Bijdrage Thieme AO Dier­ziekten


10 december 2014

Voorzitter,11 jaar geleden werden 30 miljoen kippen vergast in ons land. We waren geschokt, ontzet, en we zeiden: dit nooit meer.. Maar afgelopen maand bleek dat de goede voornemens uit 2003 weinig effect hebben gehad. Binnen 24 uur werden honderdduizenden kippen op besmette bedrijven vergast en een veelvoud aan eendagskuikens vernietigd, levend versnipperd of met Co2 vergast. Het Hollandse ruimingsbeleid is inmiddels wereldwijd toonaangevend. Tot in China toe proberen delegaties van de Nederlandse bio-industrie hun ervaring met het effectief ruimen van dieren aan de man te brengen. Het is een cynisch gevolg van de vele dierziekten in de Nederlandse veehouderij, zoals de vogelgriep, varkenspest, Q-koorts en MKZ.

De industriële veehouderij houdt krampachtig vast aan gevaarlijke en sterk verouderde uitgangspunten. Er lijkt weinig geleerd van eerdere dierziekten.

Voorzitter, bij een nieuwe uitbraak van vogelgriep kijken alle betrokkenen naar de lucht als het gaat om de schuldvraag. Ondanks het feit dat de uitbraken in dichte stallen plaatsvonden. De vraag waarom de vrije uitloopkippen in het gebied niet besmet zijn, wordt niet eens gesteld. Het Instituut voor Ecologie dat heeft aangetoond dat trekvogels het virus niet naar ons land brengen, maar vooral hier besmet raken, wordt genegeerd. Henk Bleker, voorman van de veetransporteurs, wees direct de trekvogels aan. De voorman van de pluimveehouders, beschuldigde eveneens de trekvogels. En als zij het niet zijn, dan toch vast de muizen. Dat de sector mogelijk zelf de veroorzaker is, daar wil men niet aan.

Opvallend is dat woordvoerders van de kippensector, niet gehinderd door enige wetenschappelijke kennis van zaken, conclusies trekken op basis van de vondst van twee vogelpoepjes, terwijl de wetenschappers aangeven dat er nog steeds geen sluitend bewijs is. Het maatregelenpakket is echter gewijzigd op basis van deze vondst. Laat de overheid z’n oren hangen naar een sector op basis van handelsbelangen?

Arjan Stegeman, voorzitter van de Deskundigengroepen Dierziekten stelt dat in 2003 ongeveer 20% van de besmettingen via de mechanische ventilatie naar buiten geblazen zijn en elders binnenwaaiden. De vraag blijft hoe het virus van vogels in de vrije natuur terechtkomt in gesloten stallen zonder uitloop.

Als dat via de uitwerpselen gaat, dan is daar een dier (muizen en ratten worden genoemd) of een mens voor nodig die het naar binnensleept. Nader onderzoek moet dat uitwijzen, is de staatssecretaris dat met mij eens?

Is het waar dat de bron van besmetting van de grote vogelgrieppandemie in 1918 nog steeds onderwerp van onderzoek is? En dat wetenschappers nog steeds van mening verschillen over de vraag of de herkomst van het virus bij dieren in Oostenrijk, de VS of China gezocht moet worden? [1] Zo ja, welke reden is er aan te nemen dat de besmettingsbron van recente uitbraken wel binnen afzienbare termijn gevonden zullen worden?

Belangrijker is dan ook de vraag waarom trekvogels niet geveld worden door het virus, terwijl kippen massaal doodgaan.
Professor Goldbach, viroloog, zei twee jaar na de vogelpestcrisis van 2003: “Anders dan wilde dieren, die voortdurend blootstaan aan virussen zonder dat ze dreigen uit te sterven, leggen de dieren in de intensieve veehouderij massaal het loodje als er zich weer een pathogeen aandient. Misschien moeten ze meer in contact komen met de natuur, zodat hun immuunsysteem meer prikkels krijgt om zich te ontwikkelen. ‘Misschien moeten we gewoon af van het systeem van onze intensieve veehouderij’

Het platform LIS geeft aan dat “verbetering van het immuunsysteem, en met name de ‘natuurlijke weerstand’ van dieren is in potentie een belangrijke aanvullende strategie voor de beheersing van bedrijfsgebonden en besmettelijke ziekten. Hierover wordt de laatste jaren steeds meer onderzoek naar gedaan maar krijgt in de veehouderijpraktijk maar weinig aandacht”. Graag een reactie van de Staatssecretaris.

