Bijdrage Thieme AO huiselijk geweld en dieren­welzijn


16 oktober 2014

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Geweld richting mens en dier raakt ons allemaal zeer. Geweldplegers zijn vaak in hun jeugd ook dierenmishandelaars geweest. Er is ook een relatie tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling. Dierenmishandeling kan dus een signaal zijn dat er ook iets anders aan de hand is; dat er kinderen of vrouwen verwaarloosd of mishandeld worden. Uit onderzoek blijkt dat er bij een derde van het aantal geconstateerde gevallen van dierenmishandeling sprake is van huiselijk geweld. Daarom is het van groot belang dat wij dit serieus nemen. Sinds de invoering van het landelijke meldpunt 144 red een dier en de dierenpolitie hebben wij flink meer meldingen gehad van dierenmishandeling en dierenverwaarlozing. Het leeft duidelijk bij mensen in Nederland. Het is van groot belang dat de dierenpolitie blijft bestaan. Het is zeer beschamend dat de dierenpolitie door praktisch alle partijen in de Kamer grotendeels om zeep is geholpen. Dierenpolitie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de veiligheid van mensen en dieren. Het is van groot belang dat de officieren van justitie dit vervolgens ook serieus nemen. Het moet mij van het hart dat er, ondanks dat het OM een contactpersoon heeft bij wie je met dierenwelzijnszaken terechtkunt, nog steeds geen groene officieren van justitie zijn. Daarmee kunnen we aangeven hoe belangrijk het is dat deze zaken voorrang krijgen, temeer daar er veel capaciteitsproblemen zijn bij het Openbaar Ministerie. Willen we een veilige samenleving, waarin geweld wordt uitgebannen, dan zullen we hieraan hogere prioriteit moeten geven. Kan de minister een groene officier van justitie voor dit soort zaken introduceren?

Hulpverleners in de zorg en het onderwijs kennen de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Aan dergelijke protocollen kan uitstekend dierenmishandeling worden toegevoegd. Als hulpverleners zoals dierenartsen horen van dierenmishandeling, dan kunnen ze er iets mee doen in dat protocol. Op dit moment wordt in de meldcode alleen maar gewezen op het feit dat er sprake kan zijn van dierenmishandeling en dat hulpverleners dan, net als iedere andere burger, kunnen bellen met 144. Mijn fractie pleit er echter voor om in het protocol ook de verplichte meldcode op te nemen aangaande dierenmishandeling of -verwaarlozing, om op die manier een gerichte aanpak van dierenmishandeling en huiselijk geweld te bevorderen.

Ik ga verder met de stand van zaken van de straffen voor dierenverwaarlozing en -mishandeling en het houdverbod voor dierenbeulen. Onlangs werden we nog opgeschrikt door de zaak van de zogeheten kittenkiller, die via advertentiesites aan kittens kwam en deze stelselmatig doodschopte. De dierenpolitie kwam erachter en trof dode kittens verspreid door zijn hele huis aan. Zo iemand zou nooit meer dieren moeten mogen houden, maar deze persoon mag inmiddels weer kittens kopen. De straffen die nu gegeven worden, zijn beschamend laag. In het regeerakkoord wordt met stevige woorden gesteld dat er hoge straffen moeten zijn. Een gemiddelde boete heeft echter een hoogte van €232 en een gemiddelde strafbeschikking ligt op €119. Er is dus werk aan de winkel voor het kabinet. Vorig jaar is er een petitie aangeboden, ondertekend door 15.000 mensen, waarin gepleit werd voor zwaardere straffen. Toen tekende zich in de Kamer al een meerderheid af voor zwaardere straffen. Wanneer kunnen we die tegemoetzien? Hoe is het mogelijk dat dit kabinet stelt dat het serieus werk maakt van een evaluatie van de straffen voor dierenmishandeling en van het houdverbod, dat nu mogelijk is onder bijzondere voorwaarden, als het niet eens laat bijhouden hoe vaak een houdverbod wordt toegepast? Er is geen registratie. Wanneer gaat dit wel gebeuren?

