Bijdrage Partij voor de Dieren aan het debat Wet Dieren


5 oktober 2009

Inleiding
Voorzitter,
Zondag was het dierendag. Maandag vergeten dierendag. En vandaag wet dierendag of beter gezegd: weg dierendag. De dag waarop de minister dieren nog verder wil uitleveren aan de markt. En waarbij de vergeten dieren het wel kunnen vergeten … De totstandkoming van deze wet verdient geen schoonheidsprijs. De minister schermt graag met instemming van de dierenbescherming, bijvoorbeeld als het om kalfsvlees gaat. Nou, maar dit wetsvoorstel werd in 2007 zeker niet met sterren gewaardeerd, maar door de Dierenbescherming gekwalificeerd als “bagger”. En dan niet de bagger waar varkens van nature zo van houden. De wet dieren en dierlijke producten zag dieren vooral als producten. Producten in dienst van de menselijke hebzucht, lekkere trek en hang naar afleiding en vermaak, – voor mensen wel te verstaan-. Het is ten hemelschreiend dat een kabinet dat zegt te staan voor rentmeesterschap en solidariteit, dieren zo in de steek denkt te kunnen laten

Tegenover elk dier dat als gezelschapsdier wordt gehouden, leven in Nederland zo’n dertig (verborgen) dieren in de bio-industrie. Om nog maar te zwijgen van de proefdieren. Varkens, kippen, koeien, konijnen en geiten in de bio-industrie, opgefokt en opgehokt, mishandeld en ziek gemaakt voor de kiloknaller. Pelsdieren, die een ellendig leven slijten voor nutteloze luxeproducten. Huisdieren, die bij fokkers en handelaren een miserabel leven hebben. Vissen, die levend worden opengesneden, stikkend aan dek aan hun einde komen, levend met een haak in de bek getransporteerd worden over duizenden kilometers of die levend verbranden in zoutbaden. Circusdieren die hun leven in eenzaamheid doorbrengen in kleine hokken en van hot naar her worden gesleept om kunstjes te vertonen. Deze dieren worden al jaren vergeten. En, ze kunnen elke hoop op een beter leven vergeten, nog steeds. Mevrouw de voorzitter, deze dieren hebben helemaal niets aan het wetsvoorstel dat wij vandaag behandelen. Dit wetsvoorstel zet dierlijke productie op de eerste plaats, niet het welzijn van de dieren.

In het coalitieakkoord werd voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een passage gewijd aan dierenwelzijn. De verantwoordelijk minister Verburg kondigde vervolgens vol trots een drieluik aan: de nota dierenwelzijn, de nationale agenda diergezondheid en de wet dieren… van het vorige kabinet. Prachtige beloften, maar zonder betekenis. Het ene beleidsstuk verwees naar het andere dat weer terugverwees naar het eerste beleidsstuk. Onderlinge samenhang ontbreekt. In de wet dieren is niets terug te vinden over de nota dierenwelzijn. Het is ook helemaal geen nieuwe wet. Oud-minister Veerman heeft de eerste laag van kritiek op dit wetsvoorstel over zich heen gekregen in 2005. Nog geen jaar later volgde de mededeling dat de plannen werden stilgelegd in verband met verkiezingen en het aantreden van een nieuw kabinet. De Partij voor de Dieren heeft in de maanden hierna herhaaldelijk gevraagd naar de plannen rondom dit wetsvoorstel. De minister deed er alles aan om de illusie te wekken dat de plannen definitief ingetrokken waren. En toen opeens stuurde minister Verburg het oude voorstel naar maatschappelijke organisaties, die welgeteld twee weken kregen om te reageren op deze lukrake bundeling van vijf omvangrijke wetten. Wellicht toch zonde van die twee weken hard werken door deze organisaties, want met hun opmerkingen is nauwelijks iets gedaan.
Waarom was het nou zo belangrijk om met dit voorstel te komen? Minister Verburg is hier duidelijk in: vereenvoudiging. Zo min mogelijk verplichtingen of lasten. Voorzitter, de minister bedoelt zo min mogelijk ruimte voor de dieren, zoveel mogelijk ruimte voor burgers, bedrijven en dierlijke productie.
En ook al we weten dat de productie van dierlijke eiwitten een ramp voor de wereldvoedselverdeling, het milieu en het klimaat zijn, zet de minister vol in op ruim baan voor die productie. Een uitgangspunt dat niet alleen achterhaald is, maar ook strijdig met het kabinetsbeleid.
Waarom wil dit Kabinet keer op keer niet leren van het verleden? De minister struikelt over haar eigen benen om dit wetsvoorstel snel door de Kamer te loodsen, waarbij er geen tijd is voor praktijkervaringen. De GWWD is sinds zijn inwerkingtreding in 1992 nooit geëvalueerd. Hoe kun je effectief nieuwe wetgeving ontwikkelen die werkelijke bescherming aan dieren biedt, als je niet weet waarom het nú al zo vaak fout gaat? Waarom moeten er nog steeds zoveel dieren lijden, en waarom worden de daders bijna nooit gepakt of gestraft? Ligt het aan een capaciteitsprobleem bij de handhavende instanties? Is er te weinig prioriteit voor dierenwelzijnszaken bij het Openbaar Ministerie? Ook professor Freriks gaf tijdens de hoorzitting aan dat evaluatie van de GWWD een noodzakelijk element is in de ontwikkeling van nieuwe wetgeving op dit terrein. Volgens haar is het vreemd dat er een samenvoeging van wetten plaatsheeft zonder dat duidelijk is of die wetten nog wel adequaat zijn. Ik heb nog steeds geen bevredigend antwoord van de minister ontvangen op de vraag waarom deze evaluatie niet heeft plaatsgevonden. Ik vraag het maar nog eens een keer. Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Dierenwelzijn in de maatschappij
Dierenwelzijn is een onderwerp waar in de samenleving steeds meer prioriteit aan wordt gegeven en waar aandacht voor wordt gevraagd. Steeds meer mensen willen en gaan diervriendelijker leven. Als je mensen vraagt waar het dierenwelzijn het meest in het geding is….. denken mensen het eerst aan de bio-industrie, op de voet gevolgd door de pelsdierfokkerij. Dan volgen de commerciële visserij, de dieren in het circus en huisdieren als sectoren waar het dierenwelzijn ernstig in het geding is. De overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking vindt dierenwelzijn een belangrijk tot zeer belangrijk onderwerp, waar nooit teveel aandacht voor kan zijn. Mensen zien dierenwelzijn als een belangrijk probleem dat een oplossing verdient. Misstanden als het versnipperen van eendagskuikens, castratie van biggen, kalfjes met bloedarmoede kunnen niet rekenen op instemming van de kiezer. Maar daar lijken een aantal politieke partijen hier buiten verkiezingstijd weinig boodschap aan te hebben.

