Bijdrage Partij voor de Dieren WGO Visserij


15 november 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het is een beetje een vage agenda. We gaan nog spreken over de herziening van het Europese visserijbeleid. Dat wordt natuurlijk een heel belangrijk debat, omdat de Nederlandse visserij in belangrijke mate afhankelijk is van de afspraken die Nederland zelf in Europa maakt. Dat zeg ik er meteen bij, want het is mij te gemakkelijk als de minister zich achter Europa verschuilt. Zij draagt er immers zelf haar steentje aan bij. Vandaag behandelen wij dus enkele andere onderwerpen. Ik merk dat ik heel somber ben. Ik maak me namelijk oprecht ontzettend veel zorgen om de toestand van de zeeën. Ik denk dat er veel en veel en veel te weinig gebeurt om de dreigende catastrofe te kunnen afwenden. Ik las in de berichten over de visie van de minister op de hervorming van het Europese visserijbeleid dat zij een einde aan de boomkor wil. Toen dacht ik: het zal toch niet waar zijn dat onze minister eindelijk zegt dat deze visserijtechniek zo schadelijk is dat wij die niet langer meer kunnen toestaan? Ja, dat zegt ze wel, las ik, maar ze verbindt er de voorwaarde aan dat er een alternatief is. Ik denk dat het zo dramatisch met de biodiversiteit en met de visbestanden – de bijvangsten zijn schrikbarend – in onze zeeën is gesteld, dat je je niet kunt veroorloven, door te gaan met die boomkor zolang je nog geen alternatief ontwikkeld hebt. Ik vraag mij af welk alternatief de minister daar precies voor ziet. Ik hoop heel erg dat zij de daad bij het woord voegt en een einde maakt aan deze schadelijke visserijvorm. Ook hoop ik dat wij binnenkort te dien aanzien spijkers met koppen kunnen slaan.

Nederland heeft niet zo’n beste naam als het gaat om naleving van de regels en zorg voor de natuur. Toen ik las dat we van het Europees Hof een tik op de vingers hadden gekregen, moest ik eerlijk gezegd wel een beetje lachen, al vroeg ik mij tegelijkertijd af of de minister zich niet schaamde. Je spreekt met elkaar af om in de scholboxen een maximaal motorvermogen van 300 pk toe te staan en dan zegt de minister met droge ogen: wij doen even 400 pk, want dan zijn meer vissers bereid om mee te doen aan de regeling. Dat doen wij toch ook niet met rijden op de snelwegen? We zeggen toch niet: je mag hier 100 kilometer per uur rijden, maar gedurende het komende jaar mag je 140 kilometer per uur rijden, anders wen je er nooit aan dat de maximumsnelheid eigenlijk 100 kilometer per uur is? Dat zijn toch geen argumenten? Dergelijke argumenten heeft de minister nota bene tegen het Hof gebruikt. Daar begrijp ik niets van. Het Hof trapte er natuurlijk niet in, maar zo’n draagvlakargument krijgen wij dagelijks van de minister te verstouwen. Ik hoop dus dat de consequentie van deze uitspraak is dat zij een dergelijke argumentatie nooit meer zal gebruiken ten overstaan van de Kamer.

Ik heb een vraag over het aalbeheerplan of eigenlijk de compensatie en de brief die wij daarover gekregen hebben. Ik zie dat er een budget voor wordt gereserveerd. Dat moet natuurlijk, want door het te laat optreden van onze eigen overheid zitten we nu met dit vangstverbod. Dat had met een warm saneringsplan voorkomen kunnen worden. Als we belastinggeld gaan uitgeven aan compensatiemaatregelen terwijl wij – ik herhaal het – de boel hadden kunnen voorkomen als we het vroeger hadden opgelost, moet er wel perspectief zijn op een sanering van de vloot totdat die een daadwerkelijk duurzame omvang heeft bereikt. Uitgesloten moet zijn dat wij ieder jaar de beurs moeten trekken voor een sector die, alles overwegende, qua duurzaamheid niet kan. Ik hoor graag van de minister welke lange termijnvoorwaarden zij hieraan verbonden heeft.

De visserijovereenkomsten met landen en gebieden buiten de Europese Unie, die de minister in haar brief van juni dit jaar heeft opgesomd, baren mij veel zorgen. Ik schrik ook van de grote hoeveelheid tonijn die in de protocollen wordt genoemd. Wil de minister aangeven om welke soort tonijn het gaat? Ik mag aannemen dat het niet om de met uitsterven bedreigde blauwvintonijn gaat. In het licht daarvan wil ik graag van de minister een reactie op de vandaag of gisteren verschenen berichten dat in elk geval de quota voor de tonijnvangst wel worden beperkt, maar nog lang niet genoeg.

Over de overeenkomsten met vooral armere landen zegt de minister in haar brief dat er voorwaarden zijn en dat het gaat om zorgvuldig beleid, maar ik heb er een hard
hoofd in. De minister weet ook dat ik afkomstig ben uit een vissersdorp. Ik ken dus mensen die op die belachelijk grote trailers hebben gevaren en die mij hebben toevertrouwd dat het droevig is om op zo’n grote boot te zitten en alle vis in je netten te sleuren, en dan een paar mensen te zien roeien die met de grootste moeite nog een klein maaltje voor hun gezin weten op te vissen. Ik kan die beleving niet rijmen met de zorgvuldigheid die de minister uit over de overeenkomsten van de Nederlandse of de Europese vloot met landen aan de andere kant van de wereld. Ik zou graag van de minister horen wat dan precies de criteria zijn en hoe wordt gemonitord wat de precieze effecten zijn. Want ik denk dat de ervaring leert dat de lokale vissers ernstig in problemen komen door deze afspraken.

Dan de stappen die de minister wel zet. Zij heeft al gezegd dat de boomkor er wat haar betreft best uit zou mogen, maar dat heeft natuurlijk niet zo veel zin meer als wij 20 jaar moeten wachten op een alternatief. Zij heeft een mooi boekje Innovaties in de visserij uitgebracht, dat ik heb gekregen. Daarin staan subsidies voor innovaties. Wat ik daarin mis, is een onderdeel vissenwelzijn. Wij spreken er nu al jaren over, ook al voordat de Partij voor de Dieren in de Kamer kwam. De visserijtechnieken, de beschadigingen die de vis oplopen als zij in de netten naar boven worden gehaald, de lange doodsstrijd, het levend bevriezen en levend opensnijden, zouden wij deze subsidies niet eens kunnen gebruiken om een humanere vangstmethode te ontwikkelen? Graag een reactie daarop.

Ik sluit mij kortheidshalve aan bij de opmerkingen van mevrouw Jacobi over de staandwantvisserij. Wat de subsidies voor het MSC-keurmerk betreft, kan ik zeggen dat de Partij voor de Dieren, alles overwegende, MSC ziet als een stap die niet de duurzaamheid dichterbij zal brengen, maar eerder de echte maatregelen zal uitstellen. De kritiek van de belangrijkste visserijbioloog Daniel Pauly hierop, ook eerder dit jaar, lijkt mij belangrijk. Wij zouden dus liever zien dat dat geld in daadwerkelijke stappen gaat, om te beginnen het beschermen van grote gebieden op zee, het kortsluiten van die zeereservaten. Daar moeten wij nu echt mee aan de slag.