Bijdrage Thieme AO Dier­ziekten en anti­bi­o­ti­ca­ge­bruik in de veehou­derij


26 mei 2011

De voorzitter: […] Ik heb nog een punt van orde. De heer Ormel van het CDA zal over ongeveer een uur vertrekken. Dat is de reden dat er nog een tweede persoon van het CDA aanwezig is, de heer Koopmans, die na het vertrek van de heer Ormel het woord zal voeren.

De heer Ormel (CDA): Voorzitter. Ik zou hier eigenlijk helemaal niet spreken, omdat mijn zoon vanmiddag afstudeert. Ik dank collega Koopmans die zo aardig is het straks van mij over te nemen. Ik wil toch graag zelf het woord nemen omdat in dit dossier nogal persoonlijke aantijgingen worden gedaan, ook door collega's. Ik wil hier zeggen dat ik me in de negen jaar dat ik Kamerlid ben, steeds heb ingezet voor een zorgvuldig gebruik van antibiotica. Ik heb al aandacht voor dit onderwerp gevraagd voordat het aandacht kreeg in de media. Ik heb een amendement ingediend om het gebruik van antibiotica te beperken. Het verdriet me dan ook zeer dat er op zo'n negatieve manier door collega's over mij wordt geoordeeld, maar het zij zo.

Mevrouw Thieme (PvdD): Volgens NRC Handelsblad bezit de heer Ormel aandelen in de farmaceutische industrie die antibiotica verkoopt. Het is dan toch gerechtvaardigd om daar vraagtekens bij te plaatsen, temeer omdat de afgelopen jaren juist bij monde van de heer Ormel nogal terughoudendheid wordt bepleit met betrekking tot het overheidsingrijpen bij het antibioticagebruik? Los daarvan heb ik een simpele vraag aan de heer Ormel. Vindt de heer Ormel niet dat er een schijn van belangenverstrengeling bestaat als je woordvoerder over antibiotica bent en tegelijkertijd financiële belangen hebt bij de verstrekking van antibiotica?

De heer Ormel (CDA): Ik dank mevrouw Thieme voor de vraag. Ik ben blij dat ze die nu direct aan mij stelt. Ik ben negentien jaar praktiserend dierenarts en lid van een dierenartsencoöperatie. Ik ben vol trots dierenarts geweest. Ik heb me dag en nacht ingezet om dieren te redden. Een gevolg daarvan was dat ik inderdaad enkele aandelen had van die dierenartsencoöperatie. Die waren bedoeld als een soort pensioenvoorziening en die leden een slapend bestaan. Ik heb in mijn werk als Kamerlid naar mijn beste weten gehandeld met de kennis die ik heb vanuit mijn maatschappelijke ervaring. Dat doen vele Kamerleden. Daarin ben ik niet alleen. Om ook maar iedere schijn van belangverstrengeling, die totaal niet aan de orde is of is geweest, te vermijden heb ik het geringe aantal aandelen dat ik had, inmiddels van de hand gedaan.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat is goed om te horen als die aandelen inderdaad zijn verkocht. In het artikel in NRC Handelsblad staat dat de aandelen zijn ondergebracht in een stichting. In het bestuur van die stichting zitten dezelfde mensen als in het bestuur van de coöperatie en de raad van commissarissen van de holding waarvan de heer Ormel aandelen bezit of bezat. Graag krijg ik daarover nog helderheid.

De heer Ormel (CDA): Ik heb totaal geen bemoeienis gehad met wie in welk bestuur zit. Bovendien ben ik al negen jaar Kamerlid. De mensen uit de tijd waarin ik als praktiserend dierenarts actief was, zijn nu al lang niet meer bestuurlijk actief. Ik begrijp het helemaal niet. Er is totaal maar dan ook totaal geen sprake geweest van enige vorm van belangenverstrengeling. Dat werp ik verre van mij. Sterker nog: ik heb me ingezet, niet alleen in de Kamer maar ook tijdens mijn werk als praktiserend dierenarts, voor uitermate terughoudend gebruik van antibiotica. Ik zie wel degelijk de grote risico's voor de volksgezondheid van overmatig gebruik van antibiotica, het onderwerp waarover we het vanmiddag hebben.

