Bijdrage Partij voor de Dieren WGO Natuur


15 november 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik begrijp wel waarom het CDA een andere woordvoerder naar het natuurdebat heeft gestuurd. Het is oude wijn in nieuwe zakken. We doen er gewoon een nieuw jasje om en we trekken de koning van de karikaturen uit de kast om dat plannetje, dat er allang ligt te broeden, gewoon opnieuw op tafel te gooien. Hij kan nu natuurlijk heel goed vragen op welke posten wij dan gaan bezuinigen. Misschien denkt hij het plannetje dit keer te realiseren, maar het plannetje is natuurlijk van de heer Koppejan geweest. Geen landbouwgronden omzetten in natuur en vooral aansturen op een ehs waar je geen gronden meer voor hoeft aan te kopen. Als wij daar vragen over stelden aan de minister, deed zij daar vaag over. Wij zeiden tegen de minister: u staat open voor de plannen van de CDAfractie, maar u houdt toch zeker wel vast aan de afgesproken taakstellingen? Dan zei de minister steeds: ik ga voor kwaliteit en kwantiteit. Als ik vroeg: ja, maar u houdt zich toch wel aan de taakstellingen? Dan zei zij: ik ga voor kwaliteit en voor kwantiteit. Dat is slim en handig. Het is goede tekst. Nog beter is echter dat wij een motie hebben ingediend waarin staat: we houden onverkort vast aan de bestaande taakstellingen. Die motie is aangenomen. Ik heb mijn vertrouwen al uitgesproken in de PvdA-fractie. Ik hoop ook zeker dat wij de ChristenUnie aan boord kunnen krijgen. Ik zou zeggen: mijnheer Koopmans, doe vooral uw best, maar ik geef u weinig kans. Ik zie hem al glimlachen. Hij geeft het niet op. Dat begrijp ik ook.

Ik heb daar nog wel een vraag over aan de minister. We hadden vorige week overleg over de ehs. Toen heb ik haar gevraagd waarom zij in een persbericht over agrarisch natuurbeheer de suggestie heeft gewekt dat het inderdaad zou gaan om minder te verwerven gronden. De minister heeft daar wel antwoord op gegeven, maar niet het antwoord dat ik wilde. Ik wilde dat zij duidelijkheid zou verschaffen.

Waarom wekt de minister die suggestie? Het was toch niet de bedoeling? Wij houden toch vast aan de taakstellingen? Vandaar dat ik graag nog een reactie wil. Misschien is het gewoon een verschrijving geweest van de ambtenaar die de persberichten heeft opgesteld. Dat weet ik niet, maar het kwam op mij wel een beetje vreemd over. Om dit punt af te sluiten, wil ik nog wel tegen de woordvoerster van de Partij van de Arbeid zeggen ...

Minister Verburg: Dit punt is verleden week ook al aan de orde geweest. Wil mevrouw Ouwehand zo vriendelijk zijn om die passage in het persbericht aan te wijzen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Verleden week had ik het persbericht bij mij, maar niet vandaag. Ik kan het wel even laten brengen voor de tweede termijn.

Voorzitter. Tegen de woordvoerster van de fractie van de Partij van de Arbeid, mevrouw Jacobi, wil ik nog het volgende zeggen: zodra het CDA op het gebied van natuur zegt dat het het steeds beter kan vinden met de Partij van de Arbeid, dan is er iets mis. Er is dan dus iets mis. Dat heeft van alles te maken met de bereidwillige opstelling van de fractie van de Partij van de Arbeid bij de behandeling van de Crisis- en herstelwet, waarmee de Natuurbeschermingswet ingrijpend wordt veranderd, terwijl dat helemaal niet te verdedigen is aan de hand van de doelstellingen van de Crisis- en herstelwet. De Raad van State heeft daar ernstige kritiek op: we geraken in grote, diepe juridische moerassen en er is sprake van hiaten als het gaat om de Vogel- en Habitatrichtlijn. Morgen wordt daarover gestemd, dus ik zeg: krabt u zich nog eens achter de oren; ik zou het niet doen.

