Bijdrage Ouwehand Begroting Econo­mische Zaken 2017 (Eerste + Tweede Termijn)


22 november 2016

Voorzitter,

Natuur is al gauw duur.

In het neoliberale denken kun je er de schoorsteen niet van laten roken, tenzij je de bomen kapt en als biomassa opstookt in kolencentrales.

Als we de natuurdebatten tijdens deze Kabinetsperiode samenvatten, dan was het geluid vooral: wees blij dat ik iets doe en tel uw zegeningen, want anders was er niets gebeurd. Dat suggereert dat natuur een luxe zou zijn. Zolang we rood staan, kunnen we geen aandacht geven aan groen.

Ik kan zeggen: dat is de kostbaarste misvatting van onze tijd. Natuur heeft waarde in zichzelf en is de basis van ons bestaan. We kunnen het ons niet veroorloven om roekeloos om te gaan met ecosystemen. Dat, voorzitter, is de olifant in deze Kamer. Van onze oorspronkelijke Nederlandse biodiversiteit, de rijkdom aan planten en diersoorten, is nog maar 15 % over. En 50% van alle planten en diersoorten die we nog hebben in Nederland, bevinden zich op en rond Saba.

Wat een enorme ecologische armoede. Wat een onverbeterlijke roofbouw en kaalslag.

Voorzitter, de joviale humor van het vrije marktdenken is dat wanneer je een weg aanlegt door een bos, dat je daarmee eigenlijk twee bossen hebt. Kleinere bossen, maar toch, en dan ook nog bossen waar je makkelijker met de auto naartoe kunt om pannenkoeken te eten of andere recreatieve activiteiten te ondernemen. Zijn dat nog natuurgebieden, voorzitter, of pretparken langs de snelweg? Het ontbreekt nog net aan een clown en een ballenbak. De palen met de gele M, hangplekken voor horrorclowns, komen al griezelig dicht bij onze mooiste natuurgebieden.

Voorzitter, de staatssecretaris leek vooral als taakopvatting te hebben gehad dat hij de reclameman moest worden voor de natuur. Een welbewuste misvatting. Nederlanders zijn dol op natuur. 93% vindt het belangrijk dat bestaande natuur wordt beschermd. 60% zegt: de overheid moet natuur beschermen. En zelfs 2/3 zegt: natuur gaat voor economisch gewin op de korte termijn.

De natuur heeft geen marketingmannetje nodig,voorzitter, maar een beschermheer!

Voorzitter, aan supporters van de natuur geen gebrek. Die zijn ruimschoots in de meerderheid – onder de gewone mensen, dan.

Het vervelende is: de vijanden hebben sterkere wapens. En de staatssecretaris steekt geen vinger uit om dat wapengekletter te stoppen.

De drie grootste vijanden van de Nederlandse natuur zijn: mest, gif en sleepnetten. Oftewel intensieve veehouderij, intensieve tuin- en akkerbouw en intensieve visserij.

Waar de intensieve landbouw verschijnt, is het de biodiversiteit die verdwijnt. De enige diersoorten die op het platteland in aantal toenemen zijn varkens, kippen, geiten en koeien. En dat alles achter gesloten deuren. De populatie van andere diersoorten zoals weidevogels neemt in vliegende vaart af. Wat oogt als groene weilanden, is voor de biodiversiteit een landbouwwoestijn: steeds eentoniger, steeds grootschaliger. Kruiden- en bloemenrijke graslanden maakten plaats voor overbemeste biljartlakens, waarop letterlijk al het leven is platgespoten.

“Nederlandse boeren zijn wereldkampioen efficiëntie en duurzaamheid” wordt dikwijls beweerd. In de praktijk betekent het vooral dat we heel veel mest produceren op een heel klein oppervlak. Vorig jaar was het dik 76 miljard kilo. Dat is meer dan 4.500 kilo per Nederlander, ook als je alle baby's meetelt. Meer dan 25 badkuipen per persoon. Opvallend genoeg ging het in 2012 nog om 71 miljard. Vijf miljard kilo mest erbij, oftewel 500 kilo per Nederlander, in drie jaar een Partij van de Arbeid-bewindspersoon op Landbouw. En aan het eind van dit jaar zal dat zelfs nog veel meer zijn. Het CDA rechts inhalen met een mestkar, ik zeg: dat is knap.

Het is ook een prestatie van het soort waar niemand wat aan heeft.

Behalve voor mestkevers is die enorme Nederlandse mesthoop een ramp voor de natuur. Het gevolg is dat grote sommen geld, die bedoeld zijn om te investeren in natuur, opgaan aan het wegwerken van de rommel die de veeindustrie – en ook de gifspuiters trouwens - ongestraft lozen in onze ecosystemen. Het dumpen van drugsafval in natuurgebieden roept grote zorg en verontwaardiging op in de Kamer en bij de staatssecretaris – geheel terecht overigens - maar ik vraag u: waar blijft de verontwaardiging over de non-stop vervuiling van de natuur door de veehouderij? Waar blijft de bestraffing voor het toebrengen van ernstige schade met blijvende gevolgen volgens voorbedachten rade?

Programmatische Aanpak Stikstof

Alle warme woorden over natuur ten spijt, het antwoord is: er komt geen straf voor de veehouderij. Er komt beloning. Er waren al forse subsidies. En er is nu ook: de Programmatische Aanpak Stikstof. De juridische mistbank die wordt verkocht als een natuurbeschermingsinstrument, maar die in werkelijkheid bedoeld is om weer nieuwe vergunningen te verlenen voor megastallen en andere verziekers van landschap en biodiversiteit. Het is een pervers systeem waarin noodzakelijke herstelmaatregelen - zoals het plaggen van heidevelden - worden gekoppeld aan het recht om nog meer te vervuilen. In de Schoorlse duinen gaan hele bossen eraan, om ruimte te maken voor megastallen. Depositieruimte, om in het eufemistische jargon te blijven. De Partij voor de Dieren is de enige partij die zich hier met hand en tand tegen heeft verzet. De enige partij die zich niet in het pak heeft laten naaien door het slim gekozen frame dat de Programmatische Aanpak Stikstof bedoeld was voor natuurherstel. Het zijn hardcore landbouwbelangen die hier de dienst uitmaken – het is de veeindustrie die bepaalt hoe het natuurbudget wordt besteed. Het was slim bedacht hoor, door het CDA, dat moet je ze nageven. Uitgevoerd door de VVD –die natuurlijk wel enthousiast was- en de Partij van de Arbeid –kritiekloos, kunnen we wel zeggen. En gesteund door niet alleen de PVV en de SGP, maar ook GroenLinks, ChristenUnie en D66. Dat is nou het compromisme waar de natuur niets mee opschiet, om niet te zeggen: van de regen in de ammoniakdrup raakt.

Voorzitter, die hele stikstofaanpak is gebaseerd op het idee dat er zoiets is als het recht om te vervuilen. Een recht om de natuur, die van ons allemaal is, onherstelbaar te beschadigen. Dat recht bestaat helemaal niet (behalve als je de veehouderij laat bepalen hoe je natuurbeleid eruit ziet).

Als je bij ons thuis iets kapot maakte wat niet van jou was, werd je spaarpot omgekieperd en zorgde je netjes voor vervanging. Prima normen en waarden als je het mij vraagt, die overigens ook keurig gelden in het burgerrecht. Zeg eens, voorzitter, waarom zou de veehouderij niet aan die normen en waarden hoeven te voldoen?

Natuurverkiezing

Natuurlijke schoonheid, een heuse beautycontest, het kan niet op!

Voorzitter, de staatssecretaris heeft dit jaar alles uit de kast gehaald om natuur te promoten. Onnodig, want burgers weten de waarde van de natuur heel goed in te schatten. Ze noemen contact met de natuur het belangrijkste in het leven, na vrienden en familie.

De industriële landbouw, díe heeft een hekel aan natuur. En vooral aan de Natuurbeschermingswet. Dus als de staatssecretaris érgens een vurig pleidooi had moeten houden over het belang van onze natuur, óók voor een gezonde landbouw, dan was het wel in al die overlegjes met LTO. Maar goed, dat deed hij dus niet. En het is natuurlijk wel een slimme zet. Om de aandacht ervan af te leiden dat je de natuur aan het opofferen bent aan de veeindustrie, organiseer je gauw een wedstrijdje voor ‘mooiste natuurgebied van Nederland’. Dan lijkt het toch nog wat.

Voorzitter, ik herhaal: de natuur heeft geen reclame nodig, maar bescherming. Natuurlijk kan je een publieksverkiezing organiseren, altijd leuk, altijd goed, maar het wordt wel wat wereldvreemd als je een feestje viert ter ere van zwaar beschadigde ecosystemen. En als datzelfde feestje op geen enkele manier bedoeld bleek als startschot om die zo gejubelde natuur daadwerkelijk te gaan beschermen. Ook een tikkie vervreemdend: het grootste natuurgebied van Nederland –de Noordzee- kreeg geen enkele aandacht. Het soortenrijkste natuurgebied van ons land, Saba evenmin.

De Noordzee en Visserij

Voorzitter, De zee heeft me verteld dat ze moe is, dat ze er zeer beroerd aan toe is, zong Paul van Vliet in 1971. Sindsdien is het er niet veel beter op geworden.

Voorzitter, de onderwaterwereld is van onschatbare waarde. Driekwart van de zuurstof die wij inademen, danken wij aan de zee, letterlijk de longen van de aarde. Publiek belang dus! Maar de Noordzee wordt behandeld alsof het om particulier viswater gaat. Intensieve visserij mag onvoorstelbare roofbouw plegen in de zee die eigenlijk van ons allemaal is. Boomkorkotters trekken met hun zware sleepkettingen letterlijk het bodemleven aan gort bij de vangst op platvissen als tong, schar en schol. Dat is alsof je in één klap een compleet bos neermaait om de herten die daarin leven te vangen. Alles mag kapot voor de visserij. 70.000 ton vis, oftwel honderdduizenden vissen worden als nutteloze ‘bijvangst’ uit het water getrokken om vervolgens zwaar verwond weer over boord te worden gegooid. Onnodig te vermelden dat het grootste gedeelte van deze vissen dit niet overleeft.

De Noordzee, voorzitter, ons grootste natuurgebied, verkeert in kritieke toestand. En als de zee zegt dat ze moe is, betekent dat dat ons land er zeer beroerd aan toe is…

De sector probeert de groeiende zorgen over de toestand van onze zeeën en oceanen de kop in te drukken met sussende keurmerken. Duurzaam gevangen vis, noemen ze het zelf. Visserslatijn, voorzitter. Duurzame visserij en viskweek zijn net zulke fabels als diervriendelijk gevangen of gekweekte vis.

Stofzuigerboten slepen urenlang hun netten door het water tot de vissen die erin gevangen zitten totaal zijn uitgeput en het meezwemmen moeten opgeven. Bij veel vissen barsten zwemblaas en andere ingewanden en de vissen die de pech hebben achterin het net te hangen worden doodgeplet onder het gewicht van hun soortgenoten. De vissen die de hele rit overleven, leveren aan boord een ellenlange doodstrijd tot ze uiteindelijk stikken in de lucht of levend worden gestript. Voorzitter, dit zijn levende wezens met bewustzijn en gevoel. Alleen het simpele feit dat ze niet kunnen schreeuwen, geeft ons nog niet het recht om ze op gruwelijke wijze aan hun einde te laten komen bij vangst en slacht. Wie vindt het eigenlijk verantwoord, voorzitter, om wezens met gevoel en bewustzijn letterlijk te laten stikken? De staatssecretaris soms? En het levend koken van kreeften? Ik vraag hem: waarom zou de verplichting om dieren een ellenlange en stressvolle doodstrijd te besparen niet hoeven gelden voor dieren uit de zee?

