Bijdrage Partij voor de Dieren LNV Begroting 2009


10 december 2008

Behandeling LNV begroting 2009

Deel Landbouw (Marianne Thieme)
Voorzitter. De wereld is wakker geschud door de voedselcrisis, klimaatcrisis, biodiversiteitcrisis, watercrisis en de kredietcrisis. Dat wil zeggen, de wereld hád wakker geschud kúnnen zijn. Want het is bekend dat niets zo moeilijk is als iemand wakker schudden die net doet alsof hij slaapt. Het kabinet maakt met name op het LNV dossier sterk de indruk niet van zins te zijn wakker geschud te worden. De minister verkeert nog duidelijk in de ontkenningsfase waar het gaat om de zeer negatieve impact van de veehouderij op tal van crises die de wereld raken.

Al deze crises zijn veroorzaakt door de hebzucht van de westerse mens. In de drang naar meer, hebben wij verzaakt de zorg voor onze natuurlijke leefomgeving, de medemens en de dieren op ons te nemen. De mens is de enige soort die doelbewust zijn eigen leefomgeving vernietigt. We putten de natuurlijke rijkdom liever op korte termijn uit, dan dat wij dit onvervangbare kapitaal sparen voor anderen en voor toekomstige generaties. We maken kleingeld van het meest waardevolle waarover we beschikken.

De grote gevolgen van de crises worden steeds zichtbaarder. De Verenigde Naties waarschuwen dat volgend jaar meer dan 1 miljard mensen elke avond met honger naar bed gaan, terwijl in het westen meer dan een miljard mensen lijden aan ernstig overgewicht. De millenniumdoelen zijn verder weg dan ooit. De vernietiging van biodiversiteit en het uitsterven van dieren en planten gaat in razend tempo door. Ruim 25% van alle zoogdiersoorten wordt met uitsterven bedreigd. Nederland heeft de twijfelachtige eer in Europa het centrum te zijn van de handel in bedreigde diersoorten. En door de voortdurende kap van het tropisch regenwoud zal het aantal bedreigde diersoorten alleen nog maar verder stijgen. Het Wereldnatuurfonds becijferde onlangs dat we twee aardbollen nodig hebben als elke wereldburger zou consumeren zoals wij, Nederlanders. We nemen daarmee letterlijk een hypotheek op de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen.

Terwijl de wereld in brand staat lijkt de grootste zorg van dit kabinet de kredietcrisis te zijn. En de oplossing die dit kabinet aandraagt voor de kredietcrisis bestaat vooral uit een oproep om méér te consumeren. Bewindslieden verdringen zich voor de camera om zich te profileren als redder van ons spaargeld. Voor het opruimen van de scherven van de graaicultuur in de financiële sector is plotseling ruim 20 miljard euro beschikbaar. Het blijft echter oorverdovend stil onder de bewindslieden als we praten over de aanpak van die andere crises in de wereld. Maatregelen voor een beter klimaat, een schoon milieu en een robuuste natuur moeten namelijk strijden voor elke euro belastinggeld. En de eerstverantwoordelijk minister gaat onderwijl als een marskramer de wereld rond om anderen te “verleiden” – om met haar woorden te spreken- om minstens net zoveel te consumeren als wij.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren is nog maar een kleine partij. We komen net kijken. Wij kunnen onze vinger opsteken, of onze vinger op de zere plek leggen. Maar het is zoals collega Waalkens al eens opmerkte: de Partij voor de Dieren bepaalt inmiddels de agenda als het gaat om dierenwelzijn, maar het zijn de coalitiepartijen die de uitkomst van het debat bepalen. Dat, voorzitter, legt een zware verantwoordelijkheid bij die coalitiepartijen en andere partijen die hun kiezers beloofden op te komen voor de rechten en het welzijn van dieren. Ik kom daar nog op terug.

Maar telkens wanneer de vinger op de zere plek wordt gelegd in het beleid van deze minister, is haar voornaamste reactie er één van:

negeren, frustreren, vertragen en blokkeren.

En het gaat niet alleen om de zere plekken in het beleid van deze minister.

Deze minister frustreert ook het duurzaamheidsbeleid van het hele kabinet. Wanneer collega-ministers op VROM en ontwikkelingssamenwerking pleiten voor een vermindering van de vleesconsumptie; zorgt de landbouwminister ervoor dat voor elke kilo vlees die in Nederland minder geconsumeerd wordt, minstens 3 kilo méér vlees geconsumeerd wordt in China. Elke voorzichtige stap van dit kabinet in de richting van mededogen en duurzaamheid wordt door deze minister afgestraft met drie stappen de verkeerde kant uit ter kennelijke compensatie.

Ik zal dit nader toelichten.

Wie geen zin heeft de wensen van de Kamer te respecteren, kan zich maar beter niet aanmelden voor een ministerspost. Minister Verburg lijkt echter volledig andere opvattingen te hebben over de verhouding tussen Kamer en kabinet. De minister negeert keer op keer de wens van de Kamer om duurzaamheid en dierenwelzijn een prominentere plek te geven in het beleid. Zij legt moties stelselmatig naast zich neer. Ik heb hier eens een overzicht van gemaakt. Overigens niet uitputtend, daarvoor zou mijn spreektijd niet toereikend zijn. Hoewel we daar niet op bezuinigd hebben ;-).

Toen de Kamer zich uitsprak tegen de drukjacht, gaf de minister toestemming voor het afschieten van ruim 5.000 wilde zwijnen. Terwijl wetenschappelijk onderzoek aangeeft dat afschieten alleen maar zorgt voor meer zwijnen en een onnatuurlijke populatiedynamiek. En toen ze tegen de wens van de Kamer in de drukjacht toestond werd ze door de rechter tot twee keer toe door de rechter teruggefloten.