In aansluiting op de Crisis- en herstelwet bespreek ik graag eventjes de stand van zaken die de minister heeft verschaft inzake de beheerplannen. De minister heeft vast wel gemerkt dat de Partij voor de Dieren niet zo’n groot voorstander is van het instrument van beheerplannen. Ik denk dat zeker deze constructie heel wat meer gedoe oplevert. Wij zouden er voorstander van zijn geweest om activiteiten te toetsen aan hun schade voor de natuur. Op basis van de uitkomst daarvan kan beslist worden wat wel en wat niet kan. Je ziet nu dat beheerplannen zijn verworden tot een soort poldermodel, waarin de belangen van de natuur het moeten opnemen tegen de belangen van de economie. Ik kan mij ook nog voorstellen dat binnen de component van de economie de ene boer niet heel erg solidair is met de andere boeren, als je met z’n allen een reductiedoelstelling moet realiseren. Volgens mij wordt het dus een grote ruzie. Ik zie dat de minister ook heeft aangegeven dat haar belofte om op 1 september de beheerplannen gereed te hebben, niet gerealiseerd is. Ik begrijp dat niet: 71 gebieden hebben een conceptbeheerplan opgeleverd, in 148 gebieden is men daarmee nog bezig of moet men daarmee beginnen en in 12 gebieden is men daarmee nog niet gestart. LNV heeft verder in een aantal gebieden het voortouw moeten nemen. Hoe kan dat nou? Ik herhaal: hoe kan dat nou? Had u dat niet voorzien?

Ik hoor mijn buurvrouw, mevrouw Jacobi, nu zeggen dat ik een andere toon moet aanslaan. Ik vraag echter gewoon: hoe kan dat nou? Graag verneem ik hierop de reactie van de minister.

Wat gaan wij doen, als de beheerplannen niet opleveren wat de minister ervan gehoopt en beloofd had? Het is bekend dat ik erg voor toetsen ben. Ook hierop verneem ik graag de reactie van de minister.

Ik wil nog even terug naar de ehs. Zoals gezegd, hebben wij verleden week daarover een debat gehad. Ik kan nu dus wel kort door dit onderwerp heen lopen. Het persbericht inzake de discussie over de taakstellingen zal ik straks aan de minister overhandigen; dan zal ik haar de desbetreffende passage aanwijzen.

Verleden week heb ik ook een opmerking gemaakt over de sturing. Ik sluit mij graag aan bij de opmerking van het Planbureau voor de Leefomgeving: stel dat de decentralisatie nog niet erg goed werkt. Ik denk ook dat wij scherper aan de wind moeten zeilen, als het om de ehs gaat. Ik hoor graag welke mogelijkheden de minister ziet om toch steviger te sturen en om in de tussentijd de doelstellingen gerealiseerd te krijgen. Ik denk namelijk dat de wetswijziging in 2005 niet erg handig heeft uitgepakt; dat heeft de Algemene Rekenkamer ook gezegd. Wat moeten wij daar nu mee, als wij het doel in 2018 niet in gevaar willen brengen?

Een concrete vraag gaat over de beslissing van gedeputeerde staten in Gelderland. De heer Dibi sprak er ook al over. Verleden week heb ik hierover nog een vraag gesteld. Bovendien heb ik het nader uitgezocht. Volgens mij opereert Gelderland in strijd met de afspraken over de ehs. Voor zover ik begrepen heb, is het Kastanjedal een uniek en waardevol natuurgebied. Als je uitgaat van het ’’nee, tenzij’’-regime dat van kracht is, zijn nieuwe plannen, projecten of handelingen niet toegestaan, indien deze de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Dat kan alleen als er geen reële alternatieven zijn én als er sprake is van redenen van groot openbaar belang.

Ik vraag me af of dat allemaal opgaat voor de beslissing van Gelderland om een aantal gebieden, waaronder het Kastanjedal, te schrappen. Is de minister bereid om dit uit te zoeken en om handhavend op te treden en tegen GS te zeggen dat zij die beslissing moeten terugdraaien?

