Bijdrage Partij voor de Dieren aan debat WTO en Non-trade concerns


16 juni 2009

Voorzitter,

135 jaar geleden kwam Samuel van Houten tot het inzicht kwam dat de markt geen ethiek kent en dat normatieve overwegingen op het punt van ethiek door de overheid moeten worden toegevoegd. Het kinderwetje van Van Houten bepaalde dat kinderen niet langer mochten werken in fabrieken. Kinderarbeid op het land bleef nog wel toegestaan, tot aan de leerplichtwet uit 1900.
Die wet werd overigens aangenomen door toedoen van een dier. Met 50 tegen 49 stemmen aangenomen, doordat een tegenstander van de wet –Schimmelpennimck door zijn paard was afgeworpen en niet kon stemmen. Het paard is verstandiger dan zijn meester zeiden voorstanders.

De argumenten tegen met name het kinderwetje van Van Houten hadden betrekking op wat we inmiddels gewend zijn te benoemen als level playing field, of wat in de vleessector het best kan worden aangeduid als level killing field.

Telkens wanneer in ons land verbeteringen bepleit worden op het gebied van dieren-, natuur- of milieuwetgeving, komen er twee tegenwerpingen. De eerste heeft betrekking op het level playing field: ons bedrijfsleven zou niet doelmatig kunnen concurreren met bedrijven uit andere landen wanneer hier niet tegen dezelfde voorwaarden geproduceerd zou kunnen worden als elders het geval is.
Ofwel: Als wij geen kinderen laten werken, doen ze het in India wel en hoe kunnen onze bedrijven dan concurreren met die in India.

Voorzitter, dit argument is inmiddels minstens 135 jaar over de datum zoals ik in mijn inleiding heb proberen aan te geven. We zijn allemaal blij dat kinderarbeid hier is afgeschaft en dat we als land daarin het voortouw hebben durven nemen of – belangrijker dan dat- hebben gekozen voor het nemen van onze eigen verantwoordelijkheid.

Een tweede bezwaar dat telkens aan de orde komt op het moment dat gesproken wordt over bescherming van onze markt tegen onethische producten, is dat de WTO afspraken zich daartegen zouden verzetten.
De WTO dus als hinderpaal voor het nemen van onze eigen verantwoordelijkheid of als alibi om onze verantwoordelijkheid niet te hoeven of zelfs te kunnen nemen.

En dat alles ingegeven door de gedachte dat we economie belangrijker hebben gemaakt dan ecologie en genoegen nemen met de gedachte dat het kostbaarste wat we hebben – schone lucht, schoon water, biodiversiteit, dierenwelzijn- straffeloos geofferd zou kunnen worden op het altaar van de economie. Juist in tijden van ernstige crisis zouden we ons moeten realiseren dat we een radicaal andere koers moeten gaan kiezen.
Geen pleisters plakken, maar oorzaken van problemen wegnemen.

En gelukkig lijkt het tij in die richting te keren. De EU heeft in april van dit jaar aangegeven dat dierenwelzijnseisen ook in de nontrade concerns van de WTO zouden moeten worden opgenomen, en naar onze mening zou een minister van het enige land ter wereld waar een Partij voor de Dieren in het parlement vertegenwoordigd is, zich daar ook heel hard voor moeten maken.
Ik mis echter een ambitieus plan van aanpak van dit kabinet maar het blijft steken in mooie woorden als ‘streven’, ‘aandringen’ en denkt vooral in onmogelijkheden. Nederland moet de voortrekker zijn en dat is ze niet. Ja, een paar mooie woorden op conferenties. Maar Nederland moet aan geven welke maatregelen zij zou willen nemen op dieronvriendelijke producten op haar markt te weren. Kan de minister aangeven of ze al gekeken heeft naar het border tax adjustments instrument. Graag een reactie.

Als Nederland zich hard maakt voor betere wetgeving op het gebied van fout hout, dan zal Nederland zeker ook het voortouw moeten bieden om levende wezens met gevoelens van angst en pijn te beschermen tegen de race naar de bodem van de vrije markt.
Niet alleen in het belang van die dieren overigens, maar ook in het belang van boerengezinnen, waarvan er nu wekelijks meer dan 50 zijn die zich genoodzaakt zien hun bedrijf te beëindigen omdat er letterlijk geen droog brood meer te verdienen is met marginale bulkproductie op de wereldmarkt.

De Tsjechische minister van Landbouw heeft namens het nieuwe voorzitterschap gezegd dat hij het komende half jaar wil inzetten op strengere Europese dierenwelzijnseisen, inclusief betere slachtregels.
Dierenwelzijn wint op dit moment zeer sterk aan aandacht, niet alleen binnen de EU, maar wereldwijd, zegt Eurocommissaris Vassiliou. En Michael Scannell, adviseur van de Europese Commissie heeft aangegeven dat formele erkenning van dierenwelzijnseisen binnen de WTO afspraken van cruciaal belang zijn om gelden binnen de VN en de Wereldbank vrij te krijgen om ontwikkelingslanden te helpen het niveau van dierenwelzijn op een hoger plan te brengen.
Ontwikkelingslanden zien non-trade concerns nogal eens als een vorm van verkapt protectionisme. Er moet dan ook bij het opstellen van non-trade concerns nagedacht worden over maatregelen die de extra investeringen in ontwikkelingslanden kunnen compenseren, zoals het bieden van een regionale structuurversterkingen om de eigen regionale markt te versterken en door Europese dumpsubsidies en handelsbarrières af te schaffen.

Het regeerakkoord zegt dat Nederland niet wil bijdragen aan (het vergroten van) problemen elders. Dus: non-trade concerns op belangrijke punten als dierenwelzijn, arbeidsomstandigheden, milieueisen maar ook met betrekking tot gentech en visvangsten zijn niet meer dan logisch.
Laten we de lat vooral niet te laag leggen voorzitter, want als we wegkijken van het onrecht dat nu direct of indirect door ons marktdenken veroorzaakt wordt, maken we onszelf medeschuldig aan dat onrecht. Dat kan en moet vermeden worden! En voorts zijn we van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie, dank u wel.