De voorzitter: Wilt u afronden?

Mevrouw Thieme: Er moet een levenslang houdverbod komen. Is het kabinet bereid daar voorbereidingen voor te treffen?

Ik vraag aandacht voor de opvangplekken voor dieren uit een situatie waarbij vrouwen of kinderen zijn gevlucht uit een huis. Er is niets voor die dieren geregeld. De minister van VWS zou in een quickscan bekijken of opvangcentra ook ruimte bieden voor de opvang van huisdieren. Dat is een jaar geleden beloofd. Wanneer komen de uitkomsten naar de Kamer?

Interrupties bij andere partijen

De heer Leenders (PvdA): Voorzitter. We hebben het vandaag over dierenmishandeling in huiselijke kring, maar we hebben het ook over geweld tegen mensen in huiselijke kring; vrouwen, kinderen, soms mannen en in toenemende mate ook ouderen. Huiselijk geweld komt veel meer voor dan wordt gedacht. In één op de vijf gezinnen is op de een of andere manier sprake van een vorm van huiselijk geweld. Ik ben het met mijn beide collega's eens dat we het over een heel groot probleem hebben. Veel vrouwen geven aan dat zij hun vlucht naar de opvang hebben uitgesteld vanwege zorgen om de huisdieren.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik ben blij dat de heer Leenders dit ook ziet als een groot probleem. Ik heb het in mijn bijdrage gehad over de wens van mijn fractie om in de meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling ook dierenmishandeling op te nemen. We moeten de meldcode niet alleen als informatie geven aan professionals, maar we moeten ervoor zorgen dat ze daar echt wat mee gaan doen. Er moet een koppeling van gegevens komen. Is de Partij van de Arbeid met ons van mening dat er een dergelijke verplichte meldcode ten aanzien van dierenmishandeling moet komen?

[…]

Beantwoording van de minister

Minister Opstelten: Voorzitter. Ik dank de geachte afgevaardigden voor hun vragen. Ik kan mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken zeggen dat we de laatste jaren behoorlijke stappen op het terrein van dierenwelzijn hebben gezet. Het blijkt dat het onderwerp goed op de agenda is gekomen, in de samenleving en in de Kamer. Dat is een succes. Ik noem een paar dingen.

Meldnummer 144 heeft gezorgd voor een toename van het aantal meldingen van dierenleed. De verwachting is dat het meldnummer dit jaar ongeveer 125.000 gesprekken zal ontvangen. Het eerste halfjaar kwamen er namelijk 60.000 telefoontjes binnen, die onder andere leidden tot bijna 4.500 meldingen voor de taakaccenthouders handhaven dierenwelzijn. Dan zie je het ook in dat perspectief. Dat zijn bijna 9.000 noodhulpmeldingen per jaar. Inmiddels zijn bij de politie bijna 160 taakaccenthouders handhaven dierenwelzijn actief. Dat worden er conform het inrichtingsplan van de Nationale Politie minimaal 180. De heer Graus heeft daar ook melding van gemaakt. Gisteren hebben de staatssecretaris van VWS en ik uitgebreid met de Kamer gesproken over geweld in afhankelijkheidsrelaties, waaronder huiselijk geweld. Alle woordvoerders hebben dit ook genoemd. Huiselijk geweld en kindermishandeling blijven prioriteit en zijn opgenomen in de Veiligheidsagenda 2015-2018, die ik met de regioburgemeesters, Openbaar Ministerie en de korpschefs ben overeengekomen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt onder meer dat de kans dat een huiselijkgeweldpleger ook dieren mishandelt en omgekeerd significant groter is dan de kans dat een niet-huiselijkgeweldpleger dit doet. Dit betekent overigens niet dat een huiselijkgeweldpleger altijd dieren mishandelt en omgekeerd. Dat zeg ik om daarin precies te zijn. Er is geen causaal verband. Bovendien blijkt uit onderzoek dat mogelijk een aanzienlijk deel van de huiselijkgeweldplegers zijn slachtoffer chanteert door te dreigen met het gebruik van geweld tegen huisdieren. Een aantal woordvoerders heeft dit ook genoemd. Ik kom daar straks op terug. Uit onderzoek blijkt dat 41% van de vrouwen de vlucht naar de opvang uitstelt vanwege huisdieren. Professionals in het veld zijn zich steeds meer bewust van die cruelty link en ze hebben er ook aandacht voor. Het is heel goed om dat te beseffen. Het vereist ook activiteiten van de verschillende diensten en van ons. De cruelty link staat goed op de agenda bij alle instanties. Ik ga in op een aantal punten die de Kamer in dat verband heeft gevraagd.