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Ik moet eerst een correctie op mevrouw Voortman maken. Er is in deze Kamer nauwelijks gesproken over antibiotica. Daarom is het zo’n lange lijst van agendapunten geworden. Het dossier Dierziekten, dat gaat over de manier waarop Nederland mens en dier ziek maakt, heeft in de Kamer maar liefst een jaar stilgelegen. Dankzij de fracties van het CDA, de VVD, de SGP en helaas ook de PVV is de bedreiging die het antibioticabeleid vormt, na de val van het vorige kabinet controversieel verklaard. Ook na de formatie bleven deze partijen aandringen op uitstel, op een overleg hierover zonder de minister van VWS en op korte debatten met beperkte spreektijden. Aan spoeddebatten hadden ze al helemaal geen behoefte. De obstructie om de vinger op de zere plek te leggen trof de commisie-Van Dijk ook aan bij dit kabinet. De commissie-Van Dijk concludeerde dat het ministerie van LNV bij de aanpak van de Q-koorts een obstructieve houding had.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik vind de hele opsomming die mevrouw Thieme maakt, niet terecht. We hebben herhaaldelijk over Q-koorts -- dat ging ook over antibiotica – en over een aantal andere dierziekten gesproken. Ik werp verre van mij dat we niet met de minister en de staatssecretaris wilden spreken. Deze minister hebben we al een aantal keren over antibiotica gesproken en niet alleen in deze zaal maar ook in de plenaire zaal.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat is toch een beetje wishfull thinking. Uit de procedurevergaderingen en de stemmingen daarover blijkt dat keer op keer de VVD-fractie heeft tegengestemd om het agendapunt over antibiotica te kunnen blijven bespreken ondanks dat er een demissionair kabinet was.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik kan me voorstellen dat mevrouw Thieme het heel teleurstellend vindt dat ze af en toe haar zin niet krijgt. Ik vind het geen terecht punt als ze zegt dat er hierover niet is gesproken.

Mevrouw Thieme (PvdD): Er lag geen verzoek van de PvdD-fractie aan ten grondslag. Het stond gewoon op de agenda en de VVD-fractie heeft het van de agenda gehaald. Dat heeft de VVD-fractie actief bewerkstelligd. Het ging ook zo met spoeddebatten van mijn kant. Als er een debat was gepland, moest dat van de VVD-fractie met heel korte spreektijden. De VVD-fractie had geen behoefte aan de minister van VWS. Het heeft dus niet zozeer te maken met het feit dat de PvdD-fractie haar zin niet krijgt maar met prioriteitsstelling. Wij vinden de volksgezondheid kennelijk belangrijker dan de VVD.

De heer Koopmans (CDA): Ook ik heb moeite met de wijze waarop mevrouw Thieme hier een soort beeld neerzet alsof zij de enige is die er wel wat aan gedaan heeft. Dat is feitelijk onwaar. Bovendien had mevrouw Thieme dat kunnen doorbreken toen ze net als alle andere fracties voorstellen kon doen voor de onderzoeksagenda van de Kamer. Op dat moment heeft ze niets aangeleverd om een onderzoek over antibiotica te doen. Dat had ze kunnen doen. Nu gaan we een heel breed geweldig onderzoek doen dat helemaal door mevrouw Thieme geformuleerd is. Dat gaan we wel doen, over voedsel en prijzen. Het is prachtig en heel belangrijk. Het rechtvaardigt niet de toon waarop mevrouw Thieme zichzelf neerzet als de grote heldin terwijl de rest er maar bij heeft zitten kijken. Het is misschien zelfs wel andersom.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wist niet dat je meteen als heldin wordt neergezet als je de vinger op de zere plek legt. Het is natuurlijk geweldig dat we het voor elkaar hebben gekregen dat er een onderzoeksvoorstel wordt uitgevoerd. Daardoor worden de verborgen kosten van de veehouderij duidelijk neergezet en alle kosten die nu onvrijwillig worden betaald door de belastingbetaler, naar boven gehaald. Ik heb het dan in het bijzonder over de varkenshouderij die per jaar per Nederlander €100 kost. Het is tijd voor een drastische beleidsverandering. De CDA-fractie kan het dan erg jammer vinden dat er zo'n onderzoek komt. Dat is nu juist een teken dat het tij aan het keren is. De CDA-fractie voert echt een achterhoedegevecht.

