Bijdrage Partij voor de Dieren AO Landbouw- en Visse­rijraad


16 juni 2009


Landbouwraad (eerste termijn)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb een klein compliment voor de minister, want de Partij voor de Dieren is natuurlijk blij met haar inzet voor het creëren van mogelijkheden voor lidstaten om strengere maatregelen te nemen voor slachtmethoden. Dat is nodig om de door de Kamer geuite wens van elektrisch bedwelmen uit te faseren. Hoe groot acht de minister de kans dat deze ruimte wordt verkregen? Hoe wil de minister in Nederland het verbod op het waterbad wettelijk verankeren? Ik moet zeggen dat ik daar niet gerust op ben, gezien haar uitspraken tijdens het AO over slachtmethoden laatst. De minister vroeg zich daarin hardop af wat er nou eigenlijk mis mee is wanneer je de kwaliteit van het vlees vooropstelt bij de slacht van dieren. Wat daar mis mee is?! Dat kan ik u wel vertellen voorzitter. Het gaat hier om levende wezens met bewustzijn en gevoel. En dus mag niet de kwaliteit van het vlees voorop staan, maar moet het welzjin van deze dieren het belangrijkste zijn.

Dan de kwaliteit van agrarische producten. De minister spreekt mooie woorden over de wens van Nederland om de voedselproductie en -consumptie te verduurzamen en hierop binnen Europa in te zetten met respect voor mens, milieu en dier. Hiervan zien wij in Nederland weinig terug en ik ben bang dat het ook binnen de EU blijft bij mooie woorden en weinig daden. Welke criteria zullen worden gehanteerd voor etikettering van bijvoorbeeld dierlijke producten als het gaat om dierenwelzijn? Gaat het om neutrale feitelijke informatie of wordt een logo gebruikt waar de consument een goed gevoel van krijgt omdat het als duurzaam is bestempeld? Ik herinner aan de beelden van lachende varkens en andere vrolijke dieren bij slachterijen. Als dat de lijn van de minister is, dan neem ik daar grote afstand van. Er moet feitelijk en neutraal geïnformeerd worden zonder oneigenlijke invulling van de term duurzaam. Graag een reactie van de minister. Wij pleiten verder voor etikettering van producten die tot stand zijn gekomen met genetische manipulatie, zodat hier duidelijkheid over bestaat.
Ik vind het vervelend dat de gewasbeschermingsmiddelen als A-punt behandeld worden, want de meningsverschillen over het uitfaseren van verschillende stoffen zijn heel groot. Ik hoop dat het milieubelang voorrang krijgt en dat dat binnenkort ook gebeurt met andere gevaarlijke hormoonverstorende bestrijdingsmiddelen zoals glyfocaat.

Dan het Comité voor Duurzame Ontwikkeling. De minister heeft een aantal uitgangspunten in de brief genoemd. De meest opvallende vond ik dat klimaatmaatregelen geen negatieve gevolgen mogen hebben voor de wereldvoedselvoorziening. Dat lijkt mij natuurlijk goed, maar het moet ook andersom. Onze voedselproductie mag geen negatieve invloed hebben op het klimaat. Eerder deze week hebben wij met de minister van LNV en de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Milieubeheer (VROM) in bredere zin gesproken over het duurzaamheidsbeleid en het klimaatbeleid. Landbouw heeft wel degelijk een plaats in de klimaatonderhandelingen, zegt het kabinet, maar in de manier waarop het wordt ingevuld, heb ik nog niet veel vertrouwen. Tijdens dat overleg heb ik ingebracht dat verschillende wetenschappers vooral een krimp van de veestapel en een goed landmanagement voorstellen om in te brengen in de klimaatonderhandelingen. Ik dring hierop aan.

Wat gaat de minister doen aan de verduurzaming van eiwitconsumptie? Gaat zij dat actief bepleiten?

Wij zijn ontevreden met de brieven over de Dierproevenrichtlijn. Ik wil het debat eigenlijk voeren met deze minister en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De brief lijkt gedicteerd te zijn door de farmaceutische industrie en de wetenschap. Ik herken alle argumenten en ben er diep over teleurgesteld. Ik denk dat wij op een ander moment hier een diepgaand debat over moeten voeren. Kan de minister er misschien iets over zeggen?