Voorzitter, de zee verdient bescherming, de vissen en alle andere bewoners van de zee verdienen mededogen. De Partij voor de Dieren wil zeereservaten waarin de mariene natuur daadwerkelijk wordt beschermd, een einde aan verwoestende visserij en inhumane dodingsmethoden. En laten we in hemelsnaam onze fouten niet herhalen: stop die nieuwe bioindustrie die viskweek heet.

Landbouwgif

De manier waarop we met dieren omgaan heeft grote invloed op alles wat van ons belang is voorzitter. Ook als dat kleine insecten zijn zoals bijen, hommels en vlinders. Het grootschalige gifgebruik in de gangbare landbouw is de doodsteek in het hart van de ecosystemen waar we volledig van afhankelijk zijn. Zonder deze bestuivers geen levende natuur, zonder deze bestuivers geen voedselgewassen: 70% van het aanbod bij de groenteboer zal verdwijnen. Appels en peren vergelijken, dat wordt letterlijk een uitdrukking van vergane tijden.
Ons land staat in de top 3 van landen met het hoogste gifgebruik ter wereld.

Al dat landbouwgif zorgt niet alleen voor schade aan de natuur, het zorgt ook voor gezondheidsschade bij de mensen die langs de akkers wonen. Bij de schoolkinderen die soms wel 3x per week door de gifmisten naar school fietsen. De Partij voor de Dieren krijgt, 3,5 jaar na oprichting van ons meldpunt Gifklikker, nog steeds elke week meldingen van mensen die zich grote zorgen maken over wat het gifgebruik van hun agrarische buurman doet met hun gezondheid, met de ontwikkeling van hun kinderen.

Voorzitter, we leven onder een gifdeken die letterlijk verstikt. Van de gangbare intensieve landbouw naar natuurinclusieve landbouw zonder gif en kunstmest, maar met gezonde bodem, water en lucht. Dát is de redding van de bij, van de weidevogel, van de boer en van de burger op het platteland.

Voorzitter. Dat we de natuur zoveel schade toebrengen is een symptoom van het dominante menscentrale denken dat zo snel mogelijk moet worden ingeruild voor een gezonder wereldbeeld. En dat geldt ook voor de arrogantie waarmee mensen de natuur naar hun hand menen te kunnen zetten voor eigen belang.

Huisdieren

Dieren fokken als accessoire, bijvoorbeeld. Bij veel hondenrassen is het uiterlijk zo extreem, dat de dieren er ernstig onder lijden. Veertig procent van de rashonden heeft een of meerdere erfelijke aandoeningen. Dat zegt u natuurlijk nog niet zoveel, dus ik zal een voorbeeld noemen. King Charles spaniëls zijn inmiddels zo ver doorgefokt op kleine schedels, dat hun hersenen er niet meer in passen. Deze dieren hebben hun hele leven, non stop, hevige pijn en epileptische aanvallen. Voorzitter, een keurmerk gaat geen einde aan maken dit welbewust gecreëerde hondenleed. Hier gaat alleen een einde komen als de overheid het fokken met aangeboren afwijkingen verbiedt.

Puppyhandel

Voorzitter, ernstig dierenleed is aan de orde van de dag in de huisdierenhandel. Busjes vol pups komen iedere week uit Oost-Europa, waar de moederhonden in smerige hokken nest na nest moeten werpen. Crimineel en lucratief over de ruggen van weerloze dieren. De Kamer steunde een motie van de Partij voor de Dieren, maar de uitvoering van de staatssecretaris is veel te slap. Wil je de handel in pups uit broodfokkerijen stoppen, dan moet je zorgen dat een dierenarts de chipplicht uitvoert in het bijzijn van het moederdier. Strengere controles en veel meer capaciteit voor de handhaving. Een levenslang houdverbod voor Nederlandse fokkers die het alleen maar doen voor het geld. En een verbod op de verkoop van dieren op Marktplaats en andere veilingsites. Waarom blijft de staatssecretaris het de broodfokkers zó makkelijk maken om te dealen in zieke pups?

Illegale handel in wilde dieren

Voorzitter, ook de handel in bedreigde diersoorten is een nietsontziende vorm van criminaliteit. Nederland heeft de twijfelachtige eer een belangrijkrijke doorvoerhaven te zijn voor deze illegale handel. Zeldzame koralen, reptielen en exotische vogels worden op grote schaal verkocht op Nederlandse beurzen, zo konden we deze week weer eens vernemen bij Vroege Vogels. Ontoelaatbaar, voorzitter. De opsporing en handhaving van illegale handel in bedreigde diersoorten moet snel worden geïntensiveerd

Dierenmishandeling

Voorzitter, er is lang, heel lang lacherig gedaan over de Dierenpolitie. De Partij voor de Dieren kwam 10 jaar geleden in de Kamer met dit punt in haar verkiezingsprogramma, net als collega Graus, die dit met succes in coalitieonderhandelingen heeft gebracht in 2010. Toen de Dierenpolitie werd ingesteld was het gehoon niet van de lucht. De caviapolitie. Terwijl er kindermishandeling is in Nederland! Zodra de kortstondige vrijage van de coalitie met de PVV ten einde was, Voorzitter, werd er wraak genomen op die partij via drastische inperking van de budgetten van de dierenpolitie. Eerwraak over de rug van weerloze en onschuldige , zwaar mishandelde dieren. Niet zo gek dat steeds meer burgers de traditionele politiek de rug toekeren omdat ze zich niet meer vertegenwoordigd voelen. Vorige week werd in een gesprek met het Veterinair Forensisch Instituut maar weer eens duidelijk dat hoe we met dieren omgaan bepaalt hoe we met mensen omgaan. Dierenmishandeling is een alarmbel voor huiselijk geweld, voor kindermishandeling, voor criminaliteit. Het opsporen en bestraffen van dierenbeulen is van groot belang voor de dieren zelf, en voor de mensen die vaak het slachtoffer zijn van hetzelfde gestoorde gedrag. De Partij voor de Dieren wil dat dierenbeulen kunnen worden opgespoord, veroordeeld en gestraft met een levenslang houdverbod en passende straffen voor de strafbare feiten die ze in veel gevallen daarnáást nog hebben gepleegd. Kan de staatssecretaris het belang daarvan onderschrijven, voor dier én mens?

Paardenmarkten

Voorzitter, een effectieve manier om dieren te beschermen en het budget voor de handhaving onder controle te kunnen houden, is simpelweg een einde maken aan vormen van handel of vermaak, of beide, waarvan je wéét dat ze een broedplaats zijn van dierenleed. Hoe vaak moeten vrijwillige inspecteurs nou nog met beelden komen dat paarden en pony’s op paardenmarkten structureel blootstaan aan mishandeling? Dieren staan de hele dag, in stressvolle omstandigheden op spekgladde keien of diep in de modder, worden te kort aangebonden, opgetild aan hun staarten, geslagen met stokken, hebben geen drinkwater. Handelaren zijn agressief naar dierenwelzijnsorganisaties, maken de NVWA het inspecteren onmogelijk en sommigen zijn zó onder invloed van alcohol dat zij niet in staat zijn om hun dieren te verzorgen. En toch krijgen die handelaren het voordeel van de twijfel, en niet de dieren. Stop dat omgekeerde vrijheidsdenken voorzitter. Verbied die paardenmarkten nù.

Impulsaankopen

Voorzitter , manipuleren kun je leren, als ik een boegbeeld van de dierenspeciaalzaken mag geloven.

Voorzitter, veel dierenleed ontstaat uit onwetendheid, als mensen aan een huisdier zijn begonnen zonder ook maar een idee te hebben van wat zo’n dier nodig heeft aan omstandigheden en verzorging. We noemen dat: impulsaankopen. Wie dierenleed en uitpuilende asielen wil voorkomen, en dat lijkt de Partij voor de Dieren meer dan zinnig, zorgt dat impulsaankopen van dieren niet meer voorkomen. Nou laat de branche waarmee de staatssecretaris zaken doet, die van de dierenspeciaalzaken, in zijn vakblad doodleuk iemand aan het woord die de auteur is van het dubieuze boek Manipuleren kun je leren. Het schijnt een bestseller te zijn, waarin uitgebreid les wordt gegeven hoe je een gezinnetje dat niet van plan is om een konijn te kopen voor de dochter, toch een konijn kunt aansmeren. Wordt het niet eens tijd, voorzitter, om daar iets tegenover te zetten? De Partij voor de Dieren wil een plan van aanpak.

Zwerfkatten

Voorzitter, in Nederland worden katten afgeschoten mét vergunning. Hoe de jagers onderscheid kunnen maken tussen een huiskat die een wandelingetje maakt en een zwerfkat is volstrekt onduidelijk, en dát ze dat niet kunnen blijkt uit de talloze schrijnende verhalen van mensen die hun kat zijn kwijtgeraakt aan een jager. En los daarvan is het afschieten van katten geen oplossing voor welk probleem dan ook. Wat het wel is, is dit: moreel onverdedigbaar. Zéker na het advies van de Raad voor Dieraangelegenheden eerder dit jaar. Wil je de zwerfkattenpopulatie binnen de perken houden, dan kan dat met een sluitend identificatie- en registratiesysteem. Maar wat zegt de staatssecretaris: Dat doe ik niet. Een aangenomen motie [PvdD en PvdA!] én een RDA advies en nóg zegt de staatssecretaris: njet. Kan de staatssecretaris dat nou eens uitleggen? Geen katten chippen, maar wel afschieten?

Proefdieren

Voorzitter, als ergens duidelijk wordt dat veranderingen leiderschap vergen, en niet aan de sector zelf kunnen worden overgelaten, is het in de laboratoria waar op levende dieren wordt geëxperimenteerd. Dierproeven. Het liedje luidt al jaren dat dierproeven alleen maar worden gedaan als het echt niet anders kan, dat er wordt ingezet op alternatieven en dat het aantal dierproeven tot het minimum wordt beperkt. De realiteit is dat de standaard nou eenmaal is dat er op dieren wordt getest. Het hele systeem zit vast in een werkwijze die aantoonbaar slechte resultaten oplevert. 80% van de medicijnen die na uitgebreide experimenten op dieren een goed idee leek, valt af als ze in een klinische trial worden getest op de mens. Het is in het belang van mens en dier om met betere technieken te komen. Maar de voorlopers die verandering voor zich zien, lopen vast in de grindbak van het systeem dat is ingericht op de dierproef als de gouden standaard. Een standaard met een wel heel zwarte rand, zou ik zeggen.

Voorzitter, de verandering die iedereen wil moet worden afgedwongen. Zo simpel is dat. We kunnen niet accepteren dat het aantal dieren dat de dood vindt in proefdierlabs ieder jaar stijgt, omdat we weigeren een verbod in te stellen op genetisch geknutsel aan dieren. Bijna een half miljoen dieren komt in genetische experimenten als misbaksel ter wereld en wordt vervolgens gedood. Onacceptabel voorzitter.

Wie niet van richting verandert, eindigt waar hij naar op weg is.