De heer Koopmans (CDA): We hebben dat onderzoek gesteund. Het probleem is dat mevrouw Thieme het hier zo neerzet alsof de Kamer niets wil op het gebied van antibiotica. Dat is feitelijk onwaar. Er is veel en vaak over gesproken over de afgelopen jaren. Een extra kans die er is geweest om fundamenteel dit als Kamer aan te pakken, is ook door mevrouw Thieme niet aangegrepen. Toen had ze een andere prioriteit. Dat mag maar dat rechtvaardigt niet de toon die ze neerzet met betrekking tot de inzet van de Kamer.

Mevrouw Thieme (PvdD): De heer Koopmans weet als geen ander dat we door middel van Kamervragen en verzoeken tot debatten elke keer weer duidelijk willen maken dat de veehouderij een ziekmakend systeem is. We laten geen enkele kans passeren om dat duidelijk te maken. Dat kan de heer Koopmans verder ook niet hardmaken. Het is overigens goed om te horen dat de CDA-fractie graag actief wil zijn. Ik hoop dat ze dan ook met mij zal pleiten voor een actieve overheidsrol. Tot nu toe heeft ze daar namelijk iedere keer tegen gestemd. Voorzitter. De WHO houdt rekening met pandemieën die nauw samenhangen met onze wijze van veehouderij, met extreme veedichtheden in relatie tot onverantwoord medicijngebruik. De Nederlandse regering en de woordvoerders van de grote fracties spreken sussende woorden: this is not happening. Door niet te denken aan de rampspoed die we over onszelf afroepen, denken sommigen dat die ook niet zal komen. Dat zal ijdele hoop blijken.

Waar de Q-koorts tijdelijk onder controle lijkt te zijn gebracht door verkleining van de veestapel, komen nu de gevolgen in beeld van het jarenlange overmatig antibioticagebruik in de veehouderij. MRSA-besmetting op een bedrijf is regel geworden. In 2009 was 88% van de van de kalverenbedrijven besmet en bijna 60% van de varkensbedrijven. Er is nauwelijks behandeling mogelijk bij MRSA- en ESBL-besmetting. Simpele infecties kunnen mensen het leven kosten waardoor we eeuwen terug lijken te gaan in de medische wetenschap. Duidelijk is dat er onder mensen veel doden zullen vallen wanneer de overheid nu niet rigoureus ingrijpt. Alle kip in de schappen is besmet met ESBL, zoals we gisteren in Nieuwsuur konden vaststellen. Het enzym wordt intussen ook al aangetroffen in groenten en in de sloten van de veedichte gebieden in Noord-Brabant. Nu hebben we dan ook nog de zeer resistente Enterohemorragische Escherichia colibacterie (EHEC-bacterie) die in Duitsland al tot drie doden heeft geleid. Vanmorgen bleek de eerste Nederlandse patiënt met deze besmetting opgenomen te zijn. Wat is de relatie tussen de EHEC-bacterie en het antibioticagebruik in de veehouderij?

Na de dodelijke Q-koorts-epidemie zien we opnieuw een afwachtende overheid die echte maatregelen uit de weg gaat of voor zich uit schuift. Wat de grootste medische uitdaging van de eeuw lijkt te worden, kan niet rekenen op de overheid maar wordt aan de markt overgelaten. Onze verslaving aan geld, ook wel eufemistisch aangeduid met economische belangen, wordt mogelijk de kostbaarste vergissing in de geschiedenis. We moeten grote stappen zetten om dat te voorkomen, ook als we grote financiële belangen van de sector hieraan ongeschikt moeten maken. De fundamentele problemen in de veehouderij zullen moeten worden erkend en binnen de kortst mogelijke keren worden opgelost. De letterlijk ziekmakende bio-industrie zal met wortel en tak moeten worden uitgeroeid. Ze moet worden vervangen door houderijsystemen die de belangen van mens en dier respecteren. Een systeem dat de meeste kilo's voor de laagste kostprijs produceert, valt automatisch terug op breed ingezette antibiotica. Er worden niet alleen te veel antibiotica gebruikt, maar ook de verkeerde. Waar voor mensen bepaalde antibiotica voor intramuraal worden gereserveerd, krijgen dieren het hele palet.

Niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief dient de minister van VWS te grijpen. Door het enorme aantal dieren dat op een kluitje zit, stijgt de ziektedruk en is het bijna onmogelijk geworden dieren individueel en curatief te behandelen. Dat moet dus anders. Koppelbehandelingen moeten verboden worden. Preventief gebruik van antibiotica moet verboden worden. De veehouderij moet terug naar de menselijke maat. Sinds het verbod op het gebruik van de groeibevorderaars is het antibioticagebruik enorm gestegen. Antibiotica worden ingezet als gedoogde groeibevorderaar. Het voorschrijf- en controlegedrag van de dierenarts moet anders. Derde en vierde generaties van antibiotica moeten gereserveerd worden voor humaan gebruik. Dierenartsen en de producenten van diergeneesmiddelen hebben een financieel belang bij de verkoop van antibiotica. Deze perverse prikkel moet worden weggenomen. Mijn fractie vindt de ontkoppeling tussen dierenarts en apotheek met betrekking tot antibiotica het antwoord en kiest voor het Deense systeem. Door het private systeem dat de overheid in het leven heeft geroepen met de SDa en het Veterinair Centraal Informatiesysteem (VetCIS) als registratiesysteem heeft de overheid zelf geen zicht op het werkelijke gebruik van antibiotica in de veehouderij. In de gebruiksregels van VetCIS staat vastgelegd dat er nooit zonder expliciete toestemming van een dierenarts inzicht wordt verschaft in gegevens die herleidbaar zijn tot de individuele dierenarts of veehouder. Zo vormt VetCIS juist een barrière voor overheidsingrijpen. Wat doet het kabinet hiertegen?

Ik sluit me aan bij de wens die de PvdA-fractie heeft geuit. Er is voldoende reden om een parlementaire enquête over het antibioticabeleid te starten. Ik wil vandaag van het kabinet een langetermijnvisie horen en geen sussende praatjes voor de vaak. Er liggen nu doelstellingen voor het einde van het jaar van min 20% en voor 2013 min 50%. De veehouderij zei al in 2009 dat ze de doelstellingen niet zou halen.

Ook dit jaar wordt dat aangegeven. De staatsecretaris zei bij Een Vandaag dat hij deze zomer met harde maatregelen komt als het de veehouderij niet lukt. Graag ontvang ik de lijst met maatregelen. Bovendien wil ik weten of ze per 1 juli of per 1 augustus worden uitgevoerd. De Q-koorts maakte sinds 2007 4052 mensen ziek en heeft ten minste 19 doden onder mensen ten gevolge gehad. Nog steeds zitten er mensen thuis met chronische klachten omdat ze in de buurt van een geitenbedrijf wonen en omdat de overheid niet ingreep bij de eerste signalen dat er wat mis was. Deze mensen zijn sindsdien aan hun lot overgelaten.

Geitenhouders werden gecompenseerd. De overheid liet de patiënten met Q-koorts in de kou staan en liet ze soms doodvallen in de meest letterlijke zin van het woord. Ik heb dat eerder "dood door schuld" genoemd. Het onfatsoen zit niet in het gebruik van die term maar in een welbewust beleid dat alles laat wijken voor de economische belangen. Risicogroepen werden niet gewaarschuwd omdat dat de belangen van de veehouders zou kunnen schaden. Ik noem dat een misdadig beleid. Juist de mensen met langdurige klachten worden niet erkend door de instanties van de overheid waardoor een uitkering aanvragen onmogelijk wordt. Ze vallen tussen wal en schip. Hiervoor moet heel snel een oplossing komen. Vooral de fracties die in dit huis voortdurend pleitbezorger zijn van de vee-industrie hebben een forse ereschuld tegenover de Q-koortspatiënten in te lossen. ZonMW heeft sinds 2002 een rapport in de la liggen over het vergoeden van schade als gevolg van medisch handelen waarvoor in principe moeilijk een schuldige aan te wijzen is. Ik wil van de minister weten in hoeverre dat toepasbaar kan zijn voor de Q-koorts. Hierbij gaat het immers ook om medische schade die in dit geval ontstaan is door een nalatige overheid. Aan de ene kant zegt de staatssecretaris dat het beter had gekund en beter had gemoeten en ons in die zin ook nederigheid past richting de mensen die er last van hebben gehad en er soms ook ernstige gevolgen van hebben ondervonden. Aan de andere kant heeft dezelfde bewindspersoon dit ZonMW-rapport er niet bij heeft gehaald toen ik hem vroeg of er een schadefonds kon worden ingericht. Hoe kan dat?