Voorzitter, het kan toch niet zo zijn dat omdat wij megastallen hebben die, om met viroloog Osterhaus te spreken, “een tikkende tijdbom zijn voor virussen”, we van de vrije uitloopbedrijven gaan vragen om de kippen maar op te hokken en daarmee de biologische en vrijeuitloopsystemen feitelijk de nek om dreigen te draaien. Het Louis Bolk Instituut heeft onderzocht dat beplanting in buitenlopen een prima bescherming biedt tegen de vogelgriep. Wat vindt de staatssecretaris daarvan?

Kan de staatssecretaris aangeven dat zij niet bereid is om toe te geven aan het pleidooi van de gangbare kippenindustrie voor een ophokplicht?

Voorzitter, het RIVM adviseert om minimaal 1 tot 2 km tussen de pluimveebedrijven aan te houden. Maar 90 procent van de pluimveebedrijven en 69 procent van de varkensbedrijven in Noord-Brabant liggen minder dan een kilometer uit elkaar. Die roekeloze wijze van bouwen vergroot het risico van verspreiding van besmettelijke virussen en kan ook een gevaar vormen voor het ontstaan van een grieppandemie onder mensen. Het goedkope ei en de kiloknaller worden duur betaald.

Voorzitter, mijn fractie heeft berichten ontvangen over kuikens die 5 dagen in kratten hebben geleefd vanwege het vervoersverbod. E41n al die tijd waarschijnlijk zonder verstrekking van voedsel en water. Op welke wijze voorziet het dierziektebeleid in de bescherming van het welzijn en de gezondheid van deze kuikens? Is er een broedstop mogelijk bij een uitbraak?

Natuurlijk is het economische gezien erg voor de pluimveeboeren die getroffen zijn. Maar de dieren die ze opfokken waren voorbestemd om gedood te worden. Ze krijgen er alleen nu niet het volle pond voor terug, maar een schadevergoeding. De kippen hebben het echter met een vreselijke dood moeten bekopen. Met CO2, een dodingsmethode waarvan bekend is dat deze zeer dieronvriendelijk is zoals ook staat vermeld in de Animal Health Code van de OIE. Voorzitter, ik wil graag weten waarom de dierenwelzijnscommissie slechts rapporteert over het moment dat de gasslangen in de stallen worden geplaatst en dat de boeren zo goed hebben mee gewerkt, en geen verslag doet van het vergassingsproces erna? Kan dat in de toekomst wel opgenomen worden?

Voorzitter, dierziekten zijn van alle tijden. Maar met een hoge concentratie aan dieren creëer je een tikkende tijdbom. Dat, gecombineerd met contact met de veehouders die weer hun eigen virussen bij zich dragen, maakt de kans op een pandemie zoveel groter, met gevaar voor de volksgezondheid. De vraag is of de economische belangen van de bio-industrie opwegen tegen alle ellende die ermee gepaard gaat:

mensen die dood gaan aan gemuteerde virussen of resistente bacteriën, dieren die massaal gedood worden om de virussen en bacteriën in te dammen, boeren die ondertussen meegaan in de rat race to the bottom door zoveel mogelijk dieren te houden om er nauwelijks iets aan een inkomen aan over te houden en boeren die op een meer natuurlijke manier dieren willen houden, de dieren nu moeten ophokken om de belangen van de vee-industrie te beschermen. Voorzitter, de wereld op zijn kop. Ik wens de staatssecretaris veel wijsheid en dat zij degene zal zijn die de stap durft te zetten om eindelijk een einde te maken aan de bio-industrie.

............................

