Bijdrage debat Verant­woording Rijks­uit­gaven


21 mei 2007

Voorzitter,

2006 was wederom een slecht jaar voor miljoenen dieren in Nederland. We kijken vandaag terug op het laatste zeer dieronvriendelijke jaar van de Kabinetten Balkenende II en III. Deze terugblik maakt duidelijk dat de zorg vanuit de samenleving over hoe wij met dieren omgaan in 2006 nog nauwelijks zichtbaar is in de uitgaven van het Rijk. Ook al wil minister Bos waken voor cijferfetisjisme; juist die cijfers of beter gezegd, de aantallen dieren in de bio-industrie, spreken boekdelen. In 2006 werden 20 miljoen varkens, 400 miljoen kippen, 3 miljoen konijnen en bijna 1 miljoen kalveren geslacht. 3 en een half miljoen nertsen werden voor hun bont vergast, kwamen er ruim 70.000 honden en katten in dierenasielen terecht en werden er meer dan 600.000 proefdieren aan testen onderworpen. De situatie wordt des te schrijnender als deze aantallen worden vergeleken met de uitgaven aan dierenwelzijn die tegenover het lijden van deze miljoenen dieren staan.

Uit het jaarverslag van het ministerie van LNV blijkt dat in 2006 slechts 2,5 miljoen euro is besteed aan de verbetering van dierenwelzijn in de landbouw. Dat is nog geen halve cent per gehouden dier om zijn situatie te verbeteren. Daartegenover staat bijna 18 miljoen euro voor het verbeteren van het ondernemersklimaat en 8 miljoen voor het aanpakken van het mestprobleem dat is veroorzaakt door teveel dieren op een te klein oppervlak. De grote vraag is waarom de samenleving financieel bij moet dragen aan het verbeteren van het ondernemersklimaat voor ondernemers, die keer op keer het dierenwelzijn ernstig aantasten. En het is al helemaal onduidelijk waarom de samenleving financieel moet bloeden voor het opruimen van de mest die de grootschalige bio-industrie de afgelopen jaren heeft opgehoopt.

Voorzitter. We lezen dat de dierziekten, in 2006 was dat met name de vogelpest, de burger ruim 18 miljoen euro hebben gekost. En dat, terwijl steeds duidelijker wordt dat het vergrote risico op een vogelpestuitbraak veroorzaakt wordt door een pluimveesector die we financieel en beleidsmatig de hand boven het hoofd houden. De internationale vervoers- en handelsstromen van miljoenen dieren en dierlijke produkten leiden niet alleen tot groot dierenleed, maar vergroten ook het risico op de uitbraak van dierziekten.

De vleessector is met haar handel verantwoordelijk voor de continue verspreiding van dierziekten in de wereld. De burger betaalt daar de rekening voor. Sinds de grote vogelpestuitbraak in 2003 heeft de belastingbetaler, bijna 350 miljoen euro uitgegeven aan de bewaking en bestrijding van dierziekten. En dat voor een sector die zelf niet bereid is haar handelswijze drastisch te veranderen ten faveure van het dierenwelzijn, de volksgezondheid en het milieu. Dit kan zo niet langer doorgaan.

De regering was het afgelopen jaar de spreekbuis en sponsor van een wankelende veesector en lijkt dat nog wel even te willen blijven. Dit blijkt uit de sponsoring van reclamespots voor het project Varkens in Zicht. Een vorm van windowdressing waar de burger mag kijken naar een paar zeugen in het stro, terwijl in de donkere schuren daarachter uit het zicht duizenden vleesvarkens op betonvloeren zonder staart, ballen en hoektanden hun leven slijten. Ook minister Verburg uitte vorige week haar zorgen toen ze de sector opriep ‘aan mensen duidelijk te maken dat varkens het nog niet overal zo goed hebben als in de zichtstallen’. Vind de minister het verantwoord dat we belastinggeld uitgeven aan dergelijke misleidende consumentenvoorlichting?

