Bijdrage Partij voor de Dieren Feite­lijke vragen­ronde ammoniak en lucht­wassers


17 december 2008
  1. Hoe verhoudt het verder opsluiten van dieren via het installeren van luchtwassers zich met de kabinetsevisie op een duurzame en diervriendelijke veehouderij?
  2. Hoe verhouden luchtwassers zich tot de wens van de samenleving op een meer natuurlijke, duurzame en diervriendelijke veehouderij?
  3. Hoe wordt voorkomen dat door sde inzet op luchtwassers om ammoniak te reduceren de weg naar vrije uitloopsystemen voor dieren nog verder wordt afgesloten?
  4. Waarom wordt de 31,8 miljoen euro subsidie op luchtwassers niet ingezet om een impuls te geven aan de verdere ontwikkeing vande biologische veehouderij en vrije uitloopsystemen?
  5. Wat is de definitie van het kabinet van het begrip duurzaamheid en op welke wijze past het ontwikkelingen van 'end of pipe' oplossingen als luchtwassers in deze definitie?
  6. Luchtwassers dienen te worden beschouwd als een additionele techniek. De ammoniakemissies worden afgevangen en gewassen en is daarmee een ‘end of pipe’-maatregel. Dikwijls worden uitsluitend luchtwassers toegepast zonder dat ook de stalhuisvesting emissiearm wordt uitgevoerd, ondanks dat daarmee een aanzienlijk grotere emissiereductiewinst kan worden gerealiseerd. Herkent u deze tendens en zo, ja welke actie onderneemt u hierop?
  7. Gelet op het hoge bedrag aan gemeenschapsgeld geldt een bijzondere verantwoordingsplicht. Ons zijn meerdere signalen bekend dat in de praktijk de luchtwassystemen niet zelden door de ondernemer buiten werking wordt gesteld om zo te besparen op de hoge energierekening. Hoe wordt dit gecontroleerd en in hoeverre is de controle waterdicht?
  8. Met welke regelmaat wordt door het bevoegde gezag gecontroleerd op de correcte werking van vergunde luchtwassers? En acht u dit voldoende? Waarom wel/niet?
  9. Hoe wordt gecontroleerd of luchtwassers aanstaan? Wordt het electriciteitsgebruik gecontroleerd? zo ja, op welke wijze en met welke regelmaat? Zo neen, waarom niet en hoe voorkomt u fraude?
  10. Beschikt u over onderzoeksgegevens van minimaal 5 jaar oud naar de naleving van de correcte werking van stalemissiereductietechnieken in de veehouderij? Zo ja, kunt u deze naar de Kamer sturen? zo neen, waarom, niet en waarop baseert u uw bevindingen?
  11. Bent u voornemens gericht onderzoek te gaan doen naar de mate van naleving van stalemissiereductieverplichtingen? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  12. Hoe verhoudt de subsidie op energievretende luchtwassers zich tot de doelstelling van dit kabinet om de broeikasgasemissies te verlagen en het energieverbruik te verminderen?
  13. Hoe gaat u om met de ammoniakemissies in de biologische veehouderij? Welke maatregelen gata u dara in zetten om de emissies te verminderen? En waarom kunnen deze maatregelen niet worden ingezet in de gangbare veehouderij?
  14. Bent u bereid de reductie van de veestapel mee te nemen in uw ammoniakbeleid en af te zetten tegen de maatschappelijke kosten in de vorm van subsidies op luchtwassers, de kosten voor het opruimen van de vervuiling, etc. die de huidige omvang van de veestapel veroorzaakt?
  15. Welke waarde is voor u belangrijker? Een robuuste natuur of het behoud van de huidige omvang van de veestapel? En op welke wijze geeft u invulling aan uw voorkeur?
  16. Zijn er studies gedaan naar het welzijn van dieren in stallen met en stallen zonder luchtwassers? Zo ja, wat zijn de bevindingen en waar bl;ijkt dat uit? Zo neen, waarom niet?
  17. Op welke wijze wordt gegarandeerd dat het welzijn van dieren niet afneemt door het gebruik van luchtwassers en welke welzijnsindicatoren zijn gebruikt voor de monitoring?
  18. Hoe verhouden de subsidies op luchtwassers zich tot het 'vervuiler betaalt' principe dat in het regeerakkoord als buitgangspunt werd genoemd van het kabinetsbeleid.
  19. Waarom draait de belastingbetaler in strijd met het principe ‘de vervuiler betaalt’ op voor de milieuproblematiek veroorzaakt door de intensieve veehouderij?
  20. Tezamen wordt 31,8 miljoen euro subsidie vrijgemaakt ten behoeve van een aanzienlijk aantal veehouderijbedrijven die vanwege hun bio-industriële activiteiten luchtverontreiniging veroorzaakt. Waarom moet de belastingbetaler hiervoor opdraaien?
  21. De besteding van tientallen miljoenen euro's subsidies op luchtwassers verhoudt zich slecht met het algemeen beleden principe ‘de vervuiler betaalt’. De aanvragers/begunstigden zijn overwegend de grote tot zeer grote veehouderij-ondernemingen om de eenvoudige reden dat luchtwassers voor kleine bedrijven niet rendabel is. Betekent dat het kabinet hiermee voornemens is kleine ondernemers te benadelen? Zo neen, waarom niet?
  22. Wordt van de ontvangers van de subsidie een maximum emissiereductie op bedrijfsniveau gevergd? Zo ja, op welke wijze en hoeveel? Zo neen, waarom niet?
  23. U geeft aan dat luchtwassers voor pluimveebedrijven technisch problematisch zijn vanwege de stofemissies. Waarom vindt u de besteding van zoveel gemeenschapsgeld gerechtvaardigd en waraom heeft u niet ingezet op andere alternatieven zoals een krimp van de kipenstapel?
  24. Hoeveel pluimveebedrijven in Nederland zijn in werking met een luchtwasser?

