Bijdrage Partij voor de Dieren debat Kopen­hagen eerste termijn


13 oktober 2009

Voorzitter,
de boot is lek, het is pompen of verzuipen. En tegelijk een heel andere koers kiezen, omdat de huidige klimaatproblemen nog maar het topje van de ijsberg zijn. We zitten op een mammoettanker die niet makkelijk van richting te veranderen, maar het zal moeten, en het lijkt er zelfs op dat het nog kán. In dat kader heeft het geen enkele zin ons te verschuilen achter landen als China en de VS, achter de EU of om te doen alsof onze inspanningen er überhaupt niet toe zouden doen. Voorzitter, ik vind dat Nederland moet schitteren in Kopenhagen, moet tonen dat er ook landen zijn die bereid zijn het voortouw te nemen, ook als anderen dat niet doen.

Kopenhagen is ook uniek omdat er eindelijk over de relatie tussen het klimaatprobleem en de landbouw gesproken mag worden. Dat gaat ons aan als meest veedichte land ter wereld! Ik ben een voorstander van landbouw als oplossing voor het klimaatprobleem, maar dan moeten we wel goed kijken naar welke problemen de landbouw zelf veroorzaakt, en we moeten die problemen met grote haast gaan aanpakken. Dit kabinet wordt terecht verweten geen visie te hebben, voorzitter. Zolang het kabinet een aanvraag voor een windmolenpark grosso modo op dezelfde wijze behandelt als een aanvraag voor een megastal, blijft die kritiek bestaan. De samenleving vraagt om duidelijke keuzes.

Het zal u niet verbazen dat ik vandaag vooral aandacht wil vragen voor de ‘vergeten broeikasgassen’, methaan en lachgas en de CO2 die schuil gaat achter de vleesproductie. De vleesproductie en -consumptie moet op de Kopenhagen-agenda van het kabinet staan. Was ik tweeëneenhalf jaar geleden nog de enige in de Kamer en een van de weinigen daarbuiten die daar voor pleitte: nu buitelen organisaties en instituten over elkaar heen om zich aan te sluiten bij de stelling dat er wereldwijd een vermindering van dierlijke eiwitconsumptie nodig is, te beginnen in de Westerse landen. Het kabinet maakte zelfs een kabinetsprioriteit van deze eiwittransitie naar een meer plantaardige samenleving, maar komt nog te moeizaam uit de startblokken.

In de Monitor Duurzaam Nederland van dit jaar staat dat minder vlees eten niet vanzelf gaat en dat ingrijpen door de overheid in de vorm van bijvoorbeeld een hoge heffing nodig is indien men dit wil beperken.
Voorzitter, mijn fractie vindt het in dit licht onbestaanbaar dat de minister van Landbouw op handelsmissies gaat om de grotendeels lactose-intolerante chinezen nog meer Nederlands varkensvlees en zuivel te laten nuttigen.

De IPPC, bij monde van nobelprijswinnaar Dr. Pachauri geeft aan, en ik citeer: “Minder vlees en meer vegetarische maaltijden zijn noodzakelijk. (…) Ook overheden lijken de gevolgen van onze leefstijl niet volledig te beseffen, getuige hun beleid. Zo wordt de productie van dierlijke voedingsproducten nog steeds gesubsidieerd. Europa kent bijvoorbeeld honderden exportregelingen – restituties – om vlees- en zuivelproducten op de wereldmarkt te kunnen afzetten. Dat is ongewenst.”

Zou het afschaffen van deze exportregelingen en andere subsidies niet een mooie extra inzet van de EU kunnen zijn? Het mes snijdt zodoende aan twee kanten: Ontwikkelingslanden zijn gevrijwaard van producten die op hun markten gedumpt worden en kunnen daardoor de eigen afzetmarkt vergroten. Regionalisering van de productie komt hierdoor een stap dichterbij. De bereidheid om ook voor zichzelf afspraken te maken over low carbon growth zal ook vergroten. Graag een reactie.

