Bijdrage Partij voor de Dieren AO Natu­ra2000


12 februari 2008

Voorzitter,

Nederland heeft nauwelijks natuur en de natuur die we nog hebben staat continu onder druk van het economische belangen een bos of heidelandschap eerder als een bedreiging zien dan als een waardevol element in ons landschap. En daar we vaak voorop staan als het gaat om het vasthouden aan werken in Europees verband - als excuus om niets meer te hoeven doen dan wat Europees wordt voorgeschreven (zoals dierenwelzijn) – gaan er nu geluiden op om nu onder de Europese maatstaven te duiken.

Voorzitter. We staan negentiende op de ranglijst van landen als het gaat om het percentage landoppervlak dat als natuur is aangemerkt achter landen als Slovenië, Hongarije en Slowakije. Slechts 6 landen staan lager op de ranglijst. En met de weerstand die aanwezig is zullen we eerder dalen dan stijgen in de rangorde. De Partij voor de Dieren vindt het betreurenswaardig dat we vandaag nauwelijks spreken over hoe de begrenzing van de Natura2000 gebieden het meest voortvarend aan kan worden aangepakt, maar dat er vooral gepraat wordt over hoe we op de rem kunnen gaan staan en de grens van het minimale op kunnen zoeken.

We steunen de minister in haar keuze om eerst de gebieden definitief te aan te wijzen en dan pas beheerplannen op te stellen en maken haar hierbij een voorzichtig complimentje. En we hopen dat de minister hierin haar rug recht houdt. Gelukkig geeft de Europese Unie haar een steun in de rug: de tijd dringt (voor 2010 dienen de aanwijzingsbesluiten klaar te zijn) en het argument om met beheerplannen tot een beter draagvlak te komen voor de begrenzing doet niet ter zake. De gebiedskeuze en de nationale instandhoudingsdoelstellingen mogen alleen op basis van ecologische criteria worden vastgesteld en ik wil graag stevige uitspraken van de minister dat zij dit zal vasthouden.

We weten allemaal dat in afwegingen tussen ecologie en economie, de ecologie vrijwel altijd het onderspit zal delven. Alles van waarde is weerloos, zeg ik Lucebert dan maar na. Dit pad mogen we niet bewandelen. Pilots laten zien dat het een heilloze weg is.

Natuurorganisaties geven op basis van deze ervaring aan dat het niet vaststaan van de uitgangspunten de samenwerking hindert. Iedere keer worden de doelen ter discussie gesteld. Hoe beziet de minister de ervaringen met deze pilots in relatie tot de voorkeur om eerst de besluiten definitief te maken?

Het toegeven aan het geluid om eerst het ‘hoe’ vast te stellen middels beheersplannen en pas daarna het ‘wat’ met het definitieve aanwijsbesluit zal er voor gaan zorgen dat Nederland opnieuw niet aan de Europese regels gaat voldoen om de aanwijzingsbesluiten vóór 2010 gereed te hebben. Er valt zeer te betwijfelen of er voldoende menselijke capaciteit is bij terreinbeheerders, belangengroepen en bevoegd gezag om op basis van zorgvuldige afwegingen en procedures alle 162 beheerplannen tegelijkertijd vóór 2010 af te hebben. Wij vragen de minister dus om bij haar standpunt te blijven en zo snel mogelijk over te gaan tot het definitief maken van de aanwijzingen.

Tijdens het Rondetafelgesprek sprak het IPO zich uit voor een omkering van het proces. De provincies spelen echter vele rollen in de hele aanwijzingsprocedure, die tot tegengestelde belangen kunnen leiden. In de zienswijzen kan bijvoorbeeld veel podium gegeven worden aan de agrarische en economische standpunten. Daarnaast zijn de provincies vanaf het begin betrokken bij de contourendocumenten en ook bij de beschouwingen. Hoe ziet de minister de onafhankelijkheid van de provincies, die zowel betrokken zijn bij de beschouwing als dat ze een eigen zienswijze hebben ingediend?

Wat betreft de relatie tussen Natura2000 en het ammoniakbeleid; inmiddels is een interim Toetsingskader ammoniak vastgesteld. Tekenend is dat bij het tot stand komen van dit interimkader de Natuurorganisaties uit het overleg zijn gestapt omdat te eenzijdig gehoor werd gegeven aan de belangensector. Natuurbalans 2006 sprak al van ernstige overschrijdingen en gaf aan dat het nog decennia duurt voordat de gestelde doelen voor de stikstofdepositie bereikt zijn. Kan de minister aangeven hoe lang het met het huidige toetsingskader Ammoniak zal duren voordat de overschrijdingen teruggebracht zijn en hoe dat zich verhoudt tot het halen van de instandhoudingsdoelen in de Natura2000 gebieden? En wat zijn de gevolgen wanneer ammoniakeisen in een beheerplan aangescherpt worden als dit interim toetsingskader bij AmvB vastgelegd gaat worden? Graag een reactie van de minister.