Bijdrage Partij voor de Dieren AO Landbouw en Visse­rijraad


18 november 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heet de minister weer welkom in ons land. Zij was gisteren immers in Rome op de voedseltop. Ik moet zeggen dat ik het heel goed vind dat onze minister daar was, want ik heb begrepen dat andere hooggeplaatste figuren het een beetje hebben laten afweten. Dus waardering daarvoor. Toen ik vanmorgen in de krant las welk pleidooi zij daar zo ongeveer gehouden heeft, vroeg ik mij af of er dan geen afstemming plaatsvindt tussen LNV en de minister van Milieu, want die heeft laatst bij de Club van Rome enkele stevige en goede woorden gesproken en opgeroepen om zo snel mogelijk na Kopenhagen een voedseltop te houden, misschien om zelfs beide te combineren, want klimaat en voedsel hangen heel nauw met elkaar samen. Minister Cramer heeft in ieder geval gezegd dat het best gemakkelijk is op te lossen en dat een van de mogelijkheden is het wat vaker laten staan van vlees. Nu las ik dat minister Verburg daar in Rome niet over gesproken heeft, of zij moet straks kunnen zeggen dat ze het wel heeft gedaan. Ik ben dan wel benieuwd naar de speech die zij daar gehouden heeft. Ik las in ieder geval in de krant dat zij vooral heeft gesproken over het inzetten op technische maatregelen, over investeren in landbouw. Dat is allemaal juist, maar de woorden van de milieuminister hadden volgens mij daar ook wel mogen worden uitgesproken.

Mijn argwaan tegen die technische maatregelen zal de minister zich wel kunnen voorstellen. In een aantal gevallen zullen ze best goed zijn, maar in een aantal andere gevallen helemaal niet. Ik vermoed dat de minister, wat eufemistisch gezegd, aanstuurt op de inzet van gentech en daar valt nog wel een appeltje over te schillen, misschien zelfs wel een hele fruitmand met appels. Ook staat de toelating van gentech mais dit keer weer op de agenda. Hoewel er kritiek is en de EFSA die nog niet voldoet aan de verbetereisen die op de Milieuraad van december 2008 zijn gesteld, en hoewel ook deze minister kritiek heeft op het toelatingsbeleid, is ze toch positief over deze toelating. Ik snap dat niet. Ik denk dat wij er verstandig aan zouden doen om de toelatingen stop te zetten totdat er een goed beoordelingssysteem is. Kan de minister enig inzicht geven in de vorderingen op dat punt? Hoe staat het met het verbeterproces van de EFSA. Is zij inderdaad nog steeds niet in staat om de langetermijneffecten van ggo's in te schatten? Dat is toch wel relevant, zou ik zo denken. Hebben andere lidstaten al voorstellen gedaan voor een sociaaleconomisch toetsingskader voor ggo's? Ik vraag de minister heel concreet om toelatingen tegen te houden tot er een toetsingskader is waar we tevreden mee kunnen zijn.

Vandaag gaat het over Bt-mais, een mais die constant een insecticide aanmaakt om de maiswortelboorder te bestrijden. Dat klinkt prachtig, maar als ik zie dat de minister zich aansluit bij de oproep van veelal het CDA om op te houden met het idee dat de natuur maakbaar is, zie ik toch ook graag de realiteitszin dat ook de landbouw niet tot achter de komma maakbaar kan worden geacht. De natuur kapotmaken kan overigens wel heel goed en dat zal ook weer gebeuren met deze gentech. Niet alleen de maiswortelboorder sneuvelt, maar ook veel andere insecten, waaronder bestuivers. Over die effecten in het hele ecosysteem maak ik mij grote zorgen. Hoe ziet de minister de toelating van deze mais in relatie tot het voortgaande verlies aan biodiversiteit, in relatie tot de bijensterfte en tot de steeds zorgwekkender berichten over afnemende vlinderbestanden? Ik zou graag zien dat de minister dit meeneemt in haar beoordeling. De argumentatie dat wij door gentech met minder bestrijdingsmiddelen toe zouden kunnen blijkt in de praktijk in de meeste gevallen niet op te gaan. Insecten worden resistent, waardoor steeds meer gif wordt gespoten. Dat zijn geen hypothetische of theoretische verhalen, dat is standaardpraktijk met deze typen gentech in de VS, in India. Weeg dat mee, minister, en zeg nee tegen deze mais.

