Bijdrage Partij voor de Dieren Nota-overleg Klimaat en duur­zaam­heids­beleid


14 juni 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Die oproep van de heer Samsom aan het kabinet om de lobby voor een goed klimaatakkoord geïntegreerd op te pakken, klinkt een beetje als sinterklaas: samen doen, gezellig. De vraag is wel welke consequenties de Partij van de Arbeid daaraan verbindt. Mijn indruk is dat de heer Samsom zijn minister een beetje laat zitten tussen drie CDA-ministers bij het gevecht in het kabinet over de duurzaamheidsdoelstellingen in de landbouw en de grote opdracht voor de klimaatakkoorden. Is hij bereid om elkaar dan wel de tent uit te vechten?

De heer Samsom (PvdA): Wij houden morgen niet allemaal op met vlees eten. Dat zou deze vegetariër wel willen, maar zo gaat dat niet. Het kabinet heeft als geheel wel een ambitie op de mat gelegd waarmee wij in de internationale context echt voor de dag kunnen komen. Als iedereen de Nederlandse voornemens zou navolgen, hebben wij binnen een dag een Kopenhagenakkoord waarmee wij de boel realiseren. Ik vraag niet om te stoppen met vechten, want hierover wordt helemaal niet gevochten. Er zijn vast dossiers waar dat wel gebeurt, maar niet op dit punt. Ik vraag om een gecoördineerde inzet van iedereen in dit kabinet om internationaal lobbywerk te verrichten, druk uit te oefenen, en alles maar dan ook alles te doen om ervoor te zorgen dat andere landen het Nederlandse voorbeeld gaan volgen. Dat is toch echt iets heel anders dan waar u het over hebt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): U kunt de meest voor de hand liggende oplossing wel ridiculiseren en afdoen met dat morgen niet iedereen gaat stoppen met het eten van vlees, maar ik heb dat niet verzonnen. Klimaatwetenschappers zeggen: als je de vleesconsumptie kunt aanpakken, zijn de kosten van het in de hand houden van de klimaatverandering met 50% tot 70% gereduceerd. Dat zou een voorstel kunnen zijn waarin andere landen zich kunnen vinden, want als er iets in de weg zit, is het wel geld. U bent niet bereid om zulke voorstellen binnen het kabinet te bevechten.

De heer Samsom (PvdA): U suggereert dat hierover binnen het kabinet wordt gevochten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat zou ik heel graag willen.

De heer Samsom (PvdA): Ik wil u geen desillusie aanpraten, maar het gehele kabinet is het gewoon niet met u eens. Dat kan ook in een democratie. Dan moet u niet doen alsof men het onderling in het kabinet niet met elkaar eens is. Ik ken dat spel, het is een goed gezelschapsspel en het werkt ook heel vaak, maar in dit geval is het gewoon niet waar. U wilt een maatregel waar zelfs GroenLinks het niet mee eens is. U wilt iedereen morgen vegetariër laten worden. Nogmaals, ik zou graag willen dat het gebeurde, maar ik ga er niet als politicus voor pleiten.

