Bijdrage Thieme AO Q-koorts


8 april 2010

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Brieven die meer vragen oproepen dan beantwoorden en vergaderstukken die op het laatste nippertje worden aangeleverd: het ziet eruit als paniekvoetbal van ministers die het ook niet meer weten, of het niet eens kunnen worden. Is deze slordige voorbereiding maatgevend voor het slordige beleid dat wordt gevoerd over een onderwerp dat letterlijk over leven en dood gaat? De reactie van de ministers naar aanleiding van hun voornemen om het fok- en vervoersverbod op te heffen, baren mijn
fractie grote zorgen. In de eerste plaats kunnen de ministers geen inzicht geven in het aantal gevaccineerde dieren dat na de ruiming is overgebleven. In de tweede plaats -- en dat is nog veel zorgwekkender -- kunnen de ministers niet hard maken dat het verantwoord is om het fok- en vervoersverbod op te heffen.

Hoe kan het dat de ministers geen idee hebben hoeveel gevaccineerde dieren er na de ruimingen nog op de bedrijven zijn? Waarom is er geen centrale registratie opgezet? Dit is toch onbegrijpelijk? De ministers geven in hun brief zelf aan dat een goed beeld van de
stand van de zaken van de vaccinatiecampagne essentieel is voordat het fokverbod kan worden opgeheven. Hoe kan op deze wijze gemonitord worden of het vaccin werkt? Deskundigen zijn van mening dat een bedrijf niet langer als besmet behoeft te worden
beschouwd als de uitslagen van het tankmelkonderzoek een jaar lang negatief zijn. Zolang dat niet is vastgesteld, is het risico voor de volksgezondheid niet geweken. Kunnen de ministers aangeven welke maatregelen van toepassing zijn gedurende het jaar waarin nog duidelijk moet worden of het bedrijf "clean" is? Alleen al aan de veterinaire kant van het verhaal is ruim 42 mln. uitgegeven. Als begin 2009 een fokverbod was ingesteld, had dit zo'n 34 mln. euro en ruim 90.000 dierenlevens -- ik tel de ongeboren lammetjes even mee -- uitgespaard. Houdt minister Verburg nu nog vast aan haar uitspraak dat het afkondigen van een dekverbod voor de hele sector niet proportioneel zou zijn geweest? Voor de schatkist, de dieren en de volksgezondheid zou het veel beter hebben uitgepakt. Ik wil graag een inschatting van de kosten die men in de humane zorg heeft moeten maken vanwege de Qkoortsepidemie. Kunnen de ministers daar onderzoek naar laten doen?

De ministers gaan ervan uit dat het fok- en vervoersverbod kan worden opgeheven als alle geiten zijn gevaccineerd. Zij zijn de enigen die een rotsvast vertrouwen in het vaccin hebben. De ministers lijken weer de faciliterende rol voor de sector op zich genomen te
hebben. De feiten over de vermeende werkzaamheid van het vaccin liggen echter anders. Het is bekend dat ook de melk van gevaccineerde geiten de C. burnetii-bacterie kan bevatten. De ministers kunnen zelfs niet uitsluiten dat het vaccin levende bacteriën bevat die
zich vermenigvuldigen in de uiers. Krijgen wij nu een vaccin dat het tegenovergestelde doet van waarvoor het is ontwikkeld: geiten besmetten? De heer Coutinho zei tijdens de hoorzitting dat hij niet verwacht dat er eind mei meer informatie beschikbaar zal zijn. De deskundigen geven aan dat het effect van vaccinatie nu volstrekt niet te beoordelen is. Er worden minder bacteriën uitgescheiden, er zijn minder abortussen, maar wat is “minder” en hoeveel “minder” is aanvaardbaar? Daar gaan de ministers niet eens op in. Volgens het RIVM is -- ik citeer -- een exacte schatting daarvan nu nog niet mogelijk. Dit komt niet eens terug in de brief van de ministers. Als het fokverbod wordt opgeheven, komt de bacterie die al zo veel mensen en dieren ziek heeft gemaakt, opnieuw in het milieu terecht, ook na vaccinatie. Laten wij werkelijk de volksgezondheid afhangen van de onderzoeksgegevens van de fabrikant van het vaccin? Graag krijg ik hierop een reactie.