Mevrouw Thieme had het over de politieregistratie huiselijk geweld en dierenmishandeling, het huisverbod en het risicotaxatie-instrument. Ik licht de vigerende instrumenten graag toe. Mevrouw Thieme pleit voor een betere koppeling van gegevens over huiselijk geweld en dierenmishandeling bij de politie. Op dit moment is deze koppeling niet rechtstreeks te maken. Ik kijk naar iedereen, maar de collega's die ook politie in portefeuille hebben, zijn daarmee bekend. Ik ben bezig om de gehele ICT-portfolio van de politie te herijken. Sinds gisteren heeft de ICT-portfolio meer aandacht, maar bij de politie hadden we dat al. Het belangrijkste is nu zorg te dragen voor de continuïteit van het politiewerk op straat en de start van de basisteams en de districtsrecherche per 1 januari 2015. Dat vergt veel capaciteit, ook in de IV/ICT-kolom van de politie. Voor 17 november kom ik met een voortgangsbrief op dat terrein. Ik zeg dat vanuit mijn politieverantwoordelijkheid. In die brief staat wat de gevolgen zijn van de schaarse ICT-capaciteit voor een aantal politieprioriteiten van de Kamer en van mijzelf. Ik ben er erg voor om zaken simpel en helder te houden. Op termijn wil ik bij de politie een eenvoudige registratie van dierenverwaarlozing, maar op korte termijn kan dit niet. Ik moet daar reëel in zijn. We moeten keuzes maken binnen de ICT-kolom van de politie en het is maar zeer de vraag of de oplossing in de registratie bij de politie zit. Ik kom daarop terug.

Er is echter ook goed nieuws, wat betreft het bewustzijn van de mogelijke link. Ik kom dan bij de combinatie waarover mevrouw Thieme en de heer Schouw het hadden. Het risicotaxatie-instrument dat de politie hanteert, biedt wellicht mogelijkheden dit te versterken. Het risicotaxatie-instrument is een instrument waarop aangetekend wordt en dat vervolgens naar de burgemeester gaat voordat hij een huisverbod instelt. Het is bedoeld voor het beoordelen van de onmiddellijke veiligheid van personen in het kader van een huisverbod. Hiervoor wordt informatie verzameld over de mogelijke pleger van het geweld, incidenten en achtergronden. In het huidige risicotaxatie-instrument voor het huisverbod is als een van de indicatoren van huiselijk geweld opgenomen dat het slachtoffer onder druk wordt gezet of bedreigd wordt met geweld tegen huisdieren. In het instrument komt dierenmishandeling dus voor. In de genoemde indicator ligt de impliciete check besloten op mishandeling van dieren. De vraag is of dierenmishandeling en wellicht het meldnummer 144 explicieter kunnen worden opgenomen in het instrument. Ik zal de professionals vragen hiernaar te kijken in het kader van de herijking van het risicotaxatie-instrument, want ik vind dit een belangrijk punt. De herijking vindt nu plaats en is aan het einde van het jaar gereed. Ik doe nu een fikse toezegging naar aanleiding van de vragen van mevrouw Thieme en de heer Schouw. In het eerste kwartaal van volgend jaar zal ik de Kamer hierover berichten.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik dank de minister voor de toezegging om te kijken naar het expliciet maken van het risicotaxatie-instrument op het punt van mogelijke aanwezigheid van dierenmishandeling of dierverwaarlozing. Ik had ook gevraagd naar een verplichte meldcode voor de professionals in jeugdzorg en onderwijs. Het is belangrijk dat we de professionals de tools geven om de koppeling te leggen tussen huiselijk geweld, kindermishandeling en dierenmishandeling. De minister heeft er in zijn brief slechts het volgende over gezegd: dat ben ik niet van plan om te gaan doen. Als ik de minister nu hoor, dan lijkt hij nu wel het gevoel te hebben dat het van belang is om daarvoor iets te regelen. Klopt dat?