De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren die vijf minuten spreektijd heeft.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Vijf minuten voor de twee grootste duurzaamheidsproblemen van onze tijd, klimaat en biodiversiteit. Laten wij maar kijken of we er wat van kunnen maken. Ik vind het gerommel in de marge wat het kabinet hier levert. De ambitie is prachtig op papier gezet, er zijn pastelkleurige vergezichten geschilderd, maar actie, ho maar. De wijze waarop wij hier in het Westen leven, is onhoudbaar. Dat weten wij intussen allemaal. Wij consumeren meer dan wij hebben. Ieder jaar hebben wij in september de hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen al opgesoupeerd waar wij het hele jaar mee hadden moeten doen. Denk dan niet dat wij de rest van het jaar, die drie maanden honger lijden. Nee, dat gaat ten koste van mensen aan de andere kant van de wereld in kwetsbare gebieden, zowel wat betreft het natuurlijk kapitaal dat we van ze afpikken, als wat betreft de klimaatverandering die als gevolg van onze consumptie hun als eerste en het hardste gaat raken. Wat moet je dan doen? Kunnen we pleisters blijven plakken? Gaan we wat van de industrie, de landbouw en een aantal andere zaken die schade veroorzaken afschaven en gaan wij wat verduurzamingsstapjes zetten, in de veronderstelling dat wanneer wij dat laagje voor laagje doen, wij er wel komen? Ik denk het niet, en volgens mij ben ik daar niet de enige in. Wij moeten een verandering bewerkstelligen in onze leefstijl omdat wij het anders niet gaan trekken met z'n allen. De hypotheek die wij leggen op onze toekomst is ethisch gewoon niet te rechtvaardigen.
Het kabinet gaat echter vooral door op de oude voet. Niets veranderen aan de bron, niets veranderen aan onze onhoudbare leefstijl. Alleen een paar uitwassen proberen wat minder schadelijk te maken. Pleisters plakken terwijl we zouden moeten ophouden met het aanrichten van die schade. De doelen die gesteld zijn, worden niet gehaald, zowel niet voor het klimaat als niet voor de biodiversiteit, terwijl beide ook nog eens nauw samenhangen. Het irriteert mij buitengewoon dat dit kabinet koketteert met zijn activiteiten rondom Natura 2000, en met zijn inspanningen rond de verduurzaming van de visserij en de zogenaamde verduurzaming van de sojaketen. Het stelt allemaal niks voor. Wij weten dat de minister van Landbouw helemaal geen zin heeft om die Natura 2000-gebieden te beschermen. Sterker nog, ze laat zich door haar eigen wensen maar ook door de Kamer ertoe verleiden om te kijken hoeveel rek en ruimte er nog zit in de natuurbeschermingswetgeving om de schadelijke activiteiten van landbouwbedrijven in de buurt van natuurgebieden toch nog even langer toe te staan. De inspanningen van de visserij? Kom nou toch, de Algemene Rekenkamer heeft daar gehakt van gemaakt. Dat zet geen zoden aan de dijk. Als de zeeën leeg zijn, hebben mensen aan de andere kant van de wereld niets meer te eten. Richting de PVV kan ik zeggen dat dit grote migratiestromen richting Europa oplevert. De RTRS, de Ronde Tafel voor verduurzaming van soja, waarover wij hopelijk nog komen te spreken met het kabinet, zet geen zoden aan de dijk waar het gaat om de aanpak van de bebossing. Waarom doet het kabinet daar zo stoer over? Het helpt allemaal niks. Verder noem ik de taskforce die de minister heeft ingesteld en die gaat onderzoeken hoe de teruggang in biodiversiteit een halt kan worden toegeroepen.
Deze taskforce gaat kijken of er misschien afspraken te maken zijn met het bedrijfsleven over het sparen van biodiversiteit in 2011. Waar is de verantwoordelijkheid van dit kabinet? Wij moeten toch een halt toeroepen aan de biodiversiteit? Dat was nota bene een Europese oproep.
De biobrandstoffen. Het kabinet zegt dat er veel wordt gedaan. Een van de voorbeelden die het geeft is dat het samenwerkingsverbanden is gestart met Brazilië, Indonesië en Maleisië om biobrandstoffen te verduurzamen. De mensenrechten worden geschonden. Het is een directe concurrentie van de voedselproductie. Hoezo: wij gaan kijken hoe wij het kunnen verduurzamen? Wij moeten er niet aan beginnen. De Monitor Duurzaam Nederland -- het was intussen half mijn bijbeltje geworden -- gaan wij nog eventjes voorleggen aan de SER. Concrete uitwerkingen van dit kabinet laten dus weer op zich wachten.
Gezien de beperkte spreektijd die mij is toebedeeld, wil ik overgaan naar het stellen van een aantal concrete vragen. Ik heb de minister van VROM vragen gesteld over de mogelijkheid om natuurlijke hulpbronnen te quoteren. Dat is een prachtig idee van een kersverse hoogleraar milieurecht hier in Nederland. De minister heeft hierop geantwoord dat het geen nieuw idee is en dat er al eerder onderzoeken naar zijn gedaan. Het lijkt mij nou zo mooi als het kabinet die eerdere onderzoeken eens van een update voorziet en bekijkt welke mogelijkheden er zijn om kostbare natuurlijke hulpbronnen verder te quoteren. Daarbij zouden wij verder moeten gaan dan alleen maar de visquota. Deze zijn overigens niet streng, want onderhandelingen daarover zijn altijd weer mogelijk. Graag hoor ik een reactie op dit punt.
Over de vleesconsumptie heb ik mijn ongenoegen al geuit. Er komt een Monitor Duurzaam Nederland uit, waarin het kabinet klip en klaar wordt gewezen op de prachtige mogelijkheden die er zijn als wij de vleesconsumptie weten te verminderen. Dat levert ontzettend grote voordelen op, voor het klimaat, voor biodiversiteit en, last but not least, voor de kosten. Wij kunnen daarmee 50% van het budget besparen. Het enige wat wij de minister van VROM horen zeggen, is dat zij mensen natuurlijk niet gaat verplichten om het vlees te laten staan. Dat is ook helemaal niet wat het planbureau heeft geadviseerd. Waarom verzint de milieuminister net als de CDA-collega's trucjes om een volstrekt legitieme discussie op voorhand te ridiculiseren? Waarom moeten wij wachten en genoegen nemen met dit soort schetsjes in de brief: wij hebben een maatschappelijke dialoog opgestart over hoe het zou moeten en dit zijn de problemen die wij daarbij tegenkomen? Volgens mij zijn er bredere en daadkrachtiger maatregelen te nemen.
Op de vleesconsumptie komen wij nog terug in de discussie met de minister van Landbouw.
Het Worldwatch Institute roept ertoe op om vooral de landbouw en het landmanagement een prominente rol te geven in het klimaatbeleid. Inderdaad, vleesconsumptie is een van de onderdelen daarvan, maar dit instituut heeft nog vier andere strategieën. Een ervan is het behoud van natuurgebieden, omdat de biodiversiteit een enorm belangrijke rol speelt in het klimaatbeleid. Graag hoor ik op dit punt een reactie van het kabinet.