Klimaatwetenschappers zeggen: als je de vleesconsumptie kunt aanpakken, zijn de kosten van het in de hand houden van de klimaatverandering met 50% tot 70% gereduceerd. En de kosten van klimaatverandering en de maatregelen die ervoor nodig zijn om onze planeet bewoonbaar te houden zijn hoog, hoger dan we willen in deze recessie. Maar als we wachten met optreden, zullen de kosten alleen nog maar toenemen.

Ook ben ik benieuwd hoe het kabinet tegen het EU voorstel om een belasting te heffen op CO2 en energie staat? En welke concrete plannen liggen er nu om kerosine en rode diesel naar de mate van vervuiling te gaan belasten?

Voorzitter, ik ben er van overtuigd dat we als Nederland een goede bijdrage kunnen leveren aan adaptatie, met name in land- en waterbouw. Ik zie een fonds voor me, opgebouwd door Nederlandse overheden en bedrijfsleven in het kader van adaptatiefinanciering en MVO, dat beschikbaar is voor het versterken van zeeweringen wereldwijd. Onze Nederlandse waterbouwbedrijven behoren tot de beste in de wereld.
Ook wat betreft duurzame en plantaardige landbouw zouden we als Nederland veel kunnen doen. Het FAO stelde recent dat er een miljardeninvestering in de landbouw nodig is om honger tegen te gaan. De voedselproductie moet 70% omhoog in de komende decennia en dat vraagt om plantaardige oplossingen. Laten we er snel voor zorgen dat alle mensen plaatselijk genoeg voedsel kunnen verbouwen en tot zich nemen. Laten we ervoor zorgen dat dit op een adaptieve, milieu-, mens- en diervriendelijke manier kan. Graag een reactie van de minister op deze voorstellen.

De crisis rondom biodiversiteit is groter dan de economische crisis. Dat betekent dan ook dat we, met zijn allen, in Kopenhagen, onze ruggen recht moeten houden. Dat wij de ecologische crisis alle prioriteit moeten gaan geven. Dat wij keuzes moeten maken, en daarvoor moeten gaan staan. De boot is lek, de dekstoelen zouden niet onze eerste prioriteit moeten zijn, maar de opvarenden.
En voorts zijn wij in het licht hiervan, van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

You cannot escape the responsibility of tomorrow by evading it today (Abraham Lincoln)

...

Mevrouw Thieme (PvdD):
De CDA-fractie zet zichzelf graag neer als een ambitieuze fractie. Hulde daarvoor. Er wordt gesproken over beperking van de luchtvaart, maar de veeteelt stoot 40% meer broeikasgassen uit dan al het verkeer en vervoer samen. Ik mis bij de CDA-fractie de duidelijke opdracht aan het kabinet om daarop te gaan inzetten in Kopenhagen. Kunt u daarover wat meer vertellen?

Mevrouw Spies (CDA):
Bent u wel eens op zo'n internationale conferentie geweest, mevrouw Thieme? Als u in Buenos Aires, in Montréal, op Bali of in Poznan was geweest, zou u hebben geweten dat Nederland daar heeft geschitterd. Wanneer je daar als Nederlands parlementariër rondloopt, word je met veel waardering tegemoet getreden. In die mierenhoop van meer dan 10.000 mensen die daar rondlopen, heeft Nederland een buitengewoon goede naam. Dat is gelukkig niet alleen afhankelijk van de aanwezigheid van één Nederlandse vertegenwoordiger in het bijzonder. Het is een reputatie die wij in de afgelopen decennia hebben opgebouwd. Er is ons veel aan gelegen om die reputatie iedere keer weer in te vullen.
Wat uw vraag over de veeteelt betreft: Ik heb vragen gesteld over de ontbossing en de manier waarop wij dat in het klimaatverdrag een plek zouden kunnen geven. U weet net zo goed als ik dat de strijd tegen ontbossing de meest effectieve manier is om klimaatverandering tegen te gaan. U weet ook net zo goed als ik dat de ontbossing wordt veroorzaakt door druk vanuit de landbouw en door onverantwoord snelle kap om palmolieplantages aan te leggen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
U zegt terecht dat ontbossing in belangrijke mate bijdraagt aan de uitstoot van broeikasgassen. Het gaat om 20%. Het gaat echter ook over de veeteelt zelf, namelijk over die methaangassen die twintig keer zoveel schadelijker zijn dan CO2. De heer Pachauri van het IPCC geeft aan dat wij in de wereld minder vlees moeten gaan eten. Ik vraag nu aan u: waarom is dat voor de CDA-fractie niet een belangrijk speerpunt om mee te geven aan het kabinet? IPCC en FAO geven aan dat dit een belangrijk speerpunt moet worden.