Minister Opstelten: Daar kom ik zo op terug, want dat is een ander onderwerp. Dat heeft te maken met de vraag van de heer Van Gerven over de wijze waarop we omgaan met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De staatssecretaris zal er dadelijk op ingaan. Die punten zijn gisteren ook aan de orde zijn geweest.

Klopt de stelling dat de eigenaar het dier na inbeslagname terugkrijgt, omdat de registratie van het eigenaarschap niet verandert? Dat betreft het preventief weghalen van dieren. Strafrechtelijk gaat het om beslag, bestuursrechtelijk om een bestuurlijke aanpak. Ik zal het proberen kort te houden, want de heer Schouw heeft om een aanzienlijke analyse gevraagd van het bestuurlijk optreden, het bestuurlijk instrumentarium en het strafrecht. Inbeslagname is het ten behoeve van strafvordering onder zich nemen of houden van voorwerpen. Met voorwerpen worden ook dieren bedoeld. Vatbare voorwerpen zijn voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te leggen of om wederrechtelijk verkregen eigen voordeel aan te tonen. Ook alle voorwerpen waarvan verbeurdverklaring, onttrekking aan het verkeer, kan worden bevolen, zijn vatbaar voor inbeslagneming. Degene bij wie een voorwerp in beslag is genomen, krijgt een bewijs van ontvangst. Bij strafrechtelijk beslag zijn er drie opties. De eerste is dat de eigenaar afstand heeft gedaan en het dier niet terugkrijgt. De tweede is dat het dier door de rechter verbeurd wordt verklaard als bijkomende straf of wordt onttrokken aan het verkeer. Dat is een maatregel. De eigenaar/houder krijgt het dier niet terug. De derde is dat het dier moet worden teruggegeven. Het uitgangspunt is derhalve niet dat een inbeslaggenomen dier per definitie niet teruggaat naar de eigenaar of houder.

Het bestuursorgaan kan een last onder bestuursdwang opleggen als herstelsanctie. Bestuurlijke herstelsancties hebben tot doel het ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, het tegengaan van een herhaling van een overtreding dan wel het wegnemen of beperken van de gevolgen van de overtreding. Het bestuursorgaan is bevoegd voor zowel de bestuursdwang als het meevoeren en opslaan van zaken. Het bestuursorgaan draagt zorg voor de bewaring van de zaak. In beginsel is het doel van het in bewaring nemen van dieren dan ook om deze dieren terug te geven aan de rechthebbende, zodra de situatie het houden van dieren weer toelaat. De bewaring richt zich dan ook, anders dan strafrechtelijk beslag, meer op de bescherming van dieren. Indien de dieren niet binnen een bepaalde termijn kunnen worden teruggegeven, kan het bestuursorgaan de dieren verkopen of overdragen om niet. Gedurende drie jaar na het tijdstip van verkoop heeft degene die op dat tijdstip eigenaar was, het recht op de opbrengst van de verkoop onder aftrek van de verschuldigde kosten voor vervoer en opvang en de kosten van de verkoop. Na het verstrijken van deze termijn vervalt het batensaldo aan het bestuursorgaan. Zo gaan we met het instrumentarium om. Toen we destijds het convenant met alle instanties opstelden, hebben we gekozen om het primaat te leggen bij het bestuursrecht. Het strafrecht volgt. Ik kom straks op de hoogte van de straffen.

