Bijdrage Thieme Algemene Politieke Beschou­wingen 2011 (eerste termijn)


21 september 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Er komt een opstekende storm aan die kan aanwakkeren tot orkaankracht. Ook zullen wij ons schrap moeten zetten om overeind te blijven. Dit is geen storm die van links komt of van het KNMI met zijn voor sommigen onwelgevallige weersvoorspellingen. Nee, dit is de economische weersverwachting van minister De Jager. Zwaar weer dus en een barre herfst voor de zwaksten in de samenleving. Ditmaal komt het van de VVD en het CDA, soms gedoogd door de PVV en soms gedoogd door de PvdA, GroenLinks en D66. Door wie het kabinet ook gedoogd wordt, er is sprake van een harteloos beleid dat slechts doorgang kan vinden vanwege Europese dromen, civielemissiedromen of machtsdromen. Alles van waarde is weerloos en het heeft er alle schijn van dat het kabinet-Rutte daarin een vrijbrief ziet om alles van waarde aan te pakken, of liever gezegd af te pakken. Onder het mom van noodzakelijke bezuinigingen wordt tot bloedens toe de kaasschaafmethode ingezet bij de groepen die het meest kwetsbaar zijn en die het minst hebben geprofiteerd van de hoogconjunctuur van de voorbije jaren en die het minst hebben bijgedragen aan het ontstaan van de huidige crisis. Ik moet zeggen "crises", want de Griekse schuldencrisis is het topje van een onmetelijke ijsberg. De enige ijsberg die niet smelt maar aangroeit tot onoplosbare proporties.

Kees van Kooten bedacht in 1984 de term "dominocrisis", te beluisteren op de elpee Draaikonten. Van zo'n dominocrisis, waar velen van u destijds nog smakelijk om gelachen hebben, zijn we 27 jaar na dato getuige. Die dominocrisis wordt veroorzaakt door een politiek van opportunisme, prestige, kortzichtigheid en roofbouw. Het credo luidt: wij zitten in het Europese schuitje, dus we zullen moeten meevaren. Er wordt niet meer gerept over het feit dat de euro en de Europese grondwet zijn ingevoerd zonder instemming van de Nederlandse bevolking en zijn gepresenteerd als voldongen feiten, door opportunistische politici, die nu klaar staan voor een volgende opportunistische stap in het moeras: meer overdracht van bevoegdheden op weg naar de verenigde staten van Europa. De schuldhulpverlening aan Griekenland zou ons eerst 1 mld. kosten, en inmiddels loopt de financieringsbehoefte op tot 100 mld. De bodem van de put is nog op geen enkele wijze in zicht, maar onze minister van Financiën verzekert ons nog steeds dat elke aan Griekenland geleende euro terugkomt, met rente.

Het is een gotspe om onder dergelijke omstandigheden de Miljoenennota als titel "Koersvast in onzekere tijden" mee te geven. Er is sprake van puur hardvochtig beleid, verkocht als woorden van warmte en wijsheid. Geen enkele weldenkende Nederlander vertrouwt nog op een goede afloop van de huidige koers. We leven in zeer onzekere tijden, maar die hebben we over onszelf afgeroepen met de overaccentuering van de kortetermijnmensenbelangen. Hebzucht wordt aangewakkerd en spaarzin en duurzaamheid worden ontmoedigd. Louise Fresco zegt terecht: "Er is geen enkele rechtvaardiging voor het afschuwelijke geweld dat we in Engeland tegen onschuldige medeburgers of de politie zagen, maar als collectief zijn wij allemaal betrokken, door een consumptiemaatschappij te bevorderen waarin op de pof leven normaal is en sparen en inspanning belachelijk zijn. Regeringen moeten zich realiseren dat wie consumptie zaait, frustratie of erger oogst". Kortom: koersvastheid van dit kabinet is het laatste waar ons land behoefte aan heeft.

De koers die ons in grote problemen heeft gebracht zal zo snel als mogelijk verlaten moeten worden. De crisis zal benut moeten worden als een letterlijk keerpunt, om begrippen als duurzaamheid en mededogen centraal te stellen in onze overlevingsstrategie. Het kabinet doet echter het tegenovergestelde. Met de rug naar de samenleving en de realiteit neemt het kabinet afstand van mededogen en duurzaamheid, die worden afgedaan als linkse hobby's. Het kabinet opereert als de tegenpartij van Jacobse en Van Es: samen voor ons eigen, laat de rest de rambam krijgen.