Interrupties:

Mevrouw Thieme (PvdD): De heer Van Dekken zegt terecht dat we nog niet weten wie de veroorzaker is van het virus en dat er onderzoek naar moet worden gedaan. Is het niet erg voorbarig dat de vertegenwoordigers van de pluimveesector nu al zeggen dat er een periodieke ophokplicht moet komen?

De heer Van Dekken (PvdA): Daarover kan ik heel kort zijn. Ja. We zijn zeer bezorgd over de oorzaak van de vogelgriep. Hoewel de bron bij wilde vogels lijkt te liggen, zijn zij niet de oorzaak van de risico’s voor de mens. De intensieve manier waarop op dit moment pluimvee, varkens en koeien worden gehouden, leidt tot grotere risico’s voor mensen. Dat is een feit. Zodra de vogelgriepcrisis voorbij is, mocht dat al lukken, moet er opnieuw een fundamentele politieke en maatschappelijke discussie worden gevoerd over de manier waarop dieren in de Nederlandse vee-industrie worden gehouden. Deze discussie moet gaan over het aantal dieren dat in Nederland wordt gehouden, evenals over de dichtheid waarmee ze op elkaar zitten. Het importeren van dieren, zoals honderden duizenden kalfjes uit heel Europa, is risicovol, zoals het LIS-onderzoek in opdracht van de Staatssecretaris heeft uitgewezen.

.....................................

Mevrouw Thieme (PvdD): Toch hebben de oppositiepartijen wel die zorg. De Partij van de Arbeid zit regelmatig in allerlei kabinetten. Eind jaren negentig hadden we de varkenspest. Toen zat de PvdA ook in het kabinet en toen werd exact hetzelfde gezegd: we kunnen het niet van de ene op de andere dag veranderen; er moet een discussie komen; wij vinden ook dat er een inkrimping moet komen van de varkensstapel, maar daarvoor hebben we echt even tijd nodig. Wij vragen de Partij van de Arbeid niet om opnieuw een discussie te entameren, wij vragen om actie na twintig jaar discussie over deze bioindustrie.

De heer Van Dekken (PvdA): Dit is een merkwaardige opmerking. Ik heb net antwoord gegeven op de vraag van de heer Schouw. We moeten nadenken over een verandering in de sector. Er moet een maatschappe-lijke en politieke discussie ontstaan over een transformatie die gezond is voor dier en mens en die kan rekenen op draagvlak. Dat moet een groter draagvlak zijn dan de 70% van de maatschappij die op dit moment zegt tegen de intensieve veehouderij te zijn. Mevrouw Thieme moet niet telkens vragen naar de bekende weg.

Mevrouw Thieme (PvdD): Er is een kans om dit systeem te veranderen, aangezien er een diervriendelijke meerderheid is. De Partij van de Arbeid moet dan de dapperheid tonen om er via de Kamer voor te zorgen dat het kabinetsbeleid wordt aangepast. Dat beleid zegt namelijk dat er ruimte is voor gangbare veehouderij. Is de heer Van Dekken bereid dapper te zijn en de kans te grijpen om met de Kamer het kabinetsbeleid aan te passen?

De heer Van Dekken (PvdA): Het kabinetsbeleid bestaat bijvoorbeeld uit het verduurzamen van de sector. Dat is al een revolutie op zich, gezien de discussie in de afgelopen tien, vijftien jaar in deze Kamer over de landbouw en intensieve veehouderij. Tegelijkertijd zeg ik mevrouw Thieme na dat wij zullen meedoen aan de gesprekken over de vraag hoe de transformatie in de sector kan plaatsvinden. Dat hebben we ook gedaan.

......................

