Bijdrage Partij voor de Dieren debat Wets­voorstel ‘maat­re­gelen bestrijding voet­bal­van­da­lisme en ernstige overlast’ – tweede termijn


17 maart 2009

18 maart 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik had een ruimere spreektijd dan de meeste woordvoerders, maar die is wel nodig ook. In de termijn die wij net gehad hebben, werd een aantal keren gezegd: wij zijn er vast allemaal op uit om dit wetsvoorstel te verstevigen. Ik kan echter zeggen dat ik daar helemaal niet voor ben.

Ik heb er in mijn eerste termijn al op gewezen: onze rechtstaat is in het geding. De aanpakdoctrine heeft zijn uitwerking niet gemist, zo kunnen wij concluderen. Geconstateerde of vermeende problemen in de rechtshandhaving vertalen zich vrijwel zonder uitzondering in een politieke drift om op te treden en dan niet via een zorgvuldige analyse van de feitelijke situatie en een evaluatie van het bestaande instrumentarium, maar via nog meer bevoegdheden voor het gezag om op te treden tegen zijn burgers en wel op basis van vage omschrijvingen en onduidelijke criteria, waarmee willekeur niet alleen op de loer ligt, maar vrijwel zeker ook zal optreden. De macht van de staat groeit en de rechtsbescherming wordt uitgehold. Vrijheidsberoving op basis van verdenkingen of verdachtmakingen wordt heel normaal. De PvdD ziet grote gevaren voor een vrije samenleving als die verdenkingen niet meer door de rechter hoeven te worden getoetst.

Wij maken ons zorgen over de dossiervorming en de mogelijkheid van het maken van bezwaar tegen een opgelegde maatregel of gedragsaanwijzing. Mevrouw Kuiken noemde het geval in Nijmegen ook al in haar eerste termijn. Daar krijgen wij nog een reactie op van het kabinet. Mijn bezwaar is echter dat als een burgemeester een maatregel oplegt aan een van zijn of haar burgers, hij of zij ook degene is die moet bepalen of jou bezwaar wel ontvankelijk is. Daar gaat het al mis. En als je even op vakantie bent of het druk hebt, lijk je pech te hebben. Als je niet bekend bent met de bestaande mogelijkheden om bezwaar te maken of om voorlopige voorziening aan te vragen, wat ook nog eens geld kost, dan heb je pech. Misschien voelt iemand zich wel zodanig geïntimideerd dat hij of zij geen bezwaar durft te maken. Dat is helemaal geen vreemde gedachte, want in de praktijk blijkt dat hier zelfs min of meer op wordt gerekend. In het COT-rapport, waar het kabinet ook naar verwijst, wordt geconcludeerd dat bevoegdheden wel eens worden toegepast hoewel dat eigenlijk niet zou mogen. Soms -- nu citeer ik -- in de verwachting dat de betrokkene er toch niet over zal gaan klagen. Dat lijkt mij geen basis voor een democratische rechtstaat. Maar je gegevens worden wel bewaard, zo wil ik wel even markeren.

In de discussie over de vraag die bij het kabinet is neergelegd, namelijk wat de noodzaak van dit wetsvoorstel is, zegt het kabinet de hele tijd dat het gesprekken heeft gevoerd met gemeenten en dat daaruit is gebleken dat deze wet nodig zou zijn. Wij hebben in eerste termijn al aangegeven dat het rapport waar het kabinet zich op baseert op twee manieren gelezen kan worden. Ik zie dat burgemeesters zeggen: wij weten eigenlijk niet zo goed welke bevoegdheden wij allemaal hebben en wij weten ook niet hoe wij die allemaal kunnen toepassen. Tegelijkertijd zouden die burgemeesters zeggen: wij hebben wel behoefte aan wat meer bevoegdheden. Daar lijkt een discrepantie tussen te zitten die mijn fractie in elk geval grote zorgen baart. Ik heb het rapport er nog even bij genomen. Er staan dingen in die de moeite van het noemen echt wel waard zijn. Er staat bijvoorbeeld in: verschillende burgemeesters hebben aangegeven dat de vraag naar kortetermijnoplossingen vooral door de media of door de gemeenteraad wordt gesteld. In dit licht heb ik nog een vraag aan het kabinet.