De heer Atsma (CDA): Wat de ggo's betreft, steunen wij de lijn van de minister. Interessant vond ik wel dat Eurocommissaris Fischer Boel publiekelijk een kanttekening plaatste bij de nultolerantie en de landen die dat bepleiten. Ik net al in een interruptiedebatje met collega Jacobi gezegd dat een importstop voor ons onbespreekbaar is, want dat zal een groot aantal sectoren in en buiten Nederland schade toebrengen. Dat zal honderden miljoenen gaan kosten. Met name de varkenshouderij zal daar keihard de dupe van worden en daar moeten wij niet aan beginnen. Nu er nieuwe gewassen worden toegelaten, roepen velen dat een loopje wordt genomen met de volksgezondheid of met het milieu, maar wij hebben EFSA toch niet voor niets? Die controleert en toetst en wij moeten ervan uitgaan dat EFSA dat fatsoenlijk doet, net als wij ervan uitgaan dat het RIVM en de VWA dat doen. De CDA-fractie maakt zich daar in ieder geval geen zorgen over.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar dat is toch raar? De EFSA heeft zelf erkend dat het de langetermijneffecten nog niet goed in kaart kan brengen. Denkt u dat ze daar op hun achterhoofd zijn gevallen?

De heer Atsma (CDA): Deze discussie hebben wij hier vaker gehad. Het gaat in de eerste plaats om de vraag of iets wel of niet veilig is. De EFSA, al die Europese commissarissen en al die lidstaten zouden natuurlijk wel echt gek zijn als ze onveilige gewassen zouden toelaten. Dat is natuurlijk niet aan de orde. Dat je vervolgens moet blijven discussiëren over de vraag hoe je dan wel op een haalbare en betaalbare manier omgaat met die problematiek, is volstrekt helder, maar er kan geen rigide beleid ontstaan waardoor de havens leeg komen de staan, waardoor je derde landen volstrekt in de problemen brengt omdat ze exporteur zijn en, niet te vergeten, dat je vooral ook onze eigen sectoren daarmee in de problemen brengt. Collega Jacobi zei ook nog iets over het stimuleren van de teelt van eiwithoudende gewassen. Prima, maar dan zou ik haar ook willen zeggen om met ons mee te gaan en te zeggen dat het diermeel, de eiwithoudende grondstof, weer moeten worden toegelaten. Daarmee zouden wij veel problemen kunnen voorkomen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Derde landen in de problemen brengen is wel heel gemakkelijk gezegd. Hoe zit het dan met de boeren die van hun eigen land worden verjaagd door de teelt van gentechgewassen en die daarvoor desnoods met bestrijdingsmiddelen worden weggejaagd? Derde landen in de problemen brengen is misschien wel een mooi en breed begrip, maar ook daar gaat het om mensen. Waar is de zorg van het CDA voor de mensen daar?

Minister Verburg: Verschillende leden hebben gesproken over de toelating van een ggo-maisvariëteit. Het gaat niet om de aanvraag voor de teelt van dat gewas, maar om de toelating van het product. Daarbij staat uiteraard de veiligheid voor mens, dier en milieu voorop en daar mogen wij inderdaad geen enkele concessie aan doen. De EFSA maakt daar een risicobeoordeling van en doet dat niet zonder dat er meegekeken wordt. Zo wordt er vanuit Nederland altijd meegekeken door het RIKILT. Ook in dit geval heeft dat nog enkele vragen gesteld, maar die zijn naar alle tevredenheid door de EFSA beantwoord. Dat betekent dat ik onder dezelfde voorwaarden als wij de vorige keer gesteld, dus met stemverklaring, daarvoor zal stemmen, zij het dat ik de urgentie voel om in Europa vernieuwing van het toelatingsbeleid na te streven. Als dan teelten door de EFSA veilig worden bevonden voor mens, dier en milieu, laat de Europese Commissie ze toe maar kunnen lidstaten zelf bepalen of en, zo ja, onder welke condities die teelten worden toegelaten. Zo wordt ook recht gedaan aan de eigen verantwoordelijkheid van de lidstaten. Voor producten geldt dat als ze eenmaal zijn toegelaten, daarvoor de internemarktregels van kracht zijn.