Minister Opstelten: Ik kom bij de straffen waarnaar mevrouw Thieme en de heer Schouw hebben gevraagd. Ook de heer Graus heeft er nadrukkelijk over gesproken. Ik heb de Kamer naar aanleiding van de vragen van de heer Van Gerven en de heer Schouw geïnformeerd over het feit dat ik de evaluatie van het uitbreiden van de proefperiode bij een voorwaardelijke straf van drie jaar naar tien jaar laat vervroegen van 2017 naar 2015. De uitkomst zal bij het inrichten van het houdverbod worden benut. Die evaluatie loopt nu.

Mevrouw Thieme vraagt hoe vaak een houdverbod wordt opgelegd. Het OM vordert regelmatig een houdverbod bij de rechter. "Regelmatig" is tientallen keren per jaar. Het is natuurlijk aan de rechter om het verbod op te leggen. Op 31 oktober 2013 heeft de rechtbank Rotterdam aan een dierenhandelaar die dieren geen verzorging gaf, een houdverbod van vijf jaar opgelegd. Aan de man die vier katjes doodde, heeft de rechtbank in Den Haag op 21 februari 2014 een houdverbod van drie jaar opgelegd. Dat zijn een aantal uitspraken van rechters.

Mevrouw Thieme zegt dat er geen cijfers bekend zijn over het opleggen van een houdverbod. Het OM registreert zaken op het overtreden van het wetsartikel. Het registreren van opgelegde houdverboden vergt een aanpassing van het registratiesysteem. Dat moet nu handmatig gebeuren en dat vinden we toch te veel tijd kosten. Aan de Kamer heb ik in antwoord op vragen van de heer Schouw destijds een evaluatie van het houdverbod toegezegd. Dat heb ik net ook genoemd.

Mevrouw Thieme (PvdD): De voorbeelden die de minister gaf, hebben we ook allemaal in de krant kunnen lezen, maar dat is op anekdotisch niveau. Mijn fractie wil echter goed inzicht hebben in hoe vaak het houdverbod wordt opgelegd, of het effectief is en of er sprake is van recidive, dus van herhaalde strafbare feiten door een dierenbeul. Als het opleggen van een houdverbod niet wordt geregistreerd, wordt het wel erg lastig om dit te kunnen beoordelen. Als het kabinet serieus werk wil maken van een houdverbod, dan ligt het in de rede om zo snel mogelijk in de automatisering ruimte te maken om houdverboden te registeren.

Minister Opstelten: Dat is absoluut een relevante interventie van mevrouw Thieme. Zowel voor het OM als voor de rechter en de politie is het belangrijk om dat te weten. Ik neem dat mee in de lopende evaluatie. Vervolgens zullen we aangeven of en op welke wijze we daar inhoud aan kunnen geven. Indien het niet mogelijk is, dan geven we aan waarom niet.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik dank de minister daarvoor. Mijn fractie heeft erop gewezen dat het houdverbod alleen bij een voorwaardelijke maatregel kan worden ingesteld. Als iemand een voorwaardelijke straf krijgt, kan de rechter eisen dat diegene een aantal jaren geen dieren meer mag houden. Als diegene geen straf krijgt, bijvoorbeeld vanwege een psychische stoornis, dan kan niet een zelfstandig houdverbod worden opgelegd. Een kittenkiller met een schizofrene stoornis kan dan dus weer kittens kopen. Kan de minister, nog voordat de evaluatie komt, voorbereidingen treffen om te kijken naar een zelfstandig houdverbod als maatregel of als hoofdstraf?

Minister Opstelten: Dit is een van de punten die in de evaluatie aan de orde komen. We doen deze evaluatie mede vanwege de punten die mevrouw Thieme aangeeft. Het lijkt me niet verstandig om daar nu op vooruit te lopen, want dan nemen we incidentele maatregelen. Ik wil de evaluatie afwachten.