Hoe zit het met die democratische controle? Gaat dat wel zo goed als het kabinet denkt? Er is een afnemende tolerantie voor onveilige situaties en in een aantal gevallen werd duidelijk gemaakt dat er niet altijd ruimte bestaat voor de langlopende trajecten die wij graag zouden willen: goede jeugdzorg of het begeleiden van overlastgevende jongeren naar opleiding en werk. Daar is onvoldoende ruimte voor.

Burgemeesters voelen zich gedwongen om spierballentaal te laten horen op momenten dat zij dat zelf eigenlijk niet nodig vinden. Het is volgens hen echter wel nodig om groeiende onrust weg te nemen in de samenleving. Het wordt steeds lastiger om veiligheidsbeleid voor de lange termijn uit te leggen en om steun te krijgen voor dergelijk beleid, met name als zich tijdens de uitvoering incidenten voordoen die voor onrust zorgen in de samenleving. Over deze opmerkingen van de burgemeesters heb ik het kabinet niet gehoord; niet in de schriftelijke voorbereiding en niet in het antwoord in eerste termijn. Ik maak mij er grote zorgen over, maar het kabinet lijkt zich er wel gemakkelijk bij te voelen. De Raad van State heeft ook al gesteld dat het kabinet wel erg kort door de bocht gaat. Ook verschillende woordvoerders hebben daarop gewezen, hoewel iets te weinig naar mijn smaak.

Het probleem lijkt erin te zitten dat als je maar bombarie maakt en aanwijst en benadrukt dat de problemen groot zijn, er vanzelf wel begrip ontstaat voor het standpunt dat de bevoegdheden moeten worden verruimd en dat er moet worden opgetreden. Als je het probleem eerst groot maakt en vervolgens een oplossing aanbiedt, kan bijna niemand daartegen zijn. Ik ben dat wel. In onze democratische rechtsstaat gelden een aantal beginselen die gerespecteerd dienen te worden, wat je politieke kleur ook is. Het gaat dan bijvoorbeeld om de volgende vragen. Liggen de machtsmiddelen van de staat tegenover haar burgers wel op het juiste bestuurlijke niveau? Zijn de maatregelen proportioneel? Welke impact hebben de maatregelen die liggen op het gebied van de grondrechten? Wat gebeurt er met die impact als wij maatregel op maatregel stapelen? Het kabinet heeft naar de smaak van de fractie van de Partij voor de Dieren op deze vragen onvoldoende antwoord gegeven. Het zet de deur open voor verdere inperking van burgerrechten zonder de noodzaak daarvoor te onderbouwen; geen feiten, geen analyses, geen goed overzicht. Toch gaat het een aantal fracties blijkbaar niet ver genoeg, getuige de amendementen. Ik vind het droevig om te moeten constateren dat het in ons land al zo ver gekomen is dat het aanspreken van gecultiveerde onderbuikgevoelens genoeg is om de bijl in de fundamenten van de rechtsstaat te zetten.

Ik wil een voorbeeld noemen ter illustratie van wat ik zojuist betoogd heb, nog even los van de voor iedereen duidelijke constatering dat er zicht ontbreekt op de openbareordeportefeuille van de burgemeester. Het gaat over de dierenrechtenactivisten. De regering heeft een aparte brief aan de Kamer gestuurd waarin zij aangeeft dat er tot nu toe veel mogelijkheden onbenut zijn gebleven om gewelddadig activisme aan te pakken. De strafrechtelijke vervolging -- en ik wil benadrukken dat dit de weg is die mijn fractie zou willen volgen -- wordt verbeterd. Dat is prima, maar wat bleek nu? Acties van illegale dierenrechtenactivisten zijn niet goed geregistreerd en geanalyseerd. Dat gaat het kabinet nu dus verbeteren. Dan kan het kabinet echter nog helemaal niet weten wat daarvan het effect zal zijn en of de nu voorgestelde bestuurlijke maatregelen niet een beetje overbodig zijn. In de brief stond ook de constatering dat er nauwelijks aangifte wordt gedaan van illegale acties. Waarop baseert het kabinet de stelling dat het hard nodig is om op te treden als dat zo is? In een rechtsstaat baseren wij beleid en repressie op feiten. In een rechtsstaat geldt dat je aangifte doet bij de politie als je bedreigd wordt. Waarom? Omdat die aangifte dan gecheckt en gecontroleerd kan worden zodat wij weten waarover wij het hebben en er geen valse beschuldigingen gaan rondzingen.