Mevrouw Spies (CDA):
Ik heb de scheepvaart, de luchtvaart, de ontbossing en de technologieoverdracht meegegeven aan het kabinet als heel belangrijke speerpunten. Ik ben ervan overtuigd dat u de veeteelt nog wel zult toevoegen aan het wensenlijstje.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het zou toch te gek zijn als de Partij voor de Dieren daar als enige een lans voor zou moeten breken? De CDA-fractie is kennelijk erg selectief in haar verontwaardiging. Vooral de energiesector, het verkeer en het vervoer zouden moeten worden aangepakt, maar de landbouw laat u gewoon met rust. Dat is ongelooflijk. Daar kun je toch niet mee wegkomen?

Mevrouw Spies (CDA):
Wij laten de landbouw helemaal niet met rust. Kijkt u maar in Schoon en Zuinig welke bijdrage ook van de landbouw wordt gevraagd om de broeikasgasreductie te realiseren. U bent zelf wat selectief in uw verontwaardiging, door de collega's Vendrik en Van der Ham, die het niet over de veeteelt en de landbouw hebben gehad, daarop niet te interrumperen. Ik begrijp dat u uw pijlen graag op de CDA-fractie richt, maar u moet zich realiseren dat de luchtvaart, als wij die niet meenemen in dit soort afspraken, straks -- wij hebben het dan al over 2030 -- voor 50% van de uitstoot van broeikasgassen verantwoordelijk is. Ik vind het niet zo gek dat ik juist deze sector met naam en toenaam noem, om de betrokkenen aan te sporen tot het leveren van betere prestaties dan zij tot op heden doen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter...

De voorzitter:
Neen, u hebt al drie keer het woord hierover gehad.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Mevrouw Spies gaat er volledig aan voorbij dat de luchtvaart 40% minder broeikasgassen uitstoot dan de landbouw. Het is dus logischer om prioriteit te geven aan de grootste veroorzaker van broeikasgassen. Dat doet de CDA-fractie echter niet.

...

Mevrouw Thieme (PvdD):
Mevrouw Wiegman had het over de koolstoffenmarkt. Als ik het voorstel voor het akkoord in Kopenhagen zie en dat vergelijk met de verontrustende berichten die ik hoor over bosplantages voor papierproductie en voor gentechzaden voor veevoer, lijkt het mij dat de koolstoffenmarkt vooral een gat in de markt is voor de sector en dat die er financieel van gaat profiteren, onder het mom dat "zij koolstof zo fijn kunnen opnemen". Vindt u dat niet een ongewenste ontwikkeling en vindt u niet dat het akkoord op die punten moet worden aangepast om dat te voorkomen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Dat was precies mijn betoog. Ik zie nu namelijk zorgelijke ontwikkelingen in de wijze waarop de afspraken in het kader van REDD zijn omschreven. Er is dus echt een risico dat de biodiversiteit wordt aangetast. REDD mag niet alleen zijn dat er meer groen moet komen. Dat groen moet ook echt van goede betekenis zijn voor de biodiversiteit. Het mag dus geen plantage zijn die ten koste gaat van de biodiversiteit en die zelfs nog schadelijker gevolgen kan hebben.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik hoorde u nog niet zeggen dat u ook vindt dat het akkoord op die punten moet worden aangepast. Zou dat de inzet moeten zijn van het kabinet?
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Ja, vandaar ook mijn vraag om aandacht te besteden aan de precieze formuleringen en de vraag hoe je zaken in het akkoord zet om dit soort negatieve effecten tegen te gaan.

