Bijdrage Thieme AO Inten­sieve veehou­derij (mega­stallen)


1 december 2011

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. We leven in verwarrende tijden en de staatssecretaris maakt van het zaaien van verwarring zijn handelsmerk. De staatssecretaris riep boeren op de natuurregels te overtreden en heeft zich ontwikkeld tot een bewindsman die standaard spreekt met gespleten tong. Op persconferenties beweert hij dat zijn persoonlijke grens bij 300 tot 400 koeien ligt, maar bij de Rabobank geeft hij aan dat 500 koeien ook prima kan. Dit zijn grenzen van elastiek van een romantische boekhouder met een lenige geest in een dubbele moraal. Dit is de man die van schuinsmarcheren politiek heeft gemaakt en van politiek schuinsmarcheren. Dit is de onbarmhartige Samaritaan die doet alsof hij staat voor mededogen maar onbarmhartig blijkt op het gebied van dieren, natuur en milieu. Als deze staatssecretaris zegt een menselijk gebaar te maken, verandert dit niets aan de uitkomst. Je mag met je moeder mee naar een voetbalwedstrijd, maar denk niet dat dit verder nog enige hoop biedt.

Wat vandaag voorligt, is een plan van het niveau waarvan mensen van het kaliber als Hoogervorst over twintig jaar zullen zeggen: als we dit van tevoren hadden geweten, zouden we er niet met ons volle verstand aan zijn begonnen. Ik heb het nu niet over de euro, maar over de megastallen, die eveneens een historische fout blijken te zijn, een gevaar voor de volksgezondheid, de voedselzekerheid in de wereld, de wereldwatervoorziening, het klimaat en vooral ook het welzijn van de dieren. Het is daarom ronduit schokkend dat kringen rondom de staatssecretaris menen dat de opkomst van schaalvergroting in de veehouderij hét antwoord zou zijn op de toegenomen belangstelling voor dierenwelzijn. De Partij voor de Dieren als hoofdverantwoordelijke voor de bouw van megastallen: dat is nou het soort framing dat het even doet lijken alsof Jack de Vries er nog gewoon is.

De staatssecretaris zegt zich sterk te maken voor de gezinsboer. Ook zegt hij de zorg in de samenleving over megastallen te herkennen. "Moet je niet willen". "Ben ik niet voor". "Wacht maar eens af". Met dit soort staccato geruststellingen probeert de staatssecretaris aan te geven hoe goed zijn bedoelingen zijn. Maar vervolgens blijkt dat de staatssecretaris tegen gigastallen is. En over megastallen zegt hij: megastallen, megastallen, ik kan niet zoveel met dat woord. Deze staatssecretaris slaat een weg in zonder dat hij concrete doelen en uitgangspunten heeft. Hij heeft geen wettelijke grenzen en geen instrument om de gezondheidsrisico's mee te bepalen. Er is geen enkele verantwoordelijkheid vanuit de centrale overheid. Er is geen visie en geen eenduidig commitment van de keten. De staatssecretaris schuift de verantwoordelijkheid van zich af naar gemeenten, provincies en supermarkten, die machteloos zijn. Zij kunnen de voortgaande schaalvergroting niet tegenhouden en zien vaak het nut daarvan niet in. Dat is kenmerkend. Iemand anders verantwoordelijk maken tot het moment dat de uitkomst je niet meer bevalt. Mijn fractie zal een motie indienen tot een wettelijke beperking van megastallen. De strijd tussen megastalboeren en hun omgeving, tussen economie en volksgezondheid en tussen gezinsboeren en hun megaconcurrenten, tussen boeren en hun belangenbehartigers enerzijds en de retailers anderzijds, wordt niet beslecht maar verergert. Daar komt een nieuwe strijd, tussen gemeenten en provincies, bij. Dit wordt nu pijnlijk duidelijk in de Twenterand. Ook wordt dit duidelijk in Odiliapeel, waar een varkensboerin uit Uden naar 2,5 ha. wil. Ze zegt dat ze een gezinsbedrijf heeft. Want "gezinsbedrijf" klinkt volgens haar toch anders dan "megastal". Schrijnend en veelzeggend. De staatssecretaris zegt: "Het gevoel van urgentie, dat het snel anders moet, is breed aanwezig". En hij zegt: "We wachten het advies van de Gezondheidsraad, dat eind 2012 komt, wel af". Hoe is dat met elkaar te rijmen?