Het kabinet lijkt zich echter te willen baseren op signalen die wij niet kunnen controleren en staven. Dat is een merkwaardige situatie. Als wij zeggen dat wij mensen moeten aanpakken die de rechtsstaat niet respecteren, beroepen wij ons aan de ene kant op de rechtsstaat, maar aan de andere kant willen wij kennelijk toch een beetje buiten de rechtsstaat om met maatregelen komen om deze mensen aan te pakken. Ik heb daarover vragen gesteld in de schriftelijke voorbereiding. Toen verwees het kabinet mij als onderbouwing van de noodzaak om de illegale dierenrechtenacties aan te kunnen pakken naar de situatie in Venray. Daar hebben dierenrechtenactivisten ervoor gezorgd dat het bioscienceproject niet is doorgegaan. Het kabinet is daarvan overtuigd. Ik heb een vraag aan het kabinet. Willen de bewindspersonen zo vriendelijk zijn om de Kamer een brief te sturen waarin aangetoond wordt dat het cancelen van het bioscienceproject in Venray het directe gevolg is van de acties van dierenrechtenactivisten?

Ik ben daar eigenlijk wel benieuwd naar. Ik wil me heel graag kunnen baseren op de feiten als wij hier moeten beoordelen hoe ernstig de situatie is. Kunnen wij die stukken tegemoet zien?

Ik wil graag illustreren dat de feiten niet lijken te tellen in dit dossier. Daar maak ik mij echt zorgen over. Gisteren werden mondelinge vragen doorgelaten over de uitspraken van een infiltrant in het Britse Animal Liberation Front, alsof wij vandaag niet over de aanpak van het dierenrechtenextremisme zouden spreken. Collega Van der Staaij mocht aan het kabinet vragen of het niet nodig was om de aanpak te intensiveren. Daar heb ik mij over verbaasd, want we hebben die brief, dit debat vandaag en morgen nog een debat. Ik geef toe dat het NOS-item misleidend was en iedereen op het verkeerde been heeft gezet, maar ik zou van deze Kamer toch een kritischere beschouwing hebben willen zien van de waarde van die informant. In een rechtstaat -- daarin leven wij -- gelden immers strenge regels voor het inzetten van infiltranten en informanten. Dat kan alleen onder het gezag van het OM en onder de regie van de politie. Dat is niet voor niets. Deze mijnheer was ingehuurd door het bedrijfsleven, vermoedelijk de farmaceutische industrie. Hoe kunnen wij weten dat hij de waarheid vertelt? Wie zegt dat hij niet juist allerlei acties heeft uitgelokt om de dierenrechtenactivisten een slechte naam te bezorgen? Dat is ook een mogelijkheid. Zorgvuldigheid zou ik dus ook graag willen zien als het gaat om dierenrechtenactivisten.

De heer Van der Staaij (SGP):

Het is misschien een beetje merkwaardig om dit debat te gebruiken als een soort verlenging van het mondelinge vragenuur. Daarom maak ik alleen deze opmerking: zelfs los van die infiltrant zijn de AIVD-onderzoeken die wij tot nu toe al kennen, zorgwekkend genoeg om vast te stellen dat wij hier met een zeer serieus probleem te maken hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat wil ik graag bevestigen, maar gisteren tijdens het mondelinge vragenuur zei u dat deze mijnheer heeft geïnfiltreerd en dus uit eigen ervaring kan vertellen hoe erg het allemaal is. We hebben daar in Nederland onze eigen regels voor. Laten wij die dan ook van toepassing verklaren op onduidelijke bronnen. Als u zich baseert op de AIVD-rapporten, had u kunnen zien wat daarin staat en dat dit deels werd bevestigd door het NOS-item, maar laten wij het daarbij houden. Dit is immers weer een gevalletje van opblazen en laten zien hoe erg het allemaal is, terwijl het toch echt om individuen gaat. Dat is ernstig genoeg, hoor. Dat ben ik met u eens, maar langzamerhand is er een sfeer gecreëerd waarin de hele beweging voortdurend wordt gecriminaliseerd. Ik wil er echt moeite voor doen om daar een einde aan te maken.

