Bijdrage Partij voor de Dieren AO Klimaat­beleid en duur­zaamheid


1 juli 2008

Voorzitter.
Allereerst wil ik mijn complimenten geven aan beide ministers. Het is goed dat onder hun aanvoering een kabinetsbrede aanpak duurzame ontwikkeling op papier is gezet. We zien een rake analyse van de problemen waarin onomstotelijk duidelijk wordt dat onze welvaartstijging een hoge prijs heeft. Ik ben positief over de mondiale blik van het Kabinet en haar wens de in de brief vastgelegde duurzaamheidsaanpak ook internationaal te willen uitdragen.

De uitgangspunten in de duurzaamheidsbrief om sociale dilemma’s te doorbreken door regelgeving voor consumenten en verduurzaming van het aanbod worden door mijn fractie van harte onderschreven. Ik lees ook dat het kabinet weg wil uit de middelmaat. Niet wachten tot iedereen aan boord is en niet bang zijn voor precedentwerking. Dat zijn mooie voornemens die geen moment te vroeg komen. Ik hoop dat het kabinet dan ook durft door te pakken om de sociale dilemma’s achter de milieuvraagstukken op te lossen, zoals vandaag bepleit door hoogleraar milieu en beleid Pieter Leroy. Weg met de polderaanpak, lange termijn denken moeten we.

De brief bevat mooie uitgangspunten, en wat ik nog mooier vind (en dat zal niemand verbazen) is dat het kabinet de problemen rond biodiversiteit, voedsel en vlees als een van de prioriteiten heeft aangemerkt.

Het heeft even mogen duren, maar ook het kabinet erkent nu dat de productie van dierlijke eiwitten (vlees en zuivel) een groot beslag legt op het ecosysteem (onder meer door ruimtebeslag, effecten op biodiversiteit, grootschalig gebruik van water en broeikasgas emissies). Ik wil voor de helderheid nog wat feiten met u delen:
- De veehouderij stoot wereldwijd 18% van de broeikasgassen uit, tegenover 13% vanuit de transportsector;
- Meer dan 40% van de wereld graanvoorraad en maar liefst 75% van de wereld sojaproductie wordt eerst gevoerd aan dieren voordat het op ons bord belandt. 85% van de plantaardige eiwitten gaan zo verloren.
- 80% van het wereldwijde landbouwareaal wordt ingezet voor de veehouderij
- De veehouderij is een van de belangrijkste veroorzakers van de ontbossing van tropisch regenwouden en het verlies aan biodiversiteit.

Daar moet een einde aan komen, en dat onderkent het kabinet ook in de formulering van het lange termijndoel op dit thema, namelijk een productie en consumptie van eiwitten die bijdraagt aan de (mondiale) welvaart en voedselveiligheid en blijft binnen de draagkracht van het ecosysteem.

Allemaal prachtig, maar wordt dit doel werkelijk gedragen binnen het kabinet of blijven het papieren beloften?

Om te beginnen krijgen we al tegenstrijdige geluiden uit het kabinet.
Minister Koenders roept ons op minder biefstuk te eten, maar de eerste gelegenheid die Verburg had om de brief toe te lichten benutte ze door vóóral aan te geven dat het niet gaat om een vermindering van de vleesconsumptie. Hoe zit dat?

En het uitgangspunt om via deze aanpak richting te geven aan de inzet van het kabinet op internationale fora wordt al bij de eerste de beste gelegenheid verloochend. Notabene op een high level FAO conferentie over voedselzekerheid had minister Verburg NIET willen beginnen over het verse inzicht van de Nederlandse regering dat de huidige westerse eiwitproductie en –consumptie zal moeten verduurzamen.
Na flink te hebben tegengesparteld, heeft ze uiteindelijk één zinnetje uitgesproken, zonder toelichting: we should also change our consumption and production pattern in a sustainable way.

Voorzitter, dit wekt weinig vertrouwen. Als het parlement er bij het kabinet in overleggen en moties op moet aandringen om haar eigen uitgangspunten uit te dragen, is dit een wel erg opzichtig gevalletje van wel woorden, geen daden / papieren duurzaamheidsbeloftes / schone schijn politiek

Voorzitter, volgens mij vormt het thema vlees binnen het kabinet een worsteling van sumo-formaat. De doelstelling is sterk, maar daarna worden de ambities meteen al afgezwakt. Hoezo: “naar verwachting is ook een transitie nodig naar de consumptie van dierlijke eiwitten naar duurzaam geproduceerde dierlijke eiwitten en plantaardige eiwitten” ? Heeft het kabinet het nieuws niet gevolgd? De FAO heeft aangegeven dat we de hele wereld zouden kunnen voeden met de huidige productie, als we die plantaardige eiwitten maar zelf opeten en ze niet eerst opvoeren aan dieren. Het Wereldnatuurfonds berekende dat als eenieder net zoveel zou consumeren als wij in de westerse landen er drie aardbollen nodig zijn. Die hebben we niet, kan ik u vertellen. Maar het mooie is, is dat het ook niet hoeft. We hebben al die eiwitten niet eens nodig. Onderzoeker Aiking van de Vu stelt dat eenderde van onze eiwitconsumptie overmatig is en dat we, als we onze desastreuze voetafdruk op andere gebieden in de wereld willen verminderen, de dierlijke eiwitconsumptie met zeker tweederde omlaag moet. Deze overwegingen zie ik niet terug in de brief en in de beoogde resultaten. Daarin staat toch vooral het zoeken naar de technische oplossingen en het met zachte hand bewegen van consumenten om duurzamer producten uit de schappen te halen centraal. Is dat niet wat mager, zo vraagt mijn fractie zich af.
We moeten minder eiwitten consumeren.