Sterke dierenwelzijnswet is nodig en wenselijk
Het opkomen voor de kwetsbaren in onze samenleving - waaronder dieren - vormt een wezenlijk uitgangspunt van onze beschaving. Dieren zijn levende wezens met bewustzijn en gevoel. Daarom hebben ze net als mensen het morele recht op een respectvolle behandeling door de mens. Dieren, zowel in-het-wild-levende, als gehouden dieren, hebben recht op een leven naar hun eigen aard en mogen niet zonder een noodzakelijk of redelijk doel door de mens in hun welzijn worden aangetast. Beschaving uit zich immers in de wijze waarop wij andere levende wezens en onze natuurlijke omgeving behandelen.

Het is niet meer dan logisch dat de rechten van dieren gewaarborgd worden in de wet. Op die manier is de samenleving in staat de bescherming van dieren te garanderen. Door de rechten van dieren te verankeren in de wet kunnen we een einde te maken aan schokkende misstanden die zich vaak buiten ons directe gezichtsveld afspelen. De morele en juridische status van dieren, door middel van de erkenning van dieren als wezens met bewustzijn en gevoel, moet dus vast gelegd worden in de grondwet, en de bescherming van dieren moet in een zelfstandige dierenbeschermingswet worden gewaarborgd.

Sinds 1992 heeft Nederland een wettelijk kader dat kan dienen als waarborg voor werkelijke bescherming; de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Helaas bleef deze kaderwet grotendeels leeg. Uitvoeringsregelgeving om de belangen en het welzijn van dieren werkelijk goed te beschermen kwam niet. Handhaving bleef in veel gevallen een wassen neus. Dierenmishandeling blijft maar al te vaak onbestraft. Zo bezien is het inderdaad tijd voor een nieuwe dierenwelzijnwet, maar ik heb tijdens deze bijdrage al meer geëvalueerd van de wet, dan de minister in haar hele ambtstermijn.

Wet dieren en dierlijke producten
Een lege huls wil de minister er vandaag door frommelen, met steun van de coalitiepartners die eigenlijk wel iets anders aan hun hoofd hebben dan dieren. AOW, Koopzondagen, stakingen, omvallende banken,,,,maar dieren, nou effe snel dan!

Na bijna twintig jaar gaan we weer rechtstreeks terug naar af. Zonder ook maar iets van een correctie voor het groeiend maatschappelijk bewustzijn. Een klap in het gezicht van betrokken burgers, die willen dat dieren een beter leven krijgen. Net zoals het grondwetsreferendum tot niet meer leidde dan een lange neus van het kabinet naar de kiezer, zo moeten ook de dieren nergens op rekenen. Ze hebben geen stemrecht, en het CDA wil weinig anders dan kleingeld van ze maken. Fokken en in dunne plakjes snijden!

Zelfs de 5 vrijheden van Brambell die dieren sinds 1965 beloofd worden en waarvoor de PvdA in verkiezingstijd zo’n warm pleidooi hield, zijn in de nieuwe wet niet terug te vinden. Ik som ze nog maar even op:
Dieren zijn vrij:
1. van dorst, honger en onjuiste voeding;
2. van fysiek en fysiologisch ongerief;
3. van pijn, verwondingen en ziektes
4. van angst en chronische stress;en zijn vrij
5. om hun natuurlijk (soorteigen) gedrag te vertonen.

Ik heb een amendement ingediend waarin een nader geconcretiseerde versie van deze vrijheden een plaats krijgt in deze wet. Dierenwelzijn bestaat namelijk niet louter uit de afwezigheid van pijn, stress en ander ongerief, maar wordt ook bepaald door de mogelijkheid van dieren om hun sociale gedrag en positief gedrag zoals spelgedrag en voedselzoeken, uit te kunnen voeren.
Nederland beweert koploper te zijn op het gebied van dierenwelzijn. Voorlopig halen we alleen het guinness book of records als meest veedichte land ter wereld, niet omdat we zo beschaafd met dieren omgaan!