De heer Atsma (CDA): Voorzitter. Wij hebben moeite met de wijze waarop het Legkippenbesluit naar de Kamer is gekomen en wat de consequenties daarvan zijn. Als wij kippenhouderijsystemen gaan verbieden, dan lopen wij voor de Europese muziek uit. Dat kan alleen als de ondernemers die schade ondervinden, schadeloos worden gesteld. In de plannen die er nu liggen, komt dit onvoldoende naar voren. Wij overwegen op dit punt via een motie een uitspraak te doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De opmerking dat wij voor de Europese muziek uit zouden lopen, stoort mij nogal. Ik wil graag van de heer Atsma weten in hoeveel andere Europese landen er legbatterijen met een behangetje zijn. Als wij in 2012 in Europa van de legbatterijen af zijn en in Nederland kunnen wij nog negen jaar doorgaan met verrijkte kooien met een stokje erin, hoe ver lopen wij dan voor de muziek vooruit?

De heer Atsma (CDA): Voorzitter. Wij hebben deze minister meerdere malen gewezen op de signalen van de Europese Dierenbescherming aan de Kamer over het niet naleven van het verbod op legbatterijen in met name de zuidelijke lidstaten. De minister heeft toegezegd haar collega's hierop aan te spreken. De Kamer heeft in een onbewaakt ogenblik in meerderheid gezegd dat het systeem uitgefaseerd zou moeten worden voordat de systemen zijn afgeschreven. Als men hiervoor kiest, dan moet er geld bij geleverd worden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het gaat niet om de legbatterij sec, het gaat om de legbatterij met een behangetje. Hoeveel van die kooien staan er in Europa waardoor uw stelling dat wij voor de Europese muziek uitlopen, hard gemaakt kan worden?

De heer Atsma (CDA): Nederland gaat een systeem verbieden, en dan praat ik niet over legbatterijen, maar over de kooihuisvesting. Wij hebben daar eerder over gedebatteerd. Als men overweegt te stoppen, moet dat eigenlijk in Europees verband gedaan worden. De Kamer heeft op een onbewaakt ogenblik besloten om voor de Europese muziek uit te gaan lopen. Dan moet er ook geld bij geleverd worden.

Minister Verburg: Voorzitter. De wetgeving voor de bescherming van dieren tijdens het doden wordt in de EU herzien. Vorig jaar hebben wij onze eigen inzet aan de Kamer kenbaar gemaakt via het Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-fiche. Het Tsjechische voorzitterschap probeert tot een akkoord te komen. In de aanloop naar het akkoord is veel gebeurd. Nederland maakt zich sterk voor heldere doelvoorschriften en geen middelvoorschriften. In het nieuwe voorstel zijn nieuwe bedwelmingsmiddelen opgenomen inclusief de gebruiksvoorschriften en hiermee hebben wij uitvoering gegeven aan de toezegging in de Nota Dierenwelzijn. Met een aantal gelijkgezinde lidstaten hebben wij gezorgd voor een verbetering van een aantal technische elementen in de uitvoering. De gebruiksvoorschriften bij diverse bedwelmingsmethoden zijn nauwkeuriger en helder en scherp gedefinieerd. Ik heb de Kamer dat eerder toegezegd. Er zijn nog twee aandachtspunten, waaronder de waterbadmethoden. De onderzoeksresultaten van de Animal Sciences Group die de Kamer heeft ontvangen, heb ik ook verspreid onder de lidstaten. Ik heb deze toegestuurd aan de EC, het voorzitterschap en ook aan de Food and Veterinary Office (FVO)-inspectie. Eind april heb ik een brief geschreven aan commissaris Vassiliou en heb haar gevraagd om een Europees verbod op de waterbadmethode. Hiervoor bestaat op dit moment onvoldoende steun, wat ik heel jammer vind. Nederland is wel tegemoet gekomen door de bepaling dat er niet later dan in 2015 een evaluatie komt van de huidige toepassing van het elektrisch waterbad. Dat is het maximaal haalbare op dit moment. Dat heb ik ook aangegeven in mijn brief van 29 april. De Nederlandse onderzoeksresultaten kunnen dienen als input voor de evaluatie. Door in Nederland aan te tonen dat het overstappen naar een alternatieve bedwelmingsmethode haalbaar en effectief is, kan Nederland andere lidstaten overtuigen van de mogelijkheid van een Europees verbod. Nederland neemt op dit punt een koploperspositie in. Het laatste deel van de onderhandelingen verliep moeizaam. Daarom heb ik op 10 juni nog een telefoongesprek gevoerd met commissaris Vassiliou omdat wij echt willen komen tot een verbod op het waterbad. Ik heb haar verzocht zich hier volledig voor in te zetten en om de evaluatie zo snel mogelijk uit te voeren op het moment dat de alternatieve methoden gevonden zijn en op hun waarde kunnen worden beoordeeld. Er bestaat op dit moment nog geen alternatief voor de elektrische bedwelming voor de middelgrote en kleine slachterijen. Dat betekent dat het slachten van dieren zich zou gaan verplaatsen naar de buurlanden waar het bedwelmen met de waterbadmethode wel is toegestaan. Dat betekent weer een verslechtering van het dierenwelzijn, want hierdoor zou extra transport plaatsvinden naar de buurlanden en dat levert geen verbetering op. Bovendien zal de behoefte van de sector om een alternatief te gaan bedenken, sterk afnemen als ik nu al met een verbod kom. Ik vind wel dat de sector zelf de verantwoordelijkheid moet nemen en ik houd de sector daaraan. Het is tegelijkertijd nodig om het alternatief in werking te zien om de discussie in de EU te kunnen voeren over de uitfasering van het waterbad. Dat kan niet op korte termijn, maar wel op de meest korte termijn.

