Bijdrage Partij voor de Dieren AO VWA/AID/PD


24 juni 2009

Voorzitter, de dieronvriendelijke praktijken in de veehouderij stapelen zich op. We hebben het ene algemeen overleg na het andere over de misstanden in de veehouderij. Onderzoeker Vanthemsche constateerde normvervaging bij slachthuizen, verzamelplaatsen en het transport. De kippenslacht deugt niet, er zijn structurele dierenwelzijnsproblemen bij het diertransport (ik noem wrak vee en overbeladen vrachtwagens) en nu weer een enorme varkenssterfte op de bedrijven blijkt uit de cijfers van Rendac. 5 miljoen biggen, 500 duizend vleesvarkens en 60 duizend zeugen. En dat is nog niet alles: Beelden laten zien en Rendac meldt dat het voorkomt dat levende biggen in destructietonnen worden gedumpt.
Ik ben blij met de minister als zij zegt dat het mens- en dieronwaardig is als er levende biggen in destructietonnen worden gegooid. Maar belangrijker vind ik nog hoe de minister de massale sterfte van biggen op varkenshouderijen gaat inperken. Het is te makkelijk om te stellen dat het inherent is aan natuurlijke en biologische processen, of de zeug zelf de schuld te geven doordat ze op haar biggen zou gaan liggen. Als dat zo is, hoe verklaart de minister een jaarlijkse toename in de sterfte? Worden zeugen onhandiger of is de zogenaamde verklaring niet gewoon een verkapt pleidooi voor de bio-industrie die de zeugen hun leven lang vastzet, vastklemmen is het feitelijk, tussen vier stalen hekken? De Wageningse onderzoeker Herman Vermeer is er helder over: hij constateer dat de focus op meer biggen per worp heeft geleid tot vroegere geboorte en dus zwakkere dieren. Waar een everzwijn in de natuur per jaar vijf biggen werpt, is een zeug in de bio-industrie zo doorgefokt dat zij inmiddels bijna dertig biggen per jaar werpt. De sector wil dit verder opvoeren tot veertig biggen per jaar *. Graag een reactie op de constatering van Vermeer van de minister.
En het zijn niet alleen de biggen die massaal sterven op de bedrijven, ook veel zeugen creperen. De minister kan gewoonweg niet volstaan met de houding ‘waar gehakt wordt, vallen spaanders’. We hebben het niet over hout maar over levende wezens met gevoel.
Dat brengt me op het punt van de zorgplicht zoals die verwoord is in artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Het is simpelweg een overtreding van dit artikel dat varkenshouders geen dierenartsen bij zieke zeugen of biggen halen. Ik hoorde mevrouw Ten Have van LTO, zelf een biggenkweker, bij Eenvandaag beweren dat ze zelf genoeg kennis heeft om de doodzieke dieren te behandelen. Voorzitter, ik vraag de minister of zij vindt dat varkenshouders over de capaciteiten beschikken om taken van dierenartsen over te nemen? Daarnaast wil ik een reactie op mijn stelling dat het er niet bij halen van een dierenarts in strijd is met artikel 37 van de GWWD.
De minister wil een discussie over de stijgende biggenproductie met de sector en maatschappelijke organisaties. Wanneer gaat de minister een dergelijke discussiebijeenkomst organiseren?
De minister geeft aan dat de sector tot nu toe geen effectieve maatregelen heeft genomen in termen van huisvesting, fokkerij, voeding en dergelijke om de sterftecijfers terug te dringen. Gezondheids- en welzijnsgevaarlijke ingrepen bij biggen zoals castratie, staarten couperen en tanden vijlen zijn aan de orde van de dag. Met het toedienen van antibiotica wordt geprobeerd infecties tegen te gaan, maar desondanks worden miljoenen biggen niet ouder dan een paar weken. Als de overgebleven biggen na slechts DRIE weken van hun moeder worden gescheiden, zijn ze vaak nog zwak en vatbaar voor ziekten. Kan de minister een deadline aangeven wanneer er zichtbare verbeteringen moeten zijn? Hoe lang krijgt de sector de ruimte om voor die paar cent die ze af en toe verdient aan een varken, het varken te mutileren, op te fokken tot een biggenwerpmachine en vol te stoppen met antibiotica? Wanneer verbiedt de minister supermarkten zoals C1000 om tegen dumpprijzen vlees aan te bieden?