Interrupties bij andere partijen

Wij willen ook een agrarische sector waarin familiebedrijven een goede boterham kunnen verdienen. Dat kan. Er zijn prachtige voorbeelden van agrarische bedrijven die met respect voor natuur en milieu een goede boterham verdienen. Het zijn echter helaas nog uitzonderingen. Vaak willen boeren wel veranderen, maar worden ze belemmerd door het economische systeem en de belangen van grote partijen die hen dwingen tot verdere productieverhoging. Omschakelen van gangbaar naar natuurinclusief, duurzaam, is niet gemakkelijk. Wij vinden dat wij die boeren moeten helpen die willen omschakelen en dat wij de voorlopers moeten belonen, zoals de SER onlangs ook voorstelde. Het Rijk moet daarbij de regie nemen. Zo stelt ook het Planbureau voor de Leefomgeving.

Het kabinet wil het ook. De inzet van EZ voor de veehouderij is gericht op een transitie naar een toekomstbestendige, duurzame en maatschappelijk gewaardeerde veehouderij in 2020, zo hebben wij kunnen lezen. Daarom willen wij een plan voor die transitie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Veel van wat de heer Leenders vandaag zegt, kan ik onderschrijven, want dat klinkt de Partij voor de Dieren als muziek in de oren. Maar — u voelt 'm al aankomen — we hebben er niet heel veel vertrouwen in dat de Partij van de Arbeid bereid is om door te pakken, om in lelijk Haags jargon te spreken. De heer Leenders geeft het voorbeeld van natuurinclusieve landbouw. In het AO Weidevogels sprak de PvdA woorden geheel naar mijn hart: ja, we moeten eigenlijk af van de gangbare landbouw. De staatssecretaris zei echter: we zijn het eens; we gaan natuurinclusieve landbouw versterken. Daar zit een verschilletje tussen. Is de PvdA bereid om vandaag te zeggen dat de gangbare landbouw verleden tijd wordt? Dat hoeft niet morgen, maar dat moet wel het eindpunt zijn. Is de PvdA bereid om daarnaartoe te werken?

De heer Leenders (PvdA):
Sterker nog: mijn laatste zin was dat wij een plan willen voor de transitie van gangbare landbouw naar natuurinclusieve landbouw, om dat koepelbegrip maar te gebruiken; u mag ook de term "duurzaam" gebruiken. Mijn antwoord is dus "ja".

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben erg blij om dat te horen. De heer Leenders zei zojuist dat het kabinet dat ook wil, maar het kabinet wil de natuurinclusieve landbouw versterken. Dat is iets anders dan de fundamentele keuze maken om af te stappen van de gangbare landbouw omdat het daarmee nooit iets wordt. We kunnen nog met elkaar discussiëren over het tijdpad, maar dat is wat de PvdA betreft dus de stip op de horizon. Fijn!

De heer Leenders (PvdA):
Ik denk daar iets anders over. Ik lees het in ieder geval iets anders. Ik lees in de brief van de staatssecretaris van deze week dat hij dezelfde doelstelling heeft als ik: een overgang van gangbaar naar natuurinclusief. Over het tijdpad en de snelheid moeten we het nog hebben. In principe zegt mevrouw Ouwehand dat ook; ik lees daar niet zoveel anders in.

De voorzitter:
Nee, mevrouw Ouwehand, u krijgt niet nogmaals het woord. We zouden interrupties in twee etappes doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan sluit ik af door te zeggen dat we het scherp zullen stellen in een motie. Dat is vaak de beste weg.

De heer Leenders (PvdA):
Dat sluit wel aardig aan bij mijn betoog. Ik wilde namelijk net zeggen dat de staatssecretaris hier in de voedselbrief die we deze week van hem hebben gekregen, op ingaat. Hij heeft torenhoge ambities. Hij wil dat Nederland de meest duurzame voedselproducent van de wereld wordt. Zeg nou zelf: duidelijker kan het toch niet? Maar over de overgang naar natuurinclusieve landbouw is de brief toch wat vaag. Wij willen graag een verder uitgewerkt plan om de daad bij het woord te voegen. Ziet de staatssecretaris kans om een voorzet tot zo'n plan te geven voor de volgende regeerperiode?

(....)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank aan de heer Graus voor de felicitaties aan ons adres. Mijn vraag gaat over het onderzoek van mevrouw Duijnker, dat hij zojuist heeft aangeboden aan de staatssecretaris. Wij waren inderdaad bij de presentatie van dat onderzoek. Er zijn schokkende ontdekkingen gedaan, vooral over de rol die dieren kunnen spelen in het kunnen organiseren van criminaliteit. Honden worden ingezet als bewaker van cokepanden. Die honden worden gezien als gebruiksvoorwerpen. Als je een goede dierenpolitie en een goede opsporing hebt, dan kun je ook die cokedealers aanpakken. Is het dus niet verstandig om aan de staatssecretaris te vragen om samen met de minister van Veiligheid en Justitie goed naar dat rapport te kijken en daarop een reactie te geven? Ik denk namelijk dat dit veel kansen biedt voor de inzet van de dierenpolitie en voor vervolgonderzoek.

De heer Graus (PVV):
Ik wil in één keer het hele verzoek van collega Ouwehand doorzetten naar de staatssecretaris. Ik heb begrepen dat de minister van Veiligheid en Justitie al enigszins op de hoogte is, maar ik vind het goed dat ze de koppen bij elkaar steken, vooral omdat beiden al enthousiast waren over dit verhaal voordat dit allemaal naar buiten kwam. Toen dachten ze al dat er iets moest gebeuren, maar wisten ze niet hoe of wat. Er moet nu wel iets gaan gebeuren en ik ben heel dankbaar voor die vraag, want ik had er de tijd niet meer voor. Mevrouw Ouwehand krijgt dus ook een gevulde koek van mij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Daar bedank ik voor, maar dank dat de vraag is doorgeleid naar de staatssecretaris. Ik denk namelijk echt dat we grove dierenmishandeling en ernstige criminaliteit in één klap kunnen aanpakken met een vervolg op dit onderzoek.

De heer Graus (PVV):
Daar ben ik het honderd procent mee eens.

Beantwoording staatssecretaris

De voorzitter:
Ik heb de indruk dat u uw algemene inleiding hebt afgerond, staatssecretaris. Ik geef dan graag het woord aan mevrouw Ouwehand voor een interruptie namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De inleiding verontrustte me wel op een aantal punten. Ik noem de twee belangrijkste. Het viel me op dat de staatssecretaris over dierenwelzijn alleen sprak in termen als "we lopen voorop", alsof dat betekent dat het dierenwelzijn daadwerkelijk gegarandeerd is. Het betekent alleen dat andere landen het nog slechter doen. Over het debat daarover sprak hij heel slim in termen van polarisatie. Natuurlijk is daar een debat over …

De voorzitter:
Mag ik u even onderbreken, mevrouw Ouwehand? U houdt nu een algemene beschouwing op wat de staatssecretaris heeft gezegd. Daar hebben wij hier in huis een zogeheten tweede termijn voor. U staat daar om een interruptie te plaatsen. Die is kort, helder en krachtig. Ga uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben blij dat u me dat even duidelijk maakt, voorzitter. Ik zit hier pas tien jaar en ik heb dit nog nooit begrepen.

De voorzitter:
Dat maakt mij verder niet uit. Ik wijs er even op, zeker aan het begin van het debat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Fijn. Dank u wel, voorzitter.

Ik wil de staatssecretaris het volgende vragen. Kan hij onderschrijven dat er nogal een gat zit tussen de dierenwelzijnsstandaarden die in Nederland gelden en de morele opvattingen — of hoe je die opvattingen maar wilt noemen — van een groot deel van de Nederlanders hierover? Het helpt niet om te zeggen dat we vooroplopen als je niet erkent dat mensen meer zouden willen voor dierenwelzijn. Vindt hij het benoemen van die verschillen en het benoemen van hoe het met de dieren in de veehouderij gesteld is, polariserend?

Staatssecretaris Van Dam:
Mevrouw Ouwehand heeft gelijk. Ik heb gesproken over maatschappelijke wensen ten aanzien van de landbouw en de veehouderij. Ik ga daar straks in een van mijn blokken nog uitgebreid op in, zo zeg ik tot de voorzitter. Mevrouw Ouwehand heeft gelijk dat er maatschappelijke wensen zijn voor het verbeteren van het dierenwelzijn. Die ondersteun ik; dat weet mevrouw Ouwehand ook. Ik heb dit debat vaker gevoerd met zowel haar als mevrouw Thieme. Tegelijkertijd heeft het volgens mij niet zo veel zin om in de Kamer de veehouderij in Nederland consequent te hekelen en neer te zetten op een manier alsof … Vergeef mij dat ik het woord gebruik, voorzitter, maar dinsdag kreeg ik uit de bijdrage van de beide leden van de Partij voor de Dieren soms het idee dat we het over een criminele sector hebben in plaats van over een economische sector. Het is een sector van mensen die gewoon keihard werken om hun brood te verdienen en die zijn terechtgekomen in een systeem waarvan velen zelf ook zeggen dat ze het best anders zouden willen, maar dat ze wel hun boterham moeten verdienen. De verandering die je daarin wilt, gaat stap voor stap. Mevrouw Ouwehand en mevrouw Thieme zeggen hier al tien jaar lang dat er morgen een einde moet komen aan wat zij de bio-industrie noemen. De realiteit is dat heel veel van de ondernemers over wie zij spreken, de afgelopen jaren een inkomen hebben gehad op of soms onder het niveau van het minimumloon. Als je tegen die mensen zegt "u moet morgen veranderen en ik steek geen hand naar u uit om u daarbij te helpen", dan is dat geen reële boodschap. De reële boodschap is: ja, de samenleving verwacht verandering, maar wij realiseren ons ook dat u in een moeilijke markt in Nederland opereert en in een moeilijke internationale markt. Veel van hen produceren namelijk voor de export. Als wij die verandering willen, dan zal dat stap voor stap moeten gaan.

Kijk naar het actieplan van de varkenshouderij, waar varkenshouders zich achter hebben geschaard en waarin men die verandering schetst en waarin men aangeeft die verandering ook te willen. Maar het is wel een verandering die een aantal jaren gaat duren. Het gaat om het neerzetten van een ander soort varkenshouderij, gericht op een andere positie in de markt: geen prijsvechterspositie, maar een positie waarin je je onderscheidt op kwaliteit, dierenwelzijn en duurzaamheid. Dat is een verandering die nu eenmaal tijd vergt.

Daarvoor helpt het niet als wij steeds in de scherpte het debat met elkaar voeren, zoals ik dat ook dinsdag weer heb gezien. Ik denk niet dat dat helpt. Ik denk dat het helpt als wij zeggen: u wilt die verandering; hoe kunnen wij u daarbij ondersteunen? Dat is in elk geval mijn insteek.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, of het helpt weet ik niet, maar het mag wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, voorzitter, u hebt een zware dobber vandaag aan zowel de Kamer als de staatssecretaris. We zijn beiden niet kort en puntig.

De staatssecretaris vindt het polariserend als partijen zoals de mijne benoemen hoe het ervoor staat met de dieren in de bio-industrie. Hij zegt dat dat niet helpt. Wat hij bedoelt is: het helpt mij niet. Want het komt de staatssecretaris wel erg goed uit om te doen alsof de Partij voor de Dieren, maar ook andere partijen zoals GroenLinks en de SP, de veehouders aanvallen. Dat doen wij niet. Wij spreken de verantwoordelijke aan, en dat is de staatssecretaris. Daar gaat mijn vraag over. Als je weet dat mensen grote moeite hebben met het afbranden van varkensstaartjes in de veehouderij en je ziet dat het standaardpraktijk is, dan is het aan de staatssecretaris om dat bij elkaar te brengen. De verantwoordelijkheid ligt bij u!

