Bijdrage Partij voor de Dieren AO Toekomst mossel­sector


26 maart 2008

Voorzitter. De Waddenzee is een natuurgebied en geen particulier viswater. Laten we dat eerst helder neerzetten. De Waddenzee is een uniek ecosysteem met vele dier- en plantensoorten die vrijwel nergens anders voorkomen. Er leven schelpdieren, vogels, unieke planten, wormen, vissen en zeehonden. Mosselbanken zijn stabiele structuren die dienst doen als leef- en ontwikkelingsgebied voor jonge platvissen, krabben en garnalen. Wadvogels maken gebruik van het wad als voedselbron, om er te overwinteren, hun jongen groot te brengen of om bij te tanken tijdens lange trektochten tussen Afrika en de broedgebieden ten noorden van Nederland.
Voorzitter, er zijn maar weinig plekken in Nederland waar flora en fauna op de eerste plaats komen. Het Waddengebied is een van die schaarse plekken, en daar moeten we zuinig op zijn. De Partij voor de Dieren is van mening dat we als samenleving ten eerste verantwoordelijkheid dragen voor het beschermen van die flora en fauna en dat we pas daarna mogen bekijken, afhankelijk van de draagkracht van het ecosysteem, of en zo ja in welke mate economische of andere menselijke activiteiten nog mogelijk zijn.

Het jarenlange falende sectorbeleid van het ministerie van LNV heeft uiteindelijk geleid tot ingrijpen van hogerhand. De Raad van State is duidelijk: de minister heeft ten onrechte een vergunning verstrekt voor het opvissen van mosselzaad in de Waddenzee. De jarenlange veronachtzaming van het belang van een goed en onafhankelijk afwegingskader, het uitstellen van een verduurzamingstraject en het creëren van schijnzekerheid voor de mosselsector heeft uiteindelijk geleid tot een verbod op het wegvangen van mosselzaad. In eerste instantie lijkt dit een mooie winst voor milieu- en natuurorganisaties. Maar eigenlijk kent de huidige situatie alleen maar verliezers.

Met verbazing heb ik de woordvoerders van de andere fracties beluisterd. De milieu- en natuurorganisaties die de rechter vragen een oordeel te vellen over de rechtmatigheid van het optreden van de minister wordt de zwarte piet toegespeeld. En iedereen zegt geschrokken te zijn van de uitspraak van de Raad van State. We hebben hier al eerder discussies over gehad. De allereerste verantwoordelijkheid voor een verantwoord en duidelijk beleid ligt bij de minister én de Kamerfracties die haar beleid steunen. De minister moet deugdelijke besluiten nemen die geen ruimte laten voor juridisch getouwtrek. Wanneer je willens en wetens hiaten laat in de beleidsvorming, kun je narigheid verwachten. De VVD zegt geschrokken te zijn van nóg een uitspraak van de Raad van State deze week. Dat gaat dan over het toetsingskader ammoniak in relatie tot de veehouderij. Hoezo geschrokken? Toen we hierover overlegden was al volstrekt duidelijk dat deze invulling van de ammoniakwetgeving de toets van de rechter niet zou kunnen doorstaan. Precies hetzelfde liedje als met de mosselvisserij. Het mag geen geheim heten dat de Partij voor de Dieren überhaupt geen voorstander is van ongebreidelde voortzetting van de intensieve veehouderij. Maar los van de eigen beginselen waaruit iedere partij redeneert, kun je niet anders dan vaststellen dat het toetsingskader ammoniak niet alleen zorgt voor verdere vernietiging van de natuur, maar ook de ondernemers in de veehouderij op het verkeerde been zet. De fracties in het parlement die met dit toetsingskader hebben ingestemd, dragen daar zelf verantwoordelijkheid voor.

Voorzitter, ik vervolg mijn betoog. De natuurwaarden in de Waddenzee zijn door te intensieve bevissing zodanig aangetast dat herstel lang gaat duren en veel geld zal gaan kosten. Bovendien is nog steeds onduidelijk wat de draagkracht is van het systeem omdat het Produs onderzoek nog steeds geen goede en betrouwbare resultaten heeft opgeleverd. Een goed afwegingskader waarbij bepaald kan worden welke economische activiteiten nog wel mogelijk zijn zal ook niet snel op de plank liggen. Het zal zeker nog lange tijd duren voordat er een goed inzicht is in wat nodig is om de mosselbanken duurzaam te beschermen en te beheren. De Partij voor de Dieren is van mening dat het voorzorgsprincipe het uitgangspunt moet zijn in een verdere vormgeving van het onderzoek en de tussentijdse bescherming en beheer van de natuurwaarden in het waddengebied. Dat betekent dus dat we geen mogelijkheid zien voor het overgaan tot een snelle toekenning van vergunningen om weer mosselzaad te kunnen vangen.

Daarbij kom ik op de toekomst van de mosselsector. We begrijpen dat het verlies voor de mosselvissers aanzienlijk zal zijn. En de mosselsector heeft nu ineens de duidelijkheid die al jarenlang als een zwaard van Damocles boven het wad hing, maar door de minister als het ware werd weggewuifd. Zowel de sector als het ministerie hebben er weinig aan gedaan om de ecologische impact van de mosselvangst op het wad in kaart te brengen of met plannen te komen ter verduurzaming. En nu het vijf voor twaalf is, of misschien zelfs wel vijf over twaalf, lijkt iedereen ineens wakker geschud. Er is blindgestaard op economisch gewin, met alle gevolgen van dien. De Partij voor de Dieren is van mening dat de mosselvissers door het ministerie van LNV te lang in het ongewisse zijn gelaten over hun werkelijke toekomstmogelijkheden. Hetgeen door natuurcolumnist Koos Dijksterhuis mooi is neergezet in het volgende citaat: ‘het ministerie van LNV draagt mede schuld doordat het de vissers jarenlang vergunningen gaf om als lemmingen op de klippen af te stormen.’ Een onbetrouwbare overheid is zelf verantwoordelijk voor de financiële gevolgen die voortvloeien uit haar falende beleid en wij vragen de minister dan ook om een warme sanering van de sector.

Dank u wel.