Mevrouw Ouwehand vroeg naar de sociaaleconomische aspecten. Ik heb nog geen bijdrage van lidstaten gezien. Het zal zeker aan de orde komen op de internationale conferentie. Afgesproken is dat lidstaten voor eind december van dit jaar hun bijdrage leveren en dat de Europese Commissie half volgend jaar zal komen met een voorstel op basis van die bijdragen van de lidstaten. Het zal geen eenvoudige klus worden en ik wens de nieuwe Commissie ook op dat punt veel succes. Het is afgesproken en het zal zeker gebeuren, maar eenvoudig zal het niet worden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Eerst even een procedurele opmerking. Ik merk dat er voor het onderdeel Visserij alweer weinig tijd overblijft, terwijl wij kort zouden spreken over het onderdeel Landbouw.

De voorzitter: Dan moet u mij niet specifiek aankijken, maar eerder uw collega's!

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Misschien kan de minister iets korter antwoorden en dan zal ik het nu houden bij de concluderende opmerking dat zij niet heeft gepleit voor een beleid om burgers te faciliteren om te kunnen kiezen voor wat minder vlees, in weerwil van wat onze milieuminister en de VN-rapporteurs hebben gezegd. Ik vind dat toch een gemiste kans!

Minister Verburg: Voorzitter. Mevrouw Ouwehand en de heer Polderman hebben gesproken over de voedseltop in Rome. Ik zal in ieder geval de speech die ik daar gehouden heb aan de Kamer doen toekomen. Ik had dat eigenlijk al in eerste termijn moeten toezeggen. De woorden van mevrouw Ouwehand over de bewoordingen van minister Cramer kloppen niet helemaal. Na dat artikel in de Volkskrant heb ik direct contact gehad met collega Cramer en zij blijkt geen voorstander te zijn van het opleggen van het minder eten van vlees. Als wij willen dat in 2050 de hele mondiale bevolking kan eten, zullen wij natuurlijk niet alleen duurzamer zullen moeten gaan produceren, maar ook duurzamer moeten consumeren. Ik heb daar een nota over geschreven waarover ik zeer binnenkort met de Kamer van gedachten mag wisselen. Mevrouw Cramer en ik zitten wat dit betreft in ieder geval ook op één lijn: het verplicht minder vlees eten is geen goede oplossing.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik maak hier echt bezwaar tegen. Ik heb nota bene gesproken over het faciliteren dat burgers vaker kunnen kiezen voor het eten van minder vlees. Ik ben dit trucje van de minister nu meer dan zat. Als de minister het heeft over technische maatregelen voor de landbouw, mag ik dat dan zo verstaan dat zij boeren in ontwikkelingslanden gaat opleggen hoe zij hun landbouw moeten gaan organiseren? Zo kan ik het natuurlijk ook.

Minister Verburg: Natuurlijk gaan wij die boeren dat niet opleggen, wel willen wij graag de nieuwste technieken beschikbaar stellen, vaak ontwikkeld of medeontwikkeld door Wageningen Universiteit en vaak in combinatie met lokale wijsheid en decennialange ervaring ter plekke. Dat is de mooiste mix.

Visserij

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Helaas hebben wij wat weinig tijd over voor de Visserijraad. Ik wil eerst iets zeggen over de verordening technische maatregelen. De minister spreekt over de toelating van de pulskorvisserij. Zij zal zich ervoor inzetten om die op permanente basis toe te staan, maar zegt daarbij dat of de raad nu zal besluiten om die mogelijkheid te bieden, afhangt van de beschikbaarheid en de inhoud van een aanvullend advies van de ICES over de impact van de pulskor op een aantal niet-doelsoorten, zoals kabeljauw, haaien, bodemdieren, precies de zorgen die ik al eerder richting de minister heb geuit. Mag ik aannemen dat zij dat advies afwacht en meeweegt in haar uiteindelijke standpunt? Zij zegt dat zij die pulskorvisserij permanent wil toestaan, ik vraag haar om eerst dat advies van de ICES mee te wegen. Graag deze toezegging.