Toen de Kamer een einde wenste aan de kooihuisvesting voor kippen, kwam de minister met een kooi met een behangetje. Koloniehuisvesting noemt ze dat, maar de minister bedoelt eigenlijk dat zij kippen weer jarenlang heeft veroordeeld tot strafkolonies.

Toen de Kamer besloot geen import van soja meer toe te willen staan die gepaard gaat met natuurvernietiging en slavernij, toonde de minister zich oostindisch doof. Wanhopige boeren worden van hun land verdreven. En miljoenen hectaren regenwoud zijn inmiddels gekapt door multinationals die veevoer verbouwen voor onze westerse veestapel. Maar de minister vindt dat het bedrijfsleven het zelf maar moet oplossen; samen met wat maatschappelijke organisaties. Terwijl iedereen toch weet – zeker met de aanhoudende kredietcrisis – dat de markt geen ethiek kent. Er ligt voldoende gecertificeerde soja op de plank om aan de Nederlandse vraag te voldoen en er is een aangenomen motie die daarom vraagt. Zo moeilijk hoeft het toch niet te zijn?

Voorzitter. De minister maakt er niet alleen een gewoonte van om aangenomen moties naast zich neer te leggen, maar stelt ook regelmatig dat ze die niet kan uitvoeren. Zonder dat ze zich de moeite getroost om zich daar ook maar enigszins voor in te spannen. Denken in onmogelijkheden heet dat, voorzitter.

Zo komt er, tegen de wens van de Kamer, geen verplicht cameratoezicht op veemarkten. En wordt het couperen van paardenstaarten niet aangepakt.

En de minister vond het, ondanks uitdrukkelijk verzoek van de Kamer, niet nodig om de juridische mogelijkheden te onderzoeken om een einde te maken aan de import van foie gras waarvoor ganzen het gruwelijke dwangvoederen ondergaan.

De motie om een pas op de plaats te maken met de toelating van genetisch gemanipuleerde gewassen, werd niet eens écht in overweging genomen. De minister vaart ook daarin nietsontziend haar eigen koers. Ondanks dat de Kamer haar waarschuwt voor de klippen die aan de horizon opdoemen. Genetisch gemanipuleerde gewassen zíjn niet veilig en horen hier niet thuis. De lange termijn risico’s zijn niet in kaart gebracht en bovendien worden boeren afhankelijk gemaakt van enkele multinationals als Monsanto en Syngenta.

De grote vraag is natuurlijk waarom de minister de vleesindustrie wil paaien met het toelaten van deze veevoergewassen. Waarom dient zij wel hun kortetermijn- belangen en niet de belangen van de biologische landbouw die enorme risico’s loopt op besmetting? En waarom presenteert zij zich als een slachtoffer van Europa? Zij is toch uiteindelijk één van de grootste aanstichters van het onduurzame GMO beleid van de Europese Unie?

Voorzitter, mijn rijtje van niet uitgevoerde moties is niet limitatief. Een minister mag van mij best een beetje eigenwijs zijn, maar de Kamer dient te worden gerespecteerd. Deze minister doet het anders: Ze zet gewoon haar oogkleppen wat strakker, ze doet haar oordoppen in en gaat het parlement en de sector voor op een doodlopende weg.

De minister staat in dat opzicht volkomen buiten de werkelijkheid. Ik ben ervan overtuigd dat de dossiers landbouw, natuur en voedselkwaliteit niet onder een ministerie moeten vallen. Te vaak blijkt dat de gevestigde landbouwbelangen altijd prevaleren boven het beschermen van natuurwaarden en een betere kwaliteit van voedsel heeft geen bestaansrecht.

Maar het is niet alleen de minister die kamermeerderheden negeert. Ze krijgt ook steeds de kans vanuit de coalitie om de moties ondersteund door coalitiepartijen PvdA en ChristenUnie naast zich neer te leggen. Of de uitvoering daarvan te frustreren. Landbouw, natuur en voedselkwaliteit is voor deze coalitiepartijen kennelijk geen breekpunt. De PvdA en de ChristenUnie lijken het ministerie van LNV te zien als een portefeuille van ‘spek & bonen’, niet iets om een coalitie op te laten struikelen.

De coalitie wordt overschaduwd door het CDA, die dit ministerie beschouwt als het ministerie van melk en honing, met de nadruk op melk. Kiezersbedrog lijkt minder zwaar te wegen dan onvoorwaardelijke steun aan het kabinetsbeleid, ook als dat strijdig is aan de verkiezingsprogramma’s van twee van de drie coalitiepartijen.

Hoe gaat de ChristenUnie aan haar achterban uitleggen dat zij nu ineens wel instemt met de huisvesting van kippen in kooien (kleingruppenhaltung), terwijl in hun verkiezingsprogramma staat dat de overheid huisvesting van pluimvee in scharrel-, veranda en uitloopsystemen dient te stimuleren?

En hoe kan de PvdA naar haar kiezers verantwoorden dat tegen haar verkiezingsbeloften in dieren in natuurgebieden vogelvrij zijn verklaard en afgeschoten mogen worden voor de lol van plezierjagers, zonder enig redelijk doel? En hoe kunnen ze instemmen met het groeiende aantal diertransporten naar de uithoeken van Europa; terwijl zowel de PvdA als de ChristenUnie naar hun kiezers de wens hebben geuit deze te willen verkorten of alleen als uitzondering toe te staan?

Voorzitter. Ik zei het al. We hebben hier overduidelijk te maken met georganiseerd kiezersbedrog. Maar niet alleen dat. Ook de CDA minister heeft verschillende gezichten. Zo huilde zij onlangs krokodillentranen omdat zij niet kan verhinderen dat duizenden levende varkens op transport naar Russische slachthuizen zullen worden gezet om daar direct te worden gedood. Wat zij er niet bij vertelde is dat zij zelf, als Kamerlid, heeft ingestemd met het amendement van CDA-er Ormel dat strengere nationale eisen voor de transportrichtlijn verbiedt. Ik ben blij dat ze dat achteraf niet gewild lijkt te hebben en wil de minister graag tegemoet komen. Ik ben voornemens een motie in te dienen om deze fout recht te zetten. En ik reken in ieder geval op de steun van de PvdA en ChristenUnie; gezien hun vorige stemgedrag.