Ik heb de Kamer een brief geschreven over het Legkippenbesluit. De Kamer heeft een motie aangenomen, die ik zal uitvoeren.

Ik ondersteun de Europese initiatieven op het gebied van etikettering van dierenwelzijn. Ik ben blij dat in de Landbouwraad van mei de EC heeft toegezegd de mogelijkheden te verkennen voor een verplichte en vrijwillige etikettering rond dierenwelzijn. Dan kan een zorgvuldige afweging worden gemaakt. Het is ook mogelijk om op etiketten in Nederland aan te geven op welke wijze Nederlandse producenten in de keten verdere stappen ondernemen op het gebied van dierenwelzijn, zoals het verdoofd castreren, om de consumenten bewust te maken, maar dat is een zaak van de voedingsmiddelensector zelf.

Over de terugkoppeling van de CSD moet ik onderstrepen dat deze commissie nummer zeventien belangrijke stappen voorwaarts heeft gezet. Wij hebben wereldwijd met diverse crisissen te maken, zoals de energie- en voedselcrisis naast de economische crisis. Daarom is het belangrijk dat de rol van de landbouw niet alleen wordt beoordeeld als onderdeel van het probleem, maar dat er ook een wijziging in waardering en waarneming plaatsvindt richting de landbouw als onderdeel van de oplossing voor de landbouw- en plattelandsontwikkeling. Wij zijn volop bezig, ook in de aanloop naar Kopenhagen, met wat de landbouw kan betekenen voor de vitaliteit van het platteland en de productie van duurzame biobrandstoffen op voorwaarde dat deze niet concurreren met de productie voor voedsel. Op 1 juli vindt hierover een apart algemeen overleg plaats.

Het kabinet is alert op de verduurzaming van de plantaardige en dierlijke eiwitten zodat de wereld over dertig jaar ook nog duurzaam gevoed kan worden.

Ik neem voor kennisgeving aan dat mevrouw Ouwehand met de minister van VWS wil spreken over de Dierproevenrichtlijn.


Landbouwraad (tweede termijn)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wij wachten de toezeggingen over de eiwitproblematiek af.
Er spelen meer aspecten een rol bij het verbod op het waterbad, zegt de minister. Als ik haar beluister, lijkt het net of we in een economieles zitten in de derde klas van een middelbare school. Die theorie die de minister zo verbeten aanhangt, dat de wereld draait om pure marktwerking, is één van de theorieën die je in zo'n klas leert. En daarna leer je er nog 40, zodat je een breder beeld krijgt van de economische werkelijkheid. Dat is aan de minister kennelijk allemaal niet besteed. Als zij stelt dat dieren naar het buitenland worden getransporteerd als hier strengere eisen worden gesteld aan de dodingsmethoden, vind ik dat dat zij die stellen moet onderbouwen. Waar baseert zij dit op? Volgens mij is het nu juist zo dat Duitse kippen in Nederland worden geslacht.

