Bijdrage Partij voor de Dieren AO Landbouw- en Visse­rijraad


28 september 2008

Onderdeel Visserij

Informele bijeenkomst visserijministers maandag 29 september ’08 over de hervorming van het Gemeenschappelijk visserijbeleid


Voorzitter, visstanden storten in, de vis raakt op, vooral door overbevissing. Eindelijk, na jarenlang nietsdoen gaf ook de Europese Commissie dit vorige week toe, na goedkeuring van een document van Eurocommissaris Borg waarin een eerste analyse is gemaakt van de werking van het Gemeenschappelijk visserijbeleid. De Commissie erkent nu ook dat het Gemeenschappelijk visserijbeleid faalt, het werkt niet: 88% van de Europese visbestanden zijn inmiddels overbevist. Er is een drastische ommekeer nodig om de zeeën te redden. De instrumenten werken niet en oplossingen moeten worden gezocht in: een vermindering van de vloot met 40%, een heel nieuw systeem van vangstbeperkingen, en het ecologisch belang moet boven het sociale belang worden geplaatst. Immers, anders houden we geen vis over.

Voorzitter, dit is een helder verhaal waar ik verheugd mee ben. Aanstaande maandag discussieert de minister in de Raad over de hervormingen van het Gemeenschappelijk visserijbeleid. In de geannoteerde agenda lees ik dat de minister al wel een aantal uitgangspunten heeft geformuleerd voor deze bijeenkomst, maar een visie te zijner tijd nog gaat ontwikkelen. Dit laatste vind ik jammer. Graag zou ik zien dat de minister nu al een visie heeft op het Gemeenschappelijke visserijbeleid, evenals een visie op hoe nu verder, en deze krachtig uitdraagt naar de andere lidstaten.

Ik vraag de minister wat zij vindt van de verontrustende berichten van de Europese Commissie en haar visie op de hervormingen van het Gemeenschappelijk visserijbeleid te geven. En ziet zij ook in dat een drastische ommekeer nodig is om de zee te redden, en zo ja op welke manier?

Voorstel herstelplan kabeljauwbestand
Voorzitter, het herstelplan moet ervoor zorgen dat de volwassen populaties van de kabeljauwbestanden, die momenteel met instorting worden bedreigd, weer op een veilig niveau worden gebracht. De Partij voor de Dieren is blij met het inzicht van de Europese Commissie dat er een grote noodzaak is tot nieuwe, vergaande, meerjaren-herstelmaatregelen voor de kabeljauw. Eén van de maatregelen die de Commissie wil treffen is beperking van de visserijinspanningen (zeedagen) per lidstaat. De minister heeft hier problemen mee. Zij kan zich er niet in vinden dat ook de boomkorvloot aan zeedagen moet inleveren. Maar, is het niet zo dat de boomkorvloot met haar nog steeds zeer niet-selectieve manier van vissen, circa de helft van de hoeveelheid aan kabeljauw vangt, als bijvangst? Aanpak van de boomkorvloot is daarom een absolute vereiste om de kritieke situatie van de kabeljauw te verbeteren. Het níet aanpakken van de boomkorvlot is in mijn optiek juist disproportioneel.

Graag uitleg van de minister hoe zij dit ziet.

De brandstoffenproblematiek in de visserij
Voorzitter, het verheugt mij dat de minister aangeeft geen voorstander te zijn van de zogenaamde brandstofsteun. Dit lost namelijk niet de onderliggende problemen op. De minister noemt het onderliggende probleem: de grote afhankelijkheid van de visserij van het gebruik van grote hoeveelheden brandstof. Ik voeg er een onderliggend probleem aan toe: de overbevissing. Door de hoge kosten, en de lage opbrengsten is het niet meer rendabel uit te varen, zoals ook het LEI inmiddels heeft berekend. In het Nationale maatregelenpakket voor de visserij van de minister mis ik echter de maatregel/het heldere verhaal om: terug te gaan naar een beperktere vloot, die modern zijn, en zwaar in te zetten op herstel van de visbestanden.

Minister, graag uw reactie. Bent u bereid om in te zetten op het flink snijden in de boomkorkotters, en vervolgens de enkele kotters die overblijven te moderniseren? Zo ja, aan welke termijn denkt u?

Brief van de minister over de actie van Greenpeace
Voorzitter, ruim de helft van de vispopulaties is overbevist, een kwart is al ingestort, 90 procent van de grote vis is weg. Driekwart van de commerciële vis zit in de gevarenzone. Er is HAAST met het realiseren van beschermde gebieden op de Noordzee, die zo kunnen bijdragen aan het behoud van de biodiversiteit en herstel van ecosystemen. De minister práat al ruim 10 jaar over beschermde gebieden, en doet niets. Is het dan vreemd dat een organisatie dan op een gegeven moment wél actie onderneemt, daar waar de minister actie nalaat?

Volgens de Habitatrichtlijn hadden lidstaten al in 1995 gebieden moeten aanmelden aan de Europese Commissie. De minister doet dat in 2008. Gebieden zijn dan nog niet beschermd, want er volgt dan eerst nog een procedure van aanwijzing van de gebieden, door de lidstaat zelf, én er moet nog een beheerplan worden vastgesteld. Pas bij een goed beheerplan, met een goed beschermingsniveau, en ook uitvoering van dit plan, is een gebied daadwerkelijk beschermd. Dit zijn lange procedures. Ik vraag me af in welk jaar gebieden daadwerkelijk beschermd zijn. Het vermelden van de minister dat zij nog dit jaar gebieden aanmeldt klinkt aardig, maar is beschamend.

Ook benadruk ik hier hetgeen het Planbureau voor de Leefomgeving heeft gesteld in de Natuurbalans 2008. Namelijk dat met de aanmelding en aanwijzing straks van de Klaverbank, de Doggersbank en het Friese Front nog een groot deel van de ecologisch waardevolle gebieden in de Noordzee onbeschermd blijven. Gaat de minister verder met aanwijzing van ook andere waardevolle gebieden? De stap die de minister nu zet is een minimale invulling om te voldoen aan internationale eisen, waaronder ook OSPAR, en mag niet het eindplaatje zijn.

Daarnaast wil ik nog kwijt dat ik het zeer onterecht vind dat de minister de acties al veroordeeld heeft terwijl allerminst vaststaat dat de acties in strijd zijn met de wet.

Minister, graag uw reactie.