Bijdrage Ouwehand AO Weide­vogels 9 november 2016


16 november 2016

Voorzitter. Het gaat slecht met de weidevogels en dat is helaas geen nieuws. De Partij voor de Dieren spreekt trouwens liever van boerenlandvogels, want dan is meteen duidelijk waar zich het leefgebied van deze dieren bevindt en welke problemen voor deze vogels het grootst zijn.

Ik dank de heer Grashoff voor zijn initiatief om dit nogmaals op de agenda te zetten en voorstellen te doen voor verbetering, maar het allerbelangrijkste pleidooi richt zich vandaag natuurlijk tot de staatssecretaris. Nederland heeft immers afspraken gemaakt. En zelfs als dat niet zo zou zijn, is het beschermen van onze natuur meer dan de moeite waard. In Europees verband en via het Biodiversiteitsverdrag hebben wij beloofd om de achteruitgang van soorten te stoppen. Nederland komt niet eens in de buurt van voldoen aan die verplichting. Sterker nog, het kabinetsbeleid werkt averechts. Wat voor een gezonde natuur en een gezonde stand van de boerenlandvogels nodig is, is een landbouw die meewerkt aan het versterken van de natuurfuncties: natuurinclusieve landbouw. Geen kunstmest, geen bestrijdingsmiddelen en zeker geen platgespoten biljartlakens waarop kuikens van weidevogels die net uit het ei zijn gekropen geen voedsel vinden.

De stelling van de Partij voor de Dieren dat een drastische wijziging van het landbouwbeleid nodig is, wordt inmiddels breed onderstreept door het Planbureau voor de Leefomgeving en de Sociaal-Economische Raad. Zelfs de Partij van de Arbeid is vandaag bereid om te zeggen dat wij eigenlijk af moeten van de gangbare landbouw en moeten overschakelen naar natuurinclusieve landbouw. Als de staatssecretaris het echt meent en zich zorgen maakt over de boerenlandvogels, dan is het enige wat hij vandaag kan zeggen: dat gaan wij doen. Het plan zou een transitie moeten bevatten naar natuurinclusieve landbouw, waarbij de natuur voldoende ruimte krijgt en de landbouw stukken, stukken gezonder wordt. Zo zou dat plan eruit moeten zien.

De Partij voor de Dieren wil maar één toezegging vandaag. Gaan wij daarop inzetten of niet?

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De Partij van de Arbeid is altijd erg goed in het spreken van warme woorden over de natuur, maar het zou mooi zijn als daar ook de bijbehorende daden bij komen. Als de SER en het Planbureau voor de Leefomgeving, naast alles wat we al weten, zeggen dat er drastische veranderingen nodig zijn in de landbouw, ook voor de weidevogels, wil de Partij van de Arbeid die keuze dan ook als cruciaal markeren in het plan dat zij vraagt van de staatssecretaris?

De heer Leenders (PvdA):
Volgens mij was ik hartstikke duidelijk in mijn betoog. Ik heb gevraagd om een ver uitgewerkt plan van aanpak met duidelijke doelen, die wat mij betreft ook thematisch gericht zijn. Ik heb gevraagd om acties, tijdstermijnen en een verdeling van verantwoordelijkheden tussen maatschappelijke partners, provincies, gemeenten voor mijn part en de rijksoverheid. Ik heb het gehad over systeemverantwoordelijkheid. Ik heb gezegd dat het Rijk zich niet kan verschuilen achter de decentralisatie en de provincies. Hoe duidelijker kan ik nog zijn?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat waren inderdaad heel veel woorden, maar er zit niet één eigen keuze van de Partij van de Arbeid in. Kiest de Partij van de Arbeid voor een radicale koerswijziging in de landbouw, om zo de natuur in Nederland ook echt een kans te geven, of niet? Eén keuze maar, de andere plannen mag de staatssecretaris zelf uitwerken.

(…)


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou graag opheldering willen over de discussie die zojuist ontstond over de jacht. Ik heb een korte vraag. Ik heb de heer Grashoff het idee van "meer schieten gaat meer helpen" goed horen weerleggen, maar de concrete vraag die werd opgeworpen door de heer Graus, is of de heer Grashoff verwacht dat er met het plan dat hij heeft ingediend, meer of minder zal worden gejaagd.

De heer Grashoff (GroenLinks):
Ik denk dat er in eerste instantie niet meer, maar ook niet minder zal worden gejaagd. Als je het een aantal jaren doorzet, als het robuuster wordt, als je meer hectares krijgt, hoef je daar echter uiteindelijk minder op te gaan doen, want dan ontstaat er meer balans.


