Bijdrage Ouwehand AO Mili­euraad


19 november 2009

--

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik sluit me aan bij het sentiment van de heer Samsom dat het er wel erg droevig uitziet. De belangrijkste top van onze generatie en hier zitten we dan. We lezen in de kranten dat de minister eigenlijk niet meer gelooft in een verdrag. Nederland heeft een aardige inzet geleverd. Het is nog maar een paar weken en het ziet er niet goed uit. Als we in de Kamer discussies hebben over hoe te onderhandelen, vragen de bewindspersonen ons altijd ons er niet mee te bemoeien. Twintig mensen en vijftig tips over hoe de onderhandelingen zouden moeten lopen: er kunnen in het openbaar geen uitspraken over gedaan worden. Toch denk ik dat het niet slim is om in de krant te laten schrijven dat we niet meer geloven dat er een verdrag komt. Ik zou denken dat we tot de allerlaatste seconde, tot de laatste snik, volop moeten inzetten. Dat moeten we uitdragen en daar moeten we voor staan. Ongeacht de kansen die je misschien somber inschat of wat je er ook over denkt, de inzet is en blijft dat verdrag. Ik hoor graag van de minister of ze bereid is dat te blijven uitdragen. Dan doen we net of we het de afgelopen dagen allemaal niet hebben gelezen.

Ik heb de afgelopen maanden regelmatig discussie gevoerd, ofwel met deze minister, ofwel de minister van Landbouw, de minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de staatssecretaris van Europese Zaken, over mogelijke oplossingsrichtingen om het klimaatverdrag tot een succes te maken. Wat kunnen we doen als Europa om andere landen over de streep te trekken? Ik denk dat goed voorbeeld goed doet volgen. Steek de hand in eigen boezem. We hebben jarenlang, decennialang, veel te lang, te veel van de schaarse natuurlijke hulpbronnen op deze wereld op ons eigen bord getrokken. Hoe mooi zou het zijn als we in Kopenhagen kunnen zeggen tegen de ontwikkelingslanden dat we werk gaan maken van een klimaatvriendelijker consumptie. Hoe dat geregeld moet worden? Ik hoor de antwoorden van de minister al. De technische uitwerkingen kunnen allemaal later. Maak dat gebaar. Ik begrijp niet waarom Nederland de voorzet van Zweden heeft laten liggen. Ik heb er de minister van Landbouw een paar keer naar gevraagd. Zweden heeft aan het begin van zijn voorzitterschap richtlijnen gepresenteerd voor klimaatvriendelijke voeding en ik heb er niets van teruggezien. De uitnodiging aan alle lidstaten om hierop te reageren lag er nota bene. Dat had toch een mooie extra dimensie kunnen geven aan de klimaatonderhandelingen. Ik hoor graag een reactie van de minister.

Ik herinner de minister vandaag aan een mooie uitspraak van de voormalige voorzitter van de World Conservation Union (WCU): "We moeten minstens de helft van de aarde beschermen of we verliezen alles". Dat heeft alles te maken met klimaat. Behoud van biodiversiteit kan ons helpen om de klimaatdoelstellingen te halen. Graag wil ik een antwoord van de minister op welke wijze ze consumptie en landbouw nog kan inpluggen. Welke kansen liggen er nog, al dan niet in de uitwerkingen? Ik vind het een gemiste kans als we het daar helemaal niet over gehad hebben in de onderhandelingen.

De EU-inzet op 80%-95% reductie is wel bereikt. Dat is een prachtig resultaat. Is dat onafhankelijk van Kopenhagen? Gaan we de 80%-95% reductie in ieder geval als Europa realiseren of laten we het afhangen van de resultaten in Kopenhagen? Nederland moet aan die 95%. Het kan als de minister aan haar Europese collega's aangeeft dat ze al aan wetgeving werkt om die reductie in ijzer en beton te gieten. Ik wacht met grote belangstelling de voorstellen voor een klimaatwet af.

Tot slot geef ik een compliment aan de minister omdat ze op de laatste Milieuraad het probleem van de "plastic soep" heeft aangekaart: dat grote drijvende eiland van alle troep die we in de loop der jaren in de zee gegooid hebben, ongeveer ter grootte van Europa. Naar aanleiding van mijn Kamervragen heeft de minister gezegd dat ze dit probleem ging aankaarten in Europa. Ze heeft dat met verve gedaan. Ze heeft zelfs boeken uitgedeeld en ze heeft een vurig pleidooi gehouden om die troep op te ruimen. Ik blijf graag op de hoogte van de vorderingen.

--

Minister Cramer: Voorzitter. Ik dank de Kamerleden voor hun inbreng in de eerste termijn en de opmerkingen die gemaakt zijn over het belang van het slagen van Kopenhagen. Ik ga er compleet voor, en alles wat mogelijk is, wil ik eruit slepen.
(...)