Een erg leeg kader…
Het inhoudelijke normerende kader van het voorstel is zeer beperkt. Alles wordt geregeld in uitvoeringsregelgeving. Het lijkt alsof de minister alleen van plan is om bindende EU-regelgeving te implementeren. Zonder zelf nationale regelgeving in te voeren, of te continueren. Dit kan toch niet het geval zijn?
Ik zou graag een toezegging willen krijgen van de minister, dat zij zich in zal zetten voor nationale koppen op de ‘regels uit Brussel’.
De aankondiging dat de 60 AMvB´s zoals die nu gelden onder de huidige wetten terug gebracht zullen worden naar slechts 10 AMvB´s belooft weinig goeds. Nieuwe wetgeving op het gebied van dieren vraagt om meer wettelijke bescherming, niet minder. Ik zou hier graag een toelichting op willen van de minister.

De Partij voor de Dieren wil meer duidelijkheid van de minister over welke kant de uitvoeringsregelgeving op zal gaan. We kunnen niet instemmen met een nieuw wetsvoorstel dat zou moeten dienen ter bescherming van dieren….. zolang de inhoud hiervan nog open ligt….
Kan de minister meer zicht geven op het traject van de uitvoeringsregelgeving? Welke AMvB’s blijven overeind, welke komen te vervallen en wat zal dit doen met het beschermingsniveau? Is de minister bereid om met een werkschema te komen voor de invulling van de AMvB’s en de Kamer regelmatig te informeren over de voortgang? Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Positieflijst
Voorzitter, de positieflijst van dieren die gehouden mogen worden, lijkt nu na vele jaren eindelijk in zicht te komen. Maar wel na veel tegensputteren, gemits en gemaar. Bij nota van wijziging is de opzet echter drastisch veranderd. Alleen de criteria die zullen gelden voor het opstellen van deze positieflijst zullen aan de Kamer worden voorgelegd. De te houden diersoorten… zullen door de minister zelf (in een besluit) worden aangewezen. De Partij voor de Dieren is van mening dat hiermee de Kamer buiten spel wordt gezet en vraagt de minister haar voorstel te heroverwegen. Graag een reactie. Ook zijn wij van mening dat snel werk moet worden gemaakt van de positieflijsten voor andere diersoorten dan alleen de zoogdieren.

De minister stelt dat de productiedierenlijst zal worden gecontinueerd. De lijst is alleen nog nooit getoetst op de vraag, of de dieren op de lijst daadwerkelijk geschikt zijn om voor productie te houden. En ook is er geen duidelijkheid over onder welke voorwaarden deze dieren wel of niet gehouden kunnen worden. Het huidige wetsvoorstel voor een nertsenfokverbod laat zien, dat de huidige lijst niet volstaat en dat Nederland een omstreden sector in blessuretijd laat uitgroeien van 3,2 miljoen tot ruim 5 miljoen slachtoffers per jaar.
Daarnaast is onduidelijk wat de minister verstaat onder het “voldoende recht doen aan de primaire behoeften van een dier”. Op welke primaire behoeften doelt zij? En in hoeverre is nagegaan of de huidige lijst aan deze voorwaarde kan voldoen? Waarom heeft er geen toetsing plaatsgevonden van de lijst? Is de minister bereid om dergelijke toetsing wel uit te voeren en de lijst op basis daarvan te actualiseren?

Voorzitter, de pelsdierfokkerij is allang verboden in Engeland, Noord-Ierland, Oostenrijk, Schotland en deelstaten van Duitsland. Er dient zo snel mogelijk een Nederlands verbod te komen op het fokken van nertsen en andere pelsdieren voor hun vacht. Ik heb goede hoop dat de Eerste Kamer het nertsenfokverbod zal bevestigen. Als tenminste de ChristenUnie woord houdt en haar ziel niet verkoopt. Vanaf de RPF heeft de partij beloofd dat er een eind zal komen aan de nertsenfokkerij, de ChristenUnie heeft nú de sleutel in handen. Maar er is nog meer werk te doen. Konijnen en herten zijn vanwege hun aard niet geschikt om in grote veehouderijen te worden gehouden. Struisvogels en andere exoten zijn ongeschikt om in het Nederlandse klimaat te houden. Het maakt ze letterlijk ziek. Is de minister bereid deze groepen uit te sluiten voor productiedoeleinden?

Intrinsieke waarde
Voorzitter, In dit wetsvoorstel is de intrinsieke waarde van het dier opgenomen, zo zegt de minister trots. Maar dit begrip is niet opgenomen in de begrippenlijst, noch is duidelijk hoe dit begrip zich verhoudt tot de andere artikelen in het wetsvoorstel. Aan de intrinsieke waarde moet volgens de Memorie van Toelichting verschillend gewicht worden toegekend, al naar gelang de aanwezigheid van andere zwaarwegende belangen zoals het economische belang dat samenhangt met voedselproductie. Dit is per definitie strijdig met het volwaardig erkennen van de intrinsieke waarde van een dier. Ook in de nota naar aanleiding van het verslag, is niet duidelijk geworden hoe de belangenafweging tussen intrinsieke waarde van het dier en economische motieven zal plaatsvinden. Hoe wordt deze weging vormgegeven? Wie zal deze weging bepalen en welke organisaties, instituten en belanghebbenden zullen betrokken worden bij het opstellen van de criteria en wegingsfactoren die ten grondslag liggen aan de weging? Graag een reactie van de minister hierop.

Deelt de minister de mening dat het daadwerkelijk centraal stellen van de intrinsieke waarde van een dier inhoudt dat dit wetvoorstel grondig zou moeten worden herzien? Dat het produceren van zo goedkoop mogelijk vlees, bont of eieren op geen enkele manier te verenigen is met de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren? Op welke wijze is de minister bereid hieraan gehoor te geven?