Staatssecretaris Van Dam:
Dit is ook weer zo'n voorbeeld. Het is een bewuste versimpeling van de werkelijkheid. De Nederlandse varkenshouderij produceert voor het overgrote deel niet voor de Nederlandse markt, maar voor de buitenlandse markt. Die wordt gereguleerd op basis van Europese regels. Dat betekent dat Europa een aantal minimumgrenzen stelt. Mevrouw Ouwehand weet dat Nederland samen optrekt met Duitsland, met Zweden en met Denemarken om de regels aangescherpt te krijgen. Wij zijn met z'n vieren. De Belgen doen ook af en toe mee. Dan zijn wij met z'n vijven. De Oostenrijkers staan er sympathiek tegenover. Dan zijn wij met z'n zessen. Wij moeten er nog eenentwintig. Dat is hoe de discussie in Europa verloopt als het gaat om het verscherpen van de ondergrens.

Die markt wordt voor een groot deel gestuurd op prijs. Daardoor is een varkenshouderij ontstaan waarin de dieren dicht op elkaar zitten en daardoor elkaars staart afbijten. Dat is de reden waarom de varkenshouderij ervoor kiest om op jonge leeftijd die staarten te couperen. Daar willen wij vanaf. Maar je zult heel veel aan het systeem van de varkenshouderij moeten veranderen, voordat je er daadwerkelijk vanaf kunt. Als je dan consequent tegen varkenshouders zegt dat het dierenmishandeling is — ik geloof dat de Partij voor de Dieren dat woord dinsdag steevast gebruikte — dan zet je mensen in een hoek, terwijl zij zelf ook — ik spreek veel van hen — naar een ander systeem toe willen, maar daarvoor wel de economische mogelijkheden moeten hebben. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Dat gaat niet door het van de ene op de andere dag aanpassen van de regels. Je moet zorgen dat er economische kansen ontstaan. En daar werk ik aan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik weet wel welk voorbeeld ik noem, hoor. Dat couperen van die varkensstaarten is al Europees verboden. Wij praten niet tegen veehouders, wij praten tegen de staatssecretaris. Het is en blijft dierenmishandeling om zonder verdoving een lichaamsdeel af te snijden. Daar zal iedereen het over eens zijn. Het feit dat je dat doet omdat het economisch voordeliger is, maakt die dierenmishandeling niet minder. Het is aan de staatssecretaris om dit op te lossen. Het is al Europees verboden en zijn schets dat het toch wel heel moeilijk is om de Europese standaarden te verhogen, gaat dus niet op. Dat varkenshouders klem zitten, met alle respect: de Partij voor de Dieren zit tien jaar in de Kamer en daarvoor was er 20, 30 jaar conservatief landbouwbeleid. Zie hoe de sector er daardoor voor staat. We hebben veel bereikt, maar we hebben nog niet bereikt dat wij bepalen hoe het eraan toegaat in de landbouw. De staatssecretaris is aan zet. Zo simpel is het!

Staatssecretaris Van Dam:
Op het moment dat mevrouw Ouwehand zegt "was die verandering in de varkenshouderij maar sneller gegaan", onderschrijf ik dat ten volle. Ik denk dat dat ook voor heel veel varkenshouders geldt, want die zien ook hoe ze er vandaag de dag voor staan. Niet voor niets zegt de varkenshouderij zelf: we verwachten dat er voor 60% van de ondernemers geen toekomst meer is. Dat had natuurlijk iedereen willen voorkomen. Misschien hadden mijn voorgangers er ook wel aan kunnen bijdragen dat we er nu anders hadden voor gestaan.

Ik doe het met de situatie zoals die vandaag de dag is. Mevrouw Ouwehand heeft gelijk dat het couperen van varkensstaarten strikt genomen niet toegestaan is, hoewel het overal in Europa gebeurt. Ik maak afspraken met de varkenshouderij over wat er nodig is om het te kunnen afschaffen. Als je het van vandaag op morgen verbiedt, leidt dat binnen het huidige houderijsysteem tot meer dierenleed dan nu. Dus ja, ik wil ervan af. Ja, ik wil er afspraken over maken. En nee, helaas kan dat niet van vandaag op morgen. Het vergt meer tijd, want het vergt heel veel aanpassingen in het systeem van de varkenshouderij zoals dat in de loop van de jaren is ontstaan.

De heer Grashoff (GroenLinks):
De inleiding van de staatssecretaris kenmerkt zich door een enerzijds-anderzijdsverhaal. Hij schetst het beeld van een gepolariseerde discussie van natuur versus landbouw enzovoort. De staatssecretaris kiest heel handig en strategisch de middenpositie in die discussie. Dat kan natuurlijk het best met deze redenering. Maar is het nou wel zo? Is de gepolariseerdheid van het debat niet juist het gevolg van het feit dat deze staatssecretaris, net als overigens al zijn voorgangers — hij is zeker niet de enige die ik dit verwijt maak — het vertikt om zelf echt positie in te nemen in dit debat? Daardoor polariseert het debat en komen oplossingen niet dichterbij. Mevrouw Ouwehand heeft daarvan een aantal voorbeelden gegeven. Het is terecht dat zij dat deed en daarom vraag ik nu: waar staat de stip op de horizon van deze staatssecretaris? Hij heeft die niet genoemd. Hij heeft die niet genoemd op het gebied van natuur en hij heeft die niet genoemd op het gebied van landbouw. Zolang die stip op de horizon er niet komt, hebben wij een gepolariseerde maar weinig doelgerichte discussie. En dat gaat ons niet helpen. Wil de staatssecretaris daar eens op reageren?

(….)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het bevalt mij helemaal niet dat de staatssecretaris aan het begin van dit debat de Partij voor de Dieren "polariserend" heeft genoemd, omdat wij letterlijk hebben benoemd wat er met dieren in de veehouderij gebeurt. Zojuist in een interruptiedebatje met de SP schaart hij intimidatie van varkenshouders bovendien onder diezelfde noemer van "polarisatie".

De voorzitter:
Wat is uw persoonlijk feit?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn persoonlijk feit is dat de staatssecretaris hier met een slimme debattruc ernstige vormen van ontoelaatbaar gedrag — het intimideren van andere burgers — onder dezelfde noemer schaart als waar hij zojuist de Partij voor de Dieren van heeft beschuldigd. Ik wil hem graag de gelegenheid geven om dat te herstellen.

Staatssecretaris Van Dam:
Als mevrouw Ouwehand dat zo beleefd heeft: dat was geenszins de bedoeling. Waarop ik heb gewezen in mijn inleiding is de polarisatie in het maatschappelijke debat, die soms ver gaat. Zij gaat soms zo ver als ik net heb beschreven. Ik heb in mijn inleiding gezegd dat er ook in de politiek soms sprake is van polarisatie. Laat helder zijn dat dat een andere vorm van polarisatie is.

De heer Grashoff (GroenLinks):
Dan heb ik ook behoefte aan een persoonlijk feit. Als de voorzitter mevrouw Ouwehand op deze manier terechtwijst, dan ondersteun ik haar des te meer. Ik voelde me ook zeer aangesproken door dit punt. Ik vond het zeer onterecht en onverkwikkelijk en ik neem aan dat de staatssecretaris hiermee een kleine vergissing heeft gemaakt.

Staatssecretaris Van Dam:
Ik hoop dat ik met mijn opmerking van zonet aan mevrouw Ouwehand duidelijk heb gemaakt wat ik bedoelde. Dat lijkt mij het belangrijkste.

(….)

Staatssecretaris Van Dam:
Over natuurintensieve landbouw komen we straks te spreken. Ik heb al eerder gezegd dat landbouw die duurzaam en in balans met de natuur is, wat mij betreft de enige mogelijke toekomst is. Tegelijkertijd betekent het verbeteren van dierenwelzijn dat je ook te maken krijgt met andere duurzaamheidsvragen dan de vragen die je eerst had. Daarvoor moet je niet de ogen sluiten, want ze zijn er. Als een varken in de stal zit, wordt alle ammoniak afgevangen. Als hij buiten komt, gebeurt dat niet meer en heb je dus meer ammoniakemissie. En dus hebben we daarmee een nieuwe vraag op ons bord liggen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De staatssecretaris zegt dat er ammoniak wordt afgevangen als er varkens in de stal staan, maar dat gaat wel met behulp van luchtwassers, die weer heel veel energie verbruiken. Als je die duurzaamheidslast er weer af trekt, dan schiet je per saldo dus nog niets op. Illustreert dit nu niet juist dat je eigenlijk geen stappen zet als je aan de randen van dit systeem probeert iets te doen voor dierenwelzijn of voor duurzaamheid? Het is dus van belang om de randvoorwaarden goed te stellen — dierenwelzijn is een randvoorwaarde; duurzaamheid is een randvoorwaarde — en om vervolgens te bekijken hoeveel ruimte er dan is voor de veehouderij. Als dat duidelijk wordt, kunnen we met z'n allen spreken over de tussenstappen die gezet moeten worden en het tempo dat we daarbij kunnen maken, maar dan weten we wel waar we heen gaan. Zou het niet helpen om iedereen die in de sector werkt en iedereen die zich zorgen maakt over dierenwelzijn en duurzaamheid, duidelijk te maken waar we naartoe gaan?

Staatssecretaris Van Dam:
Het belangrijkste is dat de richting duidelijk is. Volgens mij is de richting die we in de afgelopen jaren zijn ingeslagen onomkeerbaar. De samenleving zal het ook niet meer accepteren als we weer terug zouden gaan. De consument zal dat niet accepteren. De richting is onomkeerbaar. Die gaat uit van meer dierenwelzijn en meer duurzaamheid. Waar je dan precies uitkomt, is natuurlijk ook iets wat zich gaandeweg ontwikkelt. De opvattingen daarover veranderen. Toen de partij van mevrouw Ouwehand tien jaar geleden in de Kamer kwam, waren de opvattingen anders dan vandaag de dag. Daar heeft zij ongetwijfeld ook een bijdrage aan geleverd. Die opvattingen veranderen in de loop van de tijd. Ik denk dus niet dat er een duidelijk eindplaatje is, maar de beweging die is ingezet en die ook maatschappelijk wordt gedeeld, gaat op dit moment ongelofelijk hard. Denk aan de forse toename van de verkoop van producten die op een duurzame wijze en met respect voor dierenwelzijn zijn geproduceerd aan consumenten. Dat betekent dus ook dat iedereen die in deze sector werkzaam is, weet welke richting hij moet opgaan. Ik durf op dit moment niet te voorspellen hoever die beweging gaat doorzetten en welke eisen we uiteindelijk als samenleving zullen stellen over twintig jaar. Ik denk dat je het over een transitie hebt die echt een lange tijd gaat beslaan. Ik durf wel te zeggen dat het zo zal doorgaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het verschil is dat de staatssecretaris op de lijn blijft zitten waarin er wel veel dingen gebeuren, maar er weinig verandert, terwijl de Partij voor de Dieren vraagt om duidelijkheid over waar het heen gaat. Het burgerinitiatief dat tien jaar geleden het eerste burgerinitiatief was dat hier behandeld werd in de Kamer had al die randvoorwaarden al uitgerekend: milieu, duurzaamheid, dierenwelzijn, voedselzekerheid. Dat betekent dat de Nederlandse veestapel met 50% moet krimpen. Er lagen goede wetenschappelijke onderzoeken aan ter grondslag. Zo'n uitspraak zou de staatssecretaris moeten doen. Hij moet zeggen: daar gaan we heen. Dan maken we het voor iedereen werkbaan, verdient de boer een goede boterham, is er sprake van kwaliteitsproductie, borgen we dierenwelzijn en dienen we duurzaamheid. Zo'n ijkpunt moet er komen.