Ik kom zo terug op de vraag van mevrouw Thieme waarom pluimvee ziek wordt en wilde vogels niet. Er zijn veel gegevens, die al te gemakkelijke stellingen kunnen onderschrijven. Het is belangrijk dat we de informatie op een rij krijgen. Hetzelfde virus is uitgebroken in Azië, bij houderijen die in een bepaald plaatje passen dat sommige commissieleden als heel ideaal beschouwen. Daarmee is niet gezegd dat het virus niet uitbreekt als je een andere vorm van houderij hebt, in dit geval eenden buiten. Het is belangrijk dat we evalueren. We moeten alle feiten op tafel krijgen en op basis daarvan conclusies trekken. We moeten dat niet alvast op voorhand doen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik ga nu niet de discussie met de Staatssecre-taris aan over de oorzaak van de uitbraak, maar wel over het vormgeven van de evaluatie. Die moet er uiteraard komen. Ik heb het evaluatierapport van 2003 voor me liggen. Ik heb het gelezen. Hierin staat dat de hoge dierdichtheid en de vele vervoersbewegingen de veehouderij extra kwetsbaar maken voor besmetting, of die nu van buitenaf komt of intern plaatsvindt. Die conclusie is al in 2003 getrokken. Ik verwacht niet dat er nu iets anders uit de evaluatie komt, aangezien er niets is veranderd qua risicogebieden. Deze zijn exact hetzelfde als in 2003, zo heb ik mij laten vertellen in de technische briefing. De veehouderij is extra kwetsbaar vanwege de hoge dierdichtheid. Hoe kan de staatsecretaris er met de evaluatie voor zorgen dat wij iets hebben om mee verder te gaan, in plaats van dat we een herhaling van zetten uit 2003 krijgen?

Staatssecretaris Dijksma: Om te beginnen bestrijd ik het hardnekkige beeld dat er sinds 2003 niets is veranderd. De wijze waarop is gehandeld naar aanleiding van deze uitbraak bewijst het tegendeel. Daarnaast blijkt dat als er een uitbraak is, het feit dat je in een dierdicht gebied zit je extrakwetsbaar maakt. Dat is logisch. Het besmettingsrisico is heel hoog. Daarmee is de kans hoog dat je bij een uitbraak in bijvoorbeeld de Peel, heel veel dieren het slachtoffer ziet worden en daarmee veel bedrijven. Daarvoor hebben we geen evaluatie nodig. Ik kom zo terug op de vraag van mevrouw Thieme waarom pluimvee ziek wordt en wilde vogels niet. Er zijn veel gegevens, die al te gemakkelijke stellingen kunnen onderschrijven. Het is belangrijk dat we de informatie op een rij krijgen. Hetzelfde virus is uitgebroken in Azië, bij houderijen die in een bepaald plaatje passen dat sommige commissieleden als heel ideaal beschouwen. Daarmee is niet gezegd dat het virus niet uitbreekt als je een andere vorm van houderij hebt, in dit geval eenden buiten. Het is belangrijk dat we evalueren. We moeten alle feiten op tafel krijgen en op basis daarvan conclusies trekken. We moeten dat niet alvast op voorhand doen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Van de vorige uitbraak is bekend dat de combinatie van backyard farming en intensieve veehouderij een ongelukkige is. Je moet dus kiezen. De vraag is waar wij voor kiezen. Gaan we voor vrije uitloop of gaan we voor potdichte stallen? Allebei geeft inderdaad een verhoogd risico. Dat bleek ook uit de discussie. De Staatssecretaris vindt het onterecht dat wij stellen dat er niets is veranderd. Er is in de hoge dierdichtheden en de risicogebieden niets veranderd. De kaartjes laten exact hetzelfde beeld zien. Het zijn nog steeds de Gelderse Vallei en de Peel. Daar is niets veranderd in dierdichtheid. Hoe kunnen wij voor de komende periode nieuwe lessen trekken en een soort déjà vu voorkomen? Het lijkt een beetje op 2003. De protocollen zijn verbeterd. Daar wil ik absoluut niets op af dingen, maar hoe pakken we de dierdichtheid aan? Het is een extra kwetsbaar gegeven, waarover iedereen het eens is.

Staatssecretaris Dijksma: Ik begrijp dat mevrouw Thieme deze crisis aangrijpt om haar stellingname te onderstrepen dat er een einde moet komen aan de intensieve veehouderij. Het is echter niet de wijze waarop ik wil reageren op de crisis. Ik wil evenmin op voorhand discussies over kwetsbaarheden tot taboe verklaren, ook niet als het dieraantallen of de dichtheid van de dieren betreft. Het lijkt mij verstandig dat we een brede evaluatie doen. De heer Schouw suggereerde dit ook. De Kamer voert vervolgens op basis van de feiten een debat over de vervolgstappen met ons.