Eén ding is volkomen duidelijk: de hoofdbron van de Q-koortsbacterie is de melkgeitensector. In deze tijd van grote onzekerheid en ontbrekende gegevens, waarin de volksgezondheid grote risico’s loopt, besluiten de ministers dat er na 1 juni weer mag
worden gefokt, tenzij nieuwe informatie duidelijk maakt dat dit onverantwoord is. Dit “ja, mits”-uitgangspunt staat ten dienste van de sectorbelangen en haaks op die van de volksgezondheid. Als de overheid echt de volksgezondheid voorop stelt, dan is het “nee,
tenzij”-uitgangspunt de enige juiste optie. De redenering moet zijn dat niet mag worden gefokt of vervoerd, tenzij er voor de aanvang van het fokseizoen nieuwe informatie komt waaruit blijkt dat het echt verantwoord is. Die informatie is er niet en wetenschappers
verwachten die ook niet voor 1 juni. Graag krijg ik hierop een reactie.

Duidelijkheid voor de sector is gewenst -- dat begrijp ik -- en ik wil de sector die ook graag geven. De intensieve geitenhouderij kan deze Q-koortsepidemie onmogelijk overleven. De geitenhouders zullen zich moeten realiseren dat dit soort doorgefokte dieren kwetsbaar is. Ook dat moet dus anders. Het is bekend dat de grootschaligheid van de sector de ziekte in de hand heeft gewerkt. De sector zal terug moeten naar de menselijke maat en een extensieve, overzichtelijke manier van dieren houden, ver weg van woonkernen. Fokken kan dit jaar niet; volgend jaar zal opnieuw moeten worden bekeken of het mag. De minister moet de intensieve geitenhouders nu “warm” saneren, geitenstallen binnen 1 km van woonkernen verplaatsen, nieuwbouw van stallen weren en aankondigen dat het fokverbod dit jaar niet wordt opgeheven. Deze boodschap moet nu worden afgegeven aan de bezorgde burgers en de getroffen geitenhouders, die in onzekerheid verkeren. Daar mag best een ruimhartige vergoeding aan de boeren tegenover staan. Bedrijven die noodgedwongen geheel stilstaan, kunnen wat ons betreft een vergoeding krijgen. Anders niet. Om de problemen echt op te lossen, is een “warme” sanering de enige uitweg voor de lange termijn. Is de minister daartoe bereid?

De ministers beamen de stelling van de heer Coutinho dat de unieke uitbraak van Q-koorts in Nederland te wijten is -- ik citeer -- “aan het unieke karakter van de Nederlandse geitensector”. Je moet het karakter van de sector veranderen om dit soort problemen in de
toekomst te voorkomen. De veehouderij, de melkgeitensector voorop, moet drastisch worden hervormd, niet het minst in het kader van de geplande bezuinigingen. Wanneer gaan wij nu eindelijk een brede discussie voeren over de toekomst van de melkgeitensector in ons land? Op welke manier zetten wij de volksgezondheid voorop? De brief van het kabinet hierover laat zien hoe rentmeesterschap opnieuw wordt vervangen door “rendementmeesterschap”: de volksgezondheid wordt andermaal welbewust in gevaar
gebracht om de economische kortetermijnbelangen van de boeren te redden. De Kamer was beloofd dat zij toekomstscenario’s door het kabinet zou krijgen toegestuurd. Dat is heel wat anders dan een businessplan waarin wordt uiteengezet hoe de letterlijk verziekte sector zo snel mogelijk terug kan naar “business as usual”, met een premie van 1 mln. Want “business as usual” betekent “Q-koorts as usual” en daar willen wij nu juist zo snel mogelijk van af. Waarom zijn er anders meer dan 45.000 drachtige, veelal gezonde geiten geofferd op het altaar van de economie?

(..)

Minister Verburg:
Voorzitter. Dank voor de inbreng van de Kamerleden in eerste termijn. Ik hoor in de betogen van de verschillende woordvoerders de spanning over wat dit voorjaar zal brengen. Ik begrijp die spanning en zorg.(...)

