Bijdrage Partij voor de Dieren AO Gentech


17 juni 2009

Voorzitter,

Weer een AO over GGO’s, en we moeten blijkbaar weer dezelfde discussie gaan voeren. We hebben twee jaar geleden al gezegd dat de minister, en dan bedoel ik de minister van landbouw, een ware lobby aan het voeren was voor versnelde toelating van gengewassen in de EU. De minister zei toen nog dat ze zich niet in mijn woorden kon vinden. Maar de aap is uit de mouw. Op het seminar dat zij over ggo’s heeft georganiseerd, en waar ik bij was vorig week, liet ze al weten dat het niet de bedoeling is om nog langer te praten over de vragen of gentech nu wenselijk is of niet. Nee: de vraag is niet meer of we aan de gentech moeten, maar hoe. En tegen de NOS zei ze vandaag dat ze geen debat wil voeren op basis van emoties, maar op basis van de feiten. Nou, dat zie ik dan maar als een uitdaging.

In de motie Wiegman heeft de kamer zich uitgesproken voor duurzaamheidcriteria voor gentechgewassen, een motie die wij niet hebben gesteund omdat voor ons al duidelijk is dat gentechgewassen geen plek hebben in duurzame landbouw. Maar goed, de minister heeft naar aanleiding van de in December gemaakte afspraken in de Milieuraad toegezegd de sociaaleconomische aspecten van GGO’s te betrekken bij haar inbreng voor het EU beleid. Dit zou zij onder andere doen door een seminar te organiseren waar gesproken zou worden over alle kansen en risico’s die met ggo’s en genetische modificatie te maken hebben. Zoals een boerendochter terecht opmerkte waren de sprekers allen duidelijk pro-gentech, en mocht de discussie over een principiële afwijzing van GGO’s en de risico’s van gentech niet gevoerd worden.

Dit maakte de minister al zeer expliciet duidelijk in haar openingstoespraak met de stelling dat het geen debat ging worden over wel of geen gentech, nee, gentech is here to stay, we moeten het alleen nog hebben over hoe we daar mee omgaan. In haar woorden kunnen “GGO’s bijdragen aan een verhoging van de oogstzekerheid en de productiviteit, aan betere ziektepreventie en aan het verlagen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Denk aan de ontwikkeling van droogte-tolerante gewassen of gewassen die resistent zijn tegen bepaalde plaaginsecten”. De minister, ondanks haar eigen oproep het over de feiten te hebben, gaat hierbij voorbij aan onderzoeken zoals die van het GM Soy Debate, die moeten concluderen dat GM soja bijdraagt aan de ontbossing van Zuid-Amerika, het gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen bevorderd, en zeker niet tot hogere opbrengsten leidt; sterker nog, dat de productie zelfs kan afnemen. Niet echt duurzaam zou ik zo zeggen.

De minister heeft zich persoonlijk met de opzet van het seminar bemoeid, zo werd ons verteld. Dat was goed te merken: tegenstanders van gentech stonden niet op de sprekerslijst en werden afgekapt wanneer zij zich in het debat probeerden te mengen. Wel op het programma stond Raoul Bino, blijkbaar de reclame-man van de WUR voor cisgenese. Met kreten als “GGO: de keuze voor duurzaamheid” wilde hij ons ervan overtuigen dat er geen enkel risico bestaat bij gentech, en dat gentech alle duurzaamheidopgaven in de landbouw gaat oplossen.
Deze belofte is niet nieuw, sterker nog, dat is al vanaf het begin van de discussie over genetische manipulatie de mantra van de industrie. In de praktijk blijkt daar nog geen woord van waargemaakt. Dat een ‘onafhankelijk wetenschapper’ zich leent voor zulke boude uitspraken is tekenend voor de opstelling van de WUR in dit debat.

De gentechgewassen die op de akkers staan hebben geen voordelen voor het milieu, noch voor de consument of de kleine boer. De voordelen van gentech belanden in de zakken van de industrie en de grote boeren die voormalige oerbossen omtoveren in monoculturen GM soja – voor óns veevoer wel te verstaan. Het enige interessante aspect aan het seminar van de minister waren uitspraken van Louise Fresco, hoogleraar aan de UvA en voormalig onderzoeksdirecteur van de FAO. Zij gaf aan dat gentech de armoede en de honger de wereld niet uit gaat helpen, en dat het ook zeker niet een noodzakelijk middel is om dit te bereiken. Bovendien kunnen gentechgewassen, met name Bt gewassen, wellicht ernstig verstorende effecten hebben voor het bodemleven. Dit is naar haar mening nog onvoldoende onderzocht.