Minister Verburg: Mevrouw Ouwehand heeft een heel verhaal gehouden over de landbouw en het belang van vlees. U komt daar wel vaker mee, mevrouw Ouwehand. Mag ik het eens zo duiden dat het belangrijk is dat wij de productie en consumptie, overigens niet alleen van dierlijke, maar ook van plantaardige eiwitten, verder verduurzamen? Ik heb u al eerder gezegd dat wij dat in kabinetsverband eveneens belangrijk vinden. Wij zijn voluit bezig met een programma dat moet leiden tot verduurzaming en tot duurzame alternatieven. Binnenkort kom ik met een nota over duurzaam voedsel. Dan ga ik daar verder op in.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Mijn vraag hierover betrof beide ministers. Ik had in de krant al gelezen dat minister Cramer heeft gezegd dat zij zeker niet van plan was, mensen te verplichten om geen vlees meer te eten. Ik heb al gezegd en herhaal hier dat ik dat een onnodige ridiculisering vind, want er zijn allerlei instrumenten. Mijn vraag is waarom het zo lang moet duren. Waarom moet er een maatschappelijke dialoog komen, terwijl het kabinet allerlei instrumenten ter beschikking heeft om gewoon op te treden? Waarom moeten wij eerst aan de maatschappij vragen hoe zij benaderd wil worden, als wij ten aanzien van het roken, de gloeilampen en vaker fietsen in plaats van met de auto gaan, precies weten hoe wij dat zouden kunnen doen?