(..) Toch moeten wij ons richten op het toekomstperspectief en moeten wij nadenken over hoe het verder moet als op 1 juni het lammerseizoen is afgelopen. Laten wij even terugrekenen.Half december hebben wij het fokverbod afgekondigd. Een geit of schaap draagt zes maanden, dus dat betekent dat half mei de periode van aflammeren wordt afgerond. Dan kom je in een volgende fase, omdat de grootste bron van besmetting dan is weggenomen. Daarmee heb je de besmetting nog niet uit het milieu, zoals door verschillende Kamerleden is gezegd, en terecht. De Q-koortsbacterie zit in het milieu en dat zal ook zo blijven. Hoewel wij nog steeds niet alles weten van de Q-koortsbacterie -- verschillende Kamerleden hebben om nader onderzoek gevraagd -- weten we wel dat die bacterie in het milieu voorkomt en daar ook een tijdlang kan overleven. De grootste bron, namelijk drachtige melkgeiten en - schapen, is inmiddels weggenomen. Alle drachtige geiten op niet-besmette bedrijven hebben gelammerd; waar wel besmetting is gevonden via de fijne test van de tankmelkmonsters, is de heel forse maatregel genomen van de ruimingen. Kortom, wij bevinden ons nog middenin die moeilijke fase. Het aantal bedrijven waar is afgelammerd, neemt toe, maar wij zijn er nog steeds niet. Vorige week is bijvoorbeeld bij vijf bedrijven weer een besmetting gevonden. Ook daar zullen wij moeten ingrijpen om de volksgezondheid voorop te plaatsen en de bron weg te nemen. Wij zijn echter wel blij dat de deskundigen, net als wij, van mening zijn dat de belangrijkste bron van de epidemie, namelijk de drachtige geiten op besmette bedrijven, vanaf half mei -- voor 1 juni dus -- weg is.(...)

(...) In de tweede helft van mei zal er aanvullende informatie komen, op basis waarvan de deskundigen onder leiding van professor Coutinho een aanvullend advies zullen geven. Dat aanvullende advies heeft, naast het vaccineren van de melkgeiten en -schapen voor 1 juni, betrekking op de uitslag van nog lopende onderzoeken, het verloop van de epidemiologie en de resultaten daarvan. Als die geen aanleiding geven tot heroverweging van de beoogde strategie, dan is volgens de deskundigen de vervolgstrategie per 1 juni verantwoord. Daarbij merk ik op -- ik zal dat wellicht nog een keer herhalen -- dat een van de onderdelen van de strategie is dat herbevolking slechts mogelijk is tot het niveau van de novemberopgave. In de novemberopgave is vermeld hoeveel melkgeiten en -schapen er zijn. Herbevolking zou dan mogen plaatsvinden tot dat niveau. Bevolking van nieuwbouw, waar in november nog geen geiten waren, zal dus niet mogelijk zijn, omdat de novembertelling daar "nul" was. De tweede helft van mei krijgen wij het advies van de deskundigen. Op basis daarvan zullen minister Klink en ik een kabinetsbesluit nemen.

Wij hebben het echter nu nodig gevonden om vooruit te kijken en dat hebben wij de Kamer ook toegezegd. Nu het aflammerseizoen bijna is afgelopen, komen wij uit de crisisfase. Dan moeten wij vooruitgedacht hebben. Een van de grootste vraagpunten van geiten- en schapenhouders is: wat is mijn toekomstperspectief, wat zijn straks de mogelijkheden? De heren Ormel, Cramer en Van der Vlies hebben daar ook op geduid. De commissieleden zullen ongetwijfeld gesprekken hebben met geiten- en schapenhouders en hun gezinnen; ik heb die van tijd tot tijd ook. Hun grootste vraag is: wat mogen wij in de toekomst? Ook zij onderstrepen van harte het belang van de volksgezondheid, maar tegelijkertijd zeggen zij: wat van ons wordt gevraagd, moet wel effectief, proportioneel, redelijk en billijk zijn. Tegen de heer Van Gerven en mevrouw Thieme zeg ik dat in dit hele traject de volksgezondheid voorop heeft gestaan; dat zal ook zo blijven. Wij maken geen businessplannen voor de toekomst, maar op basis van zorgvuldige analyse en onderzoek -- er loopt nog het nodige onderzoek, ik kom daar straks op terug -- kijken wij wat de mogelijkheden zijn om de volksgezondheid centraal te blijven stellen. Tegelijkertijd willen wij de geitenhouders verantwoorde mogelijkheden bieden. Daar zijn wij heel zorgvuldig in. Om die reden zal ik straks nog op een aantal punten ingaan waar de leden specifiek naar hebben gevraagd.(...)

