Bijdrage Partij voor de Dieren AO Mest­beleid


2 oktober 2008

Voorzitter. Nederland heeft in 1991 haar handtekening gezet onder de Europese Nitraat richtlijn en zich daarmee verbonden aan Europese eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van het water. Iedereen moet zich inspannen om dezelfde doelen te halen. Een beter level playing field kun je dus niet wensen. En het doel van de nitraatrichtlijn is glashelder. Het gaat om de bescherming van óns water. Een groot maatschappelijk belang dus.

Ik heb me dan ook verbaasd over mijn collega parlementariërs die door alleen maar lijkten te zoeken naar uitwegen om te ontkomen aan de regelgeving die zo’n zwaarwegend belang als waterkwaliteit ons oplegt.

Collega parlementariërs die verontrustende kaarten met fel oranje gevarenzones langs de kust vanwege ernstige eutrofiëring ten onrechte weg willen wuiven omdat het niet bij de Nitraatrichtlijn zou horen.

Collega parlementariërs die de verplichte meetdiepte van het grondwater willen verlagen zodat er gunstiger getallen uitkomen wat betreft de nitraatvervuiling. De Europese ambtenaar kon dit staaltje wensdenken niet anders weerleggen dan: ‘we meten nou eenmaal daar waar het water zich bevindt'.

Voorzitter. Ik heb dus collega parlementariërs die, in plaats van zorgen te uiten over de slechte kwaliteit van ons grondwater en de gevolgen daarvan voor het ecosysteem en ons drinkwater, zich vooral druk maken over de vraag: hoeveel mest kunnen we in Nederland plaatsen?

Ik vind het ronduit beschamend dat Nederland en haar volksvertegenwoordigers al jarenlang proberen de uitvoering van de nitraatrichtlijn in Nederland te traineren en de grenzen van het toelaatbare op te zoeken. En creatief boekhouden wordt daar niet bij geschuwd zo heb ik de afgelopen weken gemerkt.

Voorzitter. De landbouw is een belangrijke veroorzaker van de hoge stikstof en fosfaatconcentraties in grond- en oppervlaktewater. Er moet nog veel gebeuren voordat de kwaliteit van water en bodem duurzaam is hersteld. Zeker in de löss- en zandgebieden. We moeten dus nog steviger en strenger maatregelen nemen om de negatieve gevolgen van het ongebreidelde mestgebruik in het verleden duurzaam te herstellen.

Maar de minister lijkt met man en macht vast te willen houden aan het aantal dieren in Nederland. En daarmee de mestproductie en het mestoverschot. Op schaamteloze wijze worden kosten noch moeite gespaard om de derogatie er in Brussel door te drukken. LNV ambtenaren die op hun tenen in Brussel aftasten wat mogelijk is, een lobby om op slinkse wijze dierlijke mest als kunstmest te verkopen en een minister die wordt klaargestoomd om bij onderhandelingen het onderste uit de kan te halen voor de sector.

Ik heb het gevoel dat het aantal ambtenaren dat bezig is met het voorbereiden van de derogatie het aantal ambtenaren dat onze Kamervragen beantwoordt ruimschoots overtreft.

  • Maar waarom eigenlijk? Welk algemeen belang wordt gediend dat de inzet van zoveel ambtenaren rechtvaardigt?
  • Hoeveel FTE en overheidsbudget wordt er eigenlijk ingezet als het gaat om de derogatie, de wetenschappelijke onderbouwing en het onderzoek dat daarvoor nodig is?
  • Wie betaalt de experimenten om dierlijke mest om te zetten in kunstmest en hoeveel draagt de overheid daaraan bij?


Voorzitter. De discussie over de aanpak van de nitraatproblematiek in Nederland is niet los te zien van de héle mestproblematiek. Ik wil dara graag verder op ingaan. We hebben namelijk nu al te maken met een gigantisch mestoverschot. Door de huidige derogatie worden al bijna de helft meer koeien in Nederland gehouden dan via de oorspronkelijke eisen in de Nitraatrichtlijn zijn toegestaan. Bijna de helft méér mestproductie dan de richtlijn wenselijk acht om de waterkwaliteit te beschermen.

Met de verwachte verlaging van de derogatie; de ongebreidelde uitbreiding van het melkquotum en de strengere eisen via de Kader Richtlijn Water zal het mestoverschot drastisch toenemen. En daarmee ook kosten die worden betaald voor de afzet van mest. Iets wat op varkensbedrijven nu al in de vele tienduizenden euro’s loopt. En dat is dus geld dat niet wordt besteed aan dierenwelzijns- of milieumaatregelen.

