Bijdrage Partij voor de Dieren AO EU klimaat- en ener­gie­pakket


8 april 2008

Gevolgen verruiming melkquotum voor klimaat
Voorzitter. Het zal u niet verbazen dat ik mijn bijdrage vooral zal stilstaan bij de rol van landbouw in het Europese klimaatbeleid. Die komt namelijk nauwelijks aan bod en er lijkt wel een taboe te rusten op de uitstoot van broeikasgassen door deze sector. Met name de veehouderij lijkt een beerput waar niemand het deksel vanaf durft te trekken. Dat is wat ons betreft ook niet aanvaardbaar gezien de grote bijdrage die met name de veehouderij levert aan de uitstoot van broeikasgassen. En de huidige reductieplannen van dit Kabinet kan slechts 10% reductie worden bereikt door technische maatregelen zoals vuistgrote pillen voor koeien, zo bleek uit het ronde tafelgesprek. Naast het feit dat deze technische oplossingen wat ons betreft een doodlopende weg zijn, blijft er hoe dan ook een grote inspanning nodig om de klimaatdoelstellingen voor de veehouderij te halen. We ontkomen dan ook niet aan een krimp van de veestapel. En Nederland zou als meest veedichte land van Europa daarin het goede voorbeeld moeten geven. Zeker nu de Europse Unie heeft besloten tot uitbreiding en afschaffing van het melkquotum.

Tijdens het nota overleg over het Europese Klimaatpakket heb ik een motie ingediend over de klimaateffecten van de verruiming en afschaffing van het melkquotum in Europa. Het leek en lijkt mij zinnig om zo’n grote ontwikkeling in de melkveehouderij, die erom bekend staat een grote hoeveelheid broeikasgassen uit te stoten, binnen Europa te analyseren op de gevolgen voor milieu en klimaat. Daar had ik de landbouwminister natuurlijk al eerder én vaker op aangesproken, maar zij liet mij voortdurend weten dat ik me maar geen zorgen moest maken: de veehouderij zou binnen de klimaatdoelstellingen blijven en daar is helemaal geen onderzoek voor nodig.

Tot mijn verrassing antwoordde de milieuminister echter dat er in Nederland al onderzoek wordt gedaan! Mooi, dacht ik. Prima. ’t Ligt bij LNV zeker gevoelig, dat de minister mij dat al die tijd niet heeft willen vertellen.

Erg gevoelig, mag ik inmiddels wel veronderstellen. In reactie op mijn motie zei de milieuminister dat ze eerst moest overleggen met haar collega van landbouw voordat ze er een oordeel over kon vellen. Dat hoeft niet lang te duren zou je denken, de ministers spreken elkaar regelmatig en het gaat tenslotte maar om onderzoek. Maar na een week of vier werd het me toch te gortig. Het kostte uiteindelijk nog twee rappels in de plenaire zaal en nog eens twee weken voordat ik vandaag, zes weken later, eindelijk reactie heb gekregen.

En wat schetst mijn verbazing? Nu lijkt er helemaal geen sprake meer te zijn van een lopend Nederlands onderzoek met snel beschikbare resultaten, maar van een studie die nog moet worden uitgevoerd. De brief van vanmiddag roept bij mij wel wat vragen op, voorzitter, die ik graag door de minister beantwoord wil zien:

Waarom rept de minister in haar brief van vandaag met geen woord meer over het onderzoek dat zes weken geleden nog liep? Ze zegt alleen dat de Europese Commissie ergens in mei met een impact-analyse van de Health Check van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid komt. In aanvulling daarop zullen VROM en LNV een studie laten uitvoeren naar de consequenties of afschaffing van het melkquotum voor de uitstoot van broeikasgassen in Nederland, zo schrijft ze.

Wat is er met het lopende onderzoek gebeurd? Zijn de resultaten zo controversieel of verstrekkend dat een nieuw onderzoek is gelast? Of heeft collega Verburg u gevraagd het concept rapport in de la te laten verdwijnen. We kennen de ideeën van de landbouwminister over onderzoeksrapporten. Die wil ze na verschijning twee maanden voor zichzelf houden, om te voorkomen dat ze wordt verrast door Kamervragen. We kennen ook het truukje dat op departementen wordt toegepast om gevoelige rapporten langer achter te kunnen houden dan in een open democratie verantwoord is. Je zet er gewoon ‘concept’ op. Of: versie 1.2. Kun je altijd volhouden dat het eigenlijk geen vastgesteld rapport is, maar onderzoek in ontwikkeling. Ik zou de minister willen vragen zich met dergelijke praktijken niet in te laten.

Het lijkt er nu op dat de minister hoe dan ook met vuur aan het spelen is door wél een uitbreiding van het melkquotum toe te staan en daarbij niet aan te kunnen geven welke gevolgen dat heeft voor de toch al ambitieuze doelstellingen voor de broeikasgasreductie in de veehouderij. Het geeft ons het signaal dat economie door dit Kabinet weer belangrijker wordt gevonden dan de dreigende ondergang van deze aarde. Wat gaat u doen minister, als blijkt dat verruiming van het melkquotum betekent dat de klimaatdoelstellingen voor de veehouderij niet haalbaar meer zijn?
Graag een reactie.


Border Tax Adjustments
Voorzitter. Dan kom ik op mijn volgende punt. De Partij voor de Dieren vindt dat de kosten van milieuvervuiling in de prijs van de product verdisconteerd dienen te worden. Ter illustratie: alleen in Nederland al wordt per jaar ruim anderhalf miljard euro aan gemeenschapsgeld uitgegeven aan de excessen die de veehouderij veroorzaakt. De samenleving draait dus op voor de vervuiling van bodem, water en lucht die door de industrie wordt veroorzaakt. Dat moet veranderen door milieu-, dier- en klimaatvriendelijke productie zo veel mogelijk te stimuleren. Een vaak gehoord argument om als bedrijf niets te doen en groene investeringen achterwege te laten is dat deze investeringen concurrentie nadeel opleveren omdat anderen niet investeren, daarmee een goedkoper product hebben en de consument toch voor het goedkope product gaat. Tijdens het ronde tafel gesprek ter voorbereiding op dit Algemeen Overleg gaf het CE uit Delft echter aan dat Border Tax Adjustments een belangrijk instrument kan zijn om op internationaal niveau het mogelijke concurrentienadeel op te lossen. Een voorbeeld van het instrument Border Tax Adjustments kan bijvoorbeeld de invoering zijn van een carbon tax op de import van producten uit landen die zich ontrekken aan de afspraken die op Bali zijn gemaakt. Op die manier is het klimaatbeleid in Europa niet langer gericht op de Europese productie, maar op de Europese consumptie waardoor klimaatinvesteringen in Europa geen concurrentienadeel meer hoeven te veroorzaken. Het CE geeft aan dat de invoering van dergelijke Border Tax Adjustments nog wel praktische en juridische kanttekeningen heeft, maar dat de voordelen zo groot zijn dat het de moeite waard is dat verder uit te zoeken. Zo zullen de emissiereducties hoger uitvallen en de maatschappelijke kosten lager zijn.

Is de minister bereid nader onderzoek te doen naar de Border Tax Adjustments en is zij bereid deze systematiek in de milieuraad op de agenda te zetten?