[…]

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Bij de staatssecretaris van Landbouw staat volksgezondheid voorop. Ik zal kort schetsen wat we doen en wat we gaan doen. Naar aanleiding van de inbreng vanuit de Kamer wil ik komen tot een precisiering van de reductiedoelstellingen voor antibiotica. Dat wil ik doen zowel naar soorten van antibiotica, waarbij ook de derde en vierde generatie in beeld zijn, als naar toepassingswijzen, doseringen en categorieën van de veehouderij waar de reductie moet plaatsvinden. In de tweede helft van het jaar zal ik met precisieringen van de reductietaakstellingen komen. Ik zal alles op alles zetten om de algemeenverbindendverklaring van alles met betrekking tot de registratie als uitvloeisel van de SDa aan het eind van het jaar voor elkaar te hebben. Dat vereist wel wat wet- en regelgeving maar als alles een beetje meezit is het dit jaar nog voor elkaar. Daarbij neem ik ook de suggestie van de heer Dijkgraaf mee of er nog andere elementen uit het kwaliteitssysteem in die algemeenverbindendverklaring kunnen worden meegenomen.

Mevrouw Gerbrands heeft gesproken over toezicht op de SDa. De SDa is een particuliere stichting die de registratie enzovoorts doet. Ik vind het goed dat een particuliere stichting dat doet. De overheid moet zich wel vergewissen van extra toezicht daarop. Na overleg met de stichting zal ik het initiatief nemen om te kijken of we boven die stichting een soort toezichtcollege kunnen zetten waarin personen zitting hebben die bijvoorbeeld door de minister van VWS en de staatssecretaris van EL&I benoemd zijn. Die moeten regelmatig een audit plegen op het werk van de SDa en daarover rapporteren aan de overheid. We zullen extra capaciteit inzetten, een bedrag van ongeveer 1 mln., voor de handhaving en om met gerichte recherche de pakkans van diegenen die de boel verstieren te vergroten. Deze dingen zijn voor de korte termijn. Die gaan we doen vóór 1 januari a.s.

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik begrijp met betrekking tot de SDa dat de overheid de mogelijkheid krijgt regelmatig een audit te houden. Het probleem is juist dat het centrale registratiesysteem op basis waarvan het beleid wordt gemaakt door de SDa, te weten het VetCIS, expliciet in de gebruiksregels heeft staan dat er niet zonder uitdrukkelijke toestemming van de dierenarts of de individuele veehouder informatie kan worden verschaft aan derden, de overheid. Gaat de staatssecretaris daarin verandering brengen? Over de een-op-eenrelatie zegt de staatssecretaris dat het contract niet van de ene dag op de andere ontbonden moet kunnen worden zodat er dan een andere dierenarts kan komen. Wat nu als de diergeneeskundige directeur tegen de veehouder zegt dat hij geen antibiotica geeft en er ontstaan steeds meer conflicten? Hoe kunnen we als overheid of als burger daarop ingrijpen? Het mag niet zo zijn dat het contract uiteindelijk toch wordt verbroken en dat er een andere dierenarts komt die het wel wil doen.

Staatssecretaris Bleker: Als het probleem zoals door mevrouw Thieme verwoord is wordt geconstateerd door het toezichtcollege, zal ik maatregelen treffen om het te tackelen maar ik loop er niet op vooruit. Ik heb gezegd dat de positie van de dierenarts in de contractrelatie met het bedrijf gewaarborgd en beschermd moet zijn. Ik zal nader met de KNMvD overleggen over de manier waarop dat zou kunnen om zo te voorkomen dat gebeurt waar mevrouw Thieme bang voor is. Mevrouw Thieme moet me nu niet meer vragen want ik vind dat ik al een heleboel gezegd heb.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het staat duidelijk in de regeling van het VetCIS: de informatie kan niet aan derden worden verstrekt zonder uitdrukkelijke toestemming. Vindt de staatssecretaris dat die regel geschrapt moet worden?

Staatssecretaris Bleker: Als het toezichtcollege zegt dat het een blokkerende en beperkende regel is, zullen er maatregelen worden genomen. Klaar is Kees. Stel dat het wel in de regels staat maar dat het geen probleem vormt; we gaan geen dingen oplossen die geen probleem zijn. Mevrouw Thieme (PvdD): Het gaat erom dat de overheid altijd informatie kan krijgen van VetCIS en niet dat we eerst kijken of het op vrijwillige basis zal gebeuren. Het is nu echt einde oefening vanuit de sector. Ik begrijp niet waarom de staatssecretaris niet zijn mening geeft over het feit dat VetCIS al een barrière heeft opgeworpen voor de overheid om individuele gegevens over dierenartsen en veehouders te krijgen.