(...) Ik kom nu te spreken over de vaccinatie. Mevrouw Thieme heeft gevraagd hoeveel gevaccineerde dieren er zijn en of er sprake is van monitoring. De heer Waalkens sloeg de spijker op zijn kop over de registratie. In de Kamer hebben wij regelmatig gesproken over
identificatie en registratie van schapen en geiten. Dat heeft een lange aanloop gehad. Ik vertel daarmee niets nieuws, wij hebben dat regelmatig met de Kamer besproken. In 2008 heb ik gezegd dat uiterlijk in 2010 de officiële identificatie- en registratie zal zijn geregeld. Als wij daarover niet vrijwillig afspraken kunnen maken, dan leg ik dat op vanwege het belang van de identificatie en registratie. Die is er vanaf 1 januari 2010. De heer Waalkens heeft dus gelijk: die registratie vindt plaats. Dit jaar weten wij dus precies welke dieren gevaccineerd zijn; dat wordt centraal in een systeem en via de oorchips bijgehouden. Mevrouw Thieme vroeg ook of we de gegevens laten afhangen van de effectiviteit van de fabrikant van het vaccin. In de farmaceutische wereld en in de hele wetgeving in Nederland en Europa is het gebruikelijk dat de vaccinfabrikant de gegevens aanlevert voor de registratie. Die gegevens worden beoordeeld door het geneesmiddelenregistratiebureau; de registratieprocedure van het Q-koortsvaccin loopt nog bij het Europese
registratiemiddelenbureau. Voordat wij dit vaccin hebben vrijgesteld -- dat is een lange procedure geweest en wij hebben gezegd: wij hebben het vaccin eerder nodig -- heb ik het laten testen door het Nederlandse Bureau Diergeneesmiddelen. Wij hebben de gegevens nauwkeurig bekeken en een positief advies uitgebracht voor toepassing in Nederland. Door dat Nederlandse bureau is dit vaccin als veilig en effectief beoordeeld.(...)

(...) Mevrouw Thieme vraagt naar de warme sanering. Ik heb gehoord wat zij aan maatregelen voorstelt. Ik hoop dat de geitenhouders die maatregelen bespaard blijven. Het is belangrijk dat wij deze Q-koortsbesmetting op verantwoorde wijze onder controle krijgen. Daarbij staat het volksgezondheidsaspect voorop, maar wij mogen de mogelijkheden voor geiten- en schapenhouders binnen bepaalde randvoorwaarden, die tamelijk stevig zijn, niet uit het oog verliezen.(...)

(...)


Mevrouw Thieme (PvdD):
Dan zal ik dat daarin naar voren brengen en heb ik nu de volgende vraag. Vindt de minister het zelf niet lachwekkend dat het fokverbod door haar is ingesteld op het moment dat het fokseizoen voorbij was en dat het fokverbod wordt opgeheven nu het fokseizoen weer gaat beginnen per 1 juni? Hoe verkoopt de minister dat aan de burgers en aan de patiënten? Hoe verkoopt de minister de boodschap aan de burgers dat zij in 2007, 2008 en 2009 telkens heeft aangegeven dat er meer kennis moest zijn om tot een goede bestrijding van de Q-koorts te komen, dat de maatregelen telkens vooruitgeschoven worden en dat zij nu, terwijl die kennis nog steeds niet op orde is, de maatregelen onevenredig snel weer wil gaan afbouwen? Dat is toch vreemd? Graag krijg ik een reactie van de minister. Ik wil voorkomen dat de minister weer in eerste instantie de sectorbelangen vooropstelt en de volksgezondheidsbelangen niet laat prevaleren.

(...)

Minister Verburg:
Voorzitter. Mevrouw Thieme heeft wat voorbarig een conclusie getrokken die ik niet met haar deel. We moeten toch echt op de uitkomst van het onderzoek van de commissie-Van Dijk wachten om na te gaan hoe het precies is gegaan.
Over het fokseizoen is in december met de Kamer uitvoerig gesproken. Daarna hebben we iedere maand wel een keer over de Q-koorts gesproken. Dat is nodig en dat is ook van belang. Wij hebben in december duidelijk gemaakt dat duurmelken en het opleggen van een fokverbod maatregelen zijn die ons niet eerder waren aangereikt. Daarbij komt dat wij ingezet hadden en nog steeds hebben op de vaccinatiestrategie. De deskundigen hebben in hun advies een onderscheid gemaakt tussen 2011 en de onzekerheid rond 2010. Op grond daarvan hebben wij gekozen voor een fokverbod nu. Dat fokverbod moet er komen omdat er bedrijven zijn die hun dieren door het jaar heen laten dekken, die schapen en melkgeiten periodiek laten aflammeren. Dat dekverbod is opgelegd om ervoor te zorgen dat geen nieuwe dieren meer drachtig kunnen worden. Ik ga straks nog verder in op de vraag van mevrouw Thieme, maar dit is alvast een inleiding daarop.