Het CDA gaat zo te horen nog protesteren tegen de wijziging van het Legkippenbesluit, naar aanleiding van onze motie om de verrijkte kooi per 2017 af te verbieden in plaats van in 2021. Deze partij heeft het voortdurend over de zogenaamde slechte concurrentiepositie waarin Nederlandse pluimveehouders zouden zitten. Kan de minister aangeven hoeveel Europese landen de verrijkte kooi eigenlijk gebruiken? Dan kunnen wij de argumenten over concurrentievervalsing flink pareren.

De minister stelt voor om op etiketten van dierlijke producten aan te geven welke “verdere stappen” zijn gezet op het gebied van dierenwelzijn. Daar ben ik erg op tegen. Of je het wel of niet ietsje beter doet dan de wettelijke regels voorschrijven, zegt namelijk nog helemaal niets over het welzijn van de dieren. In de plannen van de minister zal ten onrechte worden geprobeerd consumenten een goed gevoel te geven over dierlijke producten die nog niet in de buurt komen van een echt dierenwelzijn.

Over de Dierproevenrichtlijn wil ik met de minister van VWS spreken. Misschien kan de minister mijn ongenoegen kenbaar maken over het feit dat wij pas afgelopen maandag de inzet van het Nederlandse kabinet in de Europese onderhandelingen hebben ontvangen, terwijl er in Brussel al talloze vergaderingen zijn geweest en zelfs al over amendementen is gestemd. We lopen echt achter de feiten aan en het gaat nu waarschijnlijk niet eens lukken om hierover voor het reces nog met het kabinet te spreken.

Visserijraad

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De minister ondersteunt de raadsconclusies over de aquacultuur, maar het is niet duidelijk wat deze conclusies zijn. Het lijkt erop dat duurzaamheid die ook duurzame groei wordt genoemd, vooral de groei van de economische sector zelf voor de lange termijn betekent. In hoeverre is duurzaamheid hier onderdeel van en hoe zit het met het dierenwelzijn? De minister zegt dat in de geannoteerde agenda verbetering van het vissenwelzijn onderdeel is van de mededelingen, maar in de mededelingen zie ik hier geen aandacht voor. Ik pleit ervoor om de afwegingskaders die de Raad voor Dierenaangelegenheden hiervoor heeft gesteld, op te nemen in de raadsconclusies.

Voor de controleverordening stelt de minister dat toezicht wenselijk is en dat de bevoegdheden van de commissie evenredig moeten zijn en met voldoende waarborgen omkleed. De vrijheid van lidstaten moet blijven bestaan voor het type en de hoogte van de sancties. De Algemene Rekenkamer zegt dat uit de risicoanalyses van de AID naar voren komt dat de vissers op vrijwel alle terreinen van de zeevisserij geneigd zijn de regels te overtreden. Controle moet daarom voorop staan. Als de regels te ingewikkeld zijn, kunnen wij voor een gemakkelijker systeem kiezen zoals het sluiten van gebieden en het werken met zeedagen.

Hoe beoordeelt de minister de beleidsverklaring voor de vangstmogelijkheden voor 2010 en de voorgestelde maatregelen? Is de minister bereid om in Brussel te pleiten voor verplicht aanmelden van bijvangsten en scherpe maximale toegestane percentages?
In dat licht vraag ik nog even aandacht voor de horsmakreel en het noordelijk heekbestand, want ik maak mij daar zorgen over. Er worden voorstellen gedaan om betere methoden te hanteren zoals de meerjarenplannen, maar de minister maakt enorme voorbehouden bij de horsmakreel want, zo zegt zij in haar brief: “voorop staat dat de totale vangstmogelijkheden voor Nederland behouden blijven”. Bij het noordelijk heekbestand steunt Nederland de aanpak onder voorbehoud van de uitvoerbaarheid van een aantal verscherpte controleaspecten en de manier waarop vrijwillige sanering wordt vormgegeven. Ik verzoek de minister de voorstellen volledig te ondersteunen. De vangstmogelijkheden zijn afhankelijk van wat de ecologie ons toestaat, dus hier kunnen geen harde eisen gesteld worden.

Bij de vereenvoudiging van het gemeenschappelijke visserijbeleid kent de minister de visie van de Partij voor de Dieren: een veel kleinere vloot, grote gebieden sluiten voor visserij en werken met zeedagen. Daarmee maak je het mogelijk om binnen de draagkracht van het ecosysteem te blijven, en het scheelt talloze ingewikkelde controlesystemen. Wie het visserijbeleid eenvoudiger wil maken, stelt de ecologie voorop.