Het kabinet schrijft in de inleiding van de Miljoenennota dat de rekening niet kosteloos kan worden doorgeschoven naar toekomstige generaties. Maar ondertussen schuift het kabinet met overtuiging de rekening van alles wat waarde heeft door naar de toekomstige generaties in Nederland en naar de huidige generaties buiten Nederland die lijden onder onze hebzucht.
Er is geen serieus klimaatbeleid, geen beleid om de enorme ecologische voetafdruk van Nederland te verminderen, geen beleid om grondstoffen eerlijker te verdelen. Het kabinet probeert Nederland het verhaal te verkopen dat het ons huishoudboekje op orde gaat brengen, dat het de marktmeester is die voor de broodnodige handel gaat zorgen. Maar wie biodiversiteit, natuur, klimaat en volksgezondheid afdoet als luxe dingetjes waar nu even geen geld voor is, brengt de duurzame economie in groot gevaar.

Hoe hard de VVD het ook wil ontkennen, onze economie is volledig afhankelijk van het behoud van natuurlijke hulpbronnen. De dominocrisis van Kees van Kooten is in rap tempo werkelijkheid aan het worden. Wij verliezen niet alleen euro's aan Griekenland, maar door te bezuinigen op natuur en milieu komt het verlies aan natuurlijk kapitaal in een onstuitbare stroomversnelling. Daarom is het tijd voor een radicaal andere keuze. De enige koers die hoop biedt voor de toekomst, is een keuze voor een economie die blijft binnen de draagkracht van de aarde, een koers die zorgt voor voldoende voedsel voor iedereen, voor een gezonde leefomgeving die ons schoon water levert om te drinken, schone lucht om in te ademen en een vruchtbare bodem om ons voedsel op te verbouwen. Het kan. Wij kunnen de roofbouweconomie achter ons laten, heel eenvoudig, via vier principes: wij werken samen met de natuur in plaats van ertegen, ecologische draagkracht wordt een noodzakelijke randvoorwaarde, volksgezondheid boven economische belangen op de korte termijn en de vervuiler betaalt in alle gevallen voor wat hij aanricht.

Neem energie. Wij weten al geruime tijd dat de wereld aan de vooravond van een enorme energietransitie staat. Grondstoffen die wij uit de aarde halen, raken op en brengen het klimaat in gevaar. Wij moeten dus overstappen op schone energie die de aarde dagelijks ontvangt in de vorm van zon, wind en water. Maar waar Duitsland 100 mld. investeert in duurzame energie, kiest onze minister van Economische Zaken voluit voor kernenergie en kolen. Zelfs Siemens, een commerciële marktleider op het gebied van kernenergie, ziet helemaal niets meer in kernenergie. Wij moeten de 7,9 mln. niet investeren in de komst van een nieuwe kerncentrale volgend jaar, maar in decentrale opwekking, in schone en duurzame energie, want dat zal de toekomst bepalen. Dat betekent investeren in huizen en bedrijven die zelf energie opwekken uit zon en wind. Kernenergie en kolen zouden zogenaamd noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de sterk groeiende energiebehoefte. De Partij voor de Dieren denkt heel anders over die energiebehoefte dan het kabinet. Wij hoeven geen supersnelwegen, wij kiezen voor openbaar vervoer. Wij hoeven geen energieslurpende kunstmest op onze akkers, wij boeren biologisch. Wij willen geen 500 miljoen dieren in de bio-industrie met luchtwassers op het dak en wij hoeven niet de slager en de melkboer van China te worden, want dat zijn de plannen van dit kabinet. Wij kunnen met veel minder energie toe dan het kabinet ons wil doen geloven. De energie die wij wel gebruiken, kan schoon, gratis en ongevaarlijk worden opgewekt, als je nu maar investeert in een duurzame toekomst.

Neem natuur en milieu. Ik herinner het kabinet aan artikel 21 van de Grondwet: de zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De zorg van dit kabinet lijkt er echter vooral op gericht te zijn, met minder regels meer vervuilende bedrijvigheid mogelijk te maken. Nederland als bouwput, omringd door afval en doorkruist door afval en asfalt. Dat is de treurige toekomstvisie van dit kabinet. Het is ronduit misdadig te noemen dat de uitgaven voor natuur worden weggekapt. Er wordt maar liefst 72% bezuinigd op onze natuur: een vorm van staatsvandalisme die zijn weerga niet kent, nota bene gefaciliteerd en bedacht door een partij die beweert dat rentmeesterschap haar uitgangspunt vormt. En dat in een land waar driekwart van de natuurgebieden achteruitholt door de niet aflatende aanvoer van mest. En dat terwijl investeren in natuur door experts verstandiger wordt geacht dan investeren in goud. Natuur kost geen geld, maar levert juist veel geld en arbeidsplaatsen op. De opkomst van de megastallen ten koste van onze landschappen zorgt voor veel maatschappelijke beroering: de potdichte veefabrieken waar duizenden dieren worden opgefokt en opgehokt, mismaakt en ziek gemaakt om de wereld van kiloknallers te voorzien.

