Bijdrage spoed­debat over de Europese Grondwet


22 mei 2007

Voorzitter,

Wij moeten concluderen dat het kabinet er alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat het nieuwe verdrag niet de schijn zal wekken van een grondwet. De manier waarover wij erover spreken, ook hier in de Kamer, laat zien dan vooral dat standpunt overeind zal blijven. De Kamer mag ook nog redelijk schaven aan de Nederlandse inzet. De pijn zit hem erin dat wij geen inzage krijgen in het proces, laat staan in de consequenties die het kabinet wil verbinden aan de uitkomsten van de onderhandelingen, als het Nederland niet lukt om de gewenste wijzigingen door te voeren. Als wij de propagandacampagne van de overheid voor het referendum in herinnering roepen, dan is een kritische om niet te zeggen een argwanende houding zeer op zijn plaats. Hoe ging het ook al weer? De Nederlandse ging tegenstanders van de grondwet te verwijten dat zij fabeltjes vertelden. Er werd belastinggeld tegen aan gesmeten om de kiezer op eigen kosten tot een "ja" te bewegen, maar opeens mochten wij de grondwet geen grondwet meer noemen, maar moesten wij het aanduiden als grondwettelijk verdrag. Er werd niet voor teruggedeinsd om te dreigen met economische rampspoed, met ontwrichting van de samenleving en zelfs met oorlog als de grondwet zou worden afgewezen. Maar ondanks al deze pogingen om het publiek te bewegen om voor de grondwet te stemmen, moest Nederland niets hebben van een Europese superstaat met een grondwet die aan alle kanten rammelde.

62 procent van de kiezers dacht er anders over dan 85 procent van de politiek. Het referendum toonde aan dat politiek en burgers in een aantal belangrijke opzichten ver van elkaar zijn vervreemd.

In plaats van dat er lering wordt getrokken uit dit debacle, lijkt opnieuw de trukendoos te worden gehanteerd. Het kabinet heeft beloofd dat Nederland zich zal inzetten voor een verdrag dat zich "in inhoud, omvang en benaming overtuigend onderscheidt van het eerdere grondwettelijk verdrag". Maar nog geen week na het Kamerdebat over de Nederlandse inzet gaf EU-voorzitter Merkel op het verjaardagsfeestje van de Europese Unie in Berlijn onomwonden te kennen dat er voor nieuwe onderhandelingen geen ruimte en geen tijd zal zijn. In Trouw konden we lezen dat onze minister-president gaarne bereid was om dit te accepteren.

De Partij voor de Dieren maakt zich er zorgen over dat de Kamer weinig kritiek heeft op de manier waarop het kabinet vertrouwen vraagt; wij lijken het kabinet vooral te moeten geloven op zijn blauwe ogen. De motie van mijn partij die zou kunnen voorkomen dat het grondwettelijk verdrag niet alsnog kan worden doorgedrukt, is dan ook niet gesteund. Over de regionale inspraakronde over de Europese grondwet heb ik nog geen kritisch woord gehoord, terwijl deze alibi-debatjes alles weghebben van een rituele dans volgens het beproefde Willy Alfredoconcept van "roept u maar!", waarna het kabinet uit de kakofonie van reacties kan kiezen wat het goeddunkt. Een internet-enquĂȘte moet het debat voeden, maar status en representativiteit van deze volksraadpleging zijn onduidelijk, dan wel niet gegarandeerd -- wat overigens erg goed uitkomt als je de uitkomsten van dit soort gekleurde steekproefjes naar je hand wilt kunnen zetten.

De Europese grondwet zoals die nu op tafel ligt, is en blijft voor de Nederlandse kiezer onverteerbaar. Deze grondwet is slecht voor mensen, slecht voor dieren, slecht voor natuur en slecht voor milieu. Maar in zijn euro-euforie lijkt het kabinet, en opnieuw ook een deel van de Kamer, ervan uit te gaan dat een bevolking die nee zegt, eigenlijk toch wel wil -- een opvatting die in bepaalde kringen ook lang in zwang is geweest over meisjes. De realiteit is dat 75 procent van de kiezers opnieuw wil worden geraadpleegd over een Europees verdrag, of we die nu "grondwet" noemen of niet. Voorstanders van de grondwet wezen ons er keer op keer op dat de enige weg vooruit met Europa is om goede afspraken te maken over Europese samenwerking. Dat standpunt huldigt mijn partij ook, maar als je die afspraken werkelijk zo geweldig vindt, moet je ook flink genoeg zijn om ze aan het publiek te durven voorleggen. Mijn vraag aan het kabinet is dan ook heel concreet: zegt het kabinet toe, een gewijzigd verdrag per referendum voor te leggen aan de bevolking, of niet? Ik kondig maar vast aan dat ik bereid ben om hierover een motie in te dienen.

Klik hier voor de motie die is ingediend