De Partij voor de Dieren is van mening dat de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren onder andere inhoudt, dat men de plicht heeft om actief het gebruik van dieren te verminderen. De minister heeft het wel ergens over het beperken van het diergebruik, maar nog steeds is niet duidelijk hoe de minister deze beperkingen ziet en de mate waarin hierbij een vermindering van het gebruik van dieren is opgenomen. Graag een reactie.

Ethisch toetsingskader
Tijdens het debat over de nota Dierenwelzijn is de motie Waalkens aangenomen die vroeg om de ontwikkeling van een ethisch toetsingskader ten aanzien van het gebruik van dieren. Een dergelijke ethische toetsing is volgens Partij voor de Dieren essentieel om te kunnen bepalen wat wel en wat niet een redelijk doel is om dieren voor in te zetten en het zou daarmee aan de basis moeten staan van de verdere ontwikkeling van wetgeving en beleid rond het houden en gebruiken van dieren. In antwoord op schriftelijke vragen van mijn fractie is toegezegd bij de uitvoering van de motie tevens de inzet van dieren voor amusementsdoeleinden, zoals het zogenaamde ganstrekken, te betrekken. Mijn fractie hoort graag wat de actuele stand van zaken is, en op welke manier dit ethisch toetsingskader zal worden verwerkt in het voorliggende wetsvoorstel.

Doelvoorschriften vs middelvoorschriften
Op welke wijze kan de minister garanderen dat doelvoorschriften niet ten nadele van het welzijn van de dieren zullen uitpakken? Doelvoorschriften klinken uiteraard mooi. En in een ideale wereld werken ze wellicht ook. Maar in deze wereld wordt op elke cent bezuinigd, is het dus zaak goede middelvoorschriften voor te schrijven of tenminste waarborgen in te bouwen voordierenwelzijn. Ik heb een amendement ingediend op dit punt.
Ook de handhaving is gebaat bij heldere normen over wat wel en niet mag. Zullen de inspectiediensten kunnen beoordelen of de doelvoorschriften inderdaad nageleefd worden? Uit de evaluatie van het Dierentuinenbesluit blijkt dat open normen grote onduidelijkheden opleveren. Deze problemen dienen te worden aangepakt voordat dit instrumentarium breder wordt ingezet. Hoe denkt de minister deze problemen nu en in de toekomst te voorkomen?


Handhaving
Het is voor mijn fractie onacceptabel dat een degelijke evaluatie van de handhaving op het gebied van dierenmishandeling niet heeft plaatsgevonden. Ik zal hierover een motie indienen.

De minister geeft in antwoord op onze Kamervragen hierover aan dat de benodigde gegevens ontbreken om een dergelijke evaluatie van de artikelen 36 en 37 van de GWWD uit te voeren. Het informatiesysteem van het OM zou dit niet toelaten. Kan de minister aangeven in hoeverre een evaluatie van de handhavingsaspecten bij dit wetsvoorstel mogelijk is? Op welke wijze zal de wet- en regelgeving worden aangepast op basis van deze evaluatie? Hoe verklaart u dit verschil ten opzichte van de huidige situatie?
Kan de minister daarnaast een nadere toelichting geven op het stelsel van bestuursrechtelijke instrumenten dat zal worden ontwikkeld?En welk tijdpad daarbij hoort? Is er voor de komende jaren nog wel voldoende capaciteit bij de AID, de VWA en andere inspectiediensten om adequaat te handhaven, na alle inkrimpingen en zelfreguleringsrondes?


Bio-industrie
In de Nederlandse bio-industrie worden jaarlijks circa 500 miljoen dieren gefokt en gedood. Tijdens de vaak zeer korte tijd dat hen het leven is gegund, is de wijze waarop deze dieren worden gehouden ook nog eens volstrekt beneden de maat. In de afgelopen vijftig jaar zijn de dieren steeds intensiever geëxploiteerd. Ze zijn uit hun natuurlijke omgeving gehaald, hebben steeds minder daglicht en ruimte gekregen en zijn door fokprogramma’s, voer en medicijnen onnatuurlijk snel gaan groeien. In hun overvolle stallen is er voor de dieren niets te beleven, waardoor ze aan stress en verveling lijden en ernstig gestoord gedrag vertonen zoals kannibalisme.

Ik vraag me af, wat deze wet voor deze dieren moet gaan betekenen. Vanuit Europa komt nu mondjesmaat regelgeving om de ergste uitwassen tegen te gaan. Die regelgeving moet door 27 lidstaten geïmplementeerd worden.
Nederland is geen koploper. Landen als Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Engeland zijn absoluut beter in het bieden van zorg en bescherming aan dieren. Maar, helaas zitten er ook erg veel landen tussen waar het woord ´dierenwelzijn´ geen enkele waarde heeft. De regelgeving vanuit Europa zal dus altijd onvoldoende waarborg bieden aan dieren, zeker aan de dieren die hier in het jargon ´productiedieren´ heten. De Partij voor de Dieren vraagt zich af op welke wijze Nederland de ambitie vormgeeft om zich in de voorhoede van Europa te bevinden als het gaat om het verbeteren van het dierenwelzijn. De minister zegt vaak dat landbouwhuisdieren het in Nederland beter zouden hebben dan elders. Maar concrete voorbeelden geeft niet.
Kan de minister aangeven of zij een kop op de Europese wet- en regelgeving ter bescherming van dieren ambieert om de voorhoedepositie binnen de Europese unie concrete inhoud en vorm te geven? En als zij die kop op de Europese wetgeving niet ambieert, kan zij dan aangeven op welke wijze zij een geloofwaardige rol in de voorhoede van Europa denkt te kunnen spelen?
Het is overduidelijk dat de minister helemaal niet gaat voor het hoogst haalbare, noch in Nederland noch in Europa. Dat blijkt ook weer uit de berichtgeving van vandaag over de vleeskuikenrichtlijn. De Pluimveehoudersvakbond geeft vandaag aan dat zij blij is dat zij het voor elkaar gekregen heeft dat voor Nederlandse pluimveehouders de laagst gestelde Europese welzijnsnorm zal gelden, in plaats van de hoogst genoemde uit de richtlijn. Kan de minister dit nou eens uitleggen?