Ik wil ook de CDA-fractie een vraag stellen. De collega van de heer Çörüz heeft op televisie gezegd dat radicale dierenrechtenactivisten hier niet thuishoren. Dat heeft hij gisteren nog eens bevestigd in de Kamer. Dat zijn echter mensen die de wet niet overtreden. Ziet het CDA dan misschien ook andere groepen?

De voorzitter:

Mijnheer Çörüz, graag een korte reactie. Ik denk dat wij het nu wel erg ver uitrekken.

De heer Çörüz (CDA):

Ik moest op mijn tanden bijten. Ik dacht: waar gaat dit debat nou heen? Mevrouw Ouwehand, probeert u niet via een heel grote omweg ons als de boze wereld af te schilderen? U plakt etiketten en definities op de dierenbeweging. We mochten het niet meer "extreme dierenactivisten" noemen. Welke term gebruikte u ook alweer? "Illegale dierenactivisten". Vraag het aan de boeren, de bedrijven en de directeuren wiens auto's worden opgeblazen. Ik heb de vorige keer een stuk geciteerd uit het AIVD-rapport. Dat is klip en klaar en daarvoor hebben wij die infiltrant ook helemaal niet nodig. Waarom wilt u al die beelden die wij wel zien, niet zien? Waarom probeert u via allerlei wegen via verandering van etiketten en definities dat wat gewoon krom is, recht te praten? U kunt mij wel elke keer aankijken, maar mijn verhaal zal, ook in navolging van mijn collega Van Haersma Buma, hetzelfde zijn. Dat soort leiden willen wij in Nederland niet hebben. Dierenactivisten die gewoon vredig demonstreren, zijn hier allemaal welkom. Dat heb ik de vorige keer ook geprobeerd uit te leggen, maar u wilt dat kennelijk niet begrijpen of niet horen. Er is echter geen plaats voor degenen die met aanslagen, intimidatie en bedreigingen bedrijven en boerenbedrijven het leven lastig maken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

U bent in ieder geval een stuk specifieker dan uw collega Van Haersma Buma.

Waar ik grote bezwaren tegen heb -- en waarom ik ook zoveel spreektijd nodig heb -- is dat de hele beweging is gecriminaliseerd. Ik zie mevrouw Kuiken al chagrijnig kijken. Dit is echter even nodig vanwege alle momenten waarop vragen zijn gesteld en er bombarie is geschopt over dierenrechtactivisten. De hele beweging is gecriminaliseerd omdat niet specifiek duidelijk is gemaakt dat het gaat om die enkele tientallen individuen die de wet overtreden. Ik word er ook een beetje moe van, om de zin te moeten zeggen dat ik tegen wetsovertreding ben.
De heer Cörüz legt mij voortdurend in de mond, ook vorige week, dat ik de dierenrechtbeweging romantiseer en dat ik de zaak zou ontkennen. Dat is allemaal niet waar. De Partij voor de Dieren wijst illegale acties af. Daartegen moet gewoon opgetreden worden. Daar is het strafrecht voor. Het kabinet moet dus vooral optreden. Het is echter de partij van de heer Cörüz die een klimaat heeft geschapen waarin zo ongeveer iedere dierenrechtactivist als een halve terrorist wordt afgeschilderd. Daar maak ik bezwaar tegen. Om dat punt duidelijk te maken, heb ik even de tijd nodig.

De voorzitter:

Ik maak er bezwaar tegen dat wij van een serieuze wetsbehandeling een partijpolitiek debat aan het maken zijn. Ik geef de heer Cörüz kort de tijd om te reageren. Daarna gaan wij weer terug naar behandeling van het wetsvoorstel.

De heer Cörüz (CDA):