Staatssecretaris Van Dam:
Dit is wel een beetje wat ik eerder bedoelde: het is pas goed genoeg als je zegt dat de Nederlandse veehouderij gehalveerd moet worden. Ik geloof niet dat dat helpt in de ontwikkeling waar we middenin zitten. Ik geloof ook niet dat dat helpt in de discussie die met de veehouderij en de sectoren hebben. Je ziet dat het stap voor stap gaat. Neem de ontwikkelingen op het gebied van kippenvlees en varkensvlees. Er liggen op dit moment in de grootste supermarkten bijna alleen nog maar varkensvleesproducten die voldoen aan de eisen om één ster te krijgen op grond van het Beter Leven keurmerk. Ook met betrekking tot kippenvlees zijn stappen gezet. In die sector is niet deze stap gezet, maar wel de stap naar een ras dat langzamer groeit dan het ras dat eerder gebruikelijk was, dat u altijd "plofkip" noemt. Zowel bij varkensvlees als bij kippenvlees zijn er dus stappen gezet. In beide gevallen is het vlees daardoor iets duurder geworden, maar die stap is voor consumenten kennelijk niet zo groot geweest dat zij zijn uitgeweken naar andere winkels en dat zij hun vlees op een andere plek kopen. Ik denk dat de ontwikkeling op deze manier zal gaan, in stapjes die ook door de consument worden gezet.

Als je in één keer heel grote stappen zet, creëer je ook ruimte in de Nederlandse markt voor partijen die zeggen: wij doen hier niet aan mee; wij kopen in het buitenland vlees in en brengen dat op de Nederlandse markt. Dat is precies het risico waarvoor je staat. Je moet het stap voor stap de goede kant uit laten gaan. Dat is volgens mij precies wat er gebeurt op de binnenlandse markt.

Een ander aspect is dat we ook heel veel voor de buitenlandse markt produceren. Nederland is niet uniek, is geen eilandje in de wereld en is niet het enige land waarin gesproken wordt over dierenwelzijn en duurzaamheid. Dat gebeurt in Duitsland, in Denemarken, bijna overal in Europa. Ook in de VS is het een grote beweging. Zelfs in Aziatische landen kom je het tegen, landen waarin het eerder niet een issue was zoals bij ons. Deze trend is internationaal gaande en stopt niet. Dit houdt in dat je ook voor je export moet zorgen dat je een markt hebt voor concepten die voldoen aan meer dierenwelzijn en meer duurzaamheid.

De voorzitter:
Het is niet dat ik u de discussie wil onthouden, mevrouw Ouwehand, maar u gaat niet bij elkaar komen. Dat weten we allebei, toch?

(….)

Mevrouw Ko?er Kaya (D66):
Het loslaten van de melkquota was niet het probleem, maar de weigering om maatregelen te nemen. Er zijn diverse amendementen ingediend, onder anderen door de collega's Schouw, Smaling en Ouwehand. Ik lees even voor wat daarmee steeds werd gevraagd: "Met dit amendement willen de indieners er zorg voor dragen dat het grondgebonden karakter van de melkveehouderij blijft"; of: "Met dit amendement wordt de weidegang een voorwaarde voor de uitbreiding van de melkveehouderij". Waarom erkent de staatssecretaris niet dat hij niet het lef heeft gehad om tegen de VVD in te gaan, de coalitiegenoot die niet verder keek dan een jaar, terwijl het voor iedereen duidelijk was dat hier voorwaarden aan moesten worden gesteld? Erkent de staatssecretaris dat?

Staatssecretaris Van Dam:
Ik treed niet in de afwegingen die de Kamer maakt, en ook niet in die van de individuele fracties in de Kamer. Het is aan de Kamer om afwegingen te maken over ingediende amendementen. Ik wijs er wel op dat met de amendementen wordt gesuggereerd dat de hele melkveehouderij zich zou hebben ontwikkeld naar grondgebondenheid en dat daardoor automatisch de fosfaatproductie niet zou zijn toegenomen. Ook in de grondgebonden melkveehouderij is de fosfaatproductie fors toegenomen, want ook die is fors gegroeid. Wij hebben te maken met een fosfaatplafond, dus een plafond op de totale productie van fosfaat in Nederland. Dat geschiedt door elke vorm van melkveehouderij, grondgebonden of niet.

(…)

Natuur

Staatssecretaris Van Dam:

In eerste termijn hebben de heer Grashoff en mevrouw Ouwehand een paar kritische vragen gesteld over die verkiezing, namelijk of het wel over het vergroten van de natuur gaat. In vrijwel alle bidbooks die zijn ingediend, werd ingegaan op vergroting van de gebieden en op zonering van de recreatiedruk, waardoor kwetsbare delen juist beter beschermd blijven, c.q. beter beschermd kunnen worden. Dat draagt juist bij aan het robuuster maken van de natuur. Het was niet voor niets een van de voorwaarden die werden gesteld. Daar heeft de vakjury onder leiding van professor Pieter van Vollenhoven ook op getoetst: men zou er in die gebieden ook daadwerkelijk voor zorgen dat de natuur door het plan beter zou worden beschermd. De verkiezing kent dan ook geen verliezers, zoals werd gesuggereerd. De energie die is losgemaakt, is van betekenis voor alle natuurgebieden in Nederland.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik maak bezwaar tegen de voorstelling van zaken die de staatssecretaris hier geeft. De staatssecretaris zegt dat de samenleving weer enthousiast is gemaakt over de natuur en dat de samenleving begrijpt dat de natuur geen economische ontwikkelingen hoeft tegen te werken. De samenleving was echter al enthousiast over de natuur. Dat blijkt uit het onderzoek van de staatssecretaris zelf. 93% zegt dat de natuur moet worden beschermd en twee derde zegt dat natuur belangrijker is dan economie. Degenen die in de klem zitten waar de staatssecretaris over spreekt, zijn de mensen uit de veehouderij en de intensieve landbouw. Zij lopen inderdaad tegen de natuurbeschermingsregels aan. Maar dat geeft de staatssecretaris nog niet het recht om te doen alsof de samenleving last heeft van de natuur.

Staatssecretaris Van Dam:
Dat heb ik ook op geen enkel moment gezegd. De resultaten die mevrouw Ouwehand aanhaalt, zijn toch prachtig? Het is toch prachtig om te zien dat er zo veel draagvlak is voor de natuur? Het is nog niet zo heel erg lang geleden dat in dit vak een kabinet zat dat zei dat natuur maar een linkse hobby was. Natuur is van ons allemaal en voor ons allemaal. Ik ben blij dat ik eraan heb kunnen bijdragen dat dit duidelijk is geworden, dat er zo veel enthousiasme is over onze natuur. Wat ik zei, is dat er ook een positieve werking van uit is gegaan, juist in de natuurwereld zelf. Omdat het onder het vorige kabinet zo ging, zijn mensen natuurlijk niet echt veel optimistischer geworden over de maatschappelijke verankering van de natuur. Zij hebben nu laten zien dat het mogelijk is om nieuwe plannen op te stellen waarin je de verschillende waarden aan elkaar verbindt.

Mag ik één voorbeeld geven? In Friesland is een verbinding gemaakt tussen echte natuurgebieden — "harde natuur", zo noem ik het maar — en het cultuurlandschap. Die is mede gevormd door de melkveehouderij in Friesland. Groene landschappen, veel water ertussen: mevrouw Ouwehand kent het wel. Dat laat zien dat er nieuwe kansen zijn, ook in Friesland, ook op het platteland van Friesland, die tot stand komen mede dankzij de natuur. Doordat je de gebieden aan elkaar verbindt, ontstaan ook voor agrarische ondernemers nieuwe kansen om het land mooi en groen te houden en te investeren in de natuur en weidevogels. Dat gebeurt juist daar heel sterk. Bovendien leidt het ook tot een versterking van het toerisme. Dat kan ook bijdragen aan de lokale gemeenschappen en aan de economische verdienmodellen op het platteland. Het laat zien dat er andere opties zijn dan alleen maar het verder intensiveren van de veehouderij. Het heeft dus ook een positieve werking gehad voor de agenda die mevrouw Ouwehand van belang vindt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker, maar dat ontken ik ook niet. Het gekke is wel dat er in Nederland geen olifanten leven, maar dat we er wel een hebben. Die staat hier in deze Kamer. De natuur kan op allerlei manieren worden geholpen, maar het wordt een beetje wereldvreemd als je die grote bedreigingen van de natuur niet aanpakt. De staatssecretaris weet waar we het de volgende week over gaan hebben. De mestproductie is een drama, evenals het gebruik van landbouwgif. Dat zijn allemaal zulke grote bedreigingen voor de natuur, dat je dat met de inzet voor de natuur van de staatssecretaris — die ik overigens wel waardeer — niet gaat goedmaken. Als je dat niet adresseert, als je dat niet aanpakt, blijft er onderaan de streep een negatief saldo voor de natuur over. Dat is jammer, want ik merk dat de staatssecretaris wel degelijk een groen hart heeft.

Staatssecretaris Van Dam:
Zeker, maar ik constateer ook dat een aantal van die bedreigingen in deze periode zijn afgeremd en dat de achteruitgang van biodiversiteit, ook in Nederland, tot stilstand is gekomen. Dat betekent niet dat we er al zijn. Sterker nog, veel biodiversiteit moet weer toenemen; het moet weer beter gaan. Daar zullen we echt het nodige voor moeten doen, ook de komende jaren. Absoluut.

Jacht en schadebestrijding

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wij hebben in de eerste termijn vragen gesteld over de jacht. Van in het wild levende dieren wordt vaak beweerd dat zij schade veroorzaken en daarom wordt jacht toegestaan, echter zonder controleerbare gegevens. Ook de Raad van State benadrukt dat je objectieve en controleerbare gegevens moet hebben die aantonen dat er sprake is van belangrijke schade en stelt dat er geen bevredigende oplossing is. Wij hebben een motie ingediend in april en de staatssecretaris zou daarop een reactie geven, maar het is nu bijna december. Wij zouden die motie graag in stemming laten brengen, want we willen dat de staatssecretaris duidelijk maakt hoe hij erop gaat toezien dat die regels netjes worden nageleefd. Waarom hebben wij die brief nog niet ontvangen?