Voorzitter, er moet een einde komen aan dit gemarchandeer. De dieren dienen beter beschermt te worden tegen de economische waan van de dag.

Ingrepen
Voorzitter, er dient een einde te komen aan pijnlijke en dieronterende ingrepen. Hierbij valt te denken aan een verbod op het castreren van biggen, het knippen van hoektanden en het afbranden van staarten bij varkens, het onthoornen van runderen, het door de PvdA bepleitte vriesbranden en het snavelkappen bij kippen. Dit zou opgenomen moeten worden in het voorliggende wetsvoorstel. Is de minister bereid het pad uit te stippelen om de ingrepen uit te faseren?

Preventieve toetsing huisvesting
De normen voor het huisvesten en verzorgen van dieren moeten flink naar boven worden bijgesteld. De Partij voor de Dieren vindt het onacceptabel dat in het voorliggende wetsvoorstel geen mogelijkheid is opgenomen voor preventieve toetsing van nieuwe huisvestingssystemen. Massaal wordt geïnvesteerd in huisvestingssystemen als de verrijkte kooi en Kleingruppenhaltung, waarbij enige verbetering in dierenwelzijn vervolgens jaren kost. Volièresystemen zijn ontwikkeld die door het sluiten van kleppen eenvoudig kunnen worden omgetoverd tot verrijkte kooi. Voldoende controle en toezicht hierop is onmogelijk, wat tevens bleek uit het onlangs verschenen jaarverslag van de Algemene Inspectie Dienst.
Hoe een preventieve toets innovatie op het gebied van stalsystemen in de weg zou staan is mij niet duidelijk. Het andere argument van de minister, namelijk dat dit extra administratieve lasten met zich mee kan brengen kan ik begrijpen. Ik begrijp alleen niet hoe de afweging tussen dierenwelzijn en administratieve lasten een conclusie op kan leveren dat administratieve lasten dan zwaarder wegen. Zeker niet nu er in voorgesteld artikel 1.3 staat dat de intrinsieke waarde van het dier wordt erkend. Als dit de manier is waarop de afweging tussen artikel 1.3 en economische belangen wordt beslecht, hebben de dieren dus niets gewonnen met die erkenning van hun intrinsieke waarde.

Het ontbreken van preventieve toetsing van huisvestingssystemen kan ook leiden tot ongewenste ontwikkelingen voor wat betreft de realisatie van de toekomstvisie op een veehouderij van de minister van januari vorig jaar. Daarin wordt gesteld met betrekking tot 2023: “stallen en bedrijfsvoering zijn tegen die tijd om het dier heen gebouwd op een wijze die wordt gedragen door de samenleving. Het vee vertoont natuurlijk gedrag, krijgt daglicht en ondergaat nauwelijks tot geen fysieke ingrepen.”
Op welke wijze wordt voorkomen dat huisvestingssystemen worden ontworpen die niet aan deze toekomstvisie voldoen en daardoor ook niet passen in een toekomstgerichte veehouderij? Hoe geeft de minister richting aan de ontwikkeling naar een meer diervriendelijke veehouderij en welke rol speelt de wet Dieren daarin? Welke elementen zijn of worden opgenomen in het wetsvoorstel die de weg naar een duurzame veehouderij in de toekomst bevorderen? Ik vrees dat door het weglaten van preventieve toetsingsvereisten en richtlijnen de kans om later in te kunnen grijpen, zeer beperkt is als blijkt dat toch stalsystemen worden geïmplementeerd die niet aan de maatschappelijke randvoorwaarden en de toekomstvisie van de minister voldoen.
Ik ben dan ook blij met het amendement Van der Ham op dit punt en hoop dat de minister dit punt alsnog zal overnemen.

Voorzitter, de brandveiligheid van stallen laat ook veel te wensen over. Eind september nog zijn er weer koeien en kalfjes omgekomen bij brand in een stal. Kan de brandveiligheid van stallen nu eens eindelijk goed geregeld worden in de uitvoeringsregelgeving? En wanneer dan precies?

Geneesmiddelen
Voorzitter, dierziekten grijpen steeds meer om zich heen. Duizenden mensen zijn besmet met de resistente MRSA bacterie. Dit zorgt voor grote gezondheidsproblemen, bij mensen en bij dieren. Het geneesmiddelengebruik in de bio-industrie moet omlaag, en wel snel, voordat we straks met nog grotere problemen komen te zitten. Want die problemen zijn dan ook niet meer op te lossen. Kan een goedkoop biefstukje of karbonaadje dodelijke slachtoffers onder mensen waard zijn? Dierziekten zijn van alle tijden, het is de wijze waarop de dierlijke productie is georganiseerd die ervoor zorgt dat draconische maatregelen worden genomen om economische redenen. Het middel blijkt daarbij vele malen dodelijker dan de kwaal ooit had kunnen zijn. Het preventief toedienen van antibiotica in de veehouderij moet worden verboden. Dit mogen we niet aan de sector zelf overlaten. Ook niet aan de dierenartsen, die horen net zo goed bij de sector van de bio-industrie, zij verdienen hier aan, het is niet in hun belang minder antibiotica voor te schrijven. Is de minister bereid dit nu, nu de kans er is in de vorm van voorliggend wetsvoorstel, bij wet te regelen? Graag een reactie!