Ook wil ik graag horen hoe het in deze kaderverordening zit met de implementatie van visserijmaatregelen in Natura 2000-gebieden. Wat wordt daarover gezegd en wat is het standpunt van minister daarover?

Ik ben teleurgesteld dat de minister kennelijk vindt dat het kader te beperkend is. Ik vind dat op gespannen voet staan met haar uitspraken dat zij prioriteit geeft aan het terugdringen van de discards. Kennelijk zitten er in dat voorstel goede mogelijkheden om dat aan te pakken, maar zegt de minister dat dit toch iets te ver gaat, omdat dat niet goed is in te passen in de Nederlandse visserij. Het is het een of het ander. Of je wilt die discards terugdringen en dat heeft prioriteit, of je zegt eerlijk: alleen als het niet al te veel moeite kost. Als het voorstel verdergaat dan de minister eigenlijk zou willen, zou ik zeggen: schrap uw bezwaren, ga mee met de Commissie en geef prioriteit nummer 1 aan het terugdringen van de discards.

Ik heb nog een vraag over de onderhandelingen met Noorwegen. Het is mij niet duidelijk wat daar het startpunt van is als het gaat om de vastgestelde quota. Worden de wetenschappelijke adviezen gevolgd? Kortom, hoe staat het daarmee? Die onderhandelingen mogen toch geen totaal onverantwoorde uitkomsten opleveren? Tonijn staat weliswaar niet op de agenda, maar kan de minister aangeven wat de uitspraak van de ICAD te betekenen heeft en wat zij daarmee gaat doen voor de komende onderhandelingen? Graag ook duidelijkheid wanneer wordt gesproken over de vangstmogelijkheden voor 2010. Misschien ben ik te vroeg met deze vraag, maar ik hoor dat graag van de minister, want wij moeten daar een goed debat over kunnen voeren.

Nog iets over de hervorming van het GVB. Er is een lunchbijeenkomst en ik vind het vreemd dat de Kamer nog niet heeft kunnen spreken over de visie van de minister, terwijl zij er wel over gaat babbelen met haar collega's. Ik vraag haar daarom om vooralsnog heel terughoudend te zijn. Het lijkt mij beter om de lunchbijeenkomst te gebruiken om te reflecteren op de rampzalige gevolgen van het beleid van de afgelopen 25 jaar om als de Kamer eenmaal over de visie van de minister heeft gesproken, daadwerkelijk aan de slag te gaan met daadwerkelijke hervormingen. Dus voor deze lunchbijeenkomst in ieder geval wat ons betreft nog geen mandaat voor de visie die de minister wil uitdragen. De concrete afspraak is dat de officiële reactie van de regering op het groenboek op 2 december naar de Europese Commissie wordt gestuurd. Wij hebben een AO op 17 december. Ik zou de minister dan ook willen vragen om dat sturen van die reactie maar even uit te stellen tot wij dat AO hebben gehad. Het lijkt mij vreemd als er een kabinetsreactie naar Brussel wordt gestuurd als de Kamer daar nog geen oordeel over heeft kunnen vellen.

Minister Verburg: Voorzitter. Mevrouw Ouwehand kan ik zeggen dat ik natuurlijk bereid ben om het advies van de ICES over de pulskor af wachten. Ik kan zelfs al melden dat dit advies al is uitgebracht. Op zich is dat positief, maar de ICES heeft daar nog wel enkele opmerkingen bij gemaakt en ook heb ik het nog niet gezien. Het is in ieder geval aan de Europese Commissie om mede op basis van dat ICES-advies een besluit te nemen en ik kan alleen maar hopen dat het een positief besluit zal zijn. De pulskor is immers een grote verbetering voor het zo veel mogelijk in stand houden van de biodiversiteit in de zeeën. Ik heb begrepen dat de ICES inzake de mogelijke schadelijkheid voor vissen wijst op een vissoort en wel de kabeljauw.