Mevrouw Thieme vroeg of de economische belangen van de intensieve veehouderij opwegen tegen de risico’s voor mens en dier. De dierhouderij in Nederland voldoet aan alle dierenwelzijnsnormen. Daar hoort bij dat risico’s voor de mens worden voorkomen. Het is van belang dat de houderij economisch rendabel is, maar de risico’s voor mens en dier moeten het zwaarst wegen. Deze hebben we leidend gemaakt bij de bestrijding van deze crisis. Het is bekend dat de introductie van een virus in een dierdicht gebied een sterke spreiding oplevert. De huidige maatregelen zijn erop gericht dit te voorkomen. Er is veel gesproken over de bron van de besmetting. De exacte bron van een besmetting van een individueel bedrijf is vaak niet goed te achterhalen. Door onderzoek krijgen we meer inzicht in de risico’s en de mechanismen van een besmetting. Ook hier geldt dat we misschien wel sterke aanwijzingen hebben waar het virus vandaan komt, maar dat we tot op heden niet de precieze oorzaak hebben kunnen vaststellen. De vraag is of dat ooit zal lukken. Bij de uitbraak in 2003 is dat in ieder geval niet gelukt. Hoe kan het dat wilde vogels niet ziek worden en pluimveedieren in de pluimveehouderij wel? Is er een relatie met het immuunsysteem? Het zijn niet alleen de wilde vogels die niet ziek worden. Eenden die gehouden worden, worden ook veel minder snel ziek. Eenden zijn dieren die het virus uitscheiden, vaak in hoge mate, maar worden niet per se snel ziek. Kippen, maar ook kalkoenen, zijn echt veel gevoeliger voor dit type virussen.

Mevrouw Thieme vroeg of we niet moesten nadenken over meer beplanting in buitenuitlopen. Het Louis Bolk Instituut heeft aangegeven dat dit een heel adequate bescherming kan zijn. Er zijn productschaps-regels voor de buitenuitloop. Die zullen we opnieuw met de sectoren moeten bespreken, ook tijdens de afbouw van de maatregelen. We moeten het met de kennis van nu over de wildevogelpopulatie bekijken. Ik ben aan het einde van dit blok.

Mevrouw Thieme (PvdD): Viroloog De Jong heeft afgelopen week in NRC Handelsblad gezegd dat het zeer onverstandig is om je vooral te richten op de wilde vogel als mogelijke veroorzaker. Je moet blijven kijken naar de bedrijfscontacten die er zijn, de transporten, en daarvoor ook maatre-gelen nemen. Hierop hoor ik graag een reactie van de Staatssecretaris.

Staatssecretaris Dijksma: Dat is zo. Daarom hebben we de compartimen-tering versoepeld, maar is de een-op-eenrelatie als uitgangspunt tussen bedrijven gehandhaafd. We hebben daarmee een enorme veiligheidsklep ingebouwd, waarmee we voorkomen dat vrachtwagens van pluimveebe-drijf naar pluimveebedrijf gaan. Deze veiligheidsklep is er ook in het huidige pakket maatregelen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Er is een versoepeling in de bedrijfscontacten tussen kippen- en varkensboeren. Dat vindt mijn fractie gevaarlijk. Varkens kunnen het virus ook hebben en een ander virus bij zich dragen. Als virussen muteren, heb je een gevaarlijke variant die ook voor mensen een potentieel risico inhoudt. Waarom heeft de Staatssecretaris ervoor gekozen de bedrijfsbewegingen tussen kippen- en varkensboeren gewoon vrij te geven?