Vissen
Voorzitter, in de commerciële zeevisserij worden brute vangst- en dodingmethoden gehanteerd. Wereldwijd wordt jaarlijks ca. 90 miljoen ton vis gevangen, wat neerkomt op enkele honderden miljarden vissen. Daarnaast wordt ongeveer 45 miljoen ton vis gekweekt onder omstandigheden die sterk gelijken op die van de bio-industrie. Het kent dezelfde problemen: te weinig ruimte voor de dieren, waardoor ze elkaar soms zelfs dooddrukken, het zijn kwetsbare dieren geworden vanwege de doorfok, er is preventief medicijngebruik, er is milieuvervuiling door mest en andere afvalstoffen…En het voer is afkomstig uit wildvang en uit de Amazone. Met het welzijn van vissen wordt binnen de vissector geen enkele rekening gehouden. Zelfs bij vis die op ‘duurzame’ wijze is gevangen, is geen rekening gehouden met het welzijn van de vis. Ook hier hebben we nu de kans om duidelijke randvoorwaarden te stellen. Is de minister bereid dit te doen?

Gezelschapsdieren
Het houden van gezelschapsdieren kent een sterke commerciële kant. Het fokken van dieren, de handel in dieren en het recreatieve gebruik van dieren gaan helaas vaak gepaard met dierenleed. De overheid dient deze activiteiten met strenge regelgeving en controle in het gareel te houden. Het fokken van dieren met lichamelijke afwijkingen met het oog op bepaalde raskenmerken, moet worden verboden. Een groot manco van het voorliggende wetsvoorstel is het totaal ontbreken van wet- en regelgeving met betrekking tot het houden van gezelschapsdieren. Zoals ook blijkt uit de Memorie van Toelichting, heeft Nederland een omvangrijke industrie en handel, gericht op allerlei producten en diensten voor gezelschapsdieren. Is de minister bereid gezelschapsdieren een volwaardige plaats te geven in de wet Dieren, door middel van het stellen van regels ten aanzien van onder andere de huisvesting, de verzorging en de verkoop van gezelschapsdieren? Wil de minister daarbij tevens aandacht schenken aan de fokkerij, zowel bij rasfokkers als bij particulieren? De minister heeft tot nu toe aangegeven dat de sectoren dit zelf maar moeten oplossen.

Voorzitter, Burgermansfatsoen is wel een erg goedkope manier om beschaving tot stand te brengen die ook voor dieren iets betekent! Zo hebben we de slavernij en de kinderarbeid ook niet afgeschaft. Zelfregulering is niet in het belang van de dieren. Het belang van de dieren is gebaat bij heldere en handhaafbare regelgeving. Nu is er de kans om dit bij wet te regelen. Gaat de minister hier gebruik van maken?
Zo ook als het gaat om de leeftijd waarop bijvoorbeeld konijnen te koop kunnen worden aangeboden. Op dit moment kan dat wanneer een konijn slechts 4 weken oud is, met alle gezondheidsproblemen door het ontbreken van het moederdier van dien. De minister heeft eerder op Kamervragen van mijn fractie aangegeven dat deze minimumleeftijd zoals vastgelegd in het Besluit scheiden van dieren in het kader van dit wetsvoorstel zal worden bezien. Is de minister bereid het besluit op dit punt te herzien?
Is de minister tevens bereid landelijk beleid in te stellen ten aanzien van de omgang met en opvang van zwerfdieren, met name zwerfkatten, en dit op te nemen in de wet Dieren?

Sport en doping
Bij het gebruik van dieren voor sportwedstrijden is het nee, tenzij-principe vervangen door een ja, mits. De minister geeft hiervoor als reden dat er een goed systeem van zelfregulering bestaat. Ik kan dat niet rijmen met geluiden die ik opvang over deze sector. Kan de minister aangeven welke onderzoeken aan deze conclusie ten grondslag liggen? Kan de minister aangeven op welke wijze de ontwikkeling van nieuwe dieronvriendelijke sporten met dieren kan worden voorkomen en/of tegengegaan op basis van dit wetsvoorstel? Hoe verhoudt het loslaten van het verbod op het gebruik van doping op basis van het ‘goede stelsel van zelfregulering’ zich tot de berichten over dieronvriendelijke trainingsmethoden en een toename in dopinggebruik vanuit de sector zelf? Ook hier geldt: je kan het beter regelen in de wet. Wie garandeert dat die zogenaamde goed functionerende zelfregulering nog jaren stand houdt?
Vorig jaar heeft de Partij voor de Dieren bijvoorbeeld Kamervragen gesteld over de duivensport en de drama’s die zich afspelen bij de eenhoksraces. Meer dan de helft van de vogels die meedoet aan deze wedstrijden, haalt de eindstreep niet. Verbeteracties vanuit de sector hebben niet geleid tot minder uitval. Dit jaar lijkt dit zich wederom te hebben herhaald.
Dit wetsvoorstel biedt een kans om sportwedstrijden en het gebruik van doping voor eens en altijd te regelen. Ik vraag de minister dan ook om daar gebruik van te maken.