Dit moet toch te denken geven. Bt gewassen staan al zo’n 11 jaar op de akkers, en de effecten ervan zijn nog steeds niet bekend. En nog steeds volstaan we in Europa met theoretische toetsingen van gentechgewassen, en moeten we wetenschappers die zelf een aandeel hebben in de ontwikkeling van gentechgewassen op hun woord geloven dat er geen risico’s aan verbonden zijn. Zo ook nu weer met cisgenese. Ik wil toch nog een keer stevig benadrukken dat cisgenese gewoon een ander woord voor gentech is, het onderscheid tussen transgenese en cisgenese is enkel een politiek onderscheid, niet een wetenschappelijke, zo beamen ook (inter)nationale wetenschappers. We moeten goed oppassen dat we hier niet met zijn allen intrappen. Het doet er niet toe waar de genen vandaan komen, waar het om gaat is dat ze lukraak in het genoom worden ingebracht, en dat dit altijd een zeer onvoorspelbaar proces blijft, met onvoorspelbare effecten.

Tijdens het seminar is ook een eerste aanzet tot sociaaleconomische criteria voor gentechgewassen gepresenteerd. Voorzitter, al heeft de Cogem duidelijk haar best gedaan, ik kan hier geen goed woord voor over hebben. De belangrijkste pijn zit erin dat de Cogem voorstelt om conventionele landbouw als referentiekader te gebruiken. Als we onze huidige praktijk al gelijk gaan stellen met duurzaam, dan kunnen we beter ophouden met dit soort processen. Onze conventionele landbouw heeft een groot aandeel in mondiale milieu- en armoedeproblemen, zoals massale ontbossing, verwoestijning en vergiftiging van de bodem – een niet hernieuwbare grondstof trouwens- en dit gaat vaak ten koste van de lokale bevolking en boeren. Biologische landbouw is de enige vorm van landbouw die met recht duurzaam genoemd kan worden omdat zij uitgaat van natuurlijke processen en het ecosysteem in tact laat. Wat er moet gebeuren, is dat we éérst een definitie opstellen van wat duurzame landbouw precies is, en daarna pas bekijken of gentech daar dan wel een rol in speelt. Tot die tijd blijven alle soorten duurzaamheidcriteria holle retoriek, maar dat is natuurlijk precies waarde minister mee weg hoopt te komen. Graag een reactie hierop.

Kortom, ik deel de mening die de European GMO-free Citizens in haar brief uit dat je sociaaleconomische aspecten van gentech niet in een middagje kunt afkaarten met de Nederlandse stakeholders, zo die al aanwezig waren die middag. Dat het inderdaad bizar is het niet over de praktijk van herbicidenresistente en Bt gewassen te hebben, dat je de discussie over landbouw moet beginnen met de vraag wat je onder een duurzaam landbouwsysteem verstaat, en dat je vervolgens gaat kijken naar welke technieken je daarvoor nodig hebt.

Dan de brief van de minister over vrijwaringen. Als het aan de minister ligt, mag Nederland straks zelf beslissen over de teelt van gentechgewassen, zonder tussenkomst van de EU. Ik ben benieuwd waarom dat eigenlijk is. Want de minister zegt dat zij de EFSA volgt in haar adviezen om wel of geen teelt toe te staan. Blijft de Europese toelatingsprocedure in stand, waarna de lidstaten zelf kunnen besluiten om de teelt van het toegelaten gewas uit hun land te weren, of niet? Het lijkt erop dat de minister de besluitvorming in zijn geheel naar Nederland wil halen. Wellicht is dat om haar droom van een gentech-toekomst te kunnen verwezenlijken. Ik ben benieuwd hoe lang het duurt voordat Nederland volstaat met gentech gewassen. Ook ben ik benieuwd wie hiervan uiteindelijk gaat profiteren. Of stellen we het Nederlandse belang nu gelijk aan het belang van de grote zaadhandelaren en de intensieve landbouw? Graag meer duidelijkheid hierover.