Staatssecretaris Dijksma: Er is niets gewoon vrijgegeven. Ik stel het op prijs als die suggestie niet wordt gewekt. We hebben tegelijkertijd de hygiënemaatregelen opgeschroefd. We willen voorkomen dat er op bedrijven stal-op-stalbesmettingen plaatsvinden. We hebben de bezoe-kersregeling in stand gehouden. We willen voorkomen dat er mensen van andere bedrijven in stallen komen, waar ze niets te zoeken hebben. Het nieuwe pakket is niet voor niets steviger geworden op het punt van hygiëne.

Staatssecretaris Dijksma: Dat komt allemaal nog. Ik heb hier een stapel A4’tjes liggen, waarin de heer Geurts regelmatig een hoofdrol speelt. Mevrouw Thieme maakte een aantal kritische opmerkingen over het ruimingsbeleid. Ze suggereerde dat het toonaangevend zou zijn. Ze vraagt of het maatregelenpakket is gewijzigd en of dit op verzoek was van de sector en te maken heeft met exportbelangen. De EU-regelgeving geeft aan dat hoog-pathogene vogelgriep bestreden moet worden. Ook in Canada wordt er geruimd. Het virus verspreidt zich zo snel dat ruimen helaas noodzakelijk is. Het is vreselijk als het moet gebeuren. Het onderzoek dat we hadden, dat vogels hier worden besmet, ging over laag-pathogene AI. Maatregelen worden altijd op basis van veterinaire overwegingen genomen, niet op basis van andere belangen. We praten met de sector, maar de opvattingen van de sector zijn niet leidend. Dit heb ik vanaf het begin gezegd en daar sta ik voor. Anders kun je namelijk geen besluiten nemen die in het algemeen belang zijn, hoe moeilijk ook. Aan het eind van de dag is het mijn verantwoordelijkheid. De versoepeling, ik zou zeggen de «wijziging», van de maatregelen was gebaseerd op het advies van de Deskundigengroep Dierziekten. Deze groep is steeds betrokken geweest. Het gaat om diagnostiek, analyse van het virus, internationale informatie die binnenkomt, traceringsgegevens en ook locaties waar we wilde vogels met het virus vinden. Die adviezen waren unaniem. Op basis daarvan hebben we besluiten genomen. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik de adviezen volg. We hebben het doorbroeden tijdens de standstill met de sector besproken. We hebben vastgesteld dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de sector ligt. Er moet nu overleg plaatsvinden over de vraag hoe we beter voorbereid kunnen zijn als er een nieuwe standstill komt. Het is geen kwestie van het over de heg gooien van een verantwoordelijkheid. Het is wel een kwestie dat ieder zijn eigen ding moet doen bij een crisis. Het kan mijn rol zijn om anderen te wijzen op het feit dat zij ook een stuk verant-woordelijkheid moeten nemen.

Ik kom bij de ophokplicht. Wilde watervogels kunnen met influenzavi-russen geïnfecteerd zijn. Uit de huidige data-analyse is geen duidelijke risicoperiode te achterhalen. Ook is bij een uitbraak niet altijd duidelijk wanneer introductie van het virus heeft plaatsgevonden. Daarom is het op dit moment niet mogelijk een eenduidige risicoperiode aan te wijzen. We zetten de analyses voort. We zullen bij de evaluatie bekijken wat op dit punt nodig is. Het is echter niet zo dat het probleem is opgelost als je alle dieren ophokt. Ophokken heeft grote consequenties, ook voor de vrijeuitloopsector. Mevrouw Thieme heeft dat terecht aangestipt. We kunnen niet op basis van de gegevens die we nu hebben tot zo’n maatregel overgaan. Het is te vroeg om te zeggen dat we dat voortaan moeten doen. We moeten het wel meenemen in de discussie. Het is opvallend dat alle uitbraken nu bij gesloten bedrijven hebben plaatsge-vonden. De laag-pathogene uitbraken in de afgelopen jaren waren vaker bij de vrijeuitloopbedrijven. Deze informatie moeten we ook in het debat meenemen.

