Bijdrage Partij voor de Dieren aan debat uitvoering moties Walvis­vaart


7 april 2008

Voorzitter. Enige weken geleden hebben wij hier inderdaad gesproken over de Nederlandse inzet in de discussie over de walvisjacht. Het was toen al volstrekt helder dat de minister een spelletje speelde. Aan de ene kant zegt zij vast te willen houden aan het moratorium. Aan de andere kant pleit zij voor het zogenoemde Ierse voorstel om de commerciële jacht op de walvis te heropenen. Dat doet zij allemaal in de kennelijke veronderstelling dat Japan, Noorwegen en IJsland bereid zullen zijn om zich aan welke afspraak dan ook te houden.

De Partij voor de Dieren is blij met de heropening van het debat over de barbaarse jacht op walvissen. Onze fractie zit echter niet te wachten op weer een avondje Tien voor Taal. De minister moet duidelijk zijn. Als zij zegt dat zij een moratorium wil, moet zij vasthouden aan het bestaande verbod op de walvisjacht. Als de minister vindt of denkt dat heropening van de commerciële walvisjacht een goed idee is om de walvissen te beschermen, moet zij dat ook zo durven zeggen. Dat zij dat niet duidelijk maakt, geeft aan dat zij zelf misschien ook wel wat nattigheid voelt bij deze strategie.

Andere woordvoerders hebben het er ook al over gehad dat wij het voorstel zelf weliswaar het Ierse voorstel noemen, maar het een oud idee blijkt te zijn dat tien jaar geleden inderdaad binnen de IWC door een Ier werd geopperd. Het is inmiddels al lang doodgebloed. Niemand heeft het er nog over. Er is geen steun voor te vinden. Onze minister trekt dit oude voorstel uit de kast. Zij blaast het stof eraf en gaat ermee lopen leuren. Ik vraag mij af waarom zij dit doet.

De minister zegt dat het huidige verbod op de walvisjacht niet wordt gehandhaafd. Dat klopt. Tijdens het vorige debat heeft zij gezegd dat een nieuwe afspraak - lees dat Ierse voorstel - gekoppeld zou kunnen worden aan controle, handhaving en sanctionering. Op de vraag waarom dat nu niet zou kunnen, geeft zij geen antwoord. Zij geeft ook geen antwoord op onze vraag wat Nederland de afgelopen jaren eigenlijk heeft gedaan om controle op naleving van het huidige moratorium mogelijk te maken. "Leest u de verslagen van het IWC maar", klonk uit vak-K. Dat heb ik gedaan. Daaruit blijkt dat het Nederlandse pleidooi voor handhaving helemaal niet zo stevig is als de minister wil doen geloven. De inzet van Nederland is erop gericht om te polderen tussen de walvisbeschermende landen en de walvisvarende landen. De minister wil bruggen bouwen met Japan, Noorwegen en IJsland. Dat zijn landen die de afspraken al twintig jaar aan hun laars lappen. Zij wil Japan aan de tafel houden. Maar Japan blijft niet binnen de IWC omdat Nederland zo aardig is. Japan blijft binnen de IWC omdat het land gewoon kan blijven doen wat het wil. Zo lang Japan de indruk wekt in gesprek te willen blijven over de walvisjacht, hoopt het land te voorkomen dat het in de publieke opinie als totaal barbaars zal worden afgeschilderd.

Het pleidooi voor de handhaving is bijzonder twijfelachtig. Maar de Partij voor de Dieren heeft nog meer vraagtekens bij de stelling van de minister dat een heropening van de commerciële walvisjacht een mooie tussenstap kan zijn op weg naar een totaal verbod. Andere landen die op dit moment wel op walvissen zouden willen jagen maar dat niet doen omdat zij het moratorium respecteren, zullen natuurlijk gewoon weer overgaan tot de jacht. En Japan zal gaan jagen in de economische zones van bevriende of omgekochte landen. Op basis waarvan denkt de minister eigenlijk te kunnen garanderen dat onder het nieuwe voorstel nog maar 340 walvissen zullen worden bejaagd? Denkt zij nu echt dat Japan het bij deze zones zal laten en zich niet meer zal laten zien in de wateren rond Antarctica?

Verder wil ik van de minister horen hoe het staat met de Nederlandse toezegging uit 2006 om te onderzoeken of het mogelijk is om rond de Nederlandse Antillen een walvisreservaat in te stellen. Als wij het aantal walvisreservaten willen vergroten, kunnen wij met een reservaat rond de Antillen beginnen.

Een belangrijk pijnpunt bij het vrijgeven van de jacht in de economische kustzones is de legitimatie die daarmee volgens mijn fractie aan de walvisvaart wordt gegeven. Er zal daardoor een sector opbloeien die er alle belang bij heeft om de commerciële jacht te behouden. Wij hoeven maar naar Nederland te kijken om te kunnen voorspellen hoe een dergelijke economische kracht zich zal ontwikkelen. Van de Nederlanders is immers 90% geen voorstander van bont, maar wij krijgen de nertsfokkerij maar niet afgeschaft. In Japan wenst 90% van de bevolking dat er een einde komt aan de walvisjacht. Hoe denkt de minister dit te realiseren als zij nu de commerciële walvisjacht zal heropenen?

Ik rond af door te zeggen dat de minister zich onverkort moet uitspreken voor het huidige moratorium. Zij moet verder de kant kiezen van alle Japanners die van de walvisvaart af willen

Tweede termijn
Voorzitter. De fractie van de PvdD is niet gerustgesteld. Het Ierse voorstel is niet van tafel en de minister geeft een eigen draai aan de invulling van het woordje "moratorium". Wij denken dat de walvis daar niet bij gebaat is. Ik ben ook teleurgesteld dat de minister niet inhoudelijk gereageerd heeft op de argumentatie dat het vrijgeven van de commerciële walvisjacht, wat toch echt een onderdeel is van het voorstel dat zij niet wil uitsluiten, een sector zal doen opbloeien die weer met eigen economische belangen een heel eigen spel zal kunnen spelen in Japan. De minister gaat volstrekt niet in op het gevaar daarvan, net zomin als zij ingaat op de inschatting dat andere landen die het huidige moratorium wel respecteren weer zullen gaan jagen als er een versoepeling is. Mijn fractie heeft gepleit voor handhaving van het huidige verbod en hoopte dat de minister zich daar stevig voor zou uitspreken. Ik noem één voorbeeld. Nieuw-Zeeland spreekt zich veel steviger uit tegen de walvisjacht. In de kranten kunnen wij lezen dat Toyotadealers daar zich bij hun klanten verontschuldigen voor het feit dat Japan op walvissen jaagt. Alleen al de dreiging van economische sancties zal naar ons idee het Japanse bedrijfsleven behoorlijk aansporen om druk uit te oefenen op de Japanse regering om te stoppen met de walvisjacht. Dat pad moet gewoon ook door de minister worden ingeslagen. Zij heeft dat nog niet gedaan.