Voorzitter. Ik zei al, de landbouwportefeuille is voor veel fracties een portefeuille van spek en bonen. Geen van de coalitiepartijen heeft het lef het CDA tegen te spreken als puntje bij paaltje komt. Nog niet tenminste, want Abraham Lincoln wist al: "You can fool all the people some of the time, and some of the people all the time, but you cannot fool all the people all the time." Een kwestie van tijd dus.
Voorzitter. Kijk naar het verbod op de nertsenfokkerij. De ChristenUnie en het CDA zien dat niet binnen 10 jaar gerealiseerd. En de goudgerande saneringsregeling van 536 miljoen Euro is hen te kostbaar. Ondertussen wordt door dezelfde partijen wél zonder blikken of blozen de paddosector om zeep geholpen. Waarbij een overgangsregeling niet eens wordt besproken.
Deze coalitie meet met twee maten. Voor mij is het onbegrijpelijk dat de politiek met dergelijke hypocrisie denkt te blijven wegkomen, in een land waar de burgers de bontfokkerij in overgrote meerderheid afwijzen en tolerant willen staan ten opzichte van een vrije keuze op het gebied van softdrugs.
Voorzitter. De minister legt moties naast zich neer en gaat ogenschijnlijk onverstoorbaar haar gang met het negeren van de wensen van de Kamer. En de coalitiepartners van de PvdA en ChristenUnie gedragen zich als tandenloze tijgers die verzaken de minister ter verantwoording te roepen.

Ondertussen voert de minister ook binnen haar eigen departement een tegenstrijdig beleid. Zo worden natuurwaarden zonder pardon opgeofferd aan de landbouwbelangen. En worden beschermde wilde dieren, zoals wilde zwijnen, reeën en herten keer op keer vogelvrij verklaard. Ondertussen worden wel miljoenen euro’s belastinggeld weggegooid aan pseudomaatregelen voor de bescherming van leefgebieden.

De minister stelt jaarlijks miljoenen euro’s beschikbaar voor het instellen van foerageergebieden om ganzen weg te houden van landbouwgronden. Maar plezierjacht op hazen, konijnen, fazanten, eenden en duiven is in deze foerageergebieden gewoon toegestaan. Juist in gebieden waar ganzen worden geacht te grazen, te rusten en te leven hebben ze dus grote kans door het geknal van jachtgeweren opgejaagd te worden. Geen wonder dat ze zich buiten die gebieden begeven. Hoe kan deze tegenstrijdigheid in het eigen beleid worden uitgelegd aan de belastingbetaler?

Een ander voorbeeld van zwalkend beleid is dat rondom natuur- en milieueducatie voor kinderen. De minister neemt de moeite om kinderboerderijen een educatieve functie toe te dichten. Zij vindt het belangrijk te laten zien hoe op respectvolle wijze moet worden omgegaan met dieren. Ik juich dát toe: hoe eerder je begint, hoe beter.

Maar wat ik niet begrijp is dat konijnen, maar ook andere dieren op menig kinderboerderij worden gehuisvest in hokken die voor hen totaal niet geschikt zijn. Wat leer je de kinderen dan? Waarom stelt de minister geen voorwaarden aan de verzorging van dieren en hun huisvesting op deze kinderboerderijen? Het is toch op zijn minst merkwaardig te noemen dat zij miljoenen euro’s subsidie geeft aan het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG). Bedoeld om mensen bewust te maken hoe dieren moeten worden gehouden. Maar zij verzaakt vervolgens deze informatie zelf te vertalen naar de praktijk op kinderboerderijen.

Bovendien is de minister wel druk doende met het voorlichten van mensen over het houden van dieren, maar bekommert zij zich niet over de afgedankte dieren. Daardoor zijn de honderden opvangcentra in ons land overgeleverd aan de goedheid van particulieren die zich opwerpen om dit probleem wèl aan te pakken. Dat is het afschuiven van verantwoordelijkheden. Mensen en dieren worden in de kou gezet als er geïnvesteerd moet worden in renovatie, als er een ziekte uitbreekt, of wanneer gemeentebeleid onze zorgplicht voor dieren belemmert.

We hebben het gisteren en vandaag al uitgebreid gehad over het Dierenthuis in Aarle-Rixtel. Dat huisvest negenhonderd dieren uit alle delen van het land en kan volgende week al gesloten worden. Ik roep de minister op om actief mee te zoeken naar een oplossing voor de zieke en oude dieren die nu de kerst op straat dreigen te door te brengen. Of zelfs het nieuwe jaar niet zullen halen bij gebrek aan landelijk beleid.


Voorzitter. De inconsistentie in het beleid van de minister is ook zichtbaar in haar lobby in Brussel. Zo heeft zij op eigen houtje, tegen het advies van het Planbureau voor de Leefomgeving, de Algemene Rekenkamer en het Centrum voor Landbouw en Milieu, stug doorgelobbyd voor de maximale uitbreiding van het melkquotum. En nu mag Nederland dus meer melk produceren. Met alle negatieve effecten voor broeikasgasuitstoot, ammoniakuitstoot en dierenwelzijn van dien. Maar vervolgens wordt 1 januari ook een ruimhartige opslagsubsidie verstrekt omdat er teveel boter is geproduceerd. Deze minister heeft dus letterlijk boter op het hoofd….

