Bijdrage Partij voor de Dieren aan het debat Natuur­herstel Westeschelde


1 oktober 2009

Voorzitter. Door het besluit om niet te ontpolderen is Nederland in een lastig parket gekomen: een conflict met België, een verontruste brief van de Europese Commissie, extra kosten, namelijk opnieuw een onderzoek, maar ook 170 mln. extra voor het alternatief van het kabinet en mogelijke schadeclaims van Vlaanderen. Maar bovenal ook: vertraging van een hoognodig natuurherstel. Er zijn geen rationele argumenten om van ontpoldering af te zien. Veiligheid? Het is juist zo dat ontpolderen het achterland veiliger maakt. Andere alternatieven die tegemoetkomen aan het estuarium en de veiligheid, zijn er niet. Sterker nog: het alternatief van de waterschappen brengt de waterveiligheid juist in gevaar, omdat het getij dieper het land in gedreven zal worden.

Vorig jaar is nog een tweede onderzoekscommissie in het leven geroepen, de commissie-Nijpels. Natuurlijk heeft ook deze commissie geconcludeerd dat ontpolderen het enige juiste alternatief is. De Tweede Kamer heeft niet gevraagd om nog een derde onderzoek.

Ik vind het onbegrijpelijk dat het kabinet dit eigener beweging in gang heeft gezet. Het signaal naar buiten is daardoor toch dat het kabinet koste wat het kost onder het verdrag wil uitkomen. Ik dring er bij het kabinet op aan om niet meer naar uitvluchten te zoeken. Ga snel aan de slag met de ontpoldering van de Hedwigepolder. Houd u aan de afspraak en aan de wet. De opdrachtbrieven voor de ontpoldering lagen immers in april van dit jaar al verzendklaar. Ik stel voor dat het kabinet deze brieven maandag op de post doet.

Voorzitter. Tot slot: ik roep dit kabinet in brede zin op om vanaf nu zorgvuldiger om te gaan met de natuurwetgeving en om niet steeds op het randje te balanceren. Keer op keer moet de Raad van State ingrijpen, omdat het kabinet onzorgvuldig omgaat met de natuurwetgeving. Daarom dien ik op dit punt een motie in.


De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er al geruime tijd onduidelijkheid bestaat over de toetsing van activiteiten aan de Vogel- en Habitatrichtlijn, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet;

verzoekt het Presidium de Algemene Rekenkamer opdracht te geven om onderzoek uit te voeren naar uitvoering van de verplichtingen voortkomend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme, Ouwehand, Van der Ham en Van Gent. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.