En terwijl de minister in de toekomstvisie naar een duurzame veehouderij haar hoop heeft gevestigd op een sector die zelf in die richting initiatieven zal ontplooien, kan ík niet anders dan concluderen dat alle signalen er op wijzen dat er eerder een mestoorlog zal uitbreken, dan dat er een verduurzamingslag plaatsvindt.

Het enige effect van een mestoorlog dat je positief zou kunnen noemen, is dat gangbare varkenshouders daarin het onderspit zullen delven, waardoor een dure warme sanering niet meer nodig is….. Maar dat is niet de weg die de Partij voor de Dieren verkiest.

Het is daarom nu echt tijd om de valse hoop eindelijk te laten varen. Via het voorgestelde kunst- en vliegwerk is het onmogelijk het aantal dieren in Nederland behouden én toe te werken naar een duurzame veehouderij.

Een krimp van de veestapel is onafwendbaar en ik heb het in deze commissie al vaker gezegd: de oplossing is écht heel simpel. Minder dieren, minder mest, minder problemen.

Voorzitter. Ik sta niet alleen in mijn zorgen. Ook het LEI en het Milieu- en Natuurplanbureau voorspellen dat er na 2009 sprake zal zijn van een structureel mestoverschot dat niet plaatsbaar is. Uit het antwoord op onze Kamervragen daarover laat de minister weten dat de sector dát zelf maar moet oplossen. Hoe inconsequent kun je zijn…. En als voorbeeldoplossing noemt de minister de ‘duurzame’ productie van energie uit mest.

Voorzitter. Misschien is de minister nog teveel verblind door het vuur dat zij onlangs in de kippenmestcentrale heeft ontstoken, maar ik kan vandaag haar uit de illusie helpen: het verbranden van kippenmest is niet duurzaam. Juist door verbranding worden meststoffen voorgoed uit de kringloop gehaald. Dat is pas een groene leugen!

En ik kan u voorspellen dat ook de collectieve droom van sector en ministerie om dierlijke mest om te zetten in kunstmest een illusie zal blijken. Omdat het een allesbehalve duurzaam procedé zal zijn dat veel energie zal kosten. Wat dat betreft was ik verheugd te merken dat de vertegenwoordigers van DG milieu strenge criteria zullen hanteren bij de beoordeling van dit knutselwerk. En dat het gelukkig géén definitiekwestie wordt… wat mijn collega Kamerleden opperden…

Graag een reactie van de minister over hoe zij deze experimenten en de kansrijkheid beoordeelt, mede in het licht van de scherpe duurzaamheidscriteria die de Europese Commissie zal stellen.

Voorzitter. Het is dus tijd om te stoppen met het gegoochel met cijfers en het circus rondom de derogatie aanvragen voorgoed te sluiten. En dat is makkelijker dan menigeen denkt. Want de biologische landbouw voldoet al die jaren al gewoon aan de eisen van de nitraatrichtlijn. En dan kan ook op dierenwelzijnsniveau een flinke slag worden gemaakt.

Dus minder dieren, meer dierenwelzijn, mindermest, minder problemen. De Partij voor de Dieren zal dus met klem pleiten voor afschaffing van de derogatie en wij zien de strenge eisen van de nitraatrichtlijn als een kans om in Nederland de sector versneld te verduurzamen. Dat moet toch ook de minister aanspreken.

Voorzitter. Dan wil ik nog een laatste opmerking maken over het mestgebruik in de biologische sector. Op dit moment mogen biologische akkerbouwers nog een groot deel van hun meststoffen uit het gangbare circuit halen omdat er een tekort is aan biologische mest. Helaas heeft dit er toe geleid dat ook biologische veehouders moeten betalen voor de afzet van hun mest. Dat vinden wij een ongewenste ontwikkeling. Biologische varkenshouders worden gestraft voor de gigantische problemen in de gangbare sector en ook wordt hiermee een extra drempel opgeworpen voor gangbare veehouders om hun bedrijf om te schakelen naar biologisch.

  • Is de minister bereid de normen voor het gebruik van gangbare mest op biologische bedrijven verder aan te scherpen zodat op zijn minst de hoeveelheid biologische mest die in Nederland wordt geproduceerd, kan worden afgezet buiten de gangbare mestmarkt om?

Hartelijk dank.