[…]

Beantwoording van de staatssecretaris

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Mevrouw Thieme, de heer Graus, de heer Leenders en de heer Schouw hebben aandacht gevraagd voor het thema "vrouwenopvang en dierenmishandeling". Zij vroegen of bedreigde vrouwen hun dieren mogen meenemen of dat dit een probleem is. De Kamer weet dat de staatssecretaris van VWS een quickscan heeft uitgevoerd naar de wijze waarop vrouweninstellingen omgaan met de opvang van huisdieren. De Kamer ontvangt het rapport met de volgende voortgangsrapportage over geweld in afhankelijkheidsrelaties. Die wordt naar verwachting in december aan de Kamer verzonden, dus nog voor het kerstreces. Ik heb met de staatssecretaris van VWS contact gezocht over deze kwestie. Het blijkt in de praktijk dat dieren die niet groter zijn dan 50 cm en in een kooitje leven, wel mee kunnen, maar dat het bij dieren groter dan 50 cm nodig is dat er een specifiek pgb wordt aangevraagd. Er leven ook andere mensen in dergelijke instellingen en met hen wordt ook rekening gehouden.

Zoals de Kamer weet, lopen er een aantal pilots bij instellingen van de Federatie Opvang. De hoofdvraag is of we de situatie kunnen verbeteren. Enkele woordvoerders verwezen daar ook naar. De Kamer geeft terecht aan dat dit als een probleem wordt gezien. Er is vorige week een overleg geweest met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), waarin afgesproken is om de best practices te laten verspreiden. De Kamer moet dan denken aan de pilot in Overijssel genaamd Blijf van mijn Dier. De heer Leenders verwees daar ook naar. Er is ook het een en ander georganiseerd door de Blijf Groep Amsterdam, dierenopvang Amsterdam en de gemeente Pekela. Het idee is om de voortgang van die pilots mee te nemen in een brief aan de Kamer bij die rapportage. De staatssecretaris heeft ook vastgesteld dat wij met de Federatie Opvang moeten bespreken of er in de praktijk echt een probleem is met de dieren waarvoor je een apart pgb moet aanvragen. Ik ben dat met hem eens. Als dat zo is, dan moeten we kijken wat we daaraan kunnen doen. De Kamer krijgt in december de quickscan en in de brief zal over de pilots en de voortgang bericht worden. Dan hebben we ook helder of er verder problemen zijn, want we zullen het bij de Federatie Opvang aankaarten. Als dat zo is, dan kunnen we die problemen ook melden. We zullen eventueel vastleggen op welke wijze we met die problemen omgaan. We zijn erop gericht om ze geen probleem te laten zijn. Het is niet altijd makkelijk. Je hebt te maken met mensen die noodgedwongen bij elkaar leven en dat geeft soms complicaties. De Kamer zal dat begrijpen.

Er is het een en ander gevraagd over de meldcode en dierenmishandeling en de wijze waarop hulpverleners werken met meldcodes. Hulpverleners werken met de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is goed om vast te stellen dat in de meldcode al aandacht wordt besteed aan het thema "dierenmishandeling". Dierenartsen hebben ook een meldcode dierenmishandeling met aandacht voor huiselijk geweld. De relatie die wij vandaag bespreken, wordt in die meldcodes al gelegd.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik heb het Basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling hier voor mij. Ik heb het gelezen om te zien wat daarin staat over kindermishandeling in relatie tot dierenmishandeling. Er staat alleen maar dat je het meldnummer 144 voor dieren in nood moet bellen. Dat lijkt mij te mager. Het is belangrijk dat er expertise-uitwisseling plaatsvindt en dat professionals op de hoogte worden gesteld van de relatie. Ik geloof ook dat dat gebeurt. Het gaat mijn fractie erom dat dierenmishandeling automatisch in het stappenplan van de verplichte meldcode wordt meegenomen. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Dijksma: Ik ben bereid daar nog een keer naar te kijken. Ik weet dat de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) de code dierenmishandeling evalueert. Als het nodig is, kunnen we daarin een aanpassing aanbrengen. Ik ken de codes niet helemaal uit mijn hoofd, maar ik ben bereid om te kijken naar het punt van mevrouw Thieme. Ik kom hierop terug in een schriftelijke reactie.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik ben blij met de toezegging. Heeft de staatssecretaris zicht op wanneer ze hiermee komt? Ik wijs de staatssecretaris op de website www.vooreenveiligthuis.nl, die mede-geïnitieerd is door diverse ministeries. Op de gehele website komt het onderwerp dierenmishandeling niet eens voor. Ik vraag daar aandacht voor.