Mijn fractie heeft indertijd de motie van mevrouw Jacobi over tijdelijke natuur gesteund met in haar achterhoofd dat het voorbehoud moet gelden dat er een goed beleid moet komen voor individuele dieren die zich op dergelijke plekken vestigen. Dat betekent dat wij ze niet gaan doodmaken als het even tegenzit of als er moet worden opgeruimd. Dat soort termen wordt gebezigd in de plannen van de minister. Op zichzelf zie ik wel dat de
minister zegt dat de initiatiefnemer tot opruimen niet van de plicht wordt ontslagen om dat zorgvuldig te doen en om schade aan planten en dieren redelijkerwijs en zoveel mogelijk te voorkomen of tot een minimum te beperken. De intentie is er dus, maar ik vind dat er een tandje bij moet. De minister geeft zelf al aan dat je van tevoren proactief kunt kijken hoe je voorkomt dat vogels ergens gaan broeden en hoe je ervoor zorgt dat padden die zich ergens hebben gevestigd, vanzelf wegtrekken. Dat zijn prachtige ideeën, maar ik denk wel dat ze een verplichtend karakter moeten hebben in de vergunning die voor tijdelijke natuur wordt verleend. Ik krijg hierop graag een reactie.

De minister heeft haar beleid ten aanzien van ganzen geëvalueerd. Daaruit valt een aantal interessante conclusies te trekken. Het is duur. Daarom denk ik dat wij beter af waren met het oude ganzenopvangbeleid. De minister gaat nu kijken of het moet worden aangepast. Ik zou denken van wel. We kunnen ook concluderen dat smienten zich helemaal niet lenen voor het beleid dat de minister de afgelopen jaren heeft gevoerd. Die dieren foerageren namelijk ’s nachts en zijn dus niet goed naar foerageergebieden te verjagen en te sturen. Ik hoop dat de minister in haar wijziging afstapt van het artificieel
reguleren van de ganzenpopulaties. Daarbij wijs ik haar zeker ook op de eigen verantwoordelijkheid voor de veel te vette graslanden vanwege onze zware overbemesting. Ik krijg hierop graag een reactie.

Mijn laatste punt betreft de integratie van de natuurwetgeving. Mijn fractie heeft haar opmerkingen daarover tijdens het eerste overleg dat daarover werd gevoerd, gemaakt. Er is toen een motie van de heer Van der Ham aangenomen. Ik weet het nog goed, want ik had een soortgelijke motie. Die heb ik niet ingediend, omdat ik mij bij de motie van de heer Van der Ham had aangesloten. De motie ging over het in kaart brengen van de ecologische effecten van de natuurwetten die de minister nu wil integreren. Ik zie de uitvoering van die motie helemaal niet terug in de stukken die de minister heeft gestuurd. Wil zij daarover opheldering geven? Mijn allerlaatste punt moet ik echt even kwijt, al heb ik mijn negen minuten al overschreden. Staatsbosbeheer heeft aangekondigd, de resterende vos op Vlieland met de stropersmethode te gaan vangen: vallen, strikken. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wil de minister hier vandaag verklaren dat zij die vergunning niet gaat verlenen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik dank op mijn beurt de heer Van der Ham voor zijn motie. Vanmorgen heb ik namelijk de premier gevraagd of hij een en ander wilde laten bekijken door het PBL. Daar had hij helemaal geen zin in. Ik hoop dat de motie op steun kan rekenen. Ze heeft in ieder geval de steun van mijn fractie.

Ook in ben positief te spreken over de opstelling van de fractie van de Partij van de Arbeid in dit debat. Ik druk mevrouw Jacobi nogmaals op het hart om na te denken over hoe morgen te stemmen over de Crisis- en herstelwet. Een Nb-wetswijziging kan de natuur namelijk echt niet hebben. Dank aan de minister voor haar beantwoording. Dank dat zij wil bezien of de provincie Gelderland de spelregels heeft gevolgd bij de ehs. Graag zou ik van de minister horen dat zij dit doet voordat alles definitief in kannen en kruiken is. Wanneer horen wij hier meer van?

Eén vraag is niet beantwoord of ik heb het antwoord gemist. Wat integratie van natuurwetgeving betreft heb ik de minister gewezen op de aangenomen motie-Van der Ham die ik mede heb ingediend. Hierin vragen wij de regering, naar aanleiding van de evaluaties die hebben plaatsgevonden, aanvullend onderzoek te doen naar de ecologische effectiviteit van de huidige natuurwetgeving en hierbij de aanbevelingen van het Milieu- en Natuurplanbureau te betrekken. Volgens mij heeft de minister hier niet op gereageerd. Ik wil graag weten hoe het zit met de uitvoering van de motie.