Voorzitter, om nog even terug te komen op die genetisch gemanipuleerde producten. Een grote hoeveelheid hiervan is nu al in de supermarkt te vinden, alleen weten consumenten dat nog niet. De minister laat in elk interview weten dat zij burgers vooral wil aanspreken in hun rol als consument. Dat zij goede en eerlijke informatie moeten ontvangen over hoe producten tot stand zijn gekomen. Maar dan moet de minister zelf ook vooral eerlijk zijn. Want als het gaat om gentechproducten baseert zij haar standpunt op een dubieus rapport dat concludeert dat ‘het geen probleem hoeft te zijn dat gentechproducten niet te herkennen zijn omdat mensen deze producten niet opzettelijk mijden’. Een schande om burgers gentech letterlijk door de strot te duwen, zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Onder het mom dat de burgers dat graag zouden slikken.
Is de minister soms bang dat als burgers eindelijk meer inzicht krijgen in de misstanden, risico’s en effecten van hun koopgedrag, zij haar plannen om gentechgewassen in te voeren, megastallen te bouwen en fout vlees te promoten niet langer ongemoeid zal kunnen uitvoeren?

Hoe gaat de minister eigenlijk om met het ínformeren van de consument in de aanstaande Nota Voedsel en Consument? Kunnen we weer dezelfde communicatieve hoogstandjes verwachten als de nietszeggende slogan ‘een kip kan niet kiezen, jij wel?’. Of wordt het een echt eerlijke informatiecampagne. ‘De snavel van deze kip is gekapt, haar broertje is vergast, en ze woont in een kooi waar een a-viertje niet in past’.

Voorzitter. Ik heb het al gehad over de crises die de wereld teisteren. De voedselcrisis, de klimaatcrisis,de biodiversiteitcrisis en de watercrisis vragen om een aanpak die departementen overstijgt. In de kabinetsbrede aanpak duurzame ontwikkeling zie ik deze ambitie terug in een mooie visie.

Maar als het gaat om de concrete uitvoeringsplannen zie ik een heel andere tendens. De uitvoering van het duurzaamheidsbeleid wordt als een hete aardappel van minister naar minister doorgeschoven. Niemand lijkt zijn vingers te willen branden aan de dringende noodzaak tot een breuk met ons huidige hebzuchtbevorderingsbeleid. Klimaat, milieu, natuur en dierenwelzijn zijn de sluitposten van de begroting van 2009.

Respect voor het leven van mens, dier en natuur is het leidende beginsel van dit kabinet; zo staat in het beleidsprogramma. Maar hoe lang kan de regering deze Windowdressing blijven goedpraten terwijl de natuur in erbarmelijke omstandigheden verkeert, natuurdoelstellingen keer op keer niet worden gehaald en 500 miljoen dieren sterven na een kort en ellendig leven. Waaruit blijkt “respect voor het leven van dieren”?

Gelukkig zie ik dat de wereld buiten de Haagse stolp wat voortvarender aan de slag gaat met de uitdagingen waar we nu voor staan. Steeds meer wetenschappers en praktijkdeskundigen geven aan dat we ons huidig consumptiepatroon aan zullen moeten passen om de crises het hoofd te bieden.

Vorig jaar hield ik in dit huis al een pleidooi over het zware beslag dat de westerse consumptie van dierlijke eiwitten legt op onze natuurlijke hulpbronnen en de voedselvoorraad. En daarbij ook een grote veroorzaker is van de uitstoot van broeikasgassen. Maar liefst tachtig procent van het landbouwareaal wordt ingezet voor de veehouderij, veertig procent van de wereldgraanoogst wordt eerst aan dieren gevoerd voordat een klein deel van deze nuttige eiwitten op het bord belanden in de vorm van vlees, zuivel of eieren. Voor soja is dat zelfs 70% van de wereldoogst!

Voorzitter. De wereldproblemen liggen dus vooral op ons bord. En mijn pleidooi - dat minder vlees en kaas eten loont - wordt inmiddels bevestigd door een groeiend aantal onderzoekers en wetenschappelijke instituten . Zoals Nobelprijswinnaar Pachauri van het IPCC. Milieuminister Cramer heeft zelfs op ons verzoek een onderzoek laten uitvoeren naar de milieueffecten van eiwitconsumptie dat onlangs is verschenen. En ook deze onderzoekers concludeerden dat het vervangen van vlees, zuivel en vleeswaren door plantaardige alternatieven zoals lupine en andere peulvruchten grote winst oplevert. Niet alleen voor de uitstoot van broeikasgassen, maar ook voor het landgebruik en het waterverbruik.

Inmiddels zijn enkele bewindslieden enigszins wakker geschud en maken zij voorzichtige stappen om onze consumptie te verduurzamen. In de kabinetsbrede aanpak duurzame ontwikkeling verwierf het verduurzamen van de eiwitproductie zelfs een prominente plek. De begroting van VROM voor 2009 erkent dat het eten van minder dierlijke eiwitten een belangrijke bijdrage kan leveren aan de vermindering van de broeikasgasemissies.

De grote spelbreker in het verduurzamen van de eiwitconsumptie en productie blijft de minister van landbouw die hardnekkig de feiten blijft ontkennen en verdraaien. Zoals dat kaas milieu-onvriendelijker is dan kip. Dat mag zo zijn, maar niet wij roepen op tot kaas eten, dat doet de minister! Zelfs het stimuleren van een vleesvrije dag in de week gaat er bij de minister niet in. Ik citeer: "Ik stimuleer graag de consumptie van gezond voedsel. Maar ik ben niet de minister van betutteling, eerder van verleiding." (einde citaat)

Dus waar het publiek jaren geleden al werd opgewekt tot milieuvriendelijker gedrag met campagnes als “de auto kan best een dagje zonder u”, zou een campagne voor een vleesvrije dag per week opeens betutteling zijn? Binnenkort is er geen gloeilamp meer te koop, omdat dat beter is voor het milieu. Maar als we consumenten willen vragen minder te consumeren van het meest vervuilende onderdeel van ons voedselpakket, geeft de minister niet thuis. Het is dus nog maar de vraag of we zonder betutteling ooit de vele crises die de wereld teisteren kunnen oplossen.