Ik kom nu op een aantal andere aspecten van dierenwelzijn. Mevrouw Thieme vindt de huidige methode om dieren met CO2 te vergassen onvriendelijk. Ze vraagt waarom de commissie Dierenwelzijn en Wetgeving daar geen verslag van heeft gedaan. Deze commissie heeft het gehele proces beoordeeld van voorbereiding tot vergassing, inclusief de pakken van de NVWA. De oordelen waren, ondanks de heel zware omstandigheden in het proces, positief. De rapporten stuur ik aan de Kamer toe. Op welke wijze voorzien we in het welzijn van kuikens? Kuikens worden altijd gedood volgens een verordening die zijn grond vindt in de EU-regels. Wat mij betreft staat deze kwestie en de wijze waarop we hier in de toekomst mee omgaan op de agenda.

...................................

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Het is goed dat de Staatssecretaris duidelijk maakt dat helemaal niet vaststaat dat trekvogels de verspreiders zijn van het H5N1- en H5N8-virus. Ik voeg daaraan toe dat het NIOO-KNAW heeft aangetoond dat wilde eenden het virus niet naar ons land brengen, maar dat zij hier besmet raken. In 2003 werd ongeveer 20% van de besmettingen veroorzaakt door stalventilaties, die het virus naar buiten bliezen. Dit zegt de heer Stegeman, de adviseur van de Staatssecretaris. Hoe gaat de Staatssecretaris om met dit risico voor het huidige vogel-griepvirus? Het is goed dat het onderzoek naar de oorzaak van de virusverspreiding doorgaat. Ik heb gesproken over de commissie Dierenwelzijn en Wetgeving en het rapport dat wij van de Staatssecretaris hebben gekregen. Dit gaat alleen over de voorbereidingshandelingen en de pakken die de NWVA aanheeft, en dat dit zo stressvol is voor de dieren. Ik wil dat de Kamer zo spoedig mogelijk, bij voorkeur voor het kerstreces, ook de rapporten krijgt waarin wordt gesproken over de vergassingsperiode.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Het is goed om nog een paar dingen te zeggen. Het promotieonderzoek waarnaar mevrouw Thieme verwees, ging over laag-pathogene vogelgriep. Alles wijst erop dat wilde vogels een rol spelen in de huidige uitbraak. Er is met uitzondering van het gebied in Kamperveen, waar het ene bedrijf het andere heeft besmet, geen transmissie tussen bedrijven geweest. Alle gegevens die we hebben, nemen we mee in de evaluatie. De commissie Dierenwelzijn en Wetgeving gaat niet alleen over de voor-bereiding, maar ook over het proces van het vergassen zelf. Daarnaar kijken ze bij iedere ruiming. Er wordt een ruimingsverslag opgesteld, waarin men ook bekijkt hoe het gebruik van CO2 verloopt. Dat is wel degelijk onderdeel van het verslag.

Mevrouw Thieme (PvdD): In het verslag dat wij hebben gekregen staat niets vermeld over de vergassing, alleen maar over de voorbereiding ervan. Vandaar dat ik me afvraag of er andere rapporten zijn, waarin het wel wordt gemeld. Er wordt uitvoerig gesproken over hoe stressvol het was dat de NWVA-mensen in hun oranje pakken kwamen, maar niet over wat er daarna allemaal gebeurde. Er is nog geen antwoord gegeven op mijn laatste vraag. In 2003 werd ongeveer 20% van de besmettingen veroorzaakt door de ventilatiesystemen van de bedrijven. Hoe wordt hier nu beleid op gemaakt?

Staatssecretaris Dijksma: De Kamer heeft nog niet alle rapportages die de commissie Dierenwelzijn en Wetgeving heeft opgesteld. Die komen naar de Kamer als ze klaar zijn. Ik vermoed dat dit op korte termijn zal zijn. De drie haarden van het virus zijn zelfstandig ontstaan. Daarom hebben we door de Erasmus Universiteit extra serologisch onderzoek laten doen naar de verspreiding en het verloop van het virus. Dit is door de veterinair deskundige meegenomen in de advisering over het huidige pakket. Ik ben geen veterinair deskundige, dus ik luister naar de voorstellen die aan mij worden gedaan.

[1] http://www.theguardian.com/science/grrlscientist/2014/jul/30/influenza-pandemic-1918-viruses-biology-medicine-history