Staatssecretaris Bleker: Ik verval in herhalingen. Ik heb gezegd dat er een toezichtcollege op de SDa komt dat zal bestaan uit mensen die het vertrouwen van de overheid hebben. Als die het probleem aan ons voorleggen, treffen we serieuze maatregelen maar dat doen we niet bij voorbaat al.

[…]

Staatssecretaris Bleker: […]De AUV Holding is een groothandel in diergeneesmiddelen die levert aan haar leden die allen dierenarts zijn. De leden zijn ook eigenaar van certificaten van aandelen. Ik kan dierenartsen niet verbieden lid te zijn van een coöperatie. Dierenartsen moeten zich aan de regels houden met betrekking tot zorgvuldig gebruik. De handhaving daarop wordt geïntensiveerd. Ik zal de vraag of het wenselijk is dat dierenartsen lid zijn van de AUV nog eens in algemene zin aan de KNMvD voorleggen. Die is ook niet doof voor de signalen vanuit de politiek en de samenleving. Misschien kan de betrokkenheid op een andere, minder directe manier georganiseerd worden. Je kunt zaken soms ook via een beheerstichting doen. Laten we even afwachten of men met voorstellen komt. Ik vind de stap naar een gedragscode die de KNMvD gezet heeft, heel goed. Misschien heeft men hiervoor ook goede suggesties.

[…]

Minister Schippers: […]Mevrouw Thieme verwijst naar het ZonMW-rapport. Dat betreft hivbesmetting door bloed voordat bekend was wat de gevolgen daarvan waren, en op welke manier je mensen schadeloos kunt stellen als er medische missers zonder schuld plaatsvinden.

[…]

Ik noemde net dat onze voorgangers een advies aan de Gezondheidsraad hadden aangevraagd. Er is toen ook gevraagd of het zinvol is om bepaalde antibiotica te reserveren voor humaan gebruik. We hebben er zelf allemaal ideeën bij. Ik begrijp de ideeën die hier zijn geopperd. Het advies hierover komt zeer binnenkort dus laten we even afwachten wat de Gezondheidsraad hierover voor verstandige dingen zegt. Ik heb eigenlijk al geantwoord op de vraag of ik bereid ben om de bestrijding van antibioticaresistentie geheel in handen te leggen van mijn eigen ministerie. Minister Bleker en ik werken op dit onderwerp ontzettend goed samen. Het bundelen van krachten is het de beste en krachtigste manier om iets tegen te gaan. Dat is beter dan dat ik iets te zeggen zou krijgen over een sector waarvan ik de ins en outs minder goed ken.

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. De staatssecretaris vraagt de Kamer weer om geduld te hebben tot november en de maatregelen af te wachten. We worden al jaren met een kluitje in het riet gestuurd en sommige fracties trappen er nog in ook. Tot zover de daadkrachtige staatssecretaris die we in april in EenVandaag zagen. Er komt geen onmiddellijke openheid van het VetCIS-systeem. Er komt geen dringender percentage van antibioticareductie. Er komt geen onmiddellijke opheffing van de financiële belangen van veeartsen bij de verkoop van antibiotica. Er komt geen verbod op het preventief gebruik van antibiotica. Er komen geen maatregelen om de mensen te waarschuwen voor het met ESBL-besmette kippenvlees of de resistente bacteriën op groenten en fruit. Er is wel alle ruimte voor vrijwillige aanpassingen in het bedrijfsmanagement in kader van antibiotica. Er is wel vertrouwen in de ziekmakende veehouderij. De uitspraak van de minister dat het antibioticagebruik in de veehouderij onaanvaardbaar is, is niet geloofwaardig. Er komt geen schadefonds voor de burgerslachtoffers van de Q-koorts. Er is wel een schadefonds voor de geitenhouderij, die nota bene de Q-koortsuitbraak veroorzaakt heeft. Tot zover de gelijke rechten voor de burgers. De commissie-Van Dijk heeft in de evaluatie van de Q-koorts nauwelijks aandacht besteed aan de informatiepositie van de burger.