Bijna 900 miljoen geeft de regering uit voor kennisontwikkeling en innovatie in de agrarische sector. Wie denkt dat de uitgave van dit geld wordt getoetst op dierenwelzijncriteria heeft het mis. Onderzoek met als resultaat een slechter dierenwelzijn kan jarenlang worden gesubsidieerd met gemeenschapsgeld. Ik geef een voorbeeld het proefbedrijf de Marke richt zich op goede milieuresultaten waardoor de koeien nu alleen nog maar een paar uur per dag gelucht worden ipv kunnen grazen. Zijn dit nou onderzoeken waar we dieren, natuur en milieu mee dienen?
Ruim 250 miljoen werd in de kas gestort van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO). Dezelfde club die de architecten heeft geleverd voor de ontwikkeling van de bio-industrie. Zelfs de Rekenkamer wordt het te gortig dat dit grote bedrag zonder meer in de kas van DLO wordt gestort en dat er nauwelijks sturing is.

Minister Bos gaf vorige week aan vooral lessen te willen trekken uit 2006. Daar wil ik hem graag bij helpen. De samenleving wil haar publieke middelen niet meer besteden aan een bio-industrie die alleen maar dierenleed produceert! Een politiek die dat toch doet, vervreemdt zich van de burger. Een sector die keer op keer doof blijkt voor de wens vanuit de samenleving om met meer respect met dieren om te gaan verdient geen aanmoediging in de vorm van subsidies en inkomenssteun. Meer dan 100.000 burgers heeft de overheid via het burgerinitiatief Stop Fout Vlees van Milieudefensie gevraagd niet langer de bio-industrie in de benen te houden. Het is onverantwoord dat voor de bio-industrie investeringssubsidies van miljoenen Euro’s in het leven worden geroepen, terwijl van de 2,4 miljard euro aan LNV uitgaven nog geen 1 tiende wordt uitgetrokken om iets te veranderen aan de situatie van productiedieren. Nu zijn er voor dit jaar (2007) de uitgaven voor dierenwelzijn op de begroting wel iets is gestegen (naar 4,3 miljoen), maar toch ligt dit bedrag nog steeds onder de 1 tiende procent van de totale begroting en op nog geen eurocent per gehouden dier.
Een aantal vragen:
• waaraan het geld voor ‘dierenwelzijn’ nou precies is uitgegeven?
• Kunnen de dierenwelzijnsuitgaven van 2003-2006 nader gespecificeerd worden in een notitie ook met het oog van de op handen zijnde dierenwelzijnsnota?
• In 2003 is er voor dierenwelzijn 7 miljoen euro uitgegeven, in 2004 13 miljoen en in 2005 1.4 miljoen. In 2006 was er 1.2 miljoen begroot , maar blijkens het verslag is er 2.523.000 uitgegeven. Kan de minister deze fluctuaties verklaren?

In 2006 zijn er 610.000 proefdieren gebruikt. Een schamel budgetje van slechts 9 ton is uitgegeven aan onderzoek naar en de toepassing van alternatieven voor dierproeven. En dat terwijl de wetgever dierproeven in beginsel verbiedt. Vermindering van dierproeven en stimulering van alternatieven is onder meer een opdracht die in de wet op de Dierproeven is geformuleerd. Uit de cijfers blijkt dat van deze doelstellingen niets terecht komt. Uit het streefcijfer blijkt dat het aantal van 600000 proefdieren ook in de toekomst nog door de regering acceptabel gevonden wordt. Dit staat haaks op de wettelijke doelstellingen van vermindering en vervanging. Hoe kunt u dat verantwoorden?