Wat voor verleiding bedoelt de minister eigenlijk? Kip, het meest veelzijdige stukje vlees? Met welk doel eigenlijk?

Want laat deze minister nou, toevallig of niet, net degene zijn die als trekker van de verduurzamingsslag van dit kabinet is aangewezen. Als een marketingmanager voor de vleesindustrie reist zij de wereld af om producten uit de bio-industrie aan de man te brengen. Zo vloog de minister onlangs naar China om daar Nederlandse varkensresten, die we zelf niet lusten, aan de man te brengen. Dat varkensvlees uit de bio-industrie mede verantwoordelijk is voor de kap van het tropisch regenwoud, armoede in ontwikkelingslanden, mestoverschotten en de grootschalige vervuiling van bodem, water en lucht kan de minister blijkbaar niet deren.

Maar de reis ging niet alleen naar China. In Zuid Afrika lobbyden hoge ambtenaren van haar ministerie samen met de grootste kalverslachter van Nederland voor de afzet van blank kalfsvlees. Dierenleed en klimaatschade als exportproduct van de Nederlandse bio-industrie.

Voorzitter. Het is duidelijk dat de economische belangen van de grote vlees- en zuivelproducenten voor deze minister leidend zijn. De vraag vanuit de samenleving naar een duurzame toekomst wordt door haar niet serieus genomen.

Door de op milieugebied aantoonbaar minst adequate bewindspersoon aanvoerder te maken van het meest uitdagende dossier - namelijk het redden van de aarde - laat het kabinet zien verduurzaming niet serieus te willen nemen.

Voorzitter. De minister negeert de wens van de Kamer door moties niet uit te voeren, zij voert een inconsistent beleid op haar eigen departement en is de spelbreker in het verduurzamingsbeleid van de regering. Maar er zijn meer redenen om de minister nalatigheid te verwijten.

Zo hebben we bijvoorbeeld nog niet gesproken over de wijze waarop zij omgaat met de controlerende functie van de Kamer. Rapporten worden achtergehouden of te laat verstuurd.

Het belastende VWA rapport bleef maar liefst een jaar in de la liggen en het rapport naar de effecten van melkquotumverruiming werd “toevallig” pas een week na het laatste debat daarover naar de Kamer gestuurd. Terwijl het rapport al weken eerder gereed was.

Ook vragen vanuit de Kamer worden steevast niet of nauwelijks beantwoord. Zo zijn de antwoorden bij de feitelijke vragenronde verworden tot een ontduikingsmanoeuvre om eigen inconsistenties en gebrek aan ambitie niet te hoeven prijsgeven. Uit betrouwbare bronnen weten we dat LNV ambtenaren in hun functioneringsgesprek zelfs wordt opgedragen zoveel mogelijk nietszeggende antwoorden op onze Kamervragen te schrijven. Sabotage, u kent de herkomst van het woord, klompen in de machine van het democratisch proces.

Ik beschouw deze gang van zaken niet alleen als onvoldoende respect voor het werk en de controlerende taak van de Kamer, maar ook als een miskenning voor de verantwoordelijkheid die het ministerie heeft voor het waarborgen van dierenwelzijn en het bevorderen van een duurzame landbouw. Dit ministerie heeft wat ons betreft geen bestaansrecht in een tijd dat ze duurzaamheid bestrijdt in plaats van bevordert.

Voorzitter. In het regeerakkoord is voor het eerst het woord dierenwelzijn opgenomen als doelstelling. Dat gaf onze partij en alle mensen die zich al jarenlang inzetten tegen dierenleed hoop. Hoop dat er eindelijk wat zou veranderen voor de 500 miljoen dieren in de bio-industrie, de miljoenen dieren die jaarlijks worden neergeknald door hobbyjagers, de honderdduizenden dieren die voor dierproeven worden gebruikt, de tienduizenden gezelschapsdieren die worden verwaarloosd en de talloze dieren die met uitsterven worden bedreigd. Maar het bleek tot nu toe ijdele hoop. Een slager die op z’n ruit schildert “uw dieren zijn bij ons in goede handen.”

De vorig jaar gepresenteerde Nota Dierenwelzijn, liet zien dat de minister wel de moed had om de schrijnende situatie van deze dieren te erkennen, maar daar vervolgens geen consequenties aan wilde verbinden voor haar beleid. De magere toezeggingen bleven hangen in wollige doelstellingen en een eindeloos geloof in het zelfregulerend vermogen van de sector. Zo is tot op de dag van vandaag niet duidelijk wat de doelstelling van 5% integraal duurzame en diervriendelijke stallen nou eigenlijk daadwerkelijk inhoudt. En ook niet op welke wijze dit te meten is.

Ook is niet duidelijk hoeveel geld van de 41 miljoen euro die de minister zegt uit te geven aan dierenwelzijn daadwerkelijk ten goede komt aan dieren. Een subsidie op een handje stro in een betonnen varkenshok zie ik niet als een daadwerkelijke welzijnsverbetering. Ik wil meer inzicht en heb daarover een amendement ingediend.

Voorzitter. De onwillige houding is ook terug te vinden in de wijze waarop de minister invulling geeft aan de dierenwelzijnsverbeteringen in de bio-industrie. Zo heeft zij begin dit jaar een schets gegeven van waar het allemaal naar toe moet met de veehouderij in 2023. Maar ondertussen komt er van die mooie toekomstpraatjes weinig tot niets terecht.

Het dierenwelzijn in de bio-industrie kan helemaal niet verbeterd worden door het nemen van muizenstapjes. Het systeem is verkeerd en dat moet eerst op zijn kop voordat we hier in Nederland kunnen spreken van een respectvolle omgang met dieren in de veehouderij. We zullen eerst moeten afbreken en dan moeten opbouwen. Maar de minister beziet dat afbreken en opbouwen vooral vanuit het oogpunt van de megalomane plannen van de varkensflats en kippentoren-ondernemers. LTO gaf vorige week al aan géén extra dierenwelzijnseisen te willen voor megabedrijven. Met welke schaamlap wil de minister deze schijn nog langer ophouden?.