De beoogde resultaten die worden omschreven bij het thema biodiversiteit, voedsel en vlees. Die zijn ronduit matig. Voorzitter, daar gaan we de oorlog niet mee winnen. Bovendien valt op dat de beoogde resultaten geen afgeleide zijn van de situatieschets, maar een samenraapsel van al geplande onderzoeken op het gebied van veehouderij en nota’s die al zouden verschijnen. Wanneer kunnen we dat onderzoek naar de randvoorwaarden van een transitie voor de consumptie van dierlijke eiwitten verwachten?

Eigenlijk komen wij na het bestuderen van alle feiten tot maar twee hoofdconclusies voor wat betreft speerpunt 5:
- Wij moeten minder dierlijke eiwitten consumeren;
- Wij moeten minder dieren gaan houden;
Onderschrijven de ministers deze conclusie en op welke wijze komen deze uitdagingen terug in het vertalen van het lange termijndoel naar concrete handvaten voor beleid? Zijn zij bereid scherpere doelstellingen en ambities te formuleren? Graag een reactie. Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Voorzitter. Van deze grote uitdaging om onze consumptie te verduurzamen is het maar een kleine stap naar het duurzaam inkoopbeleid van deze regering. Ik wil een paar opmerkingen plaatsen nav het AO dat eerder dit jaar plaatsvond:

Duurzaam inkopen bij catering behelst volgens de minister een assortiment dat voor tenminste 40% uit biologische producten bestaat. Dat streven oogt mij wat mager. Wij vernemen graag wat hier de reden van is.
Ook stelt de minister dat zij een expliciete eis over een bepaald percentage vegetarisch assortiment niet nodig acht. In het kader van de kabinetsbrede inzet voor de transitie naar duurzame plantaardige en dierlijke eiwitten lijkt een dergelijke sturing echter een welkome, zo niet noodzakelijke stok achter de deur. Graag een reactie.
Tijdens het vorige overleg werd duidelijk dat het ministerie van LNV voorop loopt wat betreft de duurzaamheid van de catering in haar kantine(s). Sinds 2007 is de catering 100% biologisch. Kan de minister toelichten waar het verschil tussen de departementen in zit? En welke lessen we kunnen leren uit het voorbeeld van LNV?

In haar brief van 16 mei schrijft minister Cramer met haar collega Koenders over de noodzaak die het Kabinet ziet voor het verleiden van mensen om bewust gedrag te vertonen. Hierbij wil zij ook NGO’s, bedrijven en scholen betrekken. Wat mijn fractie betreft een heel goed idee. Eerder dit jaar sprak ik met staatssecretaris Dijksma en minister Verburg over de Nota Natuur- en Milieueducatie, waarbij ik ditzelfde onderwerp heb aangesneden. In die nota is in de ogen van mijn fractie een grote kans blijven liggen op het gebied van het stimuleren van verantwoord consumentengedrag.
Natuurbeleving van burgerconsumenten blijkt volgens NME-hoogleraar Koppen gemakkelijk geïsoleerd en opzichzelfstaand te kunnen plaatsvinden en is dus geen pad naar duurzame consumptie. Desondanks is dit wel het pad waar dit kabinet haar kaarten op inzet, in ieder geval zoals blijkt uit de nota.
De heer Koppen stelt dat er ‘slechts af en toe een zodanige beweging is in de publieke opinie dat consumenten hun gebruikelijke criterium ‘prijs-kwaliteit’ verhouding verlaten om hun koopkracht in te zetten voor een ander doel’. Verder stelt hij dat als we kijken naar de zorg voor de natuur, de rol van de consumptie uiterst dubbelzinnig is.
Om die koppeling wél te leggen is het volgens de heer Koppen nodig dat natuurbeleving verbonden wordt met een bredere context, met onze eigen consumptiepraktijken, met problemen van sociale rechtvaardigheid en met arrangementen van beleid en markt.
Hierbij dient de problematiek rondom natuur, milieu en dierbeleving integraal benaderd worden.

Staatssecretaris Dijksma stelde zeer resoluut dat inmenging vanuit de overheid op dit gebied niet gewenst is.
Graag horen wij van de minister hoe zij dit ziet. Is er volgens haar een mogelijkheid om aan te haken bij de nota NME? Deelt zij onze mening dat hier grote kansen liggen?

Voorzitter. Ter afsluiting wil ik mijn collega’s van D66 een hart onder de riem steken. Zij waren gisteren niet in staat om alsnog hun steun te geven aan mijn verzoek aan het Presidium om een duurzaamheidsbeleid in de Tweede Kamer op te stellen. In navolging van de ambities van de verschillende departementen, heb ik het Presidium vorige week verzocht om ook voor het Tweede Kamerapparaat een duurzaamheidsbeleid op te stellen. Hiertoe heb ik ook een motie ingediend, die door een meerderheid van de Kamer werd gesteund, maar desondanks door een procedurele fout –waarschijnlijk veroorzaakt door vermoeidheid in aanloop naar het reces- toch is verworpen.
Gezien het thema wat wij vandaag bespreken lijkt het mij een logische zaak dat ik dit verzoek morgen tijdens een VAO opnieuw zal uitspreken en dan hoop ik op dezelfde steun te kunnen rekenen van mijn collega’s.