Nog een opmerking over een wat kleinere post in het geheel der cijfers: Kijkend naar de begroting en de uitgaven voor het Koninklijk huis wil ik het volgende aan de minister vragen. In de begroting voor het Koninklijk Huis zien we geen afzonderlijke post terug voor het Koninklijk jachtdepartement. Graag willen we weten of dit jachtdepartement gefinancierd wordt uit gemeenschapsgeld, en of in dat geval de begroting van het Koninklijk jachtdepartement openbaar mag worden.

De aanbieding van de jaarverslagen en de slotwetten lijkt vooral gepaard te gaan met borstklopperij van ministers over wat ze allemaal hebben gepresteerd.

De minister van LNV spreekt met trots uit dat er in 2006 veel aandacht is geweest voor dierenwelzijn. Als voorbeeld geeft ze het in EU verband bereikte resultaat van een verplichte GPS systeem in vrachtwagens om veetransporten te volgen. Het is verplicht gesteld, maar wordt nog niet geimplementeerd! Volgens mij is dat niet een resultaat om met trots te vermelden in het jaarverslag! Ze vindt het verder een echte tegenvaller dat de bepleite beperking van de transporttijd niet is overgenomen. Waarom ze daar zelf voor Nederland als grootste lange afstandsvervoerder van levende dieren in Europa geen actie heeft ondernomen, wordt in alle talen verzwegen.

In haar verantwoording gaat de minister van Landbouw ook nog even in op geluiden in Nederland dat er op EU niveau weinig bereikt kan worden voor vleeskuikens. De conclusie dat je dan in ieder geval in Nederland verplicht bent om de vleeskuikens een beter welzijn te geven, behoort dan weer NIET tot de lessen die ze trekt uit 2006. Wel heeft het ministerie onderzoeksgeld besteed aan de ontwikkeling van een alibi kip die net een paar dagen langer mag leven dan de plofkip en iets beter is gehuisvest, maar vooral toch het knagende geweten van de consument voor weinig geld mag sussen.

Mooie obligate woorden uitspreken is niet hetzelfde als concrete resultaten boeken. De minister hult zich in omfloerste bewoordingen om het gebrek aan resultaat te verbloemen. Ze heeft het over “Ambitie hebben, een voortrekkersrol spelen, aandacht hebben voor, overeenstemming bereiken over, het voornemen hebben tot....”. En ondertussen is het leed van de dieren in de bio-industrie nauwelijks verminderd en zal dat ook niet gebeuren als de kamer genoegen blijft nemen met obligate praatjes en goeie voornemens. Een daadwerkelijke toetsing of er voldoende en effectief is geïnvesteerd in het dierenwelzijn kan ik als kamerlid niet doen. Dat is een kwalijke zaak. Op elk ander beleidsterrein zou de verontwaardiging van links tot rechts in de kamer te horen zijn. Zo zou dat ook moeten gelden voor het tot nu toe in de marge behandelde onderwerp dierenwelzijn.

Het gaat goed in Nederland. In 2006 zette het economisch herstel definitief door, de koopkracht steeg en de werkgelegenheid steeg mee. Alle reden dus om ook dieren mee te laten profiteren van de stijgende welvaart en het overschot op de Rijksbegroting.

Heeft dit kabinet dan ook de ambitie om de uitgaven aan het dierenwelzijnsbeleid een vast percentage uit te laten maken van de LNV begroting, te beginnen met minimaal 1% ipv 1/10 %?
Het lijkt ons verder van groot belang om voor het volgende jaar de uitgaven aan kennisontwikkeling en innovatie (toch zo’n 1/3 van de LNV uitgaven) te toetsen op de gevolgen voor dierenwelzijn. Het debacle van de bio-industrie, welke toentertijd tevens met LNV geld is ontwikkeld, kan zo definitief worden voorkomen.

Ik roep dit kabinet op om de wil te tonen om haar ambities ten aanzien van dierenwelzijn te vertalen naar een begroting en een financiele beleidsverantwoording die recht doet aan het dier. Ik wacht vol verwachting prinsjesdag af…