Ondertussen trekt de minister wel haar handen af van het vestigingsbeleid van deze dierfabrieken en stuurt burgers en gemeenten die willen protesteren het bos in. Ik vraag mij werkelijk af hoe zij deze ontwikkeling kan rijmen met haar visie op rentmeesterschap en een duurzame veehouderij.

Voorzitter. Ook als het gaat om de pijnlijke ingrepen die dieren moeten ondergaan zoals castreren, staartknippen, tandenvijlen, snavelkappen, onthoornen en vriesbranden zal eindelijk eens pijnlijk duidelijk moeten worden dat de minister er zeer ongevoelig tegenover staat. Verboden worden keer op keer uitgesteld of op de zeer lange baan geschoven. De minister laat haar oren liever hangen naar de eeuwigdurende klaagzang waar de sector om bekend staat. Zo is het verbod op castratie van varkens al weer uitgesteld - terwijl de PvdA nota bene de afschaffing daarvan in haar verkiezingsprogramma heeft opgenomen - En het snavelkappen van kippen mag nog volop doorgaan. Allemaal om een sector te pleasen die elke kans aangrijpt om dierenwelzijnverbeteringen nog verder voor zich uit te schuiven. Het enige verbod dat er volgend jaar komt is die van het knippen van varkenstanden. Maar het vijlen van varkenstanden mag natuurlijk gewoon doorgaan als het aan de minister ligt…

Zelfs de Algemene Rekenkamer werd dit uitstelgedrag te gortig. In haar rapport over de Duurzaamheid van de Intensieve Veehouderij laat zij geen spaan heel van het dierenwelzijnsbeleid van de minister. Zo hekelt de Rekenkamer het ontbreken van concrete prestaties en afrekenbare doelen. En concludeert zij dat wet- en regelgeving voor een beter dierenwelzijn keer op keer is uitgesteld en dat zelfs controles om te zien of veehouders de geldende regels naleven onvoldoende worden uitgevoerd. En de minister? Die trekt zich hier niets van aan. Zo wachten we nog steeds op de uitvoering van onze motie die vraagt om prestatie- en effectindicatoren in het dierenwelzijnsbeleid.

Het is tekenend dat de pluimveesector vorige week bij het bekend worden van de overgangstermijn voor de invoering van het verbod op de verrijkte kooi, als een repeterende grammofoonplaat haar beklag deed over de korte duur ervan. Ik heb het hier over een overgangstermijn van ruim 13 jaar! Nog dertien jaar worden kippen gehouden op een manier die onze samenleving afwijst. En de sector pleit voor een overgangstermijn van 23 jaar. Dit moet toch eens en voor altijd een duidelijk signaal zijn dat van zelfregulering helemaal niets goeds te verwachten is?

Deze minister heeft te weinig oog voor de maatschappelijke ontwikkelingen. Zo wordt al jarenlang gezocht naar alternatieven voor het jaarlijks vergassen van 30 miljoen kuikens die net uit het ei zijn gekropen.

Terwijl de publieke consultatie uitwees dat er een grote voorkeur was voor het herintroduceren van rassen die zowel geschikt zijn voor het leggen van eieren als voor het eten van vlees, bleek de minister haar keuze al gemaakt te hebben. En dat was verder onderzoek naar genetische manipulatie van eieren waarbij de genen van vuurvliegjes worden ingebouwd bij mannelijke embryos. Een methode die vooral toepasbaar is in de huidige intensieve kippenhouderij, maar geen waarde heeft als we terug willen naar een meer natuurlijker en diervriendelijker houderijsysteem voor kippen.

En niet te vergeten in strijd is met het verkiezingsprogramma van het CDA. Minister Verburg voelt zich er niet aan gebonden, zo blijkt. Het toont de ware aard van deze minister die ook wat betreft innovatie- en onderzoeksgelden vooral de kant van de grote intensieve bedrijven kiest.

Voorzitter. Niet alleen de weg naar een natuurlijker en diervriendelijker dierhouderijsysteem wordt door deze minister stelselmatig ondermijnd. Ook de potentie die de akkerbouw heeft om plantaardige eiwitten zoals erwten, bonen en lupinen te telen, wordt door haar genegeerd en zelfs ondermijnd. Zo stelt zij dat het te duur is om in Europa plantaardige eiwitten te produceren als alternatief voor soja. Alsof de huidige prijs van soja een vaststaand feit is waaraan niet te tornen valt… en alsof dat het enige is waar het toe doet…

De gigantische maatschappelijke kosten van de productie van soja zijn niet in de prijs verdisconteerd. Zoals de kap van het tropisch regenwoud, de vervuiling van bodem, water en lucht en de armoede van de plaatselijke bevolking die is weggejaagd van hun grond. Geen wonder dus dat soja goedkoop is. Nog meer omdat er geen importheffingen over worden betaald.

Voorzitter. 70% van de dierlijke producten wordt geëxporteerd. 65% van de landbouwgrond in Nederland wordt voor de veehouderij gebruikt. Dat is misbruik van kostbare ruimte. Een groot deel van die gronden kan gebruikt worden om ruimschoots te voorzien in de eigen plantaardige eiwitbehoefte. Uit de brief van de minister over alternatieven voor soja maak ik op dat ze hier geen boodschap aan heeft. Dat vind ik onbegrijpelijk in het licht van het duurzaamheidsbeleid van dit kabinet.

Ook wat betreft de naleving van de schamele dierenwelzijnsregels die we nu kennen, houdt de minister er een vreemde redenering op na. 100% naleving is een illusie stelt ze want het valt allemaal niet te controleren. Daarom is de minister al blij met een percentage van 72%. Zou collega Klink op Volksgezondheid ook al tevreden zijn als in meer dan een kwart van de kroegen nog gewoon wordt gerookt?