Dieren in de media en op evenementen
Er worden in het voorliggende wetsvoorstel geen regels gesteld voor de huisvesting en het algemene dierenwelzijn voor de verschillende diergroepen die worden ingezet voor amusementsdoeleinden, zoals olifanten en krokodillen die worden ingezet in shows en honden, katten en knaagdieren die gebruikt worden in televisieprogramma’s. De minister verwijst naar de algemene artikelen over dierenmishandeling en zorgplicht, en komt met burgermansfatsoen. Hier is het dierenwelzijn niet bij gebaat. Ook de rechten van dieren die worden ingezet voor amusementsdoeleinden zouden gewaarborgd moeten zijn in de wet. Wat nog niet het geval is, graag een reactie!

Dierentuinen
Over het Dierentuinenbesluit kan ik kort zijn. We hebben een schriftelijk overleg gevoerd over de evaluatie van dit besluit die is uitgevoerd naar aanleiding van de motie Ouwehand. In het kader van de behandeling van dit wetsvoorstel zou ik de minister dan ook willen vragen of wij de beantwoording spoedig tegemoet kunnen zien.

Dodingsmethoden
In de derde nota van wijziging heeft de minister het tweede lid van artikel 2.10 geschrapt. In dit lid wordt bepaald dat bij het doden, bedwelmen of fixeren van dieren, elke vermijdbare opwinding, pijn of vermijdbaar lijden wordt bespaard. Het schrappen van deze bepaling is niet aanvaardbaar voor de Partij voor de Dieren en om die reden hebben wij een amendement ingediend

Vissen
De wijze waarop vissen worden gevangen en gedood bezorgt ze een langdurige en pijnlijke doodsstrijd. De Partij voor de Dieren vindt dat er regels moeten komen die pijn en stress bij het doden van vissen tot een minimum beperken. De minister geeft aan dat dit geregeld is in een Europese richtlijn, en dat blijkt dat de Nederlandse dodingsmethoden aan deze richtlijn voldoen.
Momenteel komt een vis echter op een zeer akelige manier aan zijn eind. Anders dan veel mensen denken gaat een vis niet snel dood wanneer hij op het droge wordt gebracht. Haringen zijn bijvoorbeeld pas tot na 35 minuten gestikt, kabeljauwen en wijtingen tot na 60 minuten. Veel vissen worden ‘gestript’: dit houdt in dat de vis levend wordt opengesneden om de organen en het bloed te verwijderen. De vis gaat hierdoor echter niet onmiddellijk dood. Schollen houden het bijvoorbeeld maximaal 50 minuten uit. In de palingindustrie wordt nog steeds gebruik gemaakt van een dodingsmethode waarbij zout op de huid van de paling wordt gestrooid waardoor het dier ontslijmd wordt. De paling vertoont langdurig heftige zwembewegingen om het zout te ontvluchten; het zoutbad heeft op de huid van de paling een effect dat te vergelijken is met brandwonden bij de mens. Bovendien beschadigt het zout de kieuwen. Een barbaarse methode die deze minister maar steeds niet wil verbieden. Wanneer de paling tenslotte ophoudt te bewegen, is hij nog bij bewustzijn en nog lang niet dood. Maar hij wordt dan wel van zijn organen ontdaan. Ik heb een amendement ingediend om deze inhumane dodingsmethode te verbieden.
Kan de minister mij uitleggen hoe deze huidige dodingmethoden zich verhouden tot de EU-richtlijn voor het doden en slachten van dieren, waarin is opgenomen dat het dier vermijdbare pijn en lijden moet worden bespaard?

Alternatieve, bewezen diervriendelijkere dodingsmethoden, worden op dit moment nauwelijks toegepast. De visserijsector en de Nederlandse overheid tonen helaas nauwelijks interesse voor dit probleem. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat vissen gevoel hebben, dat zij pijn en stress ervaren, en dit betekent uiteraard dat vissen morele wezens zijn. Daar dienen wij in regelgeving rekening mee te houden. Dit zou bij uitstek een van de gebieden moeten zijn waarin Nederland voorop loopt op de Europese wetgeving en laat zien dat zij begaan is met dieren.
Is de minister bereid dit te doen?

Onverdoofd ritueel slachten
Verder vormt het onverdoofd slachten om religieuze redenen een groot probleem. Op basis van artikel 6 van de grondwet, vrijheid van godsdienst, is bepaald dat dieren ook volgens joodse en islamitische tradities geslacht mogen worden: zonder verdoving en dus met alle pijn en stress van dien. Deze uitzondering is in een beschaafd land onacceptabel. De weinige rechten die de dieren hier na lange strijd eindelijk hebben verworven, worden hen op grond van religie en traditie weer afgenomen. De tijd is rijp om dierenmishandeling niet langer te negeren uit beleefdheid of discretie. De vrijheid tot het uitvoeren van bepaalde riten houdt op waar mensen of dieren er leed door ondervinden. Het zou daarom goed zijn alle slachtmethoden te verbieden waarbij de dieren omwille van culturele of religieuze gewoonten niet verdoofd worden. Het is de hoogste tijd dat deze kwestie eindelijk onder ogen wordt gezien en dat de religieuze uitzonderingspositie wordt beëindigd. Niet uit verzet tegen religieuze vrijheden, integendeel, maar omdat ook dieren moeten worden beschermd tegen ernstig en onnodig lijden en willekeur.
Dit zou in voorliggend wetsvoorstel geregeld kunnen en moeten worden. Ook al heb ik een initiatiefwetsvoorstel, toch zou ik de minister willen vragen dat nu in de wet dieren zelf te regelen.

