Bijdrage Partij voor de Dieren aan debat over de kabi­nets­re­actie op de film Fitna


31 maart 2008

Voorzitter,
Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, net als vrijheid van godsdienst. Toch blijkt dat die twee verworvenheden ernstig met elkaar in botsing kunnen komen, wanneer provocatie onderdeel uitmaakt van het hanteren van de verworven vrijheden.
Kerk en staat zouden met nadruk gescheiden moeten opereren, om explosieve misverstanden uit te sluiten zoals die nu zijn ontstaan met de film van collega Wilders.

Het is voor de Partij voor de Dieren onbegrijpelijk dat de Nederlandse politiek zich wekenlang in gijzeling laat houden door de angst voor een film waarvan de inhoud niet eens bekend was. En waarvan inmiddels duidelijk is dat er door de makers meer aandacht besteed lijkt aan de mediahype, dan aan de zorgvuldige totstandkoming van de film. We hebben de indruk dat de regering minder vanuit angst en meer vanuit verantwoordelijkheid had moeten reageren. Het optreden en de maatregelen waren bombastisch. Regeren is wat anders dan overreageren.


Het is zeer te betreuren wanneer politici gebruik maken van het kwetsen van de gevoelens van aanhangers van een bepaalde levensbeschouwing, om hun eigen politieke doel dichterbij te brengen. Het welbewust voor lief nemen dat de veiligheid van Nederlanders in het buitenland daardoor gevaar loopt, dat Nederlandse exportbelangen geschaad worden, dat de Nederlandse politiek extra beveiliging behoeft en dat het aanzien van Nederland onnodig en onterecht geschaad wordt.

Het is een slechte zaak, voorzitter, dat elk filmisch pamflet, kan worden ingezet om misverstanden tussen mensen te voeden. En onder het mom van het aanpakken van een zogenaamd haatdragende ideologie, zelf haat te zaaien. Met als alibi dat daarmee zou worden opgekomen voor de Vrijheid.

De onvrijheid die gevoeld wordt door onze ambassade in Arabische landen om nog langer de Nederlandse vlag te hijsen, de onvrijheid die Nederlanders voelen om op vakantie te gaan in Islamitische landen, de onvrijheid die politici in Nederland voelen om te gaan en te staan waar ze willen, is een onvrijheid die is gevoed door de Partij die zegt op te komen voor de Vrijheid.
Voor de vrijheid van wie eigenlijk, voorzitter?

De genoemde onvrijheid kent niet de Koran of het Islamitisch geloof als directe aanleiding, maar het filmisch pamflet van de heer Wilders, waarmee de vrijheid van meningsuiting en het parlement worden misbruikt.

Volksvertegenwoordigers hebben niet alleen de opdracht de regering te controleren, maar ook de belangen van de Nederlandse bevolking te behartigen op een waardige wijze.
De wijze waarop dat nu gebeurt is, valt te betreuren en het zou goed zijn om te bezien hoe, zonder de vrijheid van meningsuiting aan te tasten, het zaaien van zinloze tweespalt op een manier zoals nu gebeurd is, in te dammen.
Minister van Staat Hans van den Broek sprak in dit verband van politiek pyromanisme, en wij kunnen ons vinden in die kwalificatie.

Je hoeft het niet eens te zijn met de godsdienstige opvattingen van anderen, zonder beledigend te worden of observaties in een zo gekleurd perspectief te plaatsen, dat ze leiden tot escalatie en haat. Escalatie niet eens alleen in de zin van directe reacties van mensen die gekwetst worden in hun levensovertuiging, maar ook escalatie in de zin van anderen die proberen te wedijveren in media-aandacht door nog onfatsoenlijker uitingen te bedenken om anderen te kwetsen.

Het ligt niet voor de hand dat een vertegenwoordiger van het Nederlandse volk pregnante beschouwingen geeft van z'n opvattingen over de geloofsbeleving van derden. Net zo min ligt het voor de hand dat politieke partijen religieuze opvattingen laten doorklinken in het regeringsbeleid. Notabene in een land waar het overgrote deel van de bevolking seculier is.


Onder de discussie over de islam, ligt de angst van heel veel mensen dat wij moeten vrezen voor een rechtsstaat die wordt geregeerd vanuit religieuze beginselen. Die angst is begrijpelijk. Wij moeten in algemene zin waken tegen een dergelijke inbreuk op de scheiding van kerk en staat.
Maar een dergelijke bedreiging vloeit niet alleen voort uit ons vreemde religies, zoals op dit moment door de heer Wilders aan de kaak gesteld, maar ook vanuit religieuze opvattingen in eigen land.

De Partij voor de Dieren vindt het belangrijk dat dit debat over vrijheden en de inperking daarvan verbreed wordt naar een debat over scheiding van kerk en staat. Ook in eigen land zijn er voorbeelden waarin de staat religie en politiek te zeer worden vermengd. Daarmee wordt de scheiding tussen kerk en staat vertroebeld die zoveel wij als een groot goed beschouwen. De beste manier om de frictie tussen vrijheid en religieuze opvattingen van wie dan ook te vermijden, is door kerk en staat zorgvuldiger te scheiden dan nu het geval lijkt.

Er zou een brede discussie gevoerd moeten worden op welke wijze wij kunnen voorkomen dat de religieuze opvattingen van sommigen leidend worden ook voor hen die zich in dergelijke religieuze opvattingen niet thuis voelen.

Het hanteren van winkelsluitingstijden kan duizend- en één redenen hebben, maar wanneer kabinetsleden aangeven dat het verminderen van het aantal koopzondagen samenhangt met het beschermen van de religieuze zondagsrust, ontstaat er een vermenging van kerk en staat die onwenselijk is.

Datzelfde geldt voor de discussie over het al dan niet schrappen van de strafbaarheid van godslastering. Ook daarvoor zou geen apart wetsartikel behoren te bestaan in een samenleving waarin kerk en staat gescheiden opereren. Uitbreiding van dat wetsartikel om critici de wind uit de zeilen te nemen, is in dat opzicht het paard achter de wagen spannen.

Het zou winst zijn wanneer de discussie over Fitna uitmondt in respect voor religieuze vrijheid; het scheiden van religie en politiek en het vermijden van kwetsende polarisatie. Het is niet wenselijk om je politieke standpunten kracht bij te zetten door te kwetsen. Het kwetsen lijkt dan een doel in zichzelf te worden.

Wie behoefte voelt om het debat met mensen van andere culturen of religies aan te gaan, zou daarin respect de boventoon moeten te laten voeren en provocatie te vermijden. In dat debat dient telkens de scheiding tussen kerk en staat benadrukt te worden. Dat alles in het belang van de verworvenheden die in onze open en als tolerant bekend staande samenleving kennen.

Ik sluit af. De overdreven kritiek op de levensovertuiging van anderen dient geen enkel redelijk doel. Het Nederlandse wetboek van strafboek kent voldoende mogelijkheden tegen het zaaien van haat of het aanzetten tot geweld. Daaraan behoeft wat de Partij voor de Dieren betreft geen discussie met religieuze elementen aan te worden toegevoegd.

En voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie!

Dank u wel.