Deze "visie" van de staatssecretaris om te komen tot een "zorgvuldige veehouderij" moet haar uitwerking vinden via de markt, zoals de commissie-Van Doorn heeft "afgesproken". De staatssecretaris stelt verheugd te zijn met de brede ondertekening van het Verbond van Den Bosch. De retail is een van de ondertekenaars. Maar Mark Jansen van het CBL ziet dat toch even anders. Hij zegt: "Het eindrapport van de commissie-Van Doorn en het Verbond van Den Bosch zijn op een buitengewoon onzorgvuldige manier tot stand gekomen. Er zijn namen van retailers op de lijst blijven staan die nooit ondertekend hebben". Wat een afgang, als het hele houtjetouwtjebeleid gefundeerd is op het idee dat er een brede ondertekening is van het Verbond van Den Bosch, en als nu blijkt dat ook deze keizer geen kleren aan heeft. Verduurzaming wordt overgelaten aan Nederlandse supermarkten, die daar niet in deze vorm aan willen meewerken en die maar 30% van de Nederlandse productie vermarkten. En voor het zorgvuldig inpassen van veehouderijen in de lokale leefomgeving zijn er geen instrumenten.

Wat is er trouwens gebeurd met de ambitie dat in 2023 dieren geen ingrepen meer ondergaan? Ik lees er niets meer over terug.

Tussen 2005 en 2009 is het aantal megastallen verdubbeld. Het aantal in 2020 wordt geschat op 2260. Maar de staatssecretaris vindt dat er geen reden is tot ingrijpen. Ik roep de Kamer op om dit een halt toe roepen. Een meerderheid van deze Kamer heeft dat de kiezers beloofd. Ik reken daarop!

[,,,]

De heer Van Dekken (PvdA): Een einde aan meer megastallen in Nederland is nodig. Het is klip-en-klaar. Megastallen leiden tot dierenleed en tot onaanvaardbare aantasting van de leefbaarheid van het platteland, kunnen grote gevolgen hebben voor de volksgezondheid en zijn een zware aantasting van het landschap.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik ben blij met dit geluid van de heer Van Dekken, maar ik vraag me af of de hele PvdA achter dit verhaal staat. In de provincie Noord-Holland bijvoorbeeld geeft de PvdA vrolijk ruimte aan megastallen van soms meer dan 3 ha. Ik wil daarom graag weten in hoeverre de landelijke PvdA de leden van de Provinciale Staten en van de Gedeputeerde Staten een beetje in het gareel kan houden.

De heer Van Dekken (PvdA): We nemen afstand van die ontwikkeling. Dat hebben we eerder ook al eerder gedaan. We waren niet bepaald gelukkig met de beleidskeuze die gemaakt is. Gelukkig blijkt dat er sprake is van voortschrijdend inzicht. Een omgekeerde ontwikkeling is gaande. In het gebied waar de staatssecretaris en ik vandaan komen, het Oldambt, hebben gisteren acht van de negen partijen zich uitgesproken tegen megastallen in het prachtige Oost-Groningen. Het gaat dus de goede kant op. Ik laat de opvatting van mijn fractie horen. We hebben er brede discussies over gevoerd met verschillende vertegenwoordigers van de Provinciale Staten. Ik kan niet op elke stoel gaan zitten, maar dit is wat wij voorstaan.

Mevrouw Thieme (PvdD): Maar wat geeft de landelijke PvdA dan mee aan de Statenleden en gedeputeerden? Wat is wat de PvdA betreft de grens voor de bedrijfsgrootte?

De heer Van Dekken (PvdA): In ieder geval geen verdere uitbreiding van de megastallen, en waar dat kan sowieso een verbod op dit moment. Er is al eerder gepleit voor een moratorium en ik hoop dat de staatssecretaris dit straks overneemt.