...

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter. Dat gejij-bak van daarnet tussen de PvdA- en D66-fracties is precies een kenmerk van deze generatie: de verantwoordelijkheid bij een ander neerleggen. Dat is dezelfde generatie waarvan de PvdA-fractie zo hoog opgeeft, omdat ze zo slim zou zijn. Maar die oude politiek heeft juist voor deze problemen gezorgd en de heer Samsom is daar net zo goed verantwoordelijk voor.
Mijn vraag luidt als volgt: als alle instituten en alle milieuorganisaties aangeven dat er een grote omissie in het beleid bestaat met betrekking tot het terugbrengen van de belangrijkste broeikasgassen zoals methaan en lachgas, wat moet volgens de PvdA-fractie dan de inzet van dit kabinet zijn voor het terugbrengen van de veeteelt tot menselijke proporties, zodat ook daarvan de broeikasgasuitstoot kan afnemen?

De heer Samsom (PvdA):
Voorzitter. Als mevrouw Thieme zo'n hekel heeft aan jij-bakken, wil ik haar even wijzen op het precieze begin van haar betoog van zonet. Maar laten we daarover ophouden.
Het Nederlandse beleid met betrekking tot methaan en lachgas en de landbouwreductie is op dit moment het meest succesvolle deel van ons schoon-en-zuinigbeleid. Reducties in de landbouwsector gaan harder dan elders. Dat is eigenlijk een zorglijke ontwikkeling, want elders zou het harder moeten gaan. Mevrouw Thieme heeft het altijd over die 40% en die 17% die de landbouw uitstoot, maar die andere 83% is ook belangrijk en daarover moeten we het ook eens hebben. We gaan daaraan werken, maar feitelijk gezien gaan onze landbouwreducties het hardst van allemaal. Mevrouw Thieme kan dat echt niet ontkennen, ook al zou zij dat willen. Ze zijn weliswaar het makkelijkst te boeken, maar gelukkig doen we wat we moeten doen.

...

Mevrouw Thieme (PvdD):
Als de heer Samsom zo hecht aan het wegwerken van allerlei misverstanden, wil ik graag ook een duit in het zakje doen. Het is namelijk zeker niet het geval dat de veehouderij z'n beste beentje voor zet en dat we daarmee heel veel emissiereductie vaststellen. Dat gebeurt alleen maar in met name de glastuinbouw. De heer Samsom heeft dus een volledig verkeerde voorstelling van zaken gegeven.

De heer Samsom (PvdA):
De doelstelling uit het Kyoto-protocol voor Nederland is grosso modo enkele tientallen megatonnen. Veruit het grootste deel, ik zei in eerste termijn ook het makkelijkste deel, komt dan van uit lachgas, methaan en dergelijke. Dat zijn de landbouwgassen die we als eerste hebben weggewerkt. Nu komt het echte werk: CO2. Daar heeft de veehouderij, ik ben als medevegetariër een medestrijder van mevrouw Thieme, nog een hele hoop te doen. Feitelijk gezien heeft sinds 1990, het ijkjaar van Kyoto, de landbouw met de overige gassen al veel bijgedragen. Daarmee pleit ik de sector niet vrij van verdere opdrachten, mevrouw Thieme, maar zo liggen de feiten. Ik zeg nogmaals tegen mevrouw Thieme: overdrijven helpt niet, de waarheid is soms erg genoeg.