Mevrouw Thieme merkt vervolgens op dat wij nu stoppen met de maatregel zonder dat er voldoende kennis en deskundigheid is. Zij heeft gelijk als zij zegt dat wij nog niet alles weten over de Q-koortsbacterie. Daarom wordt onderzoek gedaan naar de vegetatie in het gebied en naar de transmissie. Dat loopt nog. Wij beschikken echter over voldoende gegevens -- ik verwijs naar het advies van deskundigen ter zake -- om te kunnen zeggen dat de onderbouwing van het fokverbod om te voorkomen dat besmette geiten en schapen drachtig worden wegvalt als het aflammerseizoen naar aanleiding van het fokverbod per 15 december is afgerond. Die nieuwe fase zal half mei ingaan. Minister Klink en ik voelen ons uitgedaagd om die nieuwe fase in te gaan, met alle zorgvuldigheidsmarges die daarbij in acht genomen moeten worden.(...)

Minister Klink:
(...)Mevrouw Thieme vraagt hoeveel de Q-koorts op humaan terrein kost. De kosten in de zorg en eventuele schade door arbeidsuitval zijn niet eenvoudig vast te stellen. Dat kan ik nu niet melden. Dat zal op een gegeven moment wel kunnen wanneer bekend is hoeveel een dbc kost, hoeveel er geopend zijn en hoeveel laboratoriumonderzoek er gedaan is. Die gegevens heb ik nu niet paraat. (...)

(...)

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter. Ik heb een vraag aan minister Klink. Het is toch een gotspe als de minister zegt dat het fokverbod effectief is geweest, terwijl het fokverbod is afgekondigd in een periode dat er niet gefokt wordt. Het is namelijk buiten het fokseizoen
ingesteld. Daarnaast hebben artsen, wetenschappers en patiëntenorganisaties tijdens de hoorzitting te kennen gegeven dat zij totaal anders kijken naar de Q-koortsmaatregelen dan de mensen uit de veesector. Zij hebben zorgen over de afstemming tussen de veterinaire en de humane experts en zij hebben allen aangegeven dat zij niet voor een versoepeling van de maatregelen, te weten een fokverbod, zijn. Hoe beoordeelt de minister van Volksgezondheid dergelijke kritiek als volksgezondheid inderdaad vooropstaat?
De meeste fracties vinden dat wij onze plicht als volksvertegenwoordigers in het kader van de volksgezondheid hebben gedaan als we gaan vaccineren. Dat vind ik te kort door de tocht. Bij de CDA-fractie hoor ik zelfs de wens om weer volop te kunnen fokken, zelfs met dieren op voorheen besmette bedrijven. Ik geloof dan echt mijn oren niet. Er wordt volledig voorbijgegaan aan het feit dat er onvoldoende inzicht is in de werkzaamheid van het vaccin. Sterker nog, de minister kan niet uitsluiten dat er contaminatie van levende bacteriën in het vaccin voorkomt, terwijl er ondertussen volop gevaccineerd wordt. Er wordt dan wel onderzoek gedaan, maar daar krijgen we pas half mei de resultaten van. Ondertussen worden alle geiten gevaccineerd met een vaccin dat misschien wel besmettingen veroorzaakt. Dat vind ik onzorgvuldig. Daar moeten we rekening mee houden bij de beslissing om het fokverbod op te heffen. Er worden grote vraagtekens geplaatst bij het vaccin en de enige grond om over te gaan tot het opheffen van een fokverbod en een vervoersverbod is dat het vaccin werkzaam zou zijn. Duidelijk is aangetoond dat daar grote vraagtekens bij geplaatst worden, ook eind mei. Daarmee valt de grond voor het opheffen van een fokverbod volledig weg en blijft er geen ander argument over. Ik vraag mij dan in gemoede af welke voordelen het voor de volksgezondheid heeft om het fokverbod op te heffen. Graag hierop een reactie.

(...)

Minister Verburg: Voorzitter. Ik dank de leden voor de inbreng in tweede termijn. Mevrouw Thieme heeft geen nadere vraag aan mij gesteld. Haar conclusies zijn voor haar eigen rekening.

(...)

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil echt even bezwaar aantekenen tegen het feit dat de minister het Jeroen Bosch Ziekenhuis berispt vanwege het feit dat het zelfstandig onderzoek heeft gedaan naar de levende bacteriën die in het vaccin zijn aangetroffen. De minister zou
juist haar waardering moeten uitspreken voor het feit dat het ziekenhuis zijn eigen verantwoordelijkheid heeft genomen. Dat geldt eens te meer omdat de klacht uit de humane sector juist is dat er geen regie vanuit de ministeries wordt gevoerd.