Bijdrage Partij voor de Dieren AO Ammoniak


1 juli 2008

Voorzitter, sinds vorige week kunnen we er echt niet meer omheen: de hoge uitstoot van ammoniak is slecht voor de natuur. Dat heeft Alterra na twintig jaar onderzoek vastgesteld. Dat veehouders en sommige politici nog steeds twijfelen aan het nut van maatregelen om de ammoniakuitstoot terug te dringen en de schadelijke effecten tegen te gaan, is dan ook volledig onterecht, zo stellen de auteurs van het rapport.

Voorzitter. Het gaat slecht met het terugdringen van de ammoniakuitstoot. In 2005 en 2006 is depositie zelfs weer toegenomen. Maar liefst driekwart van de natuur in Nederland heeft te kampen met een overschrijding van de kritische depositiewaarde. Het is duidelijk dat het verlagen van de emissies een hele urgente en zware opgave is, maar het beleid daarop sukkelt al jaren voort.

Het Interim Toetsingskader Ammoniak is de vlag op de modderschuit van tientallen jaren falend natuurbeleid. Terwijl eigenlijk al meteen duidelijk was dat dit kader haaks staat Europees rechterlijke verplichtingen - de Partij voor de Dieren heeft daar vorig jaar zelfs een motie over ingediend – stuurde de minister, samen met het CDA, PvdA, CU, VVD, PVV en SGP de veehouders liever met een kluitje in het verzuurde riet. Het geven van valse hoop aan veehouders was voor hen schijnbaar belangrijker dan het verstrekken van duidelijkheid over de werkelijke ontwikkelingsmogelijkheden van hun bedrijven. Juist daardoor wordt de sector nu de nek omgedraaid.

Het was dus niet de vraag óf maar wannéér de Raad van State dit onzinnige instrument onderuit zou halen. En dat is inmiddels gebeurd. Saillant detail daarbij is dat duizenden veehouderijbedrijven illegaal bezig zijn. Slechts 157 bedrijven hebben een vergunning (Nbwet) aangevraagd, dus de rest is, in afwachting van de Nbwetswijziging ( egulering bestaand gebruik), illegaal bezig. Hoe moeten we dat beoordelen, minister?

Voorzitter. De Taskforce die na de val van het Toetsingskader de scherven moest zien te lijmen is met een onmogelijke opdracht op pad gestuurd om de kool (de natuur) en de geit (de landbouw) te sparen. En in plaats van ecologische waarden als uitgangspunt te nemen werden weer de ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven centraal gesteld bij het zoeken naar oplossingen. De minister zou inmiddels toch beter moeten weten dat deze aanpak niet werkt? Zeker gezien de Europese verplichtingen. Waar veel van mijn collega’s het level playing field als excuustruus gebruiken om zelf niet harder te hoeven lopen, en de minister daar toch ook een warm voorstander van is, lijkt het level playing field nu te knellen omdat economische belangen in het geding komen. Hoe kan dat minister?

Voorzitter. De minister heeft zich al gehaast het advies van Trojan te omarmen en misschien staat haar handreiking al op papier. Ik heb echter nog wat prangende vragen:
Het lijkt er op dat de minister de handreiking over de heg naar de provincies zal gooien die nog steeds geen duidelijkheid hebben over wat kan binnen de beperkingen die de instandhoudingsdoelstellingen opleggen. Er is centrale regie nodig om voortvarend aan de slag te gaan en valse hoop te voorkomen. Waarom gaat de minister niet aan de slag met het opstellen van randvoorwaarden die ervoor zorg dragen dat de ecologische doelstellingen centraal komen te staan en niet de economische belangen? Het blijven polderen op gebiedsniveau levert niets op, voorzitter, want belangen zijn niet uitwisselbaar in het geval van de Nbwet. En voor wat betreft het realiseren lange termijndoelstellingen werkt polderen alleen vertragend omdat korte termijnbelangen prevaleren. Dat hebben we ook gezien in het geval van de mosselsector.

Voorzitter. De kritische aanvechters van het Toetsingskader krijgen nu de zwarte piet toegespeeld en worden zelfs bedreigd in hun rechten, terwijl zij alleen maar het falende natuurbeleid hebben blootgelegd. Dat moet de minister toch waarderen in plaats van de oplossing van Trojan te omarmen om klokkenluiders de toegang tot de klok te ontzeggen. Graag een reactie welke positie de minister inneemt als het gaat om inspraak.

Mijn fractie was hoogst verbaasd te lezen dat Trojan de aanbeveling doet het gebruik van de kritische depositiewaarden te nuanceren. Dat lijkt de wereld op zijn kop. We halen de afrekenbare doelstellingen niet, dus dan stellen we de doelstellingen maar naar beneden bij. Is dat ook het belang wat deze minister hecht aan de adequate bescherming van de natuur in Nederland of ziet ze het als een gedachtenspinsel van een adviseur die blijkbaar warmere gevoelens koestert voor de ontwikkelingmogelijkheden van varkensflats dan voor onze kostbare natuur die al decennialang onder zware druk staat? Graag een reactie.

Ook de opmerkingen in het Trojan rapport dat er geen eindtijd is ingesteld voor wat betreft het realiseren van de kritische depositiewaarde getuigt van een eenzijdige blik naar de economische kansen en het opzoeken van de marges. De huidige deplorabele staat van 75% van onze natuur lijkt de heer Trojan niet te deren. Maar de minister zal toch wel willen inzetten op een afzienbare tijd, lijkt mij zo. Aan welke termijn denkt zij?

Voorzitter, de enige echte optie is een reductie van de ammoniakuitstoot en dan komen we ook meteen bij stevige maatregelen die de veehouderij zal moeten nemen (want zij veroorzaakt 90% van de ammoniakuitstoot). De knoppen waaraan nu wordt gedraaid (emissiearme huisvesting, emissiearm uitrijden van mest) zullen niet voldoende zijn. Zeker niet nu het melkquotum op losse schroeven staat. Ook de Algemene Rekenkamer maakt zich daar zorgen over want de melkveehouderij veroorzaakt de helft van de ammoniak emissies. Eigenlijk is de enige echte knop er een die bijna niemand durft te benoemen, laat staan aan te draaien. Dat is de knop voor de reductie van de veestapel. Ik kan u verzekeren dat een klein draaitje al grote positieve effecten zal hebben. Is de minister bereid een reductie van de veestapel op bedrijven in een straal van 5 kilometer rondom natuurgebieden te overwegen? Graag een reactie.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren is van mening dat na jaren dralen nu eindelijk ecologie het uitgangspunt moet worden als het gaat om het vaststellen van de ontwikkelingsmogelijk van bedrijven in de omgeving (pizzeria voorbeeld). Dat betekent dat de kritische depositiewaarde van een gebied bepaalt wat mogelijk is en wanneer de natuur schade ondervindt van de omliggende activiteiten. Dat vraagt in de eerste plats om maatwerk per gebied en op de tweede plaats het inzetten van de meest effectieve maatregelen. Het hoeft geen verder betoog dat volgens de Partij voor de Dieren een reductie van de veestapel veel zoden aan de dijk zal zetten.
Dank u wel.