Bijdrage Ouwehand AO Decen­tra­li­satie Natuur­beleid


1 december 2011

Voor het eerste deel van het debat klik hier

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het wordt een akkoord genoemd, maar het komt ongeveer op het volgende neer. Het kabinet, uit monde van staatssecretaris Bleker, zegt: ik blijf vervuilen. Tegen de provincies zegt het: jullie gaan onze natuurdoelen halen; nee, je krijgt geen geld om dat te doen, of in elk geval niet genoeg, en je mag niet doen wat nodig is om de natuur in goede staat te brengen, want we hebben een verbod afgekondigd op de verbindingszones en -- dat is het mooiste -- je mag niet weigeren; doe je dat wel, dan hebben we dwangmiddelen in de vorm van een noodwet. Dat is maffioos. Dat is misbruik van macht over de rug van de natuur. Denk niet dat ik het hier opneem voor de provincies, want hun handen zijn vuil genoeg in het natuurdossier, maar zo kan het dus niet. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft terecht gezegd dat je je beleid wel kunt decentraliseren, maar niet je doelen. Daar zit voor de Partij voor de Dieren de grootste pijn bij dit natuurakkoord en alle andere dingen die we de afgelopen jaren al hebben gezien bij het natuurdossier. Ik leg de staatssecretaris een casus voor. Ik ben benieuwd hoe het gaat lopen als zijn plannen doorgaan. We hebben gelezen dat er een verplichting komt voor het Rijk om de provincies aan te spreken als er sprake is van nalatigheid. Dat zou dan een heel precies spel van interactie moeten worden als er iets aan de hand is.

Ik neem De Peel als voorbeeld. Dat is een kwetsbaar natuurgebied. Daar zitten veel meer dieren dan het gebied aankan qua ammoniakdepositie. Noord-Brabant en Limburg zijn daar samen verantwoordelijk voor. Stel dat Noord-Brabant de natuurdoelen serieus wil nemen en maatregelen wil nemen, en dat Limburg zegt: ik heb daar geen zin in, want ik ben trots op de intensieve veehouderij. De natuurdoelen worden niet gehaald. Hoe gaat dat lopen? Ten eerste, kun je determineren welke provincie wat heeft nagelaten? Ten tweede, stel dat blijkt dat Limburg nalatig is, wat dan? Gaan we dan allemaal een greppeltje graven, zodat we Limburg van Nederland kunnen afscheiden? Dat zijn toch geen remedies? Daar is mevrouw Van Gent zelfs tegen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Als Groninger.
De staatssecretaris zou eerlijk moeten zeggen dat hij straks geen middelen in handen heeft en dat we een herhaling zullen zien van wat zich nu in het groot bij de eurocrisis afspeelt: stoere praat en de schijn van daadkracht. Er wordt gezegd dat Griekenland wel zijn afspraken moet nakomen, terwijl er massaal is ingestemd met een constructie waarbij wij wisten dat Griekenland dat nooit ging doen en dat wij Griekenland ook nooit bij de lurven konden pakken om het daartoe te dwingen. Datzelfde gaat gebeuren met de natuurdoelen. Als de staatssecretaris een vent is, geeft hij dat vandaag toe.

Ik heb in eerste termijn nadrukkelijk gewezen op de context van dit akkoord: de plannen met de nieuwe natuurwet. Daar stapte de staatssecretaris zo overheen. Hij zei: daar gaan we het later over hebben. Dank je de koekoek. Als nu al bekend is dat de staatssecretaris, in strijd met internationale verdragen waar zijn eigen handtekening onder staat, alle beschermingsmogelijkheden uit handen van de provincies gaat slaan, dan is het nu wel degelijk van belang. Óf hij zegt hier toe dat hij ervoor zal zorgen dat de provincies alle mogelijkheden houden om de beschermingsverplichtingen daadwerkelijk te kunnen invullen, óf hij trekt zijn wetsvoorstel in. Dat lijkt me dan beter. Ik voorspel dus...