De vraag kan namelijk gesteld worden in hoeverre de burger voldoende geïnformeerd was zowel over de locatie van de besmettingshaarden als over de handelingsperspectieven die de burger had om zichzelf te kunnen beschermen. Ik stel voor dat wij als volksvertegenwoordigers de Nationale ombudsman vragen onderzoek te doen naar de wijze waarop de overheid is opgetreden ten aanzien van de informatievoorziening voor de burger. Ik hoor graag een reactie van de collega's op dit voorstel en wellicht is dit ook goed voor een motie.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Ik ben het helemaal eens met hetgeen de heer Klink is toegeschreven door middel van het citaat van de heer Van Gerven. Er komt allereerst in september een brief over de SDa, over het toezicht op de SDa en het gebruik van de data binnen de SDa voor alle doelen. Die brief kan wat sneller dan het algemene verhaal. Dat is ook conform de vraag van verschillende woordvoerders. In november komt het algemene verhaal over de precisering van de targets en hoe verder te gaan na 2013. In deze brief staan alle maatregelen van meer structurele aard die betrekking hebben op de positie van de dierenarts, de verdiencapaciteit van de dierenarts, de relatie tussen dierenarts en veehouder en alles wat daarmee verbonden is. Daarnaast zetten we alles op alles om de algemeenverbindendverklaring per 1 januari effectief te hebben. Dat is een wetgevingsoperatie. De commissie kent de termijnen die daarvoor gelden, beter dan ik. In november kunnen we bekijken hoe het met de reductie staat. We hebben dan de gegevens over 2010 en beschikken misschien over de voorlopige gegevens over 2011.

Dat plaatst de boel een beetje in perspectief. Ik kan dan zeggen wat we voor de korte termijn doen en welke maatregelen voor de lange termijn we voorbereiden. Ik kan me niet vinden in het beeld dat mevrouw Arib schetst van een regering die geen urgentiegevoel bij dit onderwerp heeft. In dat beeld herken ik mezelf niet. Dat is dan een verschil in perceptie; het zij zo.

[…]

De voorzitter: Ik dank de minister voor haar betoog. Ik heb een onvoorstelbare waslijst aan toezeggingen.
- De staatssecretaris van EL&I zal de Kamer in de tweede helft van dit jaar een brief sturen met de precisering van de reductietaakstelling wat betreft soorten antibiotica, toepassingswijze, categorieën veehouderij enz.
- De staatssecretaris van El&I zal de Kamer in november 2011 een integrale brief sturen over de positie van de dierenarts en de eventuele ontkoppeling, en de verdiencapaciteit van de dierenarts. Hij zal in die brief ook ingaan op het feit dat als afnemers beloond worden voor gezondheid, hierin een prikkel kan zitten voor antibioticagebruik. In deze brief zal de staatssecretaris ook ingaan op internethandel, het gelekaartsysteem van Denemarken alsmede op de reductiedoelstellingen na 2013. In diezelfde brief zal hij ook nog ingaan op het sterrensysteem. Dat is een behoorlijk forse brief. Ik hoop dat die op tijd wordt verstuurd en niet een uur voor een debat.
- De staatssecretaris van EL&I zet alles op alles om aan het eind van dit jaar de registratie algemeenverbindend te verklaren en zal de Kamer hierover informeren.
- De staatssecretaris van EL&I zal de Kamer voor 1 juli de reeds in het AO Landbouw- en Visserijraad van 17 april toegezegde brief over besmettelijke dierziekten en handelwijze bij uitbraken toesturen.
- Zodra het IRAS-rapport beschikbaar is, naar verwachting in de derde week van juni 2011, zal dit direct aan de Kamer worden gestuurd. De kabinetsreactie volgt dan zo spoedig mogelijk daarna.
- De minister van VWS zal het onderzoek van de Gezondheidsraad naar de invloed van antibioticagebruik in de veehouderij op de volksgezondheid in de zomer aan de Kamer
sturen.
- De minister van VWS zal in het najaar van 2011 de bevindingen van de evaluatie van de huidige maatregelen in de zorg tegen antibioticaresistentie en schimmelresistentie naar de Kamer sturen.
- De minister van VWS zal de Kamer informeren zodra er meer duidelijkheid is over de EHEC-bacterie.
- De staatssecretaris van EL&I zal de brief over een toezichtcollege op de SDa in september aan de Kamer sturen. In deze brief zal de staatssecretaris ook ingaan op de openbaarheid van de registratiegegevens van de individuele dierenarts. Diverse mensen hebben het woord "VAO" in de mond genomen. Dat wordt bij de griffier en voorzitter aangevraagd met als eerste spreker commissielid Van Gerven.