Minister Verburg: Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de inbreng in de eerste termijn. Wij hebben het vandaag eigenlijk over twee onderwerpen. Het eerste onderwerp betreft het voorstel van mevrouw Cramer en mij om in Europa een onderscheid te maken tussen de toelatingsprocedure van ggo-producten en van ggo-teelten. Het andere belangrijke onderwerp is de ontwikkeling van sociaaleconomische toetsingscriteria. Wij moeten die twee onderwerpen los van elkaar zien. Minister Cramer en ik hebben in Europa het voorstel gedaan om de verordening te vernieuwen, te moderniseren. (…)
Het andere element is het element van de sociaaleconomische criteria. Mede daarvoor hebben wij nu een seminar georganiseerd. Dat heeft vorige week plaatsgevonden. Dat is het nationale seminar waar breed aan is deelgenomen. De opkomst was groot, de samenstelling van de deelnemers was zeer gemêleerd en afkomstig uit samenleving, de wetenschap en niet-gouvermentele organisaties. Ook het bedrijfsleven was goed vertegenwoordigd. Dit seminar wordt gevolgd door een internationaal seminar dat wij eind november gaan organiseren. Dat is allemaal bedoeld om zowel in nationaal als in Europees verband te komen tot een afgewogen voorstel. Er is sprake van een nationaal pakket als voorbereiding op de ontwikkeling van sociaaleconomische criteria.
Ik denk dat het belangrijk is om hier iets te zeggen over de uitkomst van het ggo-seminar. Er was grote overeenstemming over de wenselijkheid van een dialoog over de ontwikkeling in de teelt en de import van ggo’s in relatie tot de verduurzamingsopgave van de landbouw. Een aantal woordvoerders heeft gevraagd wat nu wordt verstaan onder duurzame landbouw. Duurzame landbouw is een momentopname. Als wij het hebben over de landbouw, dan hebben wij het voor alle soorten landbouw over een verduurzamingsopgave. Wij zijn er niet. De biologische landbouw is er niet, de gangbare landbouw is er niet, er is nog een wereld te winnen. Mede dankzij nieuwe technieken, andere toepassingen en soms strengere wetgeving zien wij dat de verduurzaming stap voor stap verbetert. Ik wijs erop dat “verduurzamen” een werkwoord is. Ik vind ook dat wij dat zo moeten houden, want daar zijn dan steeds weer nieuwe mogelijkheden. (…)

De voorzitter: Ik stel voor dat wij een kort rondje doen met een minuut spreektijd per woordvoerder.

Mevrouw Ouwehand: Voorzitter. Ik ben bij dat seminar geweest, zoals de minister ook al heeft gezegd, maar er was helemaal geen sprake van een brede vertegenwoordiging van wetenschap en organisaties uit de maatschappij. Er zaten mensen die de minister had uitgezocht. Zij had een dikke vinger in de pap van de organisatie van dat seminar. Deze mensen zeiden dingen die haar welgevallig waren. De enige nuance die daar gemaakt werd door Louise Frensco, daar stapt de minister nu alsnog overheen. Zij zit hier dus eigenlijk gewoon te liegen. Het is niet waar dat het een breed seminar was.

De voorzitter: Nou, nou, nou!

Mevrouw Ouwehand: Dit is mijn conclusie. Ik was erbij. Het was niet breed.

De voorzitter: Ik wil u er toch even aan herinneren dat “liegen” wel een heel zwaar woord is.

Mevrouw Ouwehand: Dan zeg ik “jokken”. Het blijft hetzelfde. Ik ben er erg ontevreden over dat de minister nu terugvalt op het werkwoord “verduurzaming”. Dat trucje ken ik van haar. Maar zij heeft in een vorig algemeen overleg toch echt gezegd dat de maatschappelijke discussie volgens haar zou moeten gaan over de vraag: welke vormen van duurzame landbouw kunnen rekenen op draagvlak in de samenleving? Dat impliceert dat je weet wat duurzame landbouw is. Dus dat de minister geen definitie wil geven maar alleen maar met een werkwoord aan de slag wil, vind ik echt onvoldoende. Ik doe derhalve een beroep op de minister om alsnog een afdoende antwoord op die vraag te geven. Anders zal ik er een motie over indienen.