Bijdrage Partij voor de Dieren AO over de voort­gangs­rap­portage EHS en ILG


11 november 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het zal u niet verbazen dat ik niet overtuigd ben van de goede inzet van de CDA-fractie. De biodiversiteitsdoelen worden niet gehaald. Als de CDA-fractie andere doelen heeft, prima, maar leg ze dan hier ook even uit. Nogmaals, het zou mooi zijn als het om meer ging dan alleen grassprieten, maar ik heb er niet veel vertrouwen in.

Ik begin met een vraag aan de rapporteurs. Dank voor hun werk en de opmerkingen. Daarin zit wel wat tijd en energie, heb ik kunnen zien. Veel dank en waardering daarvoor. Een punt van zorg is en blijft dat wij maar heel gebrekkig kunnen sturen en controleren. Daarop heeft de Algemene Rekenkamer ook gewezen. Mijn vraag aan de rapporteurs luidt dan ook of zij wellicht mogelijkheden zien voor wetswijzigingen rond het ILG om die sturing en die controle beter te kunnen verankeren. Als de vraag niet op zijn plaats is, hoor ik dat wel. Nu is het iedere keer een wens van de Kamer om harder te lopen. Dat zijn allemaal prachtige woorden, maar de minister kan vervolgens niet de provincies het mes op de keel zetten, zegt zij. Ik denk ook wel dat zij gelijk heeft. Dat zou je misschien ook niet moeten willen, maar zo blijven wij natuurlijk wel een beetje hannesen. Die vraag stel ik dus aan de rapporteurs.

Dezelfde vraag stel ik aan de minister. Ik wil graag van haar horen in welk opzicht de Crisis- en herstelwet op deze punten ingaat. Ik kan haar vast verklappen dat ik met de systematiek van de Crisis- en herstelwet niet kan leven, maar ik ben toch benieuwd naar de beoordeling van de minister op dit punt. Ik neem aan dat zij daarnaar wel kritisch heeft gekeken, ook gezien een amendement dat hierover al is ingediend.

Het gaat niet goed met de EHS. Dat is geen groot geheim. Dat zien wij eigenlijk al jaren achter elkaar. De grote vraag is hoe wij deze nog kunnen gaan realiseren en wie hier uiteindelijk op de stoel zit om de verantwoordelijkheid af te leggen. Ik heb grote zorgen over met name de robuuste verbindingszones. Ik vind dat de minister wat teleurstellend reageert. Zij geeft wel aan dat de voortgang hierin weinig transparant is, maar in de beantwoording van Kamervragen zegt zij: zolang er perspectief is op tijdige begrenzing en er geen sprake is van ernstige vertraging, heb ik geen bezwaar. Maar wij hebben nu pas 11% van deze verbindingen verworven en pas 41 van de 208 knelpunten geheel opgelost. Ik zou dit willen duiden als ernstige vertraging. Als de minister daarvoor andere criteria heeft, dan zou mij dat zeer verbazen. Wat kunnen wij dus doen?

Dan de midterm review. Ik heb hier al eerder op aangedrongen: wanneer wij gaan bekijken hoe het ervoor staat, lijkt het mij goed dat de Kamer tevoren weet waar wij tijdens die midterm review willen staan. Nu heeft de minister namelijk volledig de vrijheid om op dat moment te kunnen zeggen: ik denk dat wij wel aardig gaan, wij kunnen nog een sprintje trekken. Wij kunnen haar er niet op afrekenen. Dat vind ik een groot gebrek. Als ik nu de stukken zie, wordt die midterm review blijkbaar de doos van Pandora. Dan zijn opeens alle documenten en rapporten beschikbaar. Ik ben bang dat wij dan ook kunnen zien in welke beerput wij inmiddels zitten. Kan de minister wat concreter aangeven wat zij aan realisering voor ogen heeft voor de midterm review? Ik beloof dat ik haar niet meteen naar huis zal sturen als het niet is gelukt, maar de Kamer zal toch tevoren enig houvast moeten hebben. Er wordt mij hier toegeroepen dat ik iets meer zetels nodig heb. Misschien getuigt dit ook wel van realiteitszin. Daarin ben ik dan ook wel weer eerlijk.