Staatssecretaris Van Dam:
Het precieze antwoord op die vraag moet ik mevrouw Ouwehand even schuldig blijven, want ik heb de motie niet zo scherp op de radar. Schade die ontstaat door in het wild levende dieren valt onder schadebestrijding. Dat zit in de nieuwe Wet natuurbescherming. Schadebestrijding mag alleen maar worden uitgevoerd op basis van een faunabeheerplan. Een faunabeheerplan moet worden vastgesteld door faunabeheereenheden en in die faunabeheereenheden moeten vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wet twee organisaties zitten die het belang van de natuur c.q. het dierenwelzijn als doel hebben. Ik gebruik mijn eigen woorden en niet die van de wettekst. Dat betekent dat er ook door maatschappelijke organisaties vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wet wordt meegekeken naar de schadebestrijding en dat ook in de faunabeheereenheden gevraagd kan worden om onderbouwing van schadebestrijding. Het is bovendien ook aan de provincies om het besluit tot verlenen van de ontheffing te onderbouwen op de manier zoals dat juridisch moet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, maar het debat ging destijds over de landelijke vrijstellingslijst. De Raad van State benadrukt ook dat je objectieve en controleerbare gegevens moet hebben, dat er — nogmaals — aantoonbaar sprake moet zijn van belangrijke schade en dat er geen bevredigend alternatief is. De staatssecretaris heeft gezegd daarop te zullen toezien, maar we weten dus nog niet hoe. In onze motie hebben wij gevraagd om dat duidelijk te maken en met een plan van aanpak te komen om daarop toe te zien, maar we zijn nu een halfjaar later en we hebben nog niets gezien. Als we de motie in stemming brengen, kunnen wij er dan op rekenen dat de staatssecretaris de motie omarmt of stuurt hij morgen alsnog dat plan van aanpak waar we om hebben gevraagd?

Staatssecretaris Van Dam:
Ik stel voor dat ik voor de tweede termijn even uitzoek over welke motie het precies gaat.

(…)

Dierenmishandeling

De heer Graus (PVV):
Ik weet niet of ik hier voor de laatste keer sta. Dat is altijd spannend. Mogelijk is het wel zo. In dat geval wil ik toch zeggen dat ik tien jaar lang, maar eigenlijk al vanaf 1986, heb gepleit voor een alarmnummer voor dieren. Dat is er gelukkig gekomen. Ook heb ik lang gepleit voor de dierenpolitie, voor gevangenisstraffen voor dierenbeulen, voor een levenslang houdverbod en voor veterinair forensisch onderzoek. Dat zou voor mij de kers op de taart zijn. Ik wil daar wel bij vermeld hebben — ik dank mevrouw Ouwehand voor deze woorden, want haar verhaal klopt gewoon — dat de dierenpolitie om partijpolitieke redenen de das om is gedaan. Dat is heel duidelijk. Dat weet iedere journalist en dat weet iedere burger.

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Dieren zijn levende wezens met bewustzijn en gevoel. Als de Partij voor de Dieren hier beschrijft wat er met dieren in de veehouderij gebeurt, dan is dat in veel gevallen helaas niet anders te duiden dan als dierenmishandeling. Als je een dier zonder verdoving zijn staart afknipt, ben je strafbaar als het je hond betreft, maar als het een biggetje betreft in de intensieve veehouderij, kom je ermee weg. Hetzelfde geldt voor castreren. Als je denkt: goh, ik doe dat even zelf bij mijn pup, dan ben je hartstikke strafbaar, en terecht. Veehouders, varkenshouders daarentegen mogen dat gewoon zonder verdoving, dag in, dag uit, toepassen op weerloze dieren.

Het probleem — en het verschil tussen de staatssecretaris en de Partij voor de Dieren — is dat hij blijft toestaan dat dieren worden aangepast aan het systeem, terwijl de Partij voor de Dieren zegt: als je dieren houdt, dan zul je het systeem moeten aanpassen aan de dieren. Een voorbeeld. We hebben in onze eerste termijn vragen gesteld over kalveren. Pasgeboren kalveren worden meteen na de geboorte in een eenlingbox gestopt. Die dieren vertonen daarna gestoord gedrag. Om dat tegen te gaan en om het natuurlijke gedrag te onderdrukken, krijgen sommige van die kalfjes nu een neusring met scherpe uitsteeksels om. En wat zegt de staatssecretaris daarvan? "In de huidige gangbare veehouderij worden kalveren gescheiden van hun moeder". Daar gaat het al fout. "Kalveren gaan dan soms bij andere dieren zuigen, mede om aan hun zuigbehoefte te voldoen. Om dit te voorkomen, wordt soms tijdelijk een antidrinkbeugel of neusflap gebruikt, die voorkomt dat een kalf bij een andere koe gaat zuigen". De beste preventieve maatregel tegen dit gedrag bij kalfjes, is het dier de gelegenheid te geven om gewoon bij zijn eigen moeder te drinken. Daar zou de staatssecretaris op moeten inzetten.

Wij hebben eerder verschillende moties ingediend die maar steeds niet in stemming konden komen, omdat de staatssecretaris een beroep deed op uitspraken als: we gaan dit verder onderzoeken, het is nog te vroeg, dit komt te snel. Die moties brengen wij nu wel in stemming. Het zijn er maar liefst 15 moties over de veehouderij. Daarnaast hebben we een amendement ingediend om 7,5 miljoen extra budget vrij te maken voor toezicht en handhaving in onder andere de bio-industrie. Daarmee zou het aantal fte's, dus het aantal fulltime banen dat beschikbaar is voor controles op dierenwelzijn, worden verdubbeld. Zojuist heeft de staatssecretaris dat amendement ontraden, maar het is aan de Kamer om het aan te nemen.

Dan kom ik op de jacht. Op dit moment is het Kroondomein bij Apeldoorn gesloten. Waarom? Omdat de koninklijke familie daar jaagt. Zowel de staatssecretaris als de VVD zeggen: wij zetten ons in voor een goede toegankelijkheid van natuurgebieden voor iedereen. Dan zou ik zeggen: laten we consequent zijn en geen uitzondering maken. Vandaar de volgende motie, en dat is dan een nieuwe motie:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende de breed gedeelde wens om de natuur in Nederland aantrekkelijker en toegankelijker te maken;

constaterende dat het zogenoemde eigenlijke Kroondomein Het Loo meer dan drie maanden per jaar niet toegankelijk is voor de Nederlandse burgers;

verzoekt de regering om het eigenlijke Kroondomein Het Loo gedurende het gehele jaar open te stellen voor het publiek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 103 (34550-XIII).

Mevrouw Lodders (VVD):
Het onderwerp Kroondomein is in de eerste termijn aan de orde geweest. Ik kreeg toen een interruptie van mevrouw Thieme. We zullen deze motie niet steunen. Wij hebben namelijk even op de website gekeken en voor zover wij kunnen zien, is het Kroondomein geopend voor bezoekers.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat klopt, behalve tijdens het jachtseizoen van het Koninklijk Huis. Dus wij zeggen: het moet het hele jaar open voor bezoekers. Het zou mooi zijn als de VVD dat ging steunen.

Voorzitter, ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jaarlijks duizenden zwanen worden geschoten met hagelpatronen;

constaterende dat zwanen te groot zijn om door een schot hagel direct gedood te worden en hierdoor dikwijls gewond uit de lucht vallen en op de grond creperen met door hagelkorrels verbrijzelde vleugels;

verzoekt de regering, het afschot van zwanen met hagelpatronen te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 104 (34550-XIII).

De heer Geurts (CDA):
Ik kom toch nog even op de vorige motie terug. Vindt mevrouw Ouwehand dat tijdens de bronsttijd het gebied ook open moet zijn?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
In beginsel wel, maar het gaat om het beschermen van de natuur. De belangen van de dieren gaan dan voor eventuele openstelling voor bezoek. Dat is natuurlijk iets heel anders dan de jacht. Dat weet de heer Geurts heel goed.

De heer Geurts (CDA):
Ik hoorde mevrouw Ouwehand dat het gebied het hele jaar open moest zijn. Dat is dus niet het geval.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou, dat zullen we dan nog wel even bezien, maar ik kan me niet voorstellen dat het de heer Geurts daadwerkelijk om de bescherming van ofwel het natuurgebied ofwel de dieren in de bronst zou gaan.

Ik kwam toevallig op natuur. Ik ben blij dat de staatssecretaris …

De voorzitter:
De heer Geurts acht zich aangesproken.

De heer Geurts (CDA):
Zeker en ik zal er een persoonlijk feit van maken. De heer Geurts acht zich niet et cetera, et cetera. Wat is dat nu voor een onzin! In de bronsttijd ga je toch geen dieren verstoren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat klopt. Dat zullen we zeker ook niet doen. Als bepaalde delen gesloten moeten blijven in het belang van de dieren, weet de heer Geurts dat hij altijd op de Partij voor de Dieren kan rekenen.

De heer Geurts (CDA):
Ik verwacht een excuus, want mevrouw Ouwehand maakte mij een verwijt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, het gaat de heer Geurts niet om het beschermen van de dieren. Als je dat meent, ben je tegen de jacht en dat heeft het CDA tot nu toe nog niet één seconde in zijn bestaan gevonden.

De heer Geurts (CDA):
Ik beëindig deze discussie. Mevrouw Ouwehand wil gewoon haar excuus niet aanbieden, maar ze heeft me gewoon diep beledigd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Je kunt lange tenen of korte tenen hebben, maar deze zijn wel heel lichtgeraakt. Wie enerzijds het voor in het wild levende dieren zegt te willen opnemen maar anderzijds de jacht gewoon steunt, is een tikkie ongeloofwaardig. Dat weet de heer Geurts ook wel.

Ik had het over natuur. Ik ben blij dat de staatssecretaris de ambitie heeft om Nederland koploper te laten zijn in natuurinclusieve landbouw. Het doet me wel een beetje verdriet dat hij ons amendement om die ambitie ook daadwerkelijk handen en voeten te geven zojuist heeft ontraden. Ik vraag me af wat zijn ambities dan waard zijn.

Het gaat niet goed met de biodiversiteit in Nederland. Slechts 15% van de soorten die Nederland ooit rijk was, is nog over. Wat nodig is naast het nationaal programma dat de staatssecretaris al heeft voorgesteld, wordt onderstreept door wetenschappelijke adviesraden van het Planbureau voor de Leefomgeving en de SER. Ook de PvdA heeft het meermalen verwoord: afstappen van de gangbare landbouw en volledig overschakelen op natuurinclusieve landbouw. Ik heb daar een motie voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat afdoende bescherming van de biodiversiteit in combinatie met de gangbare landbouw onmogelijk is gebleken, wat zich onder andere uit in een drastische afname van boerenlandvogels;

constaterende dat volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Sociaal-Economische Raad een radicale koerswijziging in de landbouw nodig is;

van mening dat we op termijn in het geheel afscheid moeten nemen van de gangbare landbouw;

verzoekt de regering om in te zetten op een transitie naar een volledig natuurinclusieve landbouw,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 105 (34550-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik kom op het welzijn van vissen. Op aandringen van de Partij voor de Dieren heeft de voorganger van de staatssecretaris zich verdiept in de verborgen lijdensweg van vissen bij kweek en bij vangst. Zij drukte ons op het hart dat het leed van vissen haar aandacht heeft. De motie waarin wij haar verzochten, de vissenwelzijnsnota uit 2003 te updaten — 13 jaar oud — was niet nodig, zo zei de staatssecretaris. Dat is leuk, maar daarna bleef het stil. Waarom is dat? We dienen de motie alsnog in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel vangstmethoden ernstige verwondingen veroorzaken bij vissen;

constaterende dat wild gevangen vissen niet direct worden bedwelmd of gedood, maar een langdurige doodsstrijd ondergaan;

constaterende dat de staatssecretaris van Economische Zaken duidelijk heeft gemaakt vissenwelzijn belangrijk te vinden;

overwegende dat het welzijn van vissen een plaats zou moeten hebben in het kabinetsbeleid dat zich richt op verduurzaming van de visserij;

verzoekt de regering om de vissenwelzijnsnota uit 2003 te actualiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 106 (34550-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er is deze week een grote overwinning geboekt voor het milieu en de biodiversiteit. Die overwinning is behaald op de giffabrikanten. De BASF's en de Monsanto's van deze wereld mogen de studies naar de effecten van hun gif op bijen, op andere dieren en op de waterkwaliteit niet langer geheimhouden. Dat heeft het Europese Hof deze week bepaald. Die uitspraak was hoognodig en we zijn er erg blij mee, omdat onafhankelijke wetenschappers al jarenlang aan de bel trekken en wijzen op de grote risico's van bepaalde soorten landbouwgif, zoals het voor bijen giftige neonix en het hormoonverstorende en kankerverwekkende glyfosaat. Nu kunnen de giffabrikanten zich in milieukwesties binnen de EU niet langer beroepen op het eigen bedrijfsbelang om informatie binnenskamers te houden. Veel bedrijven in de EU maakten veel gebruik van die mogelijkheid. En overheden gingen erin mee; ook de onze. Deze uitspraak van deze week is dus echt goed nieuws. Ik vraag de staatssecretaris hoe hij ervoor gaat zorgen dat die studies openbaar worden, ook met terugwerkende kracht, zodat onafhankelijke wetenschappers kunnen bekijken of de landbouwgiffen die nu op de Nederlandse markt verkrijgbaar zijn, geen onacceptabele risico's vormen voor de biodiversiteit, het milieu en onze gezondheid. Ik hoor graag een reactie. Die mag de staatssecretaris van mij ook schriftelijk geven, maar dan wel zo snel mogelijk.