Voorzitter. De minister heeft het in aanloop naar haar voedingsnota over ‘het niet willen voorschrijven aan de consument wat hij of zij moet eten’. Dat is mooi, want dat wil de Partij voor de Dieren ook niet. Voor ons is de reden dat ieder persoon het recht heeft op zelfbeschikking. Voor de minister heeft het vooral een praktische reden. Door de burger uitsluitend aan te spreken als consument ontslaat zij zichzelf van de verantwoordelijkheid om strengere regels te stellen aan wat er in de schappen ligt. Onverantwoord voor een land dat 70% van z’n dierlijke eiwitten exporteert. De minister houdt zichzelf en de kamer dus voor het lapje als ze meent dat het aanspreken van de burger als consument de leefomstandigheden van dieren zou kunnen verbeteren.

Ik vind dat een gemiste kans. Burgers geven vaak genoeg aan dat zij als consument niet voor de keuze van goed of kwaad willen staan. Het is juist de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat hetgeen op de markt wordt aangeboden de kwaliteiten heeft die burgers wensen. Het Planbureau voor de Leefomgeving stelde vorig jaar dat 70% van de Nederlanders wil dat de overheid regels stelt aan producten. En dan gaat het niet alleen om voedselveiligheid, maar zeker ook om de wijze waarop het is geproduceerd en de wijze waarop er met dieren wordt omgegaan.

Bij deze spreek ik mijn hoop uit dat de minister tijdens de kerstdagen - als zij de laatste hand legt aan de nota - stil zal staan bij al het leed dat op de kerstdis terug te vinden is. En dat zij in zal zien dat zij de kans heeft om daarin verandering te brengen. Er is een gezegde dat wie het hoofd afwendt wanneer onrecht wordt gedaan, hij of zij zichzelf daarmee schuldig maakt aan dat onrecht. Ik zou dat de minister als kerstgedachte mee willen geven. Dat zij het is die het de sector mogelijk maakt om dieren te blijven uitbuiten op een wijze die ten hemelschreiend is. En niet te rechtvaardigen.


Deel Natuur (Esther Ouwehand)
Voorzitter. Natuur is geen breekpunt voor de coalitie, en dus kan de minister doen wat ze wil. Maar of de minister nou wil of niet, we hebben ons met z’n allen te houden aan een paar richtlijnen voor de bescherming van onze natuur.

Zo is de Waddenzee, voorzitter, een natuurgebied. Een uniek ecosysteem met vele dier- en plantensoorten die vrijwel nergens anders voorkomen. Géén particulier viswater. Wie jarenlang doet alsof dat wel zo is, verkwanselt niet alleen de unieke natuurwaarden waar veel Nederlanders zo zuinig op willen zijn, maar schildert ook valse toekomstperspectieven voor de vissers.

De minister zoekt de grenzen op, balanceert op het randje en stapt er zelfs overheen in de overmoed dat de coalitie haar toch niet zal laten vallen. De Raad van State floot haar terug voor het wanbeleid rond de mosselvisserij in de Waddenzee omdat ze zich niet aan de regels gehouden had: eerst aantonen of een activiteit geen schade toebrengt, dan pas een vergunning geven.

Nog zo een: de uitbreiding van veehouderijbedrijven in de buurt van natuurgebieden. Al vanaf het begin was duidelijk dat het haaks stond op Europees rechtelijke verplichtingen. Maar de minister wilde kijken of het elastiek van de natuurbeschermingsregels nog wat verder kon worden opgerekt. Ook het CDA is gewaarschuwd. PvdA, CU, VVD, PVV en SGP… allemaal. Zij dachten met z’n allen wel even de bestaande natuurregels te kunnen negeren en –wederom- valse toekomstperspectieven te kunnen schetsen voor agrarische ondernemers. De vlees- en bontindustrie, die in zijn handen klapte bij het vooruitzicht ongebreideld te kunnen uitbreiden, kreeg het deksel op de neus. Met een kluitje in het verzuurde riet heet dat.

En zo werd het Interim Toetsingskader Ammoniak de vlag op de modderschuit van tientallen jaren falend natuurbeleid.

De zakdoekjes lagen al klaar, want natuurlijk zouden er tranen met tuiten worden gehuild op het moment dat de Raad van State dit onzinnige instrument onderuit zou halen. En natuurlijk werd ook dit keer weer snel de schuld gelegd bij de milieuorganisaties die het lef hadden gehad het wanbeleid van onze overheid voor te leggen aan de rechter.

Maar voorzitter, voor de duidelijkheid: zo werkt het niet in een democratische rechtsstaat. Zeker partijen die beweren dat democratisch genomen besluiten moeten worden gerespecteerd, mogen de hand diep, heel diep in eigen boezem steken. Want het enige dat de milieuorganisaties hebben gedaan, is aan de rechter vragen of het ene besluit zich wel verdraagt met het andere. Kortom; of de overheid zich wel aan haar eigen regels houdt.

Met een storm aan kritiek op de milieubeweging hoopten verschillende partijen, de VVD en het CDA voorop, hun eigen wanprestaties te kunnen ondersneeuwen. Maar die sneeuw blijft op een steeds warmer wordende aarde niet meer liggen. En dan wordt gewoon weer duidelijk wat zij aan het oog van de samenleving proberen te onttrekken: de milieudubs hadden gelijk. Dát, voorzitter, is de belangrijkste constatering die de volksvertegenwoordiging zich aan zou moeten trekken.

Kritiek van de rechter, het siert een minister niet. Maar er is meer. De Algemene Rekenkamer bevestigde dat het getouwtrek om de Waddenzee niet op zichzelf staat. In tegendeel, er is sprake van een vast en steeds terugkerend patroon: economische belangen op korte termijn hebben telkens weer de overhand, en daardoor komen niet alleen de duurzaamheidsdoelstellingen maar ook het economische belang op lange termijn in gevaar.