De voorzitter: Ik moet even ingrijpen, want het wetsvoorstel ligt nog niet bij de Kamer. Het is dus heel vreemd dat u daar nu over spreekt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Procedureel hebt u gelijk, maar ik hecht eraan op de strategie te wijzen van nu een akkoord erdoor frommelen en dan straks zeker een wet wijzigen en alles ondermijnen wat nodig is om de natuur te beschermen. Ik noteer de opmerking die u gemaakt hebt, maar ik wil dat hier wel schetsen. De natuur wordt verwezen naar een soort niemandsland waar iedereen dan over kan gaan ruziën. Ik voorspel dat het zo moeilijk en ingewikkeld wordt dat niemand er meer wat van begrijpt en dat verschillende politieke partijen op grond van eigen electorale strategieën tegen de boeren kunnen zeggen: kijk eens hoe ingewikkeld het is, maar wij komen ten minste voor jou op, want wij willen die natuur niet. De voorspelling is dat er alleen maar meer juridische procedures komen. Niemand zal eerlijk zijn over wat zijn eigen aandeel daarin is geweest. Het akkoord moet van tafel. Ik vind het echt een gotspe om kapot te maken wat niet van jou is. De natuur is van ons allemaal. Het is jammer dat de PVV er niet bij is vandaag, want die is het normaal gesproken met mij eens. Als je kapot maakt wat niet van jou is, dan horen daar hoge straffen op te staan. Wat mij betreft, gaat het akkoord van tafel of de staatssecretaris gaat weg.

Beantwoording door de staatssecretaris:

Staatssecretaris Bleker: Dat zijn: de hoofdlijnen en het karakter van het akkoord, het beheer, OostvaardersWold en overige. Voorzitter. Ik begin met het karakter van het akkoord. Er is nogmaals gevraagd of de provincies een resultaats- of inspanningsverplichting aangaan. De provincies gaan een resultaatsverplichting aan voor de inrichting van 40.000 ha grond die nu nog geen inrichting heeft die geschikt is voor natuurontwikkeling. Ze gaan de resultaatsverplichting aan dat er voor 17.000 ha grond die nu niet eens beschikbaar is voor natuurinrichting, een functieverandering gaat plaatsvinden. Dat wil zeggen dat die grond wordt gekocht, dan wel dat de particulier die daarop zit, een contract aangaat voor particulier natuurbeheer. De provincies en wij zijn van oordeel dat de resultaatsverplichting ook zal worden waargemaakt met de middelen die in het akkoord zijn genoemd, namelijk ruilgrond en afstoting van gronden.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Ik kom op de internationale doelen. De provincies en de rijksoverheid zijn van mening dat wij met deze resultaatsverplichting een belangrijke bijdrage leveren aan het dichterbij brengen van de internationale doelen. Dat staat ook letterlijk in de tekst. Die internationale doelen zijn overigens, anders dan bij de kaderrichtlijn water, niet expliciet aan een einddatum gebonden, zeker niet wat de oppervlakte van de ehs aangaat. Er is namelijk geen internationaal doel ten aanzien van de oppervlakte van de ehs. Er is alleen maar een doel dat met de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natura 2000-gebieden van doen heeft. Dat is heel belangrijk. Daarom zullen die 40.000 ha en die 17.000 ha geheel gefocust op de internationale doelen en de Natura 2000-gebieden worden ingezet. Dat is ook een resultaatsverplichting. Vanuit de concentratie op die doelen en de gebieden die daar betrekking op hebben met de oppervlakte die ik heb aangegeven, zijn wij gezamenlijk van mening dat wij in deze periode een bijdrage leveren die internationaal te verantwoorden is. Dat is een gemeenschappelijke opvatting. Dat is ook mijn opvatting.

[…]

De voorzitter: Wilt u alstublieft naar de klok kijken?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Zeker, daarom doe ik ook dit ordevoorstel. Kamerlid op Kamerlid vraagt inzicht in het beheer. De staatssecretaris zegt dat hij dat nu wil geven. Daarom zou ik zeggen: laat hem dat nu geven. Dan kunnen de andere collega's daar
misschien nog op doorvragen.

De voorzitter: Nee. Elk Kamerlid heeft recht op een interruptie bij het algemene deel. Ik kijk nu welke Kamerleden nog een interruptie willen plegen. Daarbij ga ik gewoon het rijtje af. Mevrouw Ouwehand krijgt nu haar interruptie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Misschien helpt het als u de staatssecretaris wat korter houdt, voorzitter, want wij hebben er niet zo veel behoefte aan dat hij alle tijd opslurpt door te kronkelen over de mist die hij zelf heeft gecreëerd. Ik stel voorop dat de staatssecretaris zich duidelijk niet op de feiten baseert. Ofwel hij kent ze niet, ofwel hij negeert ze. De staatssecretaris ging bovendien niet in op de nogal cruciale vraag hoe wij omgaan met de nalatigheid die je bij provincies zou kunnen verwachten. Ik heb het voorbeeld van de Peel
genoemd. Als de staatssecretaris het prettiger vindt om uit het meest bedreigde natuurgebied weg te blijven, mag hij ook een ander gebied als voorbeeld nemen. Hoe stellen wij vast dat een provincie nalatig is geweest? Ik wil geen herhaling van het antwoord
dat op de vraag van de heer Van Gerven is gekomen, namelijk dat de boete voor het Rijk is als een provincie zich aan de afspraken heeft gehouden. Hoe gaat dat lopen?