Voorzitter, je zal maar VWA-er of AID-er zijn en te maken krijgen met fusieplannen, krimptaakstellingen en het verdwijnen van expertise door verplichte roulatie. Je zal maar maken hebben met boeren, dier- en vleeshandelaren die je tegenwerken, je intimideren of die simpelweg de wetten niet respecteren. Rapport na rapport rept over deze ondermijnende factoren voor een goed handhavingsbeleid. Het blijkt helaas ook maar al te vaak uit de berichtgeving. Ik citeer uit het Agrarisch Dagblad van deze week:
“De Bond van Handelaren is niet te spreken over de actie van de AID om extra te controleren op illegaal verzamelen van vee. De regels moeten gewoon versoepeld worden, vinden zij.” Dezelfde redenering hanteert de bond bij geconstateerde overbeladingen. Nou zijn we dit wel gewend van de Bond van Handelaren die wat de Partij voor de Dieren betreft allang niet meer aan de poldertafel van de overheid zou mogen zitten.
Maar voorzitter, dit is toch on-be-staan-baar? Komt nog bij dat meer dan de helft van de varkensboeren de wet overtreedt, de kippenslachterijen de regels structureel aan hun laars lappen….nou u begrijpt, ik wil van de minister weten wat zij nou vindt van een dergelijke opstelling en of ze niet zo onderhand het vertrouwen in de sector uit haar tenen moeten halen.

Een minister die weigert wetten te maken omdat ze heilig gelooft in zelfregulering, zou toch op zijn minst alles op alles moeten zetten om te zorgen dat toezicht en handhaving 100% op orde zijn? Rapport na rapport bevestigt dat er structureel systeemfouten zitten in de organisaties van de AID en de VWA en dat er sprake is wetsovertredend gedrag in de sector. Een fusie van de organisaties zal het nog eens extra complex maken en zal de kernproblemen toedekken. Het advies van de ondernemingsraad van de AID inzake de fusie wijst ook op de problemen. De ondernemingsraad maakt zich zorgen over het voornemen om medewerkers om de drie tot vijf jaar van functie te wisselen. De OR schrijft in haar advies over de fusie van januari 2009 dat het voornemen volledig voorbij gaat aan de kracht van de organisatie, zijnde de kennis en ervaring van de medewerkers. De huidige krimptaakstelling ervaart de OR als zeer risicovol. De OR laakt het vertrouwen op zelfregulering en beroept zich op wetenschappers die wijzen op de gevaren ervan. Wat gaat de minister doen met deze bezwaren van de OR?

Een fusie van VWA, Aid en PD is vooralsnog niet wenselijk. We weten dankzij de rapporten van Hoekstra en Vanthemsche wat de knelpunten zijn bij de VWA. We moeten dat ook boven tafel krijgen met betrekking tot de AID. De alarmerende berichten over de gebrekkige handhaving van de fora en faunawet en het cites-verdrag, het gebrek aan expertise door roulatie, gebrek aan prioritering het kortwieken van de AID-natuurgroep** etc… De onderste steen moet boven komen. Alleen zo kan er serieus gekeken worden of en in hoeverre er sprake kan zijn van een vruchtbare samenwerking of fusie tussen de diensten. Is de minister bereid tot zo’n onafhankelijk onderzoek? Of moet er zich eerst weer eens een spraakmakende misstand voordoen?

* Directeur van Topigs, sperma en zeugenleverancier in Boerderij: het is mogelijk binnen een jaar of tien dat een zeug 35 ot 40 biggen werpt.

** Vogelbescherming al twee jaar geleden in het rapport Gekweekt met de vangkooi.