Bijdrage Partij voor de Dieren AO Subsi­die­re­geling maat­schap­pe­lijke orga­ni­saties en milieu


3 juni 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ook de Partij voor de Dieren heeft met enige verbazing de brief van de minister gelezen. We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat haar actie is ingegeven door het geschreeuw over juridische procedures die door milieuorganisaties worden gevoerd. De minister benadrukt dat het niet de bedoeling is dat dat soort procedures gesubsidieerd wordt. Het lijkt erop dat ze met deze brief gekomen is om op deze procedures te reageren. Mijn fractie vraagt zich meteen af wat daarvoor de criteria zijn in het kabinet. Wij zouden het graag zo willen houden dat juridische procedures niet gesubsidieerd worden. Dit zou alleen maar voer geven voor discussie. Maar welke lijnen worden daarin gevolgd? Staat het kabinet wantrouwend tegenover het subsidiëren van clubs die procedures voeren tegen de Staat?

Nog los van de regeling die de minister nu voorlegt, ben ik nog het meest bezorgd over de uitlatingen van de minister die ik in de kranten heb gelezen. Ze benadrukt dat de milieuproblematiek al bij iedereen op het netvlies zou staan en dat er daarom een nieuwe reden zou zijn om opnieuw te kijken naar de invulling van de rol die milieuorganisaties in onze samenleving spelen. Volgens mij is deze minister zich welbewust van het feit dat aandacht voor natuur en milieu gemakkelijk verslapt. Het is een fragiel evenwicht. Nu is er momentum, maar volgend jaar is dat wellicht voorbij. De minister zou toch niet willen dat we één centimetertje of grammetje afdoen van het huidige milieubewustzijn in onze samenleving?

Ook ben ik bezorgd over het enthousiasme van de minister over oplossingsgerichte projecten, straatfeestjes en energieopwekkende dansvloeren. Moet ik hieruit concluderen dat de minister vindt dat milieuorganisaties vooral projecten zouden moeten uitvoeren die gericht zijn op het eigen handelen van consumenten? Of mogen milieuorganisaties nog steeds bewustwordingscampagnes voeren, gericht op het beïnvloeden van het overheidsbeleid? Moeten milieuorganisaties mensen vooral vragen om nog meer straatfeestjes te geven of mogen zij ook campagnes voeren die pleiten voor overheidsbeleid op het gebied van bijvoorbeeld vleesvermindering, om het milieu te redden? Ik vraag dit zo nadrukkelijk omdat uit alle rapporten iedere keer weer blijkt dat burgers best bereid zijn om zelf iets te doen voor het milieu. Maar 80 procent van de burgers verwacht van de overheid dat zij de touwtjes in handen neemt, omdat de burgers het met hun eigen initiatieven niet redden. Daar zijn de problemen te groot voor.

Onze zorg is vooral gelegen in het overstappen van programmasubsidiëring naar projectsubsidiëring. Wij zien daarin grote gevaren voor de continuïteit. Voortbouwen op eerdere projecten wordt moeilijk. Langlopende programma's, bijvoorbeeld projecten op het gebied van duurzame landbouw en openbaar vervoer, komen in gevaar. Hiervoor zou je projecten willen organiseren die langer dan een jaar duren. Het lijkt erop dat structureel beleid hiermee de nek wordt omgedraaid. Dat zou niet de bedoeling moeten zijn. Ik vraag de minister dus om meer duidelijkheid over hoe ze kijkt naar de milieuorganisaties.

Mevrouw Spies (CDA): Zou er naar het oordeel van mevrouw Ouwehand misschien ook een voordeel in de aangekondigde wijziging kunnen zitten? Zij biedt toch ook kansen aan nieuwe en kleinere organisaties? Je verruimt er toch ook de criteria mee om de competitie voor goede ideeën te stimuleren? Mevrouw Ouwehand noemt alleen maar bezwaren. Maar zou er wellicht ook nog ergens een klein lichtpuntje kunnen zijn?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Volgens mij is de bestaande regeling prima. Deze biedt ook kansen voor kleine organisaties. Dit neemt niet weg dat de Partij voor de Dieren van mening is dat je op ieder moment zou moeten kunnen kijken naar staand beleid en naar een eventuele aanpassing daarvan. Daar zijn wij helemaal niet vies van, maar ik zie geen concrete aanleiding om de bestaande regeling verkeerd te noemen. Daarom ben ik argwanend en vraag ik mij af of het geschreeuw over de procedures misschien iets te maken heeft met de daadkracht die de minister nu toont. Ik zie vooral de verslechteringen in de regeling. Daar wil ik opheldering over.

Mevrouw Spies (CDA): Krijgt de Partij voor de Dieren rondom de begrotingsbehandeling nooit brieven van al die organisaties en mensen die teleurgesteld zijn omdat zij weer niet in aanmerking zijn gekomen voor een uitkering uit de SMOM?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar moeten we natuurlijk altijd goed naar kijken. Maar nogmaals, de bestaande regeling is volgens mij niet verkeerd. In de regeling die nu wordt voorgesteld zie ik niet zonder meer verbeterpunten. Dit neemt niet weg dat ik altijd bereid ben om er kritisch naar te kijken. Maar ik denk dat de SMOM best eens zou kunnen worden uitgebreid. Niet dat ik vind dat milieuorganisaties aan het infuus van de overheid zouden moeten liggen. Maar het principe van "de vervuiler betaalt" is nog altijd niet doorgevoerd door het kabinet. Ik denk daarom dat het heel redelijk is om milieuorganisaties van subsidies te blijven voorzien, totdat er een kabinetsbeleid ligt waarin dat minder nodig is en waardoor burgers kunnen vertrouwen op een overheid die over het milieu waakt.

Mag het zo zijn en blijven dat overheidsbeleid kritisch wordt gevolgd en dat campagnes worden gevoerd om bewustzijn bij burgers te blijven vergroten?