Staatssecretaris Bleker: Volgens mij verval ik in herhaling. Voor de Peel moeten beide provincies voldoen aan de voorwaarden; als één het niet doet, is het een ander verhaal. Ten eerste moeten zij voldoen aan de resultaatsverplichting, ten tweede moeten zij de beheersinspanning leveren zoals die in de stukken staat en ten derde moeten zij het generieke beleid uitvoeren. Als beide provincies dat voor de Peel hebben gedaan en als wij dan in gebreke worden gesteld, is de rekening voor het Rijk. Daarbij moet het Rijk ook nog naar iets anders kijken, namelijk het generieke mestbeleid, milieubeleid, emissiebeleid enzovoorts. Ook dat kan immers nog een veroorzaker van het probleem zijn. Hoe dan ook, als de provincie het eerste en het tweede heeft gedaan, is het rekening Rijk. De rekening is dus voor de provincies, tenzij duidelijk is dat zij aan hun resultaatsverplichting en hun beheersverplichting hebben voldaan. In dat geval is het rekening Rijk. Of andersom: het is rekening Rijk, tenzij blijkt dat de provincies niet aan hun resultaatsverplichting en hun beheersverplichting hebben gedaan. Zo eenvoudig is het. Het is niets meer en niets minder.

De voorzitter: Een korte vervolgvraag, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik had u gewaarschuwd, voorzitter: de staatssecretaris hoefde dat antwoord niet te herhalen. De vraag was wat wij doen als er wel sprake is van nalatigheid. Gaan wij dan Limburg uit Nederland zetten? Ik noem maar iets. Welke middelen heeft de staatssecretaris dan uiteindelijk in handen? Hoe gaat dat lopen? De staatssecretaris draait weer om alle natuurwetgeving heen. Ik vraag hem of hij erkent dat in de Habitatrichtlijn een verslechteringsverbod staat. De praatjes als zou er geen eindtermijn zijn, laten zien dat deze staatssecretaris niet weet wat zijn verplichtingen zijn. Dit lijkt me een nogal cruciaal punt, als wij de verplichtingen naar de provincies schuiven. Erkent de staatssecretaris het verslechteringsverbod?

Staatssecretaris Bleker: Ik heb op alle punten antwoord gegeven. Nog één ding: wij zullen nooit Limburg afstoten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris geeft dus geen antwoord op cruciale vragen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Om met VVD-prominent Ed Nijpels te spreken: staatssecretaris Bleker verdraait voortdurend de feiten over het natuurbeleid. Ik heb één simpele vraag over het verslechteringsverbod. Erkent de staatssecretaris dat als een internationale verplichting, heeft hij er nog nooit van gehoord of doet hij alsof het niet bestaat? Erkent hij het of niet?

[…]

Staatssecretaris Bleker: […] We moeten ons inderdaad maximaal inspannen om de verslechtering van de situatie in de Natura 2000-gebieden tot staan te brengen. Dat is de doelstelling. We hebben de overtuiging dat we met de maatregelen van de komende tien jaar daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Dat is iets anders dan het realiseren van doelen die in het beheerplan vermeld staan. Dat gaat niet over instandhouding maar over verbetering. In de beheerplannen staan zeer belangrijke doelen om stappen vooruit te zetten. Met de provincies is ook afgesproken dat die in de tweede beheerplanperiode voor het eerst wat nader wordt uitgewerkt. Voor de periode waarover het nu hebben, doen we het maximale wat te verantwoorden is om de teruggang te beperken dan wel tot staan te brengen.

Zie hier de ingediende moties:
Motie Ouwehand voor aanvalsplan om natuurdoelstellingen te realiseren
Motie Ouwehand over intrekken van Onderhandelingsakkoord Decentralisatie Natuur