Beantwoording staatssecretaris

Mevrouw Ouwehand zei dat zij liever sprak over boerenlandvogels. Het zijn namelijk vogels die hoofdzakelijk leven op het boerenland. Ze leven ook in natuurgebieden, maar hoofdzakelijk op het boerenland. We moeten er dan ook voor zorgen dat er voldoende boerenland is waar die vogels een veilige plek en voldoende voedsel kunnen vinden. Dat doen we via het agrarisch natuurbeheer. Dat werkte in het verleden niet goed genoeg. Daarom hebben we dit jaar een nieuwe aanpak geïntroduceerd, waarbij we ervoor zorgen dat er veel meer focus komt, dat er veel minder versnippering is en dat er grotere collectieven zijn. U weet dat we van heel veel subsidierelaties terug zijn gegaan naar een veel kleiner aantal om te zorgen dat de aanpak veel meer geconcentreerd wordt. We deden dit in de overtuiging dat dit veel meer effect zal hebben. Aan het agrarisch natuurbeheer wordt zo'n 59 miljoen euro uitgegeven. Dat loopt via de provincies. De provincies zijn, vanwege de decentralisatie — dat werd al door een aantal van u genoemd — verantwoordelijk voor het natuurbeleid. Die zetten die middelen dan ook in. Ongeveer de helft daarvan, zo'n 30 miljoen, is bestemd voor beheer dat ten goede komt aan weidevogels.

(….)

Verschillende Kamerleden hebben aangegeven dat het hier niet bij moet blijven, maar dat er het nodige moet veranderen in de manier waarop landbouw en natuur samenwerken. Het gaat daarbij om de inzet op meer natuur; mevrouw Ouwehand sprak over inclusieve landbouw. Mevrouw Ouwehand, laat ik eerst zeggen dat ik blij ben om u weer te zien. Fijn dat u weer in ons midden bent. Zij maakt het me vandaag niet heel moeilijk, want zij zei: ik ben eigenlijk al tevreden als u zegt dat u gaat inzetten op inclusieve landbouw. Dat ga ik doen. We hebben het er eerder over gehad dat de koppeling tussen landbouw en natuur verder versterkt moet worden. Ik zal hiertoe nog voor de begrotingsbehandeling een eerste aanzet geven, waaruit blijkt in welke richting mijn gedachten gaan. Tijdens de begrotingsbehandeling kunnen we daar dan verder over spreken. Ik hoop dat dit voldoet aan de verwachtingen van mevrouw Ouwehand. Het is essentieel dat we die verbinding versterken. Ik zeg erbij dat het geen kortetermijnverhaal is. Het gaat om een langetermijnaanpak waarbij de natuurinclusiviteit van de landbouw wordt versterkt. Dat betekent dat we moeten nagaan hoe boeren hun verdienmodel niet alleen op peil kunnen houden, maar mogelijk ook kunnen versterken. In de discussie over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid heb ik gezegd dat het van belang is dat de budgetten meer gericht worden ingezet op doelen die we willen realiseren. Een van die doelen zou het versterken van duurzaamheid en natuurinclusiviteit moeten zijn. Het zou helpen als we daarvoor meer budget ter beschikking krijgen. Mensen zeiden al terecht dat heel veel boeren een intrinsieke motivatie hebben en graag willen zorgen voor een gezonde weidevogelstand op hun land. Tegelijkertijd betekent dat vaak dat zij genoegen moeten nemen met minder opbrengst van hun land. Voor veel boeren is het dus ook een financieel plaatje. Het zou helpen als we boeren daarin, met gebruikmaking van Europese middelen in de toekomst, financieel meer zouden kunnen ondersteunen.

(….)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik kan misschien wel wat verduidelijking bieden. Volgens mij vraagt de PvdA de staatssecretaris om zijn verantwoordelijkheid te nemen en de regie te nemen. Kan de staatssecretaris, gelet op de problemen, met alle kennis die er is, schetsen wat er moet gebeuren om de boerenlandvogelstand op orde te houden? Dan besluit de volgende Kamer wel of zij kan leven met de daarvoor ter beschikking gestelde middelen en gemaakte keuzes. De staatssecretaris heeft eigenlijk zijn handen vrij. Het mooie is dat hij nog een stapje verder kan gaan dan alleen het versterken van natuurinclusieve landbouw. Dat heb ik namelijk niet gevraagd. Ik heb gevraagd om een transitie, waarin afscheid wordt genomen van de gangbare fabriekslandbouw en waarmee we ervoor zorgen dat onze landbouw in zijn geheel natuurinclusief wordt. Staatssecretaris, neem het op in het plan, zou ik zeggen.

De voorzitter:
Dat was niet echt een vraag, maar een oproep aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Dam:
Als de Kamer een dergelijke opdracht wil formuleren in het VAO, dan hoor ik dat wel. Ik heb bij de Kamer een plan van aanpak neergelegd dat met de bestaande middelen mogelijk is. Ik heb aangegeven welke instrumenten we daarbij inzetten. In dit debat heb ik gezegd dat ik verwacht dat de nieuwe invulling van het agrarisch natuurbeheer daadwerkelijk een positieve bijdrage zal leveren. Of dat voldoende is, is een kwestie van de vinger aan de pols houden. Het plan van aanpak, dus de manier waarop we het nu doen, ligt al bij de Kamer. Of de Kamer dat wil intensiveren en er meer budget voor beschikbaar wil stellen, is een afweging die de Kamer moet maken. Dat wacht ik af.

(...)

De voorzitter:

Verder is de volgende toezegging gedaan.

De staatssecretaris zal de Kamer voorafgaand aan de begrotingsbehandeling, onderdeel Landbouw en Natuur, informeren over zijn aanpak voor de bevordering van natuurinclusieve landbouw.