Minister Verburg: Doodgewoon omdat het kabinet ervoor heeft gekozen om op de vraag hoe mensen hun voedselpakket samenstellen, niet te zeggen: dit mag je wel en dat mag je niet. Dat gaan wij dus niet opleggen. Dat is een keuze die wij als kabinet hebben gemaakt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb het niet gehad over dit mag je wel en dat mag je niet. Volgens mij zijn zulke analyses ook allemaal niet nodig. Als mensen niet zoveel vertrouwen hebben in kippenvlees, dan komen er miljoenen om spotjes op de radio te laten horen waarin kip wordt aangeprezen als een heerlijk veelzijdig stukje vlees. Dus nogmaals, waarom is zo'n analyse nodig? Heeft het kabinet dan echt geen idee hoe het deze grote kans zou kunnen oppakken?

Minister Verburg: Voorzitter. Overigens is een stukje kip erg lekker. Het begint ook ongeveer tijd te worden, merk ik aan mijn maag. Misschien is dat bij u ook zo. Voor het overige onderschat mevrouw Ouwehand geloof ik het belang van een en ander, want het gaat natuurlijk helemaal niet om de consumptie in Nederland. Waar het uiteindelijk om gaat, is een antwoord op de vraag hoe wij ervoor zorgen dat wij de wereldbevolking voeden, vandaag, maar ook nog over 30 of 40 jaar. Als alles verloopt volgens de prognoses, dan hebben wij in 2050 wereldwijd negen miljard mensen te voeden. Dat willen wij graag op een duurzame manier doen, zodat wij de aarde niet uitputten en toch voor iedereen een voldoende breed voedselpakket hebben. Met daarin voedsel dat uit de eigen buurt komt en dat bereikbaar en betaalbaar is. Daar hebben wij onder meer de Millenniumdoelen voor uitgevonden. Dat is dus een grotere uitdaging dan mevrouw Ouwehand hier voorstelt en het is niet iets voor Nederland alleen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Zeker niet. De schets die de minister hier geeft, het feit dat wij negen miljard mensen te voeden hebben, is precies waarom de VN hebben gezegd dat het huidige vleesconsumptiepatroon niet houdbaar is. De minister had dus al lang kunnen weten wat zij wil doen. Er is hier sprake van één groot afleidingsmanoeuvre en van één grote uitstelstrategie.

Korte extra vragenronde in verband met het vertrek van de minister van LNV

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn laatste vraag aan de minister van LNV sluit aan bij de oproep van de heer Samsom. Hij wil het hele kabinet inzetten in de lobby voor een goed klimaatakkoord. Ik combineer deze oproep met mijn vraag over de plek van de landbouw binnen dat klimaatakkoord en de kansen die daarin zitten om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en met veel minder kosten een goed klimaatakkoord te kunnen sluiten. Is de minister van Landbouw bereid om gehoor te geven aan de oproep van de heer Samsom? Zo ja, gaan we dan ook de vleesvermindering en het landmanagement inbrengen in de te sluiten akkoorden?

Minister Verburg: Het antwoord op de eerste vraag luidt "ja", het antwoord op de tweede vraag "nee".

De voorzitter: We zijn toe aan het antwoord in eerste termijn van de minister van VROM, mevrouw Cramer.

Minister Cramer: Voorzitter. Nogmaals dank aan de Kamerleden voor hun inbreng in eerste termijn. Veel van de vragen gaan over het nationale en internationale klimaatbeleid en over het klimaatbeleid in relatie tot de economische crisis. Daarnaast is er een aantal vragen gesteld over het duurzaamheidbeleid in brede zin.