Dierenmishandeling en ´burgermansfatsoen´
Om dierenmishandeling duidelijk te definiëren en om concrete praktijken strafbaar te kunnen stellen, is het zaak om artikel 2.1 verder in te vullen. Dit maakt het zowel voor de handhaver als voor de rechtelijke macht duidelijker welke gedragingen tegen dieren niet door de beugel kunnen en dus strafbaar zijn. De Partij voor de Dieren stelt voor om in artikel 2.1 in ieder geval bestialiteit, het vervaardigen van pornografie met dieren en het laten optreden van dieren in circussen op te nemen als voorbeelden van strafbare daden. Want met burgermansfatsoen komen we er gewoon niet. Hiertoe hebben we dan ook drie amendementen ingediend.

Fokken, weerbaarheid dieren, genetische manipulatie en klonen
Genetische manipulatie van productiedieren -vaak ten behoeve van de fok of ‘productieverbetering’ - is ontoelaatbaar. Dit is niet te verenigen met de intrinsieke waarde van dieren. En ook niet met het verkiezingsprogramma van het CDA trouwens, hoe rekbaar dat ook verder lijkt. Ik heb vandaag een amendement ingediend om de huidige stand van zaken met betrekking tot het genetisch manipuleren of kloneren van dieren voor voedsel, sport of vermaak te handhaven. Ik ga er vanuit dat dit de steun zal krijgen van de heer Ormel.

Genetische manipulatie is een techniek die veel dieren kost: er zijn gemiddeld 150 dieren nodig om één transgene lijn te maken.

Ook andere voortplantingstechnieken die worden toegepast moeten aan banden gelegd worden. In de praktijk heeft selectief fokken voor verhoogde productie ernstig kwetsbare dieren opgeleverd. De huidige dierziektencrisis is daar een niet meer dan logisch gevolg van.

Met betrekking tot artikel 3, eerste lid, van het Besluit voortplantingstechnieken bij dieren, stelt de minister dat onnodig leed niet mag worden veroorzaakt met andere dan natuurlijke voortplantingstechnieken. Al naar gelang de concrete situatie zal worden bepaald of pijn, letsel, stress of ander ongerief al dan niet nodig is, schrijft de minister.
Voorzitter, betekent deze interpretatie, dat het is toegestaan om pijn en letsel aan een dier toe dienen, en stress en ongerief te veroorzaken als daar een ander doel mee is gediend? Kan de minister aangeven wát dat andere doel dan is en op welke wijze en volgens welke criteria wordt gewogen of het doel de pijn, het letsel, de stress en het ongerief dat dieren wordt aangedaan, rechtvaardigt? Ik wil graag inzicht in de wijze waarop deze afweging tot stand is gekomen bij voortplantingstechnieken. Ik noem het spoelen en plaatsen van embryo’s bij koeien. Het in 80 tot 90% van de gevallen toedienen van een keizersnee bij dikbilkoeien. Ik noem het plaatsen van plastic buizen met hormonen in koeien, om de vruchtbaarheid te vergroten.
De minister gaf in de nota naar aanleiding van het verslag aan, dat er pilots lopen bij dikbilkoeien: er wordt gekeken of ze koe en kalf beter op elkaar kunnen afstemmen, door koeien te fokken met bredere bekkens. Dit antwoord geeft de idiotie aan van het fokken in de bio-industrie. Hier moet een einde aan komen. Dat is niet alleen beter voor de dieren. Weerbare dieren zijn ook beter voor onze volksgezondheid. Als zulke grote aantallen dieren familie van elkaar zijn, is het duidelijk dat dierziekten snel om zich heen kunnen grijpen. Ook het kloneren van dieren is niet acceptabel voor de Partij voor de Dieren. Ook wat betreft voortplantingsmethoden moet er dus duidelijke en goede regelgeving komen.

Bijen
Voorzitter, In antwoorden op mijn Kamervragen over de verontrustende bijensterfte, heeft de minister aangegeven, bijen niet aan te willen merken als beschermde diersoort, omdat het hier gedomesticeerde dieren betreft.
Ik neem dan ook aan, dat bijen onder de reikwijdte van het wetsvoorstel Dieren vallen. Ik ben benieuwd welke maatregelen de minister in de uitvoeringswetgeving gaat opnemen om de bijen te beschermen. Ik stel voor dat een verbod op neonicotinoiden één van deze maatregelen is. Graag een reactie.

Voorzitter, tot slot. Het voorliggende wetsvoorstel is werkelijk beneden alle peil. Het is niet gebaseerd op een evaluatie van de huidige wetten. Het is geen duidelijk kader met goede randvoorwaarden voor de bescherming van dieren. Er is niets bekend over de invulling van de uitvoeringsregelgeving. Het is slechts een implementatie-vehikel voor EU-wetgeving. De minister toont hiermee een totaal gebrek aan ambitie. Wel is duidelijk waar haar loyaliteit ligt; weer verliezen de dieren het van de economie. En dat in een tijd, waarin de roep om aandacht voor dierenwelzijn luider en duidelijker is dan ooit.
In een tijd waarin steeds meer mensen beseffen dat je gelukkig wordt van zorg en aandacht voor jezelf en voor anderen, waaronder dieren. En niet van geld. Dit wetsvoorstel is een totale miskenning van deze maatschappelijke waarden. Dierenwelzijn laat je niet over aan commercie en particulieren. Daar maak je heldere en handhaafbare regelgeving voor.
Dieren hebben geen stem, hebben geen keuze. De overheid heeft de verantwoordelijkheid, en wij, als parlement, hebben de plicht om ervoor te zorgen dat zij deze verantwoordelijkheid ook serieus neemt.
Ik vraag de minister dan ook om dit wetsvoorstel grondig te herzien, uit te breiden en in te vullen, voordat we het verder gaan behandelen in de Tweede Kamer.
En voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.