Bijdrage Partij voor de Dieren AO Landbouw & Visse­rijraad


8 april 2008

Herinvoering dierlijke eiwitten in veevoer & FAO conferentie
Voorzitter. Dieren in diervoer was lange tijd een taboe onderwerp, maar de minister is nu binnen Europa weer een warm pleitbezorger om toestemming te krijgen weer dieren aan dieren te voeren. Maar voordat zij daar volgende week weer op de barricades staat om de uitwassen van de Nederlandse bio-industrie ook aan andere landen te verkopen, wil ik even stil staan bij wara het om gaat. Koeien die koeien eten, varkens die varkens eten en kippen die kippen eten. Het kon allemaal, jarenlang. Om kosten te sparen en grote winsten te behalen werd jarenlang zonder enige ethische wroeging en zonder enig voorzorgsprincipe toegestaan dat soortgenoten aan elkaar werden gevoerd. En de gevolgen waren desastreus. We hebben allemaal nog de beelden van BSE koeien op ons netvlies.

De Partij voor de Dieren vindt het dan ook onbegrijpelijk dat de minister over wil gaan tot het gebruik van diermeel in veevoer. En daarbij allerlei argumenten gebruikt die op zijn minst discutabel zijn. Kippen mogen deze keer geen kippen eten en varkens mogen geen varkens meer eten. Want kannibalisme is niet natuurlijk. Maar kippen mogen wel varkens eten en varkens mogen kippen eten. Koeien mogen geen kippen, varkens en koeien meer eten. Maar kalfjes worden op een menu gezet van vismeel. Volgt u het nog? Het is tijd dat we de realiteit onder ogen zien en we het zomaar toestaan dat kalfjes niet eens de melk van de koe mogen drinken die uiteindelijk voor hen bestemd is.

Natuurlijk zijn kippen en varkens alleseters en zullen zij niet direct ziek worden van het eten van andere dieren. Maar dat het alleseters zijn betekent niet dat zij alles maar moeten eten. Zeker niet om de portemonnee van producenten een plezier te doen. Ik heb nog nooit een kip een varken zien eten en een varken nog nooit een kip.

Graag een reactie van de minister hoe dit past in een duurzame veehouderij? Ik zie de logica er niet van in.

Voorzitter. Ik weet dat de minister en de sector vooraan staat om het gebruik van diermeel te rechtvaardigen vanuit het wereldvoedselvraagstuk en de ontbossing van het tropisch regenwoud. Zo van: als we geen dieren voeren aan dieren moeten we nog meer bomen omkappen voor sojateelt en lijden nog meer mensen honger omdat zij minder te eten hebben omdat het voedsel wordt gebruik voor het veevoer van ons vlees.

Voor de Partij voor de Dieren zijn deze argumenten irrelevant omdat diermeel als speelbal wordt ingezet bij een systeem dat ook zonder de inzet van diermeel zijn failliet al heeft getekend. De ontbossing en het wereldvoedselvraagstuk zijn het directe gevolg van onze overmatige vleesconsumptie. Uw aanpak zou zich dus, als u echt begaan bent met het tropisch regenwoud en het wereldvoedselvraagstuk, zich moeten richten op een matiging van de vleesconsumptie en niet op het bijmengen van dierenresten in veevoer.
Graag een reactie.

FAO conferentie op hoog niveau over voedselzekerheid, klimaatverandering en bio-energie
Voorzitter. Nu we praten over de vleesconsumptie tegen het licht van de voedselzekerheid zou ik ook even stil willen staan bij de conferentie die de FAO gaat organiseren over dit onderwerp en waarover in de Landbouwraad zal worden gesproken. Ik ben verheugd dat de minister zich zo betrokken voelt bij het onderwerp (voedselzekerheid, klimaatverandering en biobrandstof) dat zij genereus geld doneert om de conferentie mogelijk te maken.
Ik zou de minister willen vragen om niet alleen met een buideltje geld daarheen te reizen noch de discussie te beperken tot productie voor de mond of voor de motor. De discussie zou ook moeten gaan over de samenstelling van ons voedselpakket, en dan de rol die dierlijke consumptie daarin speelt. In Nederland eten we 82 kilo vlees per persoon per jaar. In de VS is dat al 124 kilo per persoon per jaar. Als elke wereldburger dezelfde hoeveelheid vlees consumeert als wij hier in het westen doen, zijn er volgens het WereldNatuurFonds drie aardbollen nodig. En misschien heeft de minister nog een heilig geloof dat we er in de toekomst wel even twee aardbollen bijklonen; op dit moment zullen we het toch met deze ene moeten doen, minister.

Voorzitter. De FAO heeft serieuze zorgen over de manier waarop we met onze kostbare hulpbronnen omgaan. Ook zij vragen zich af of we op dezelfde voet door kunnen gaan hier in het westen. Ik zou u dan ook willen vragen om bij deze conferentie ook de rol van de vleesconsumptie in het licht van de problemen die spelen ten aanzien van de wereldvoedselverdeling, het klimaat, biodiversiteit en de beschikbaarheid van drinkwater mee te nemen.