In mijn eerste termijn heb ik ook uitgebreid gesproken over gezelschapsdieren, onder andere over rashonden die kampen met ernstige aangeboren afwijkingen omdat ze gefokt zijn op een extreem uiterlijk. Er moet een einde komen aan dit welbewust gecreëerde hondenleed. Daarom laat ik een aangehouden motie in stemming brengen waarin ik vraag om een tijdpad voor beëindiging van fokken op extreme uiterlijke kenmerken.

En ik sta opnieuw stil bij de illegale puppyhandel. Al in 2008 steunde de Kamer een motie van de Partij voor de Dieren om hier een einde aan te maken, maar de uitvoering van die motie door de staatssecretaris laat te weinig resultaat zien. Daarom dien ik twee aanvullende moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de illegale hondenhandel grootschalige georganiseerde misdaad is;

constaterende dat de georganiseerde misdaad onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Veiligheid en Justitie valt;

verzoekt de regering, de primaire verantwoordelijkheid voor de aanpak van de illegale hondenhandel bij het ministerie van Veiligheid en Justitie onder te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 107 (34550-XIII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat illegale puppyhandel nog altijd op grote schaal plaatsvindt;

constaterende dat verplichte registratie van pups weinig zin heeft als niet bekend is waar de pups vandaan komen;

constaterende dat juist broodfokkers moederdieren onder erbarmelijke omstandigheden houden en dat controle daarop hard nodig is om de illegale hondenhandel in te dammen en het welzijn van zowel de moederdieren als de pups te kunnen borgen;

verzoekt de regering, registratie van pups te laten plaatsvinden in aanwezigheid van het moederdier,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 108 (34550-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voordat de staatssecretaris deze motie gaat ontraden, zou ik hem graag willen meegeven dat oud-staatssecretaris Bleker, die toch niet bekendstond als degene die het hardste streed voor dierenwelzijn, het met de Partij voor de Dieren eens was dat het laten chippen van een pup in het bijzijn van het moederdier door de dierenarts, de beste garantie geeft voor controle op het dierenwelzijn, en voor een succesvolle strijd tegen broodfok.

Het tegengaan van impulsaankopen voorkomt veel dierenleed, zoals dumpen, verwaarlozen en uitpuilende asielen. Ik verzoek de staatssecretaris om met een plan van aanpak te komen om die impulsaankopen van dieren daadwerkelijk terug te dringen. Ook vraag ik hem om de verkoop van dieren te beperken tot dierenspeciaalzaken. Daardoor kunnen we voorkomen dat een gezin dat in een tuincentrum op zaterdagmiddag een paar bloemetjes gaat kopen, wordt geconfronteerd met schattige konijntjes waar de dochter natuurlijk wel interesse in heeft, en dat dat gezin zo dus onbedoeld met een dier naar huis gaat. Ik heb daarover een aantal moties aangehouden, die ik nu graag in stemming wil laten brengen. Ze gaan over het terugdringen van impulsaankopen en over de beëindiging van de verkoop van aantoonbaar ongeschikte huisvesting voor gezelschapsdieren.

Veel gevallen van verwaarlozing of slechte verzorging zijn het gevolg van een gebrek aan kennis. Het is dus niet bedoeld, maar toch hebben de dieren eronder te lijden. De handhavers van dierenwelzijn vragen de politiek om hun de mogelijkheid te geven om een educatieve maatregel als straf op te leggen. Als iemand door onwetendheid zijn dier heeft verwaarloosd, kunnen zij nu eigenlijk niet zo veel doen. Als je iemand verplicht om zich een beetje in te lezen in wat de dieren nodig hebben, dan kunnen we én die mensen én die dieren helpen. Ook die motie zal ik dus in stemming brengen.

Bewuste dierenmishandeling moet natuurlijk keihard worden aangepakt. Structurele dierenmishandeling moet worden tegengegaan. Het aantal meldingen over verwaarlozing en mishandeling van paarden en pony's blijft onverminderd hoog. We willen daarom een einde aan de paardenmarkten. Ook daarover brengen we een aangehouden motie in stemming. De sector heeft een gids gemaakt met goede praktijken voor het borgen van welzijn van paarden. De handhavers daar vragen ook: zorg er nou voor dat wat de sector zelf heeft opgeschreven wordt verankerd in de wet, zodat we kunnen handhaven als we zien dat er sprake is van verwaarlozing. Een aangehouden motie over het borgen van die regels in de wet zullen we ook in stemming brengen.

Ten aanzien van de zwerfkattenproblematiek negeert de staatssecretaris twee belangrijke organen, namelijk de Tweede Kamer, die een motie aannam voor een chipplicht voor katten, en de Raad voor Dierenaangelegenheden, die ook precies dit adviseerde om de zwerfkattenproblematiek onder controle te houden. De staatssecretaris legt zowel een advies als een aangenomen motie naast zich neer. Wij begrijpen werkelijk niet waarom hij ervoor kiest om zwerfkatten te laten afschieten in plaats van ze te laten chippen.

We hebben ook een aangehouden motie om het btw-tarief op castratie en sterilisatie van katten te verlagen en die zullen we dinsdag in stemming brengen.

Ik heb twee laatste puntjes. Allereerst klimaatuitgaven in de EU-gelden. Het tegengaan van klimaatverandering is de belangrijkste uitdaging voor onze generatie. Wat de Partij voor de Dieren betreft wordt al het beleid daarop afgestemd. De afspraak was om tussen 2014 en 2020 een vijfde van de Europese begroting te besteden aan maatregelen tegen klimaatverandering. Dat doel blijken we bij lange na niet te halen, zo waarschuwde afgelopen dinsdag de Europese Rekenkamer in een speciaal rapport. Vooral in het landbouw- en visserijbeleid en de plattelandsontwikkeling is het roer nog niet om. De Europese Commissie en de lidstaten boeken wel vooruitgang, maar voor de grootste uitgaveposten blijft alles bij het oude, zo zei Phil Wynn Owen van de Europese Rekenkamer. Hij adviseert om de komende vier jaar de uitgaven aan klimaatbeleid op te schroeven tot 22% van de EU-begroting. Dat is niet meer dan terecht. En bovendien: afspraak is afspraak. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het tegengaan van klimaatverandering urgent is;

constaterende dat de EU toegezegd heeft ten minste 20% van haar begroting voor 2014-2020 te besteden aan klimaatgerelateerde actie;

constaterende dat de Europese Rekenkamer concludeert dat dit doel bij lange na niet gehaald zal worden en dat vooral in het landbouw- en visserijbeleid en de plattelandsontwikkeling het roer nog niet om is;

verzoekt de regering, bij de Europese Commissie aan te dringen op een significante verschuiving in de richting van klimaatactie bij de budgetten op de gebieden landbouw, plattelandsontwikkeling en visserij,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 109 (34550-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tot slot. De staatssecretaris maakte er nogal een punt van dat de Partij voor de Dieren eigenlijk wil dat de bio-industrie morgen is afgeschaft. Dat klopt niet. Wij wilden dat die gisteren al was afgeschaft, of eigenlijk twintig jaar geleden al. Maar onze voorstellen zijn altijd gericht op het einde van de bio-industrie en daartoe roepen wij de verantwoordelijken op. Nee, dat zijn niet de veehouders zelf, maar de politiek. De politiek bepaalt welke ruimte ze veehouders biedt om hun dieren te houden, op welke manier ze dat mogen doen en hoeveel ontwikkelmogelijkheden zij hebben voor hun eigen bedrijf. Er stoppen zeven boeren per week in deze ratrace van schaalvergroting en steeds maar meer voor minder. Onze voorstellen zijn altijd gericht op dat doel. Dat is dus de oproep aan de staatssecretaris: maak duidelijk dat de gangbare veehouderij, de intensieve veehouderij, onhoudbaar is. Zet een punt neer en dan gaan we er met zijn allen voor zorgen dat we dat ook realiseren, in het belang van de dieren, in het belang van de mensen, in het belang van de natuur en vooral in het belang van de boeren zelf. Dat zou ik aan de staatssecretaris willen meegeven. Wat de rups "het einde" noemt, is voor de rest van de wereld een vlinder.

Reactie staatssecretaris

Staatssecretaris Van Dam:
De motie op stuk nr. 102 is ondertekend door de leden Dijkgraaf, Geurts, Dik-Faber, Graus, Grashoff, Ko?er Kaya, Van Gerven, Leenders, Lodders en Ouwehand. In die motie wordt de regering verzocht om in overleg te treden met de fruitteeltsector om op korte termijn te komen met een plan van aanpak om ervoor te zorgen dat de beschikbaarheid van biologische gewasbeschermingsmiddelen voor de fruitteelt sterk verbetert, onder meer door structurele vrijstelling voor relevante biologische gewasbeschermingsmiddelen. Ik moet deze motie natuurlijk ontraden. De heer Dijkgraaf vroeg mij daarom. Ik heb deze motie niet nodig om dat gesprek op te starten, want ik ben daar graag toe bereid. Dat dit leidt tot een structurele vrijstelling voor relevante biologische gewasbeschermingsmiddelen kan ik niet op voorhand beloven, want daarvoor gelden gewoon de normale beoordelingsprocedures. Mijn inzet is om overal te komen tot een verruiming van het pakket aan groene gewasbeschermingsmiddelen, laagrisicomiddelen en dus ook middelen die geschikt zijn voor de biologische teelt. Ik doe dit graag, dus ik heb er geen motie voor nodig.

De motie-Ouwehand/Thieme op stuk nr. 103 gaat over Kroondomein Het Loo. Voor Kroondomein Het Loo is een subsidieregeling van kracht, zoals voor alle gebieden waar natuurbeheer plaatsvindt. Deze regeling staat een sluiting van een gedeelte van het kroondomein toe. De subsidieverordening is van kracht tot 2021. Voor het kroondomein wordt gehandeld binnen de voorwaarden van de subsidieregeling. Een gebied van 1.300 hectare van het kroondomein is het hele jaar open; het overige deel van 5.000 hectare is het grootste deel van het jaar open. Ik kan niet tegemoetkomen aan het verzoek om het gehele kroondomein gedurende het gehele jaar open te stellen voor het publiek, dus ik ontraad de motie.