Staatssecretaris Dijksma: Dat lijkt mij goed. Ik kom hier voor de kerst bij de Kamer op terug.

Mevrouw Thieme vroeg waarom we kiezen voor een meldcode en niet voor een meldplicht. Bij de bespreking van het wetsvoorstel Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is dit onderwerp al aan de orde geweest. Toen heeft de staatssecretaris van VWS aangegeven dat er bewust is gekozen om geen meldplicht in te voeren, omdat ervaringen met een meldplicht in het buitenland geen bewijs opleveren van het feit dat die helpt bij het terugdringen van geweld en mishandeling in afhankelijkheidsrelaties. Ook leidt het hoge aantal ongegronde meldingen bij een meldplicht tot onnodige overbelasting van het systeem en soms ook tot onnodige stigmatiserende onderzoeken. Bovendien kan een verplichte meldcode op meer draagvlak bij de professionals rekenen. Dat is van groot belang, want zij moeten het doen. Daarom wordt verwacht dat de meldcode, zoals we die nu kennen, effectiever is. Dat staat los van de vraag of de meldcode inhoudelijk precies en to the point is. Daar hebben we net iets met elkaar over afgesproken.

Ten aanzien van de gedragsproblematiek van gevechtshonden en hun baasjes krijg ik binnenkort op mijn departement het plan De gezonde(re) en sociale hond in Nederland aangeboden. Laten we de baasjes er ook bij pakken, want vaak zie je dat gedrag van dieren voorkomt uit de opvoeding door mensen of het gebrek daaraan en gebrek aan aandacht. Dat is een initiatief van onder meer de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied en de Vereniging van Beroepsmatige Kennelhouders (VBK). De Kamer weet dat per 1 juli jl. regelgeving in werking is getreden die moet voorkomen dat gedragsafwijkingen worden doorgegeven via het fokbeleid, maar hier betreft het meer specifiek de relatie tussen mens en dier. Ik verwacht dat ik een mooi plan krijg. Uiteraard stel ik de Kamer daarvan op de hoogte. Ik zal tevens een reactie op het voorstel geven.

Tweede termijn

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Ik had al gezegd dat ik een VAO wilde. Ik ben blij met de toezeggingen van de staatssecretaris en de minister over de registratie van dierenmishandeling bij het risicotaxatie-instrument van de politie en de registratie van het opgelegde houdverbod. Dank daarvoor. De minister zei dat er bij elk parket een contactofficier van justitie is voor dierenmishandelingszaken. Ik heb in de brief gelezen dat dit parketsecretarissen zijn of juridische medewerkers. Heb ik de minister goed begrepen en zijn het officieren van justitie? Dat maakt een groot verschil, ook aangaande het belang dat je hecht aan die zaken.

Ik ben blij dat de staatssecretaris heeft toegezegd dat ze de meldcode binnen jeugd- en onderwijshulpverlening aangaande dierenmishandeling bekijkt. We hebben het hier vooral over administratieve maatregelen om zicht te krijgen op dierenmishandeling in relatie tot huiselijk geweld. Het is een goede stap, maar we moeten ook komen tot goede opsporing, vervolging en straffen. Daarin staat het kabinet nog stil. We moeten een stap zetten; vandaar dat ik het VAO heb aangevraagd.

[…]