Noodzakelijke levensbehoeften, zo heb ik daarnet van Van Haersma Buma gehoord. Het is een volledig achterhaald en onhoudbaar standpunt. Niet biologische producten horen duurder te zijn, maar producten uit de bio-industrie, waarvan de maatschappelijke kosten niet verrekend zijn in de prijs. Dat is een taak voor een overheid die kiest voor duurzaamheid. Dit kabinet laat de markt maar aanmodderen en legt de verantwoordelijkheid ten onrechte primair bij de consument, terwijl 70% van onze veehouderij wordt geëxporteerd, buiten de invloedssfeer van Nederlandse consumenten. In plaats van een carte blanche aan de veehouderij, waardoor alle burgers nu opdraaien voor de vervuilingskosten ter waarde van €500 per Nederlander per jaar, zou de vervuiler zelf moeten betalen via een vleestaks. Het is te zot voor woorden dat burgers ervoor kunnen kiezen om voor twee tientjes donateur te zijn van Wakker Dier of Natuurmonumenten, terwijl ze verplicht donateur van de bio-industrie zijn voor €500 per jaar, vaak zonder het zelf te weten.

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft overtuigend aangetoond dat het subsidiëren van milieuvervuilende activiteiten het paard achter de wagen spannen is en dat het daarmee afgelopen moet zijn. De Partij voor de Dieren wil dat "de vervuiler betaalt" het leidende principe in ons belastingstelsel wordt. Zo stimuleren wij werkgelegenheid en milieuvriendelijk gedrag, en kunnen wij de milieuschade van ons koopgedrag aanzienlijk beperken. Schaf de milieuvervuilende subsidies af, bereken de milieukosten door in de prijzen en verlaag de belasting op arbeid in ons land. Niet windmolens draaien in ons land op subsidie, zoals vaak beweerd wordt, vooral in kringen van VVD, CDA en PVV, maar vliegtuigmotoren en landbouwtractoren. Dat komt door de onbegrijpelijke tax-freeregeling voor vervuilende sectoren. De Partij voor de Dieren is het met het Planbureau voor de Leefomgeving eens dat er moet worden ingezet op het schrappen van subsidie op vervuiling en het stimuleren van duurzame activiteiten. Het schrappen van milieuvervuilende subsidies levert volgens het planbureau 4,5 mld. tot 5,5 mld. op.

Als Daan van Doorn, tot voor kort de grootste slager van Nederland in dienst van VION, zich realiseert dat wij consumeren alsof wij vier aardbollen tot onze beschikking hebben, zou dat besef ook wel eens mogen doorbreken in de Kamer. Dat zijn de grote problemen waar wij op dit moment mee te maken hebben. Ik citeer uit de monitor Duurzaam Nederland 2011, een gezamenlijk onderzoek van het CBS, het CPB, het Planbureau voor de Leefomgeving en het SCP: "Nederlanders zijn rijk en tevreden, maar de wijze waarop wij die welvaart bereiken, houdt weinig rekening met onze kinderen. De manier waarop de welvaart tot stand komt bedreigt de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen." Wat doet het kabinet? Het omgekeerde van wat gerenommeerde adviesorganen adviseren. Politiek opportunisme viert hoogtij. Vaak wordt dat gedoogd via de "euroforie" die partijen als GroenLinks, D66 en PvdA tot instantgedoogpartners van dit kabinet maakt. Ik weet dat zij zich zorgen maken over de duurzaamheid in Nederland, maar wij kunnen dit kabinet stoppen en het gebeurt niet.

Wij waren een vooruitstrevende, tolerante en duurzame samenleving. Inmiddels glijden wij af naar een land waar geld wordt gezien als het grootste goed en waar maatschappelijke intolerantie hoogtij viert. Onze economie beleeft de ernstigste crisis die de neoliberale economie ooit gekend heeft. Banken zijn omgevallen, landen staan voor een bankroet of boeten in aan kredietwaardigheid. Zelf het voortbestaan van de euro is in het geding. Burgers en bedrijven verliezen hun vertrouwen in de economie en stoppen met investeren en consumeren. Kwetsbare mensen, dieren, natuur en milieu spelen geen rol meer in de overwegingen van de overheid, die in de pers gesymboliseerd wordt als een konijn dat verstijfd van schrik in de koplampen van een aanstormende auto staart. Willen wij de crisis aanwenden als een keerpunt, het tij keren voordat de wal het schip keert, dan zal er een daadkrachtig, duurzaam beleid moeten worden ingezet. Zolang dit kabinet daar niet voor voelt -- integendeel -- maakt elke partij die dit destructieve beleid gedoogt, al of niet of basis van een gedoogakkoord, zichzelf mede verantwoordelijk voor dit beleid. Voorzitter. Er is nog maar weinig tijd. Laten we kiezen voor toekomstige generaties, en dus ook voor dieren, natuur en milieu. Alleen al om die reden ben ik van mening dat er zo spoedig mogelijk een einde moet komen aan de bioindustrie.