De motie-Ouwehand/Thieme op stuk nr. 104 gaat over het afschot van zwanen. Zoals mevrouw Ouwehand weet, zijn de provincies verantwoordelijk voor het vaststellen van de dodingsmethoden. Zij kan de motie dus het beste door haar partijgenoten in de Provinciale Staten laten indienen. Hier moet ik de motie ontraden, omdat het niet binnen mijn bevoegdheid past. Dat is geregeld in de Natuurbeschermingswet.

Met de motie op stuk nr. 105 loopt mevrouw Ouwehand eigenlijk vooruit op datgene wat ik net heb toegezegd in de Kamer, namelijk het uitwerken van scenario's om te komen tot een natuurinclusieve landbouw. Nu daarop vooruitlopen vind ik prematuur. Om die reden ontraad ik de motie op stuk nr. 105. Ik heb echter al eerder toegezegd dat ik die scenario's graag uitwerk, zoals de Kamer ook heeft verzocht.

In de motie op stuk nr. 106 wordt gevraagd om het actualiseren van de vissenwelzijnsnota. Het welzijn van vissen is integraal onderdeel van de beleidsbrief dierenwelzijn van 4 oktober 2013. Het onderzoek dat ik ondersteun naar diervriendelijke dodingsmethoden vloeit hieruit voort. We lopen hierin voorop in Europa. De middelen zijn beperkt. Ik heb dus geen behoefte aan een nieuwe welzijnsnota. Ik ontraad dus deze motie.

Ik zeg in reactie op de motie op stuk nr. 107 dat er bij de aanpak van de illegale hondenhandel een goede samenwerking is tussen de politie en de NVWA. Ik zie geen noodzaak om daar iets in te veranderen. Ik ontraad dus ook die motie.

In de motie op stuk nr. 108 wordt de regering verzocht om pups te laten chippen in aanwezigheid van het moederdier. Er komt voor het eind van het jaar een brief over de verbetering van I&R hond. Daarbij zal ik ook ingaan op het chippen van honden. Ik verzoek mevrouw Ouwehand daarom om de motie aan te houden. Als zij die nu in stemming brengt, moet ik de motie ontraden.

Dan is er nog de motie op stuk nr. 109, waarin de regering wordt gevraagd om bij de Europese Commissie aan te dringen op een significante verschuiving in de richting van klimaatactie bij de budgetten op de gebieden landbouw, plattelandsontwikkeling en visserij. Ik zie die motie als ondersteuning van beleid, omdat mijn inzet in de discussie over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid uitgaat van het benutten van de budgetten op een manier die meer gericht is op maatschappelijke doelen, zoals natuur, klimaat en landschap. De inzet is een significante verandering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Als mevrouw Ouwehand dat met haar motie bedoelt, zie ik de motie als ondersteuning van het beleid. Dan laat ik het oordeel aan de Kamer. Als mevrouw Ouwehand iets anders bedoelt, namelijk een verschuiving van de budgetten naar heel andere doelen, moet ik de motie op stuk nr. 109 ontraden.

De voorzitter:
Ik zie wilde gebaren die ik niet kan thuisbrengen. Mevrouw Lodders?

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik vraag me af wat het nu daadwerkelijk is. Ik hoor de staatssecretaris een reactie op de motie op stuk nr. 109 geven. Hij zegt: als het dat is, dan zou het oordeel Kamer kunnen zijn want dan is het ondersteuning van beleid. Dat vind ik een vrij vergaande uitspraak. Ik heb de behoefte om daar dan wel iets meer over te horen. Wat bedoelt de staatssecretaris daar precies mee? Ik wil voorts graag duidelijkheid hebben van de indienster van deze motie. Wat bedoelt zij met de motie op stuk nr. 109?

Staatssecretaris Van Dam:
Mevrouw Lodders stelde mij eerst een vraag. Ik heb gezegd dat mijn inzet bij het gemeenschappelijk landbouwbeleid is zoals die ook bijvoorbeeld in het rapport van de taskforce van de heer Veerman wordt verwoord. Dat is de inzet om de budgetten voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid meer te koppelen aan prestatieafspraken, aan prestaties op het gebied van klimaat, duurzaamheid, natuur en landschap. Dat is een significante verandering. Het is mij niet helemaal helder wat de indienster van de motie bedoelt. Als zij tevreden is met die inzet, dan hoeft zij eigenlijk ook geen motie in te dienen. Dan is het ondersteuning van beleid. Als zij bedoelt dat het allemaal heel anders zou moeten, dan ontraad ik de motie.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik maak bezwaar tegen de uitleg van de staatssecretaris. In de motie staat duidelijk "verzoekt de regering bij de Europese Commissie aan te dringen op een significante verschuiving in de richting van klimaatactie bij de budgetten op de gebieden landbouw, plattelandsontwikkeling en visserij". Dat is iets heel anders dan datgene wat ik in de afgelopen jaren van deze staatssecretaris over het gemeenschappelijk landbouwbeleid heb gehoord. Men zou zich veel meer op innovatie moeten richten. Dan kunnen we elkaar vinden. Maar dat staat hier niet. Het is wezenlijk anders.

Staatssecretaris Van Dam:
Het is lastig om een motie die niet helemaal duidelijk is, te interpreteren. Juist ook binnen het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid zal er moeten worden ingezet op een bijdrage van landbouw aan het opvangen van klimaatverandering. We hebben vaak met elkaar gewisseld dat landbouw ook een deel van de oplossing kan zijn. Dat kan dus ook ondersteund worden vanuit het GLB. Nu is dat geen onderdeel van het GLB. In een toekomstig GLB zal dat een onderdeel moeten zijn. In die zin zeg ik: die verschuiving is de kwestie waar de discussie op dit moment over gaat. Er zijn meer verschuivingen binnen het GLB waarover wordt gesproken. Daarom zei ik ook: als de indienster daar genoegen mee neemt, als zij dat een goede inzet vindt en als zij dat bedoelt met de motie, lijkt deze mij ondersteuning van het beleid. Als zij toch een andere verschuiving bedoelt, moet ik de aanneming ontraden.

De voorzitter:
Wij gaan tussendoor even naar de indienster. Zij moet nu kiezen tussen tactisch en principieel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Als de VVD uit de stoelen komt over een motie, weet je dat je iets goed gedaan hebt. Volgens mij is de motie niet heel onduidelijk. De Europese Rekenkamer heeft gezegd: die afspraak die wij hebben gemaakt, wordt niet nagekomen. Ik vraag de staatssecretaris om er bij de Europese Commissie op aan te dringen dat die afspraak wel wordt nageleefd. Ik denk dat het verschil tussen de Partij voor de Dieren en de VVD is dat wij er wel degelijk waarde aan hechten dat die verschuiving van budgetten in de richting van klimaatactie significant is, zoals ook is afgesproken.

Staatssecretaris Van Dam:
Als dat de interpretatie is van mevrouw Ouwehand, dus als het echt gaat om een verschuiving van het budget naar andere doelen, ontraad ik de motie, want dan stelt zij een niet-realistische eis.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is gek, want ik heb het over de afspraak die al gemaakt is en waarvan de Europese Rekenkamer heeft gezegd: die wordt met name op de budgetten voor landbouw, visserij en plattelandsontwikkeling niet nagekomen. Het is een bestaande afspraak. Ik vraag de staatssecretaris om aan de Europese Commissie duidelijk te maken dat Nederland het belangrijk vindt dat wij die afspraak nakomen.

Staatssecretaris Van Dam:
Dit is precies de reden waarom ik zei dat wij helder moeten zijn over wat wij precies bedoelen, namelijk dat binnen het landbouwbudget, inderdaad in het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid dat loopt vanaf 2020, het de inzet van het kabinet is dat rekening wordt gehouden met de klimaatdoelen en dat het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid daar ook voor wordt ingezet. Dat is inderdaad niet het huidige gemeenschappelijk landbouwbeleid. Daarin heeft dat in zeer beperkte mate een plek. In het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid zal klimaatbeleid een plek moeten hebben, zal innovatie een plek moeten hebben en zullen maatschappelijke prestaties zoals natuur en landschap een plek moeten hebben. Dat is precies waarvoor ik mij inzet. Als mevrouw Ouwehand zegt "nee, er moet vandaag nog een verschuiving plaatsvinden van landbouwbudget naar een specifiek klimaatbudget", gaan wij een heel andere richting uit en dan ontraad ik deze motie. Ik denk dat het gelet op de discussie het beste is om het daarbij te laten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat verbaast mij dan toch, want in de motie wordt de regering verzocht om gewoon netjes gevolg te geven aan een uitspraak van de Europese Rekenkamer. Eigenlijk zegt de staatssecretaris: nee, dat is mij veel te radicaal.

De voorzitter:
Komt de staatssecretaris tot een ander oordeel naar aanleiding van deze interruptie?

Staatssecretaris Van Dam:
Nee, voorzitter, want dan hebben wij toch inderdaad een verschillend beeld voor ogen.

Dan heb ik nog een paar vragen te beantwoorden. Mevrouw Ouwehand vroeg naar een brief over een plan van aanpak om toe te zien op de wijze van het aantonen van schade. Het ging over schadebestrijding. Er is overleg geweest met de provincies en de faunabeheereenheden over de nieuwe rol en samenstelling van faunabeheereenheden. Dat overleg heeft op 2 november plaatsgevonden. Dit betekent dat wij nu kunnen spreken over de toezichtstructuur. Ik streef ernaar om de Kamer in februari te informeren, zoals wij met elkaar hadden besproken. In februari krijgt de Kamer de beloofde informatie.

Mevrouw Ouwehand vroeg naar het openbaar maken van rapporten van bedrijven die gewasbeschermingsmiddelen produceren. Ik mocht die vraag schriftelijk beantwoorden, dus dat zal ik graag doen.

De heer Grashoff vroeg naar een motie over weidevogels uit 2015. Hij heeft daar een ander oordeel over dan ik. Ik meen dat ik aan die motie gevolg heb gegeven, weliswaar niet naar tevredenheid van de heer Grashoff; dat kan helaas gebeuren. Ik denk dat de intenties van hem en mij vergelijkbaar zijn, maar hij verwacht een stevigere inzet daarop.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank voor de toezegging dat wij een brief krijgen over die uitspraak van het Europees Hof over de openbaarmaking van de studies. Zou die brief er voor de kerst kunnen zijn?

Staatssecretaris Van Dam:
Daarmee overvraagt mevrouw Ouwehand mij, want dat is een zeer korte termijn. U wilt bijna alles hebben, is mij opgevallen, voor half maart 2017. Laat ik dat proberen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Bovenaan de lijst met nog te voeren plenaire debatten staat het gebruik van gif in de landbouw. Als dat plenaire debat wordt gevoerd, zou het gewoon jammer zijn als we deze ...

Staatssecretaris Van Dam:
Wacht, sorry: u bedoelt gewoon het beantwoorden van uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja.

Staatssecretaris Van Dam:
O ja, dat gaan we heel snel doen.

De voorzitter:
Voor de kerst.

Staatssecretaris Van Dam:
Ja.