De monitor die door het PBL in samenwerking met ECN is opgesteld, laat heel duidelijk zien dat wij op koers zijn, maar dat het om die 2020-doelstellingen te halen op sommige thema's nodig is om er een tandje bij te zetten. Ik ben daar wel degelijk gevoelig voor. Wij moeten de doelstellingen voor 2020 scherper voor ogen houden. Wij moeten nu al acties voorbereiden om bij de evaluatie onmiddellijk in actie te kunnen komen. Het is wel degelijk noodzakelijk om te bezien wat wij aan extra instrumenten moeten inzetten. Wij hebben de komende tijd om ervoor te zorgen dat wij in 2010 niet met de handen over elkaar zitten en tegen elkaar zeggen: wat moeten wij doen? Nee, wij hebben ons huiswerk om te kunnen handelen dan al verricht.
De voorstellen die vanochtend zijn gedaan, zal ik daar zeker bij betrekken. De heer Samsom heeft een lijstje van negen punten meegegeven. Ook door anderen, bijvoorbeeld mevrouw Spies en mevrouw Wiegman, zijn voorstellen gedaan. Wij zullen ze allemaal in de voorbereiding meenemen. Per sector zullen wij nagaan welke zaken het meest kostenefficiënt en het meest doelmatig zijn om extra in te zetten als in 2010 blijkt dat wij in bepaalde sectoren de doelstellingen niet lijken te halen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik maak bezwaar tegen deze ietwat rooskleurige voorstelling van zaken. Vorige week hebben wij met vertegenwoordigers van het ECN gesproken. Hun analyses leiden tot drie conclusies:
- Schoon en Zuinig kan een flink effect hebben op broeikasgasemissies, energiebesparing en duurzame energie;
- Ook bij een maximale uitwerking worden met de voorgestelde instrumenten de doelen voor 2020 niet gehaald;
- Steviger beleid is nodig, maar dat vereist grote aan- en inspanningen van burgers, bedrijven en overheid.

Minister Cramer: Dat is een mooie samenvatting. Ik heb al aangegeven dat wij de doelen voor 2011 halen, zelfs als er geen economische crisis was geweest, en dat de doelen voor 2020 niet op alle fronten nu al geheel in zicht zijn. Om die reden zullen wij op al die verschillende terreinen ons huiswerk doen, opdat ik bij de evaluatie volgend jaar onmiddellijk kan reageren in de zin van een tandje erbij hier of daar. Dat is de hoofdlijn van het beleid in Nederland.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik erger mij hieraan. Het klinkt wollig. Hier en daar moet misschien nog wat worden gedaan. Volgens mij is dat geen juiste interpretatie van de conclusies van het ECN.

Minister Cramer: Er resteren nog een paar vragen ten aanzien van het bredere beleid op het gebied van duurzame ontwikkeling.
Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd om een update van de quotering van de milieugebruiksruimte, met name van het onderzoek op het gebied van quotering. Ik wil ook die graag van een positief antwoord voorzien en zeg dat dus toe. De Kamer ontvangt deze update na de zomer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ga nog even in op de ecologische voetafdruk en de initiatieven die er zouden zijn. Daar zit voor het kabinet geen enkele resultaatverplichting in. Ik noem een van die initiatieven: de ronde tafel voor zogenaamd verantwoorde soja. Nederland steekt daar geld in ten behoeve van een soort polderoverlegje om de sojaproductie te verduurzamen. Er is geen resultaatverplichting voor het kabinet. Nu blijkt dat de daar gesloten akkoorden geen zoden aan de dijk zetten. Waar staan wij dan? Mogen wij u ook ergens op afrekenen?

Minister Cramer: Mijn beoordeling van het proces van de RSPO is een andere dan de uwe. Daarmee eindigt al een deel van de vergelijking die u wilt trekken. Ik ben het niet met u eens: wij werken, ook in internationaal verband, wel degelijk aan allerlei initiatieven die een link leggen met de ecologische voetafdruk en duurzaamheid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het gaat om concrete, afrekenbare doelstellingen. Als de doelstellingen die u voor ogen hebt, heel anders zijn dan de doelstellingen die ik graag zou zien, zouden we ons daar nog bij kunnen neerleggen, maar nu is überhaupt niet duidelijk wat de doelstelling is, behalve dat we enkele initiatieven ontwikkelen. Ik vind dat je hier een concrete resultaatverplichting moet kunnen neerleggen. Over de ambities zouden we dan nog kunnen discussiëren, maar op een bepaald moment liggen die ambities er en dan weet de Kamer waaraan zij toe is.