    Bij hoeveel bedrijven is sprake van een chemische luchtwasser?

    Bij hoeveel bedrijven is sprake van een biologische luchtwasser?

    Bij hoeveel bedrijven is sprake van een gecombineerde luchtwasser?

    In hoeveel gevallen is sprake van een onvoldoende betrouwbaar functioneren van de luchtwassers? Wat zijn hiervan de voornaamste oorzaken?
  25. U spreekt u in uw brief uit over de vooralsnog gebrekkige werking van gecombineerde luchtwassers voor pluimvee. Speelt de gebrekkige werking eveneens bij chemische en/of biologische luchtwassers? Waarom wel/niet?
  26. In het onderzoeksprogramma van het ECN, Berekeningen in het kader van het NSL, Fijnstof uit stallen (2006), tabel 3.2, wordt chemische wassers een fijnstofemissiereductie toegeschreven van 90%. Prof. dr. ir. Peter Groot Koerkamp, Leerstoelgroep Agrarische bedrijfstechnologie te Wageningen, verklaart dat het emissiereductiepotentieel aanzienlijk lager ligt.

    Bent u hiermee bekend?

    Behoeft de emissiereductiefactor van 90% volgens u bijstelling? Zo ja, welke en zo neen, waarom niet?
  27. Waarom wordt in het zoeken naar reductiemogelijkheden voor ammoniak, fijnstof, lachgas, geur en methaan een krimp van de veestapel niet als optie meegenomen?
  28. Waarom wordt in het zoeken naar reductiemogelijkheden voor ammoniak, fijnstof, lachgas, geur en methaan alleen gekeken naar technische oplossingen?
  29. Het is algemeen bekend dat luchtwassers een hoog energiegebruik vergen.

    Hoe beoordeelt u de ammoniakemissiereductie door luchtwassers in verhouding tot de toename van het energieverbruik?

    Kunt u ons indicatief de extra vereiste energie, uitgedrukt in kWh noemen om jaarlijks 1000 kg ammoniak uit de stallucht te wassen? Indien nodig voor een juiste beeldvorming, verzoek ik u hierin onderscheid te maken naar betrokken diersoort.