Inbreng Partij voor de Dieren bij het Schrif­telijk Overleg Groenboek promotie land­bouw­pro­ducten


19 september 2011

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn zeer ontevreden over de kabinetsreactie op het Groenboek promotie landbouwbouwproducten van de Europese Commissie. De staatssecretaris schrijft dat het promotiebeleid van de Europese landbouwproducten gericht moet zijn op duurzaamheid, maar daar zien de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren niets van terug in de concrete invulling van de Nederlandse inzet.

Het promoten van de afzet van dierlijke producten, binnen de EU maar al helemaal daar buiten, is volgens de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren niet te rijmen met de grote noodzaak om een transitie te maken naar een dieet met minder dierlijke eiwitten. Kan de staatssecretaris bevestigen dat hij de noodzaak van deze transitie nog steeds ziet? Zo nee, waarom niet en op welke wijze denkt hij dan dat de wereld op een duurzame wijze in staat zal zijn iedereen van evenwichtige voeding te voorzien? Zo ja, waarom is het bevorderen van de afzet van dierlijke producten dan onderdeel van zijn inzet op het Groenboek? Is de staatssecretaris bereid zijn standpunt hierover te wijzigen en erop in te zetten dat alleen plantaardige producten met behulp van het geld van de Europese belastingbetaler gepromoot worden? Zo nee, waarom niet, en op welke wijze sluit dat standpunt dan aan bij het standpunt van het kabinet dat de ‘regeling vooral gebuikt moet worden om sturing te geven aan een verantwoorde consumptie van goederen’?

Dat het promoten van dierlijke producten uberhaubt deel uit maakt van het Groenboek heeft de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zeer verbaasd. Er ligt immers van dezelfde Europese Commissie een Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050 waarin wordt gesteld dat het wenselijk is de bestaande trend van voedselverspilling om te buigen en de consumptie van minder koolstofintensieve voedingswaren aan te moedigen.” Dit standpunt delen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren en zij zien niet hoe dit kan worden gedaan terwijl vanuit Europese middelen het gebruik van dierlijke producten wordt gepromoot. Is de staatssecretaris bereid deze kennelijke tegenstelling binnen verschillende stukken van de Europese Commissie aan te kaarten, en te pleiten voor een eenduidig geluid, overeenkomstig de noodzakelijke ambitie om in 2050 inderdaad een koolstofarme economie te hebben? Zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren delen de mening van de staatssecretaris dat afzetbevordering een taak van de sector zelf is. De voorgestelde regeling door de Europese Commissie gaat evenwel nog steeds uit van een maximale bijdrage van 50% van de promotieregeling door de Europese Unie. Deelt de staatssecretaris de mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dat dit onacceptabel is, zeker gezien de huidige moeilijke financiele tijden? De leden van de Partij voor de Dierenfractie vinden dat eventuele subsidies en promotieregelingen in de voedselketen alleen te verantwoorden zijn wanneer zij ingezet worden als een tijdelijk instrument ter ondersteuning van de noodzakelijke omschakeling naar een werkelijk duurzame voeldselvoorziening. Met andere woorden: alleen voor versterking van een sector die voedsel produceert op een wijze die de biodiversiteit niet schaadt, het klimaat niet opwarmt en geen beslag legt op landbouwgronden elders. Is de staatssecretaris het met ons eens dat alleen hiervoor een bijdrage van de belastingbetaler verantwoord kan worden? Het met belastinggeld ondersteunen van productiewijzen die externe kosten met zich mee brengen die met nog meer belastinggeld weer moeten worden opgelost is nu juist de vicieuze cirkel die doorbroken moet worden. Graag horen we van de staattsecretaris of hij bereid is op deze wijze de Nederlandse inzet voor het Groenboek vorm te geven. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien in het Groenboek een aantal aankonpingpunten om de regeling grondig te hervormen, waar de staatssecretaris naar hun mening onvoldoende op in gaat. In het Groenboek wordt voorgesteld om de regeling te gebruiken voor het versterken van de band tussen de Europese burger en de agrarische sector, en voor het geven van voorlichting ten behoeve van een evenwichtiger voedingspatroon. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien hierin uitgelezen kansen om de biologische sector een extra stimulans te geven, en om de Europese burgers voor te lichten over de voordelen van een meer vegetarisch dieet.. Is de staatssecretaris bereid deze doelstellingen op te nemen in het kabinetsstandpunt? Zo nee, waarom niet, en hoe verhoudt zich dat tot de uitgesproken intentie van de staatssecretaris dat de regeling gericht moet zijn op het bevorderen van duurzame producten?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen het gebruik van Europees geld om Europese producten op de externe markt, dus buiten Europa, te promoten sterk af. Zij zijn van mening dat het landbouwbeleid gericht moet zijn op het regionaliseren van de Europese landbouw. Het gebruiken van Europees geld om meer producten af te kunnen zetten buiten de Europese grenzen is bovendien een handelsverstorende maatregel, die ten koste kan gaan van de positie van ontwikkelingslanden, en dat is niet acceptabel. Is de staatssecretaris dat met de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren eens? Zo nee, waarom niet? Hoe verhoudt het voornemen van de Europese Commissie en de regering de afzet van Europese producten buiten de Europese Unie te financieren zich tot het voornemen om exportsubsidies zoveel mogelijk af te schaffen? Een Europese promotieregeling gericht op de externe markt is ook een exportsubsidie, deelt de staatssecretaris die mening? Zo nee, waarom niet? Is de staatssecretaris bereid in zijn kabinetsreactie op te nemen dat de promotieregeling alleen gericht mag zijn op de Europese markt? Zo nee, waarom niet en hoe verhoudt zich dat tot eerdere toezeggingen gedaan op het afschaffen van handelsverstorende regelingen en de ambitie tot het sluiten van fosfaatkringlopen?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren concluderen dat de kabinetsreactie op het Groenboek te kort schiet, en vragen de staatssecretaris een nieuwe reactie te sturen waarin duurzaamheid, regionalisering en het afschaffen van handelsverstorende maatregelen inderdaad centraal staan. Is de staatssecretaris hiertoe bereid?