...
Beantwoording door de ministers

Mevrouw Thieme (PvdD):
Terecht staat vandaag de vraag centraal wanneer de klimaattop in Kopenhagen geslaagd is. Het lijkt mij van belang om ons te realiseren dat de top ook is geslaagd als een aantal taboes wordt doorbroken. Het IPCC stelt dat wij echt moeten kijken naar ons consumptiepatroon in samenhang met de voedselcrisis, de klimaatcrisis, de biodiversiteitscrisis et centera. Daarom moeten wij ook inzetten op de vermindering van de productie en de consumptie van vlees.
Ik wil graag weten wat de minister, behalve dat zij de broeikasgasemissies binnen de veeteelt zelf wil verminderen, gaat doen in Kopenhagen met betrekking tot dit punt.

Minister Cramer:
Tijdens de onderhandelingen in Kopenhagen zullen wij niet specifiek op elke sector apart ingaan. Het gaat om een totaaldeal van de wereld. Natuurlijk zijn er sessies waarin uw problematiek aan de orde is, maar het is aan elk land om invulling te geven aan de bijdrage die het moet leveren aan vermindering van de broeikasgassen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dan wil ik graag weten wat de inzet van Nederland is op dit punt, zeker gezien het feit dat de veehouderij meer broeikasgassen uitstoot dan al het verkeer en vervoer samen. Het is dus geen detail. Het is een grotere broeikasgasveroorzaker dan verkeer en vervoer samen. Het dunkt mij dat dit een hoge prioriteit moet hebben.

Minister Cramer:
Uw punt is meerdere malen in deze Kamer gewisseld. U kent het standpunt van het kabinet. Wij spannen ons tot het uiterste in om de broeikasgassen in de landbouw ook te verminderen. Verder zetten wij ook in op voorlichting geven aan de mensen over het effect van het eten van vlees, maar ook over het rijden in auto's en noem alle punten maar op. Daarover geven wij de mensen informatie. Het is aan henzelf om daar een keuze in te maken. Het kabinet moet ervoor zorgen dat wij onze bijdrage aan de emissiereducties internationaal realiseren.

...

Minister Bos:
Voorzitter. Ten slotte. Met alles wat mevrouw Thieme heeft gezegd over vegetariërs ben ik het van harte eens. Helaas is het nog geen kabinetsbeleid.

De heer Van der Ham (D66):
U maakte een opmerking richting mevrouw Thieme over vleesconsumptie. U bent beiden vegetariër. Ik ben dat niet. Ik vind vlees heel erg lekker, maar ik zou het wel heel goed vinden als het wel kabinetsbeleid zou worden om duurzame vleesconsumptie te stimuleren, bijvoorbeeld via fiscale middelen. Heb ik goed begrepen dat bij de heroverwegingen ook op dat punt wordt bezien of er middelen te bedenken zijn?

Minister Bos:
Mevrouw Thieme en ik hebben in slinkse samenwerking voor elkaar gekregen dat de staatssecretaris van Financiën bij zijn voorstudie naar de herzieningen van een nieuw belastingstelsel ook de mogelijkheid van een vleestaks onder ogen zal zien.

De heer Van der Ham (D66):
Als vegetariër bent u daarmee natuurlijk erg blij, maar ik vind het als vleeseter toch ook heel prettig dat dit gebeurt.

Minister Bos:
Vegetarisme is goed voor de haargroei, mijnheer Van der Ham.

De voorzitter:
De eventuele vleestaks is in alle transparantie hier in de Kamer aan de orde gekomen, dus dat is niet nieuw, niet slinks.

Minister Balkenende:
Voorzitter. Ik ben erg blij met deze laatste opmerking, want als ik het mij goed herinner, heb ik deze toezegging gedaan.

De voorzitter:
Ja.

Minister Balkenende:
Dan moeten wij er niet van maken dat het een soort bilateraaltje is tussen mevrouw Thieme en de heer Bos. Dat ontkracht het democratisch proces.

De voorzitter:
Daarmee ben ik het helemaal eens.