Ik kan alleen maar beamen dat de discards een heel groot probleem zijn. In onze inzet voor het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft de Kamer onze inzet op dat punt kunnen lezen. Ik kan mevrouw Ouwehand zeggen dat wij natuurlijk zullen leren van Noorwegen, maar als wij alles willen laten aanlanden, zullen wij ook moeten bezien wat wij met de overige vis kunnen doen. Ook op dat punt zijn er dus nog wel wat vragen, maar wij werken er met volle kracht aan mee.

De verordening technische maatregelen stelt dat als de doelen van Natura 2000 voor de zee helder zijn en de maatregelen zijn vastgesteld, het mogelijk is om die maatregelen ook in Europees verband vast te stellen. Dat betekent dat de lidstaten dus per gebied de instandhoudingsdoelstellingen vastleggen en op grond daarvan een pakket maatregelen nemen. Vervolgens beoordeelt de Europese Commissie dat en is het zaak om dat met elkaar Europees vast te leggen.

Mevrouw Ouwehand vroeg hoe de quota worden vastgesteld. Dat gebeurt op basis van wetenschappelijk advies en ook op basis van een meerjarenplan. De effecten van dat meerjarenplan worden ook bijgehouden. In dat plan staan ook de regels op grond waarvan de adviezen worden opgesteld. Wij vinden dat die meerjarenplannen goed werken en zijn er dan ook voorstander van om er meer mee te gaan werken. Zo kun je iets opbouwen en ook de resultaten ervan volgen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik had gevraagd naar het startpunt van de onderhandelingen in Noorwegen. Kan ik uit het antwoord van de minister opmaken dat dit inderdaad het meerjarenplan is en dat daar niets bovenop komt wat de uitkomst van die onderhandelingen ook is?

Minister Verburg: Dan hoef je niet te onderhandelen, want dan ligt er een dictaat. Dan is het advies meteen de uitkomst, maar zo werkt het natuurlijk niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar gaat het bij een totaal verantwoorde vangst dan om de verdelingsvraag? Hoeveel mag Noorwegen, hoeveel de EU? Of is het ook mogelijk dat het totale quotum naar boven wordt afgerond? Naar beneden zou natuurlijk nog mooier zijn! Wat ligt er voor?

Minister Verburg: Het gaat om het vaststellen van de quota en om de verdeling ervan. Daarbij zijn die meerjarenadviezen het richtsnoer. In de decembervergadering bespreken wij de vangstmogelijkheden voor 2010, maar voor die tijd heb ik daarover natuurlijk ook nog een overleg met de Kamer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik probeer ook altijd constructieve oplossingen aan te dragen. Het lijkt mij wel een goed idee om de onderhandelingen met Noorwegen op twee momenten te doen, eerst over het vaststellen en daarna nog een robbertje vechten over wie hoeveel mag. Misschien kan dat helpen. Wat de tonijn betreft zou ik denken dat Europa ophoudt met de tonijnvangst en de eigen gebieden in de Middellandse Zee voor de tonijnvangst sluit. Zou dat kunnen helpen?

Minister Verburg: Mevrouw Ouwehand had nog een suggestie voor de onderhandelingen met Noorwegen Naast het speculeren over wie waarvoor kandidaat is en met welke ambities, is het adviseren over strategieën voor onderhandelingen ook een buitengewoon populaire tak van sport. Ik denk dat er in andere lidstaten ook talloze suggesties worden gedaan over de manier waarop de onderhandelingen zouden moeten worden aangepakt, zowel vooraf als na afloop. Wij hebben al een behoorlijke traditie met het onderhandelen met Noorwegen. De uitkomst is niet altijd naar tevredenheid, maar ik wil mij maar niet meer met strategieën van onderhandelingen gaan bemoeien. Het zal allemaal in een keer gaan, dus zowel over de totaliteit als over de verdeling.

Ik denk dat de suggestie van mevrouw Ouwehand inzake de tonijn serieus is, maar ik zou die toch niet serieus willen inbrengen. De rest van de wereld zal Europa daar ongetwijfeld voor danken en gekke Henkie van de wereld vinden. Als je alles uit handen geeft, heb je ook geen onderhandelingspositie meer. Het lijkt mij beter om daar aanstaande vrijdag ook met de Europese commissaris over te spreken en een strategie te bepalen om in de toekomst verder te kunnen komen.