[…]

Beantwoording staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie: Wie schetst dan mijn verbazing dat enkele woordvoerders daar geheel en al aan voorbijgaan, net doen alsof dit niet de uitkomst was en het alleen maar hebben over aantallen, terwijl de uitkomst van de brede dialoog nu juist is dat het gaat om de productiewijze, de inpassing, de volksgezondheidsrisico's en het dierenwelzijn. Dat is misschien vervelend voor sommige leden die vinden dat het vooral om de aantallen gaat, maar deze zaken hebben niet direct een causaal verband met de omvang van de bedrijven. Dat is het verhaal. Het moet me van het hart dat ik wel enigszins teleurgesteld ben dat enkele leden aan zo'n brede dialoog, waar zoveel in is geïnvesteerd door de mensen zelf, zo simpel voorbijgaan, want het is veel complexer dan het aantal.

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik zei in mijn bijdrage dat we in verwarrende tijden leven en dat de staatssecretaris van het zaaien van verwarring zijn handelsmerk heeft gemaakt. Hij verwijt
sommige Kamerleden dat zij het hebben over het aantal dieren en dat ieder voor zich weer een maximaal aantal dieren noemt. De staatssecretaris beweerde echter op de persconferentie dat zijn persoonlijke grens bij 300 tot 400 koeien ligt, maar bij de Rabobank zei hij dat 500 koeien ook prima kan. Ik heb hem ook wel eens horen zeggen dat hij de mogelijkheid van 1000 koeien niet wil uitsluiten. Hij doet dus zelf mee aan de quota. Wil hij hier nou wel of geen discussie over?

Staatssecretaris Bleker: Dit is volgens mij de eerste vraag die mevrouw Thieme stelt. In haar inbreng heeft zij namelijk geen vragen gesteld.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dan hebt u niet goed geluisterd.

Staatssecretaris Bleker: Nee, ik heb geen vragen gehoord.

De voorzitter: Dit was wel een vraag.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb aangegeven dat ik vind dat in Nederland ruimte moet zijn voor de groei en ontwikkeling van het voor ons land kenmerkende gezins- en familiebedrijf. Dat houdt in dat er ruimte moet zijn voor de ontwikkeling van bedrijven in de verschillende takken van sport, de veehouderij, de melkveehouderij, kippen, varkens enzovoorts. In de toekomst moeten twee gezinsinkomens zijn te genereren uit een bedrijf. Die ruimte moet er nu en in de toekomst zijn in Nederland. Daar horen bepaalde aantallen dieren bij, maar dat is geen vast gegeven, want je kunt nu niet op voorhand zeggen dat het maximum bij 400 of 500 koeien ligt in 2020. Nogmaals, voor mij is een mooie melkveestal van 400 à 500 koeien in Nederland een aanvaardbaar geheel, als aan alle eisen van dierenwelzijn en milieu enzovoorts wordt voldaan. Dat is de redenering die ik heb gehouden. Ik redeneer dus vanuit een economische optiek. Dat leidt tot mijn mening over de grootte van stallen waarvoor ruimte moet zijn in ons land.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik heb gezegd dat de staatssecretaris ook een lenige geest heeft. Daar is dit ook weer een staaltje van. Hij verwijt de Kamerleden dat zij komen met een grens, maar zelf zegt hij op de persconferentie dat hij een persoonlijke grens heeft van 300 tot 400 koeien en bij de Rabobank zegt hij dat het 500 koeien kunnen zijn. Kan de staatssecretaris verklaren waarom hij met zoveel verschillende persoonlijke grenzen komt?