--

Minister Cramer: (…)
Als we in Kopenhagen niets over die verdeelsleutel zeggen en er geen besluit over nemen, is het bod van de financiering voor de ontwikkelingslanden te mager. Oorspronkelijk dachten we dat het in de Ecofin-raad gedaan zou kunnen worden, maar op dit moment zit er daar geen beweging meer in. Minister Bos constateerde hetzelfde. Dat heeft zeker te maken met het punt dat iedereen er benauwd voor is de burden-sharingdiscussie vóór Kopenhagen te voeren. Als we er niet uitkomen, kan dat negatief doorwerken in de internationale onderhandelingen. Strategisch gezien kan die discussie beter na Kopenhagen spelen. We moeten eerst zorgen dat we internationaal een burden-sharingbenadering hebben. Laten we zorgen dat we daar tempo maken. Dat is vele malen belangrijker. De discussie die we intern moeten hebben, komt later wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We hebben al aan zien komen dat de discussie over het geld lastig zou worden. Onze milieuminister zou in ieder geval kunnen zeggen dat, hoe hoog dat bedrag ook is, het voor de helft minder kan, als we wereldwijd voor elkaar krijgen dat we minder dierlijke eiwitten consumeren. Dat zou toch ontzettend helpen.

Minister Cramer: Was het maar zo gemakkelijk dat we het daarmee konden regelen. Natuurlijk heeft mevrouw Ouwehand een punt als we het hebben over het beslag op de energie die we moeten gebruiken om in de landbouw tot een energiearmer voedingspatroon te komen. Maar laten we eerst kijken hoe we het hoofdprobleem oplossen. Het hoofdprobleem is gericht op een heel simpele vraag. Als we het Mexicaanse voorstel volgen, wordt iedereen naar rato aangeslagen op grond van zijn historische emissie, bnp en welvaartsparameters. Als we geen ontwikkeling naar de toekomst inbouwen, is dat geen verhaal dat we een-op-een naar de toekomst kunnen doortrekken. Zeker als je weet dat China en India en andere snel groeiende ontwikkelingslanden nog een enorme groei doormaken, maar geen historische erfenis hebben. De ontwikkelingslanden hebben op zich geen moeite met een verdeelsleutel, maar willen nu niet meebetalen. In die verdeelsleutel zitten nu ook de snel groeiende ontwikkelingslanden. Dat is het politieke probleem. We moeten er in snel tempo uit zien te komen hoe we een goede eerlijke formule kunnen vinden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begrijp dat de handen niet meteen voor zo'n beleid op elkaar gaan. De minister heeft zelf gezegd in haar artikel naar aanleiding van de conferentie van de Club van Rome dat het oplossen van voedsel- en klimaatproblemen voor een prikkie kan. Het vooruitzicht dat het allemaal niet zo vreselijk duur hoeft te zijn, kan toch helpen om de discussie in elk geval met wat meer gemak te voeren.

Minister Cramer: Het is niet voor een prikkie. Zo heb ik het niet gezegd. Ik heb gezegd in de Club van Rome-bijeenkomst dat we nu een klimaatprobleem aan het oplossen zijn, maar dat er nog een tweede probleem minstens zo belangrijk is. Dat is het voedselprobleem. Die twee problemen hangen samen. Als je kijkt naar de scope van Kopenhagen, is het meer gericht op het oplossen van het klimaatvraagstuk dan van het voedselvraagstuk. Ik heb alleen de alarmbel gerinkeld en gezegd dat we op twee benen moeten lopen omdat beide crises opgelost moeten worden. We moeten zorgen dat we ook in Kopenhagen, als het gaat om de biodiversiteit, rekening houden met de voedselproblematiek en daarom ook de landbouwgronden optimaal gebruiken.

--

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil een afsluitende opmerking maken. Ik ben er niet gerust op. Ik zie dat de minister vol passie is om er een succes van te maken. Ik zie dat ze oprecht is. Toch bekruipt me een beetje een naar gevoel. Ik hoorde de minister zeggen dat we in Nederland een beleid hebben en dat we laten zien wat we doen als we onze doelen niet halen. Toen dacht ik dat het wel eens contraproductief kan werken, als er een zelfgenoegzaam toontje inkomt. We hadden het kunnen zien aankomen dat de doelen niet gerealiseerd zouden worden. Het is dan niet zo heel sterk te schermen met wat onze lapmiddelen zijn. Ik voel meer voor de suggestie van de heer Jansen en ik heb daar zelf ook suggesties voor gedaan. Doe een aantal stappen. Laat zien welke hobbels wij bereid zijn te nemen. Wat maakt het uit, we moeten toch. Doe het dan vóór Kopenhagen. De minister kent de suggestie die ik het liefste inbreng, ook omdat ie het goedkoopste is: klimaatvriendelijk consumeren; sluit aan bij Zweden; geef het een kans.

--