Bijdrage Partij voor de Dieren AO Visserij


5 oktober 2008

Voorzitter, Ik begin met de beschermde gebieden op de Noordzee.
De Noordzee is een bijzonder natuurgebied. Er leven grote aantallen dieren en ook nog eens veel verschillende soorten, zoals vele zeevogels, vissen, zeehonden, dolfijnen, er groeit koraal en bijzondere anemonen. Nadeel van de Noordzee is dat niemand deze natuurwaarden ziet, omdat het onder water ligt. En de druk op dit gebied is groot, zoals recent weer bevestigd in de Natuurbalans 2008. Vergelijk het met bulldozers die over de Veluwe zouden razen. Dit gebeurt op de Noordzee. Maar dan onzichtbaar voor het oog van de mens.

Het gaat niet goed met de natuur in de Noordzee. Doordat de zee intensief wordt gebruikt door o.a. scheepvaart, zandwinnning en windmolenparken, maar vooral ook door de visserij is de natuurkwaliteit sterk achteruitgegaan. Nog slechts ongeveer de helft van de natuurlijke situatie is over. De verwachting is dat de meeste beleidsdoelen voor natuurkwaliteit niet zullen worden gehaald. Soorten die al uit de Noordzee verdwenen zijn, of nauwelijks meer voorkomen zijn bijvoorbeeld: de noordkromp, purperslak, blauwvintonijn en zalm.

Gelukkig zijn er nog gebieden met unieke natuurwaarden. Deze moeten snel worden beschermd, zodat verdere achteruitgang stopt en soorten en habitats de rust krijgen om zich te herstellen. Op dit moment zijn feitelijk de enige beschermde gebieden in de Noordzee de gebiedjes rondom olie- en gasplatforms. Deze worden met rust gelaten, en daar ontwikkelt zich weer een rijk leven. Daar is zelfs nog grote kabeljauw te vinden, ver weg gedoken in een spleet in de bodem. Dit is toch wel erg triest te noemen.

Jaren geleden is Nederland al internationale verplichtingen aangegaan om deze gebieden met unieke natuurwaarden te beschermen. De minister vermeldt in haar brief van 9 juni dat zij van plan is nog dit jaar de Doggersbank, het Friese Front, de Klaverbank en delen van de Kustzone aan te melden als beschermd gebied. Dit speelt echter al jaren, en zijn maar enkele van de gebieden die bescherming nodig hebben. De overheid erkent impliciet al sinds 1990 de natuurwaarde van de Noordzee. De kennis over bijzondere natuurgebieden is al sinds 2005 (grotendeels) voorhanden. Sindsdien is keer op keer vertraging opgetreden in het beschermen van de natuur. Er zijn nog steeds geen beschermde gebieden in de Exclusieve Economische Zone (EEZ). Er is nauwelijks aanvullend onderzoek uitgevoerd. Daadwerkelijk is er nog geen gebied op open zee beschermd. En er zijn nog lange procedures te gaan om zover te komen. We zijn nog nergens. Ik vind dit een beschamende conclusie.

Tegelijkertijd roept u stoer in de media en televisieprogramma’s dat u voortvarend aan de slag bent met de beschermde gebieden en verduurzaming van de visserij. Met de vissers samen, en met natuurorganisaties. Maar minister, het stelt nog niets voor.

Wanneer begint u nu eindelijk met het daadwerkelijk beschermen van gebieden op zee?

  • Wanneer zijn de Doggersbank, het Friese Front en de Klaverbank echt beschermd?
  • En wat mogen we van dit beschermingsniveau verwachten? Kunt u het over uw hart verkrijgen om voorop te stellen dat dit natuurgebieden zijn, waar in beginsel geen ruimte is voor andere activiteiten?
  • En wanneer gaat u de andere gebieden, die zijn genoemd in het rapport uit 2005 van Alterra- beschermen? Dit zijn gebieden met – nu nog – unieke natuurwaarden die zo snel mogelijk moeten worden beschermd.
  • Van een aantal van deze gebieden is nog aanvullend onderzoek nodig (Borkumse Stenen, Zeeuwse Banken, Bruine Bank en het Nordkrompgebied). Hoe past u het voorzorgprincipe toe bij deze gebieden?
  • Bent u bereid om alle gebieden die mogelijk in aanmerking komen voor bescherming onder OSPAR en Natura 2000 ruimtelijk te reserveren voor natuur?
  • Wat is uw visie m.b.t een coherent netwerk van beschermde gebieden op zee?

Dan nu het Maatschappelijk Convenant Noordzeevisserij. Voorzitter, laat het bekend zijn dat de Partij voor de Dieren geen voorstander is van convenanten. Convenanten zijn boterzacht. Ik wil wel een paar voorbeelden noemen waar dit uit blijkt: denk aan het castratieverbod of dierwaardig vervoer. De minister moet gewoon haar verantwoordelijkheid nemen en regels stellen. Daar is zij voor aangenomen. En die verantwoordelijkheid moet zij niet ontlopen.

En als ik dan kijk in het convenant wordt mijn vermoeden bevestigd. De gedachte dat in 2012 de hele kottersector volledig MSC-gecertificeerd is, is aardig. Maar welke garanties hebben we dat dit ook daadwerkelijk gebeurt? De huidige inspanningsverplichting is boterzacht. Want we weten hoe dit gaat. Dus minister, stel dit als regel, als resultaatverplichting. Niet vrijblijvend, maar met duidelijke consequenties en een duidelijk pad naar dit doel.

Minister, graag uw reactie. Bent u van plan een dergelijk traject in te zetten, met tijdpad en budget? En zo niet, kunt u aangeven wat uw methode dan wel is om te komen tot een duurzame en toekomstbestendige kottersector in 2012?

Dan nu kort het handhavingarrangement motorvermogen vissersvaartuigen, ook over de kottersector. Daar is die weer, het convenant. De minister stelt zelf al dat de kottervissers de regels niet naleven. Waarom zouden zij dat dan wel doen als de minister hen de vrije hand geeft? Het doet me denken aan de aanpak van fietsendieven, waarbij een grote advertentie in de krant wordt gezet met de vraag aan de fietsendieven om dit vooral niet meer te doen. Daarom ben ik benieuwd naar de tussenresultaten van deze aanpak. Dus minister, hoe staat het er nu mee? Uw brief geeft hierover geen duidelijkheid.

Voorzitter, tot slot, de mosselsector.
Ik vind het onbegrijpelijk en onaanvaardbaar dat de minister weer de belangen van de sector laat prevaleren in haar aankondiging de najaarsvisserij weer toe te staan. De minister is al door de Raad van State teruggefloten dit jaar, en het lijkt erop dat ze opnieuw gezichtsverlies wil lijden. Want de Raad van State was helder over de noodzaak het Produs-onderzoek af te wachten. In dat onderzoek komen ook de effecten van de najaarsvisserij aan bod. En de Vogelbescherming geeft aan dat uw uitvlucht dat mosselbanken de winter toch niet overleven, niet opgaat. Dat is nu net ook een punt waar het Produs onderzoek over gaat. Er zijn gevallen bekend waar de vermeende instabiele banken de winter wel hebben overleefd en konden uitgroeien tot een meerjarige bank, Het is dus niet per definitie zo dat alles elk jaar verdwijnt.

Minister, graag uw reactie.Hoe denkt u dat een vergunning – rekening houdend met de Natura 2000-verplichting tot herstel van de Waddenzeenatuur - toch stand kan houden?