De minister van Binnenlandse Zaken heeft vanavond klip en klaar gezegd dat er niets aan de hand is met mensen die vredig demonstreren voor of actie willen voeren voor dierenrechten. Dat spreekt iedereen keer op keer uit. Ik maak wel ernstig bezwaar tegen die lieden die de zaak misbruiken, die mensen intimideren, die auto's opblazen en die bedrijven in Limburg het werken onmogelijk maken. Het rapport van de AIVD is daar duidelijk in. Het maakt mij dan niet uit of dat er vijf, tien of vijftien zijn. Die lieden zijn hier te veel. Dat moet klip en klaar zijn.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Mevrouw Ouwehand vindt dat ik chagrijnig kijk. Dit is echter mijn normale gezichtsuitdrukking. Misschien kan die term dus worden geschrapt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Excuses. Ik hoorde u trouwens wel mopperen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Mevrouw Ouwehand heeft recht op haar eigen betoog en heeft het recht om haar eigen punten te maken. Het helpt echter als zij een beetje ingaat op het wetsvoorstel. Over welke punten maakt zij zich zorgen? Waar ziet zij dat illegale activisten op onrechtvaardige wijze worden gedupeerd?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik ben het met de heer Cörüz eens dat mensen die de grenzen van de wet niet respecteren aangepakt moeten worden. Het is echter de partij van de heer Cörüz die daarover niet duidelijk is geweest. Als hij echt meent wat hij zegt, verzoek ik hem vriendelijk om dat voortaan ook zo te zeggen. Hij moet dus niet zeggen dat radicale dierenactivisten hier niet thuishoren. Die mensen doen niets verkeerd, ook al hebben zij in de ogen van de heer Cörüz radicale ideeën. Daar is echter niets mis mee.
Ik ga hier uitvoerig op in omdat de hele heisa over dierenactivisme ten grondslag ligt aan dit wetsvoorstel. Ik heb mijn bezwaren tegen dit voorstel zo-even geuit. Ik vind dat ik hier de ruimte mag nemen om mijn bezwaren uiteen te zetten en om de achtergrond van het voorstel te schetsen.
Bij de definitiekwestie heb ik het kabinet willen voorleggen dat het gaat om een overtreding van de wet waarvan wij afstand moeten nemen. Je kunt dan spreken van "illegaal" of van "gewelddadig", maar liever niet van "extremisme". Hoe zit het bijvoorbeeld met de campagne Nederland tegen terrorisme? Daarin wordt gezegd dat mensen met extreme ideeën over dierenrechten weleens terrorist zouden kunnen zijn. Het zou dit kabinet sieren om, als het meent dat dierenbeschermingsorganisaties niet ten onrechte mogen worden beschuldigd van illegale praktijken, deze campagne in te trekken. Ik heb daar in eerste termijn naar gevraagd.
Ik heb nog wat andere zaken te melden. Ik houd het hier echter maar bij. Wij zijn niet overtuigd van de waarborgen voor de rechtsbescherming van de burger. Ik heb gewezen op Nijmegen en op het klimaat waarin dierenrechtactivisten ten onrechte hard worden aangepakt. Ik heb ook gewezen op de situatie in Slotervaart waarin ook de hoofdagent zegt dat de jongens te hard zijn aangepakt.
Ik sluit af met twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat reeds vele maatregelen en bevoegdheden bestaan ter handhaving van de openbare orde, maar dat een goed overzicht hiervan ontbreekt;

overwegende dat het combineren van preventieve, vrijheidsbeperkende maatregelen in grote mate inbreuk kan maken op de grondrechten van burgers;

constaterende dat een analyse van de cumulatieve effecten van het combineren van preventieve, vrijheidsbeperkende maatregelen eveneens ontbreekt;

verzoekt de regering, een analyse te laten verrichten naar de reikwijdte en effectiviteit van het huidige instrumentarium op het gebied van handhaving van de openbare orde;

verzoekt de regering, niet eerder over te gaan tot het treffen van nieuwe
maatregelen, inclusief de maatregelen behorende bij de Wet bestrijding
voetbalvandalisme en ernstige overlast, tot deze analyse verricht is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 20 (31467).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen en deze na te leven;

van mening bepaalde bevolkingsgroepen of organisaties opdragen om expliciet te verklaren zich aan de wet te zullen houden feitelijk neerkomt op discriminatie;

verzoekt de regering, haar voornemens hiertoe niet uit te voeren en haar plannen om dierenrechtenorganisaties een verklaring van goed gedrag te laten tekenen in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21 (31467).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Wij hebben het bij interruptie al gehad over het onderwerp van de laatste motie. In eerste termijn was er wat rumoer over de vergelijking die daarvoor zou opgaan. Die ga ik niet herhalen, want die heb ik teruggenomen. Ik wil wel zeggen dat het echt foute boel is, zo'n contract. Ik hoop op ruime steun in de Kamer voor mijn motie, want in een rechtsstaat kan het echt niet om organisaties tot zulke uitspraken te verplichten.