Minister Cramer: In onze begrotingen staan allemaal resultaatverplichtingen op de gebieden waarover wij nu spreken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat geldt zeker niet voor de verduurzaming van deze ketens en de biodiversiteit. Op dat punt moet ik u corrigeren.

Minister Cramer: Dan verschillen wij van mening over wat er in de begrotingen staat. Kijkt u maar in de begrotingen van LNV, OS en van mij.
Hiermee heb ik alle vragen beantwoord.

De voorzitter: Na een korte schorsing houden we een tweede termijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik kan kort zijn. Ik heb er niet zo veel vertrouwen in dat het goed komt met die extra maatregelen. De minister heeft het over "wat huiswerk maken", terwijl de analyse van het ECN toch echt is dat er grote inspanningen nodig zijn van zowel burgers als bedrijven als overheid. Volgens mij is dan de woordkeus "huiswerk maken" en "een tandje erbij" onvoldoende. Ik zie het resultaat van dit huiswerk dus eigenlijk met angst en beven tegemoet.
Ik wil een motie indienen die ik slechts kort inleid naar aanleiding van de korte discussie met de heer Samsom. Volgens hem zou ik denken dat er zou worden gevochten in het kabinet. Dat denk ik helemaal niet, zeker niet als het gaat om landbouw, want het moge duidelijk zijn dat een coalitiepartner als de Partij van de Arbeid tegenover het zware CDA gewoon heeft gezegd: aan landbouw doen wij niets, en het is het ons niet waard om over landbouw een kabinetscrisis te veroorzaken. Niettemin vormt landbouw een steeds belangrijker onderdeel van de crises die ons teisteren, niet de kabinetscrisis, helaas, maar al die andere crises wel. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onderzoekers van het Worldwatch Institute en het International Food Policy Research Institute waarschuwen dat landbouw en landgebruik te weinig aandacht krijgen in de strijd tegen klimaatverandering, terwijl voedselproductie, bosbouw en ander landgebruik samen verantwoordelijk zijn voor 30% van alle broeikasgasemissies;

constaterende dat deze onderzoekers vijf landbouwthema's benoemen die een plaats zouden moeten krijgen in de klimaatonderhandelingen, waaronder het behoud van natuurlijke habitats en het inkrimpen van de veestapel;

overwegende dat het bereiken van een 2 gradenklimaatdoel significant goedkoper wordt wanneer wereldwijd een gezond, vleesarm dieet wordt geïmplementeerd, waarmee de kosten van klimaatbeleid met maar liefst 50% zouden dalen;

voorts overwegende dat het in 2050 te verwachten verlies aan biodiversiteit met een vijfde tot een derde deel kan worden voorkomen door een mondiale afname van vleesconsumptie;

van mening dat de goedkoopste manier om de klimaatverandering te beteugelen en biodiversiteit te behouden een belangrijke plaats zou moeten krijgen in de onderhandelingen over het klimaatakkoord;

verzoekt de regering, de genoemde landbouwthema's in te brengen in de klimaatonderhandelingen en zich in te zetten voor doelstellingen op het gebied van vleesvermindering, een krimp van de veestapel en het behoud van natuurlijke habitats in het te sluiten klimaatakkoord,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 84 (31209).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, het was nogal een college. Dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben vergeten om de minister te bedanken voor haar toezegging om onderzoek te doen naar de quotering van natuurlijke hulpbronnen. Dat vond ik het vermelden toch wel waard.