Geen verrassende conclusie natuurlijk. Maar de minister doet alsof ze de lawinevuurpijl die is afgeschoten van het zinkende schip niet ziet. Ze is een meester in het negeren van zulke overduidelijke signalen. Of zit het misschien anders?

Kijk, het is niet zo dat de minister de problemen niet zou kennen. Ik citeer maar even: “Door de wereldwijde klimaatverandering, toename van consumptie, vervuiling, introductie van vreemde soorten, overexploitatie van natuurgebieden en natuurlijke hulpbronnen wordt de biodiversiteit ernstig bedreigd.

Aantasting van biodiversiteit en uitputting van natuurlijke hulpbronnen bedreigt uiteindelijk het voortbestaan van alle mensen”. Was getekend: de minister van LNV. Ze voegt er nog aan toe: “Daar moet verandering in komen –uitroepteken!”.

Ze schreef dit allemaal in het Beleidsprogramma Biodiversiteit van dit kabinet. Ik pak het er even bij, want het is werkelijk een prachtige brochure geworden. Ik zeg dat welgemeend, voor degenen die hier sarcasme vermoeden. Prachtig, kleurrijk ding, met mooie foto’s. Maar dan de vraag: maakt de minister de verwachtingen waar die ze hier wekt, of blijkt het vooral een sprookjesboek?

Nou, dit keer kwam de kritiek van haar eigen ambtenaren. Van de IUCN, waarin maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven én het ministerie van LNV verenigd zijn. Zij zeiden een inspirerende en pro-actieve overheid te missen, die de regie voert bij de aanpak van dit massieve duurzaamheidsprobleem. Ze vonden dat het steviger moest, het betreft tenslotte een pijler van het kabinetsbeleid.” Einde citaat.

Wie denkt dat de minister hierop wel in actie zou komen, komt bedrogen uit. Een motie van de Kamer was er voor nodig, en dan nog stribbelt ze tegen. Wil ze er een jaar voor uittrekken. Die tijd hebben we niet, voorzitter, dat is nou juist het punt. Als het op z’n janboerenfluitjes kon, hadden we hier niet hoeven staan vandaag.

Adequaat reageren op de natuurcrisis, haar eigen ambities invullen, het lukt haar simpelweg niet.

Voorzitter, wat we zien is een minister die zich in allerlei bochten wringt om haar verantwoordelijkheden te kunnen ontlopen. Ze kent de regels, ze kent haar eigen pastelkleurige vergezichten, maar ze past allerlei trucjes toe om te verhullen dat ze geen balans weet te vinden tussen twee keihard botsende beleidsterreinen binnen haar ministerie.

Nou is de trukendoos van CDA-politici is doorgaans goed gevuld, dus erg veel verbazing wekt het niet dat ze daarop terugvalt. Ik herinner nog maar even aan de klucht rond de slinkse poging van de CDA-fractie om de zorgen over de wereldvoedselcrisis te misbruiken voor het pleidooi om te stoppen met de Ecologische Hoofdstructuur, en al het land lekker aan de boeren te geven. Zelfs de oprukkende malariamug werd aangevoerd als argument, alsof het niet juist het CDA is geweest die de aarde zo heeft laten opwarmen dat die mug hier straks in Nederland kan gedijen.
De minister speelde het spelletje fijn mee, en probeerde ons allemaal om de tuin te leiden. Ze wilde tegelijkertijd én de boeren tegemoet komen, én de Kamer met wollige taal doen geloven dat ze zou vasthouden aan de EHS. Het was overduidelijk de bedoeling om de EHS te frustreren, en er was een motie voor nodig om daar een stokje voor te steken. Treurig.

Voorzitter, ik ga afronden. De crises rond dieren, natuur, voedsel en milieu hebben het ministerie van LNV in een definitieve identiteitscrisis doen belanden. Het tekent zich voor onze ogen af. De minister moet antwoorden geven op twee belangrijke beleidsterreinen, die voortdurend met elkaar in conflict zijn. Twee vechtende kinderen die elkaar niet kunnen luchten of zien. Veehouderij vs Natuur. Zoals vaker het geval is met crises, zijn het de zwaksten, de minst weerbaren, die het eerste en het hardste worden geraakt. Ik hoef u dan ook niet te vertellen welk dossier aan de lopende band het onderspit delft.

Als ik de minister hierop wijs, verwacht ik dat ze het ten stelligste zal ontkennen. Sja, dat is de eerste reactie bij een identiteitscrisis. Ik niet verwacht dan ook niet dat de minister haar crisis zelf zal kunnen oplossen, en doe ik een dringend beroep op de zachtgroene coalitiefracties om haar te helpen. Aan de Partij van de Arbeid en de ChristenUnie de uitdaging om te laten zien wat hun meerwaarde is in een kabinet-Balkenende ten opzichte van de eerdere kleur van de ministersploeg. Breken we met de crisisjaren voor dieren, natuur en milieu, of blijven we op de glijdende schaal die in 2002 stevig is ingezeept door CDA en VVD?

Ik heb er een hard hoofd in, zolang deze partijen blijven doen alsof we nog jaren de tijd hebben, en met kleine stapjes de aarde kunnen redden van de ondergang. Nogmaals voorzitter, die tijd hebben we niet. De verantwoordelijkheid voor het behoud van onze aarde ligt hier en nu. Laat zien wat rentmeesterschap werkelijk inhoudt. Laat je niet koeioneren door het CDA. Er liggen twee zeer magere jaren op het gebied van dierenwelzijn achter ons. Nog hooguit 2 jaar te gaan voor de kiezers zich opnieuw kunnen uitspreken over wat u hebt gedaan voor dieren , natuur en milieu. Of over wat u dieren, natuur en milieu hebt aangedaan!