Ik hoop dat ik op u kan rekenen minister. Graag een reactie.

Herziening Kabeljauwherstelplan
Voorzitter. De vis dreigt snel uit de oceanen te verdwijnen volgens het alarmerende bericht van visserijbioloog Pauly vorige week in het NRC. Alleen radicale maatregelen kunnen nog soelaas bieden. Ook voor de kabeljauw.

De afgelopen zeven jaar heeft het ICES (International Council for Exploration of the Sea) aangegeven dat er geen kabeljauw gevangen dient te worden in de Noordzee vanwege het heldere feit dat er bijna geen kabeljauw te vinden is in de Noordzee. Toch wordt elk jaar deze oproep met voeten getreden en er weer volop gevist. De visserijsector is misschien in de ban van de ‘na ons de zondvloed’ gedachte en lijkt alleen oog te hebben voor de korte termijnbelangen van de vissers. En zo ook de Visserijraad waar achter gesloten deuren sinds jaar en dag een koehandel plaatsvindt waarbij visrechten tussen lidstaten worden uitgeruild en uitgehandeld om de eigen vissector niet af te vallen.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren zou het zeer op prijs stellen als de minister nu niet eens de belangen van de visserijsector voorop stelt in de bespreking van het herstelplan, maar aandacht vraagt voor de kritieke situatie van kabeljauwstand. En aandringt op de noodzaak tot het nemen van rigoureuze beschermmaatregelen. Nu er signalen zijn van een nieuwe aanwas van de kabeljauw zou deze extra beschermd moeten worden zodat zij kans krijgen de populatie weer op sterkte te krijgen, in plaats van dat er lekkerbekkend gekeken wordt naar het toekennen van visquota. En er moet gekeken worden naar effectieve maatregelen die de verdere aanwas stimuleren zoals maatregelen die de gevolgen inperken van de boomkorvisserij op de kabeljauw.

En daarbij heeft Nederland een voorbeeldfunctie omdat met name de Nederlandse boomkorvloot grote schade aanricht op de jonge kabeljauw die hier langs de kust zwemt. Ook al wordt er niet op kabeljauw gevist, zij vormen door de aselectieve vangmethoden van de boomkorvisserij een grote bedreiging. De jonge kabeljauw komt aan zijn einde als bijvangst en verder herstel van de populatie blijft uit. De mate van bescherming is minimaal, mede doordat de Natura 200 gebieden verre van aaneengesloten zijn waardoor de kabeljauw eigenlijk nog steeds vogelvrij is.

Is de minister bereid om volgende week in Brussel juist in te zetten op verdere bescherming van de kabeljauw in de Noordzee en over te stappen van een soortgerichte benadering naar een ecologische benadering? Is de minister bereid maatregelen te nemen om de bijvangst van kabeljauw door de boomkorvisserij te niet te doen, bijvoorbeeld door alleen selectieve vangstmethoden toe te staan (zoals real time closure: controle orgaan wordt gewaarschuwd door schip met per ongelukveel bijvangst en controleorgaan geeft dat door aan andere schepen en sluit stuk zee af voor paar weken)?

Ganzendons van levend geplukte ganzen
Voorzitter. Ik wil mijn bijdrage afsluiten met wat opmerkingen over de gruwelijke praktijk van het levend plukken van ganzen voor dons. Dit komt nog steeds voor in het EU land Hongarije, ondanks dat de Europese Commissie en de minister het levend plukken van ganzen afwijzen omdat het onnodig pijn, leed en letsel veroorzaakt. Ondanks deze afwijzing kan dit dons nog vrij in de Europese Unie worden verhandeld. En er is ook geen enkele garantie te geven dat de Nederlandse dekbedden en kussens NIET gevuld zijn met het dons van deze levend geplukte dieren. Etikettering ontbreekt en de minister weigert deze te verplichten zodat de consument zelf niet de keuze kan maken of hij onder een dekje van dierenleed zich te ruste wil leggen.

Ik wil er nogmaals de minister vragen om bij de Europese Commissie en bij uw Hongaarse collega in de Landbouwraad aan te dringen op uitvoering, handhaving en controle van het Europese verbod op levend geplukte ganzen.

De Partij voor de Dieren vindt het onbegrijpelijk dat de minister wel keer op keer aangeeft dat de consument de beslissende factor is als het gaat om duurzame en diervriendelijke producten, maar met eenzelfde gemak ontzegt ze de consument om op basis van deze informatie zelf een afweging te maken. Dan maakt u zich er wel makkelijk vanaf minister, want ik vraag mij af hoeveel mensen er bewust kiezen voor een met dons van levend geplukte ganzen dekbed. Maar u geeft ze niet eens de keus!

Graag een reactie.

En nog even een opheldering over de antwoorden van de minister naar aanleiding van Kamervragen van mij en Kamerlid van Gent. De minister geeft aan dat er, volgens het LEI, in Nederland geen dons meer wordt geïmporteerd van levend geplukte ganzen. Ik vraag mij af hoe zij dit zo zeker weet en of dit ook geldt voor alle producten waarin ganzendons is verwerkt.

Graag een reactie.