Ik heb een vraag over dat manifest. Er ligt een boekje en er wordt hier gesproken van grote waardering voor de samenwerking tussen natuurorganisaties en LTO. In het perspectief dat het agrarisch natuurbeheer achterloopt zeg ik: ja, prima. Maar vervolgens zie ik dat de minister er in haar persbericht over zegt: er komt sneller natuur bij, wat de Ecologische Hoofdstructuur en recreatiegebieden rondom de steden helpt realiseren. Dat klopt, maar dan zegt zij: de overheid hoeft daarnaast minder grond aan te kopen voor de aanleg van nieuwe natuurgebieden en dus ook minder vaak tot onteigening over te gaan. Hoe zit dat in relatie tot de taakstellingen? Toen ik in de krant over dat manifest las, heb ik het zo opgevat dat dit er was om de taakstelling agrarisch natuurbeheer op zichzelf vlot te trekken. Nu zie ik toch dat plannetje van de minister weer opduiken dat het eigenlijk stiekem bedoeld is om de EHS te realiseren via agrarisch natuurbeheer. Dat kan niet, want wij hebben harde taakstellingen voor het verwerven van gebieden. Daaraan moet de minister vasthouden. Als dit een misverstand is dan zie ik het graag uit de weg geruimd. Ik roep de minister dan wel op om dit soort uitlatingen niet te doen in persberichten, want dat schept alleen maar verwarring. Ik krijg hierop graag een reactie.

Dan over de onteigening. Ik hoor graag wat de huidige opvatting van de minister over onteigening is. Is dit nog steeds dat de provincies maximaal 10% mogen onteigenen en eventueel onderling wat mogen ruilen of vindt zij inmiddels dat er meer ruimte voor moet zijn? Ik haal dan de oproep van Zuid-Holland aan, dat met recht en reden zegt: wij gaan het niet halen als wij dat instrument niet steviger mogen inzetten. Graag een reactie.

Ik maak nog twee laatste opmerkingen over de provincies. Ik heb gelezen dat in Limburg de gedeputeerde heeft gepleit voor het realiseren van een natuurcompensatie binnen de EHS. Daarover heeft de minister gezegd: ik kijk of dat plan uitvoerbaar is. Dat waren althans haar woorden. Volgens mij mag het niet en moet de minister ook op voorhand tegenover zo'n gedeputeerde duidelijk zijn dat dit niet aan de orde kan zijn. Ik weet niet of zijn citaat klopt. Hij heeft gezegd: de minister heeft mij beloofd uit te zoeken of het plan uitvoerbaar is. Ik hoor graag wat de minister daarover heeft gezegd. Nogmaals, ik denk dat het niet kan.

Over de provincie Gelderland hebben wij te horen gekregen dat er grote zorgen bestaan over de aanwijzing van de EHS. Met name wil de provincie gaan bouwen aan de randen van een waardevol natuurgebouw in Nijmegen, het Kastanjedal, een heel zeldzaam natuurgebied. Daarom is het Kastanjedal uit de EHS gehaald. Ik vraag aan de minister of dit klopt. Ik vraag of zij dit wil beoordelen in het licht van de Crisis- en herstelwet. Is dit een voorbode van wat ons te wachten staat? Kunnen wij met de Crisis- en herstelwet vaker dit soort beslissingen van provincies verwachten, namelijk dat aangewezen waardevolle gebieden aan de kant kunnen worden geschoven voor woningbouw? Ik vraag uiteraard aan de minister welke mogelijkheden zij ziet om hier in te grijpen. Het gaat om jaren oude kastanjebomen en zeer waardevolle natuurwaarden en het lijkt mij weinig aantrekkelijk als dat verdwijnt uit Nijmegen.

De heer Pieper (CDA): Ik heb een vraag over de handreiking uit het veld, uit de samenleving, door ondernemers aan de minister om de doelstelling van de EHS te helpen realiseren. Ik proef bij mevrouw Ouwehand alleen maar achterdocht. Gelooft zij ├╝berhaupt dat mensen in de samenleving een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van de EHS en de biodiversiteit of is dit alleen maar iets dat van bovenaf moet worden afgedwongen? Is papier voor haar heilig of kunnen mensen ook een rol spelen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik houd heel erg van bomen en in dat licht minder van papier, maar soms hebben wij dikke rapporten nodig om ervoor te zorgen dat bomen blijven staan. De heer Pieper wil niet goed luisteren. Ik heb gezegd: hou vast aan de taakstellingen. Binnen die taakstellingen is er een plek voor agrarisch natuurbeheer. Ik vind dat die taakstelling tot de laatste procent, zelfs tot achter komma, moet worden gerealiseerd. In dat licht heb ik zelfs gezegd dat LTO en natuurorganisaties samen gaan kijken wat zij doen. Wat ik een slecht idee vind, is doen alsof je de hele EHS met agrarisch natuurbeheer kunt realiseren. Dat mag trouwens ook niet, want daarover hebben wij afspraken gemaakt.