. De Sociaal-Economische Raad heeft ook gezegd dat dit landbouwsysteem in deze tijd niet langer houdbaar is en dat er onvoldoende maatschappelijk draagvlak is voor de gangbare veehouderij. Dat zijn Hoge Colleges van Staat waar we zeker ook naar moeten luisteren. Het is dus niet alleen de Partij voor de Dieren die zegt dat we ons voedsel op een andere manier moeten gaan organiseren. Ook steeds meer wetenschappelijke bureaus en anderen geven dat aan.

De heer Geurts (CDA):
Mevrouw Thieme beantwoordt de vragen niet. De vraag is heel simpel: moeten we stoppen met vlees eten in Nederland?

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik zou zeggen: kijk de film Meat the Truth. Die staat online op onze site, in twaalf talen, meen ik. Ik denk dat er vast een tussen zit die de heer Geurts zou kunnen gaan bekijken.

De heer Geurts (CDA):
We krijgen geen antwoord op de vraag.

Mevrouw Thieme (PvdD):
O ja! Dat wil ik best wel geven, maar …

De heer Geurts (CDA):
Ik ben nu aan het woord en niet u! Dat gaat de voorzitter tegen u zeggen. U moet niet door mij heen praten! Dat vind ik onbehoorlijk! Ik vind het ook onbehoorlijk hoe u spreekt over een heel hard werkende categorie in Nederland. Wees gewoon eerlijk en zeg dat in Nederland, in de ogen van uw partij, dus geen vlees gegeten mag worden.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik vind het ontzettend belangrijk dat wij toegaan naar een samenleving waarin er veel en veel minder vlees wordt gegeten, zeker! Dat vind ik omdat het onhoudbaar is om door te gaan met zo veel vleesconsumptie en omdat het slecht is voor het klimaat, slecht voor de natuur, slecht voor de biodiversiteit en slecht voor onze volksgezondheid. Dus: ja. Als we in Nederland allemaal zouden beginnen met één dag in de week geen vlees eten, zou dat gelijkstaan aan een broeikasgasbesparing van 1 miljoen auto's die van de weg worden gehaald. Ja, voorzitter, daar sta ik voor, en daar sta ik al tien jaar voor.

De heer Geurts (CDA):
Eén vlucht heen en weer naar Marrakesh geeft ook veel CO2. Het gaat erom dat mevrouw Thieme geen antwoord geeft. Zij draait eromheen. De kern is gewoon: de Partij voor de Dieren wil dat er in Nederland geen vlees meer gegeten wordt en dat er geen boeren en veehouders meer zijn die dat maken. Dat wilt u allemaal niet. U wilt dat wij gewoon gaan eten uit een fabriek waar vegetarisch voer vandaan komt.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Als wij nog een gezonde aarde willen hebben voor onze kinderen en kleinkinderen, is het ontzettend belangrijk dat wij onze vleesconsumptie drastisch gaan verminderen. Dat zegt niet alleen de Partij voor de Dieren, maar dat zeggen ook het Planbureau voor de Leefomgeving, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Chatham House, de FAO en Louise Fresco, om maar een van de medewerkers van de Wageningen Universiteit te noemen. Er zijn zo veel mensen; het is een trend die niet tegen te houden is.