Staatssecretaris Bleker: Redenerend vanuit het principe van twee gezinsinkomens heb ik berekeningen gemaakt van het aantal dieren dat je ongeveer nodig hebt. De tijd zal moeten uitwijzen hoe groot dat aantal precies is. Ik heb aangegeven dat voor dat aantal in Nederland ruimte dient te zijn. Ik begrijp dat de Partij voor de Dieren zelfs voor het doel van de normale, organische groei van het gezinsbedrijf in Nederland geen ruimte wil bieden. Dat is mij duidelijk.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Wat betreft de omvang van de stallen laten we een soort grens boven de markt hangen, zegt de heer Dijkgraaf. Ik heb aangegeven dat er op dit moment geen aanleiding is om een soort maximumgrens in wat voor formeel document dan ook vast te leggen. Dat kan ik staven met de feitelijke ontwikkelingen die zich voordoen en met het feit dat de ontwikkeling qua omvang van de stallen zich op dit moment binnen de ruimtelijke ordening bij gemeenten en provincies laat reguleren. De heer Van Gerven heeft een vraag gesteld over de 1,2 miljoen kippen in Horst aan de Maas. De aanvraag stamt uit 2010, zoals de Kamer weet, en ligt nu ter plekke ter beoordeling. Ik zie nu geen reden om daarin te interveniëren; we hebben daar ook geen titel voor. Dat zouden we via het instrument van de Wet ruimtelijke ordening moeten doen, maar die biedt ons geen titel om daarin te interveniëren. Als dit echter het begin van een trend is, dan is die trend een reden om een nationale grens te stellen. Als het de ontwikkeling wordt dat gezinsbedrijven 1 miljoen à 1,5 miljoen kippen moeten hebben, dan is er wat mij betreft reden, ook in het belang van de sector in algemene zin, om een grens te stellen. Dat is volgens mij overigens niet het geval, omdat je met een aanzienlijk lager aantal kippen ook twee gezinsinkomens kunt genereren. Dat zijn er nog steeds veel meer dan sommigen wenselijk achten.

Mevrouw Thieme (PvdD): De staatssecretaris zegt dat hij nu geen titel heeft om te interveniëren. Wel lees ik in de stukken dat de staatssecretaris bij voorkomende gevallen bijvoorbeeld om redenen van ethiek, volksgezondheid of sociaaleconomische effecten, wel moet kunnen ingrijpen. Wat voor wettelijk instrument is de staatssecretaris dan van plan te ontwikkelen?

Staatssecretaris Bleker: We zullen daar een wettelijke grondslag voor moeten creëren. We hebben even bekeken waar dat in zou kunnen. Dat zou misschien in de volksgezondheidswetgeving kunnen of in de Wet dieren. Daar willen we ons nu nog niet op vastleggen. Het is een kwestie van wetstechniek waar je de wettelijke grondslag het beste kunt leggen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil graag weten op welke termijn wij zo'n voorstel tegemoet kunnen zien, aangezien wij pas eind 2012 een soort gezondheidsinstrument kunnen verwachten van de Gezondheidsraad. Het duurt dus allemaal wel erg lang. De staatssecretaris richt zich vooral op de ruimtelijke ordening, die op decentraal niveau kan worden ingezet om paal en perk te stellen. Met name bij de regulering van mest hebben we echter gezien dat ruimtelijke ordening niet werkt. Dat heeft de staatssecretaris ook toegegeven in mei 2011. Hoe kan hij dan toch geloven dat de ruimtelijke ordening op decentraal niveau zal gaan zorgen voor een sturing op megastallen?

Staatssecretaris Bleker: Op dit moment werkt het instrumentarium van de Wet ruimtelijke ordening wel, als je kijkt naar provincies, provinciale structuurvisies, gemeentelijke bestemmingsplannen enzovoorts. Ik heb aangegeven dat als de ontwikkeling die ik zojuist schetste de trend wordt, ook andere overwegingen dan de ruimtelijke ordening reden kunnen zijn om te interveniëren. De vraag van mevrouw Thieme was: wanneer komt u daarmee? In 2012, als het rapport van de Gezondheidsraad er is, zal ik ook aangeven of er aanleiding is, gelet op dat advies en op ontwikkelingen die zich verder hebben afgetekend, om met een dergelijk wetsvoorstel te komen.

